Tien gebodenLauren Verster

Lauren Verster: Ik moet vooral eerlijk zijn naar mezelf, de rest is minder belangrijk

Beeld Mark Kohn

Lauren Verster (’s-Hertogenbosch, 1980) is programmamaker en presentatrice. Voor AvroTros maakt ze al jarenlang het programma ‘Lauren!’ Op 5 november lanceerde zij het platform www.wonderhood.nl met filmpjes over levensvragen, natuur en psychologie.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Wat je hier nu tegenover je ziet zitten is het product van vijf jaar wandelen. Ik had een mega-onrustig hoofd, piekerde voortdurend, heb allerlei therapieën geprobeerd om ervan af te komen, allemaal niet gelukt. Op een dag stelde ik mezelf de vraag wat ik zou gaan missen als ik er morgen niet meer zou zijn. Dit was mijn antwoord: de bomen, de blaadjes, de blauwe lucht, de vogels, de wind op mijn huid, het hartencontact met de mensen om me heen, de aanraking. Ik nam me voor om alleen aan die dingen te denken tijdens de wandelingen die ik zou gaan maken, echt als een zintuigen-meditatie, een langdurige oefening.

“Ik liep van mijn huis in Amsterdam-Noord naar Holysloot en weer terug. Een keer per week was ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat onderweg, tijdens de andere dagen maakte ik alleen een ochtendwandeling. Dat heb ik zo een paar jaar lang gedaan. Inmiddels heb ik twee kleine kinderen en kan niet meer zo vaak zo lang van huis zijn, maar wandelen doe ik nog iedere dag. Telefoon weg en lopen maar. En zodra ik dreig te gaan tobben, kijk ik om me heen: dit is het. Dit zie ik. Dit hoor ik. Dit voel ik. Nu. Het is de ‘empty-box’ waar mijn vriend, Jasper, het vroeger over had. Nu weet ik precies wat hij bedoelt. Mijn hersenen lijken wel opnieuw geprogrammeerd. Ik laat alles gaan en geniet van de mooie dingen om me heen. Vroeger hield ik zoiets geen tien seconden vol, nu maakt het me zielsgelukkig. Dit is mijn houvast, mijn geloof. Voor mij is de zin van het leven het wonder van het leven zelf.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Toen ik in Thailand was, heb ik op straat een schilderij van de toenmalige koning Bhumibol gekocht. Ik nam het mee naar mijn hotel, besloot even te gaan zwemmen en wilde het doek op de grond neerzetten. Er kwam onmiddellijk iemand naar me toe gehold. Majesteitsschennis! Na een standje mocht ik het schilderij toch nog mee naar huis nemen, waar het nog altijd in de woonkamer staat. Óp een tafel, ja, dat dan weer wel. Van al die Boeddhabeeldjes bij de Intratuin of Blokker krijg ik trouwens wel een beetje jeuk. Boeddha is gewoon een commercieel product geworden, het heeft niets met geloof te maken, en alles met geld.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Wie ben jij om te zeggen wat God – of hoe je Het, Hem of Haar ook wil noemen – heeft bedoeld? Ik vind die nederigheid juist mooi. We zijn zo zelfvoldaan! Waarom geven we niet gewoon toe dat we het allemaal niet weten en ook niet kúnnen weten? De mensheid is een soort voortrazende kudde, op weg naar het grote niets. Overigens mag van mij iedereen geloven wat ’ie wil, hoor. Ik vind het helemaal niet moeilijk om daar rekening mee te houden. Heb je last van Zwarte Piet? Nou, dan maken we er een rode, blauwe of groene Piet van. Waarom zou je een ander willen kwetsen? Ik denk dat er achter dat starre vasthouden aan je eigen mening vaak ook veel angst schuilgaat; angst dat de ander jouw houvast kapotmaakt, je wereldbeeld of identiteit laat verschrompelen. Dat geldt overigens voor alles waar mensen in geloven; van starre politieke standpunten tot kurkuma-thee of geneeskrachtige stenen: da’s hetzelfde principe, naar mijn idee.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Zolang ik maar kan blijven wandelen, heb ik helemaal geen rustdag nodig.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Laat ik hiermee beginnen: ik heb superleuke, lieve ouders en een gelukkige jeugd gehad, maar het herseninfarct dat mijn vader zo’n twintig jaar geleden kreeg, heeft het leven van ons alledrie behoorlijk op z’n kop gezet. Ik vind het daardoor zelfs moeilijk om me bepaalde dingen van vóór die tijd te herinneren... alles staat in het teken van zijn ziekte. Mijn vader woont sinds vier jaar in een verzorgingshuis; het werd voor mijn moeder echt veel te zwaar om hem dag en nacht te verplegen. Hem bezoeken – hij kan zelf nergens meer heen – is erg pijnlijk omdat ik geen echt gesprek meer kan voeren met hem, de man met wie ik ooit zo’n sterke band heb gehad, en als ik bij mijn moeder ben, zie ik natuurlijk ook dat zij eronder lijdt. Naar mijn ouders gaan is daardoor voor mij niet altijd even makkelijk.

