EssayBruin café

Laat de kabbelende troost van de stamkroeg niet verloren gaan

Beeld Getty Images

Gaan de café’s straks weer open? Barvrouw en econome Geerte Verduijn maakt zich zorgen. Een stad