“Je moet me echt beloven dat je dit heel zorgvuldig gaat opschrijven want ik hou van mijn moeder, ze is 74, superkwiek, jong van geest, een echte levensgenieter, ik begrijp dat zij haar leed ook met mij wil delen – en ik voel me schuldig door dit alleen al hardop uit te spreken – maar ik wil mezelf ook afschermen voor te veel verdriet en voor de dingen waar ik toch niets aan kan veranderen. Als je me vraagt of ik mijn vader mis, kan ik je daar nauwelijks een antwoord op geven. Natuurlijk, ik voel het gemis, maar wat moet ik ermee? Het is zoals het is.

“Soms denk ik: ken ik mijn vader en moeder eigenlijk wel? Ik ken hen in de ouderrol – en met name mijn moeder ook als de lieve oma van onze kinderen – maar wie waren ze als geliefden, als zoon en als dochter voordat ik er was? Ik heb geen idee. Het is een soort ondoordringbaar bos. Ik ben er nieuwsgierig naar, maar ik vind het ook een beetje eng. Wat ligt daar allemaal verborgen? Aan mijn vader kan ik niet zoveel meer vragen, maar mijn moeder... ja, misschien moet ik het gewoon gaan doen: vragen naar de tijd voordat zij moeder werd.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Mensen, bedoel je? Nee, die mag je niet doodslaan. Dieren mag je wel opeten, ja. Als ze tenminste een prettig leven hebben gehad. Ik zou er voor tekenen om na een heerlijk bestaan, ergens op een boerderij, te worden gekidnapt om vrij snel daarna te worden afgeslacht. Oké, misschien ook geen prettig einde, maar alles beter dan in een stalen kooi, dag in dag uit pijn lijden, volgespoten worden met groeihormonen, door je poten zakken en wachten tot ze je een genadeschot komen geven, precies wat ze dus in de bio-industrie doen. Als dát mijn leven moest zijn, was ik net zo lief helemaal niet geboren.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Jasper haat het om in de aandacht te staan, hij wordt al zenuwachtig van het idee dat iedereen naar hem kijkt, dus een bruiloft met alles erop en eraan zit er waarschijnlijk niet in. Je kan zeggen dat het niks uitmaakt, maar je viert toch ook je verjaardag? Of Kerst? Ik geloof niet eens in Jezus Christus, dus waarom zit ik daar dan weer, ieder jaar opnieuw, met m’n niet-biologische kalkoen? Het lijkt mij wel mooi, maar het is waar dat we elkaar zonder dat papiertje ook wel trouw zullen blijven.

“Er is een tijd geweest waarin ik daar veel ruimer over dacht. Waarom zou je niet óók met een ander kunnen gaan? Daar heb ik me behoorlijk aan gebrand. Ik zal namelijk niet zo snel met een man naar bed gaan die ik niet interessant genoeg vind en áls ik zo iemand ontmoet, is de kans groot dat ik dan ook verliefd op hem word waardoor ik uiteindelijk behoorlijk in de problemen kom. Zoiets wil ik niet nog een keer meemaken. Overigens is het tot nu toe niet moeilijk geweest om me aan de afspraak te houden, want ik ben nog niemand tegengekomen die aan Jasper kan tippen.”

VIII Gij zult niet stelen

“Soms heb ik zo’n zin om iets te doen wat niet mag, maar ja, wat mag er nou niet als je de veertig bent gepasseerd? Toen ik op de middelbare school zat, gingen we vaak met een grote groep de stad in om te stelen. Gewoon, voor de kick. Ik ben ermee gestopt toen ik een keer werd betrapt en er met een pak melkliga’s vandoor was gegaan – oké, dit moest stoppen, dat begreep ik wel. Het is toch een beetje sneu om als zeventienjarige nog te pikken.

“Ik beschik over een goed controlemechanisme; ik ben nooit te ver gegaan. Ik stak in die tijd ook elke dag om vijf over twaalf een joint op, om vervolgens de rest van de middag ape-stoned in de klas te zitten, maar ik heb uiteindelijk wél mijn vwo-diploma gehaald. Ik ben nieuwsgierig, wil onderzoeken, daarom heb ik ook een keer meegedaan aan zo’n Ayahuasca-sessie ­(Ayahuasca is een Zuid-Amerikaanse hallucinogene drank, AV), een bonbonnetje met paddestoelen ­geslikt en een stuk van zo’n ‘trip-cactus’ ­opgegeten. Mijn ervaring met geestverruimende middelen is dat je een soort shortcut maakt naar de stilte in je hoofd; je gaat naar een ander soort bewustzijn, weg van de waan van de dag. Of we onder invloed van psychedelica nu ook een ander gesprek zouden voeren? Hm... interessante gedachte. Ik denk dat het zuiverder zou kunnen zijn, meer vanuit liefde. Geen masker, geen harnas, geen gedoe. Aan de andere kant: wie zit op zoveel eerlijkheid te wachten?”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Een paar maanden geleden ben ik begonnen met verhalen verzamelen voor mijn platform wonderhood.nl en één van de eerste uitdagingen die ik aanging was: een maand niet liegen en daar dagelijks verslag van doen in filmpjes op Instagram. Wat ik ontdekte was dat ik vooral eerlijk naar mezelf moest zijn, de rest is minder belangrijk – zolang het tenminste over leugentjes om bestwil gaat en je een ander geen schade berokkent. Zo zal ik je niet alles over mijn privéleven vertellen omdat ik geen zin heb in gedoe; ik wil anderen – partners, ex-partners, vrienden, ouders – niet meesleuren in mijn verhaal. Ik wil niet dat iemand gekwetst raakt door mensen die deze woorden lezen en ze misschien wel anders interpreteren dan ik ze heb bedoeld. Dus, ik bedonder je niet, maar ik kies ervoor om mijn mond te houden.

“Ik las laatst de Tien Geboden van Tim (Hofman, Trouw, 31 oktober 2020, AV) waarin hij onder andere vertelt over de ­documentaire ‘Mijn seks is stuk’ van Lize Korpershoek, zijn vriendin. Ik snap dat hij vindt dat er open over zo’n onderwerp gepraat moet kunnen worden, en dat je je nergens voor hoeft te schamen, maar ik had zo’n docu nóóit gemaakt. Over vijftien jaar zal zij er nóg op worden aangesproken: hee, is dat niet het meisje dat geen seks kan hebben? Instanties gaan haar benaderen, rare mannen gaan haar mailen over zaken die ­supergevoelig liggen. Da’s pittig hoor. En waarom?

“Ik heb het gevoel dat soms heel erg wordt onderschat wat de impact van dit soort openhartigheid is. Klopt, ik vertel jou nu ook dat ik altijd een tobber ben geweest, dat ik therapieën heb gevolgd om me maar iets beter te kunnen voelen, maar dat verhaal is afgerond. Het ligt achter me. Ik geef door wat mij heeft geholpen. En ik hoop dat anderen er iets aan hebben.

“Het punt is: als je in die media-wereld werkt en af en toe met je kop op tv bent, vindt iedereen iets van je. En je gaat je er ook een beetje naar gedragen. Ik word sowieso gek van al die meninkjes, al die ego’s. Toen ik nog verkering had met Jort Kelder ging ik wel eens met hem mee naar ‘De Wereld Draait Door’. Ik kon me er dan over verbazen hoe iedereen dan z’n plasje over zo’n onderwerp – laten we zeggen het vluchtelingenprobleem – had gedaan en vervolgens weer naar huis reed om daar een lekker wit wijntje in te schenken. Met alle goede bedoelingen hoor, maar veel meer dan praten óver wordt het niet. En het houdt ook nooit op. Dan heb ik meer waardering voor de oprichters van ‘Because We Carry’ die meteen hun tas inpakken en naar Lesbos afreizen om daar de kinderen van vluchtelingen te helpen. Dat is uiteindelijk de belangrijkste vraag: wat doet er nou écht toe in dit leven?”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Ik ben totaal niet bewijsdriftig of jaloers. Misschien dat ik een paar jaar geleden nog iets meer de behoefte had om mezelf te laten zien op feestjes en partijen, maar ik ben echt de betrekkelijkheid van al die dingen gaan inzien. Een fotoshoot maakt niet gelukkig. Wat doet het ertoe hoe anderen over me denken? Als ze me willen kwetsen, weet ik: dat doen ze waarschijnlijk omdat ze zélf ergens mee zitten. Die gedachte maakt alles zachter. 

“Wat mijn werk betreft: ik doe wat ik leuk vind, niet om te laten zien wat ik kan. En aan zo’n platform zit misschien ook wel een idealistische kant. Als ik op social media kijk, zie ik steeds dezelfde dingen voorbijkomen en van het dagelijks nieuws word ik ook behoorlijk depressief.

“Op Wonderhood krijg je lekkere brain-snacks geserveerd over wetenschap en psychologie, inspirerende interviews en filmpjes van experimenten, bedoeld voor in de trein op weg naar college of naar je werk. Dit zou ik over veertig jaar nóg kunnen doen. Er valt nog zo veel te leren, zo veel te ontdekken. Dat is precies wat het leven zo mooi maakt: de hele reis.”

Lees ook: 

Tim Hofman: ‘Ik wil deugen. Wat is daar mis mee?’

Tim Hofman (Vlaardingen, 1988) is dichter, documentairemaker en presentator. Dit jaar won hij tijdens het Gouden Televizier-Ring Gala de ster voor beste presentator, de ster voor de beste online video-serie – ‘#BOOS’ – en de Gouden Televizier-Ring voor het BNNVara-programma ‘Over mijn lijk’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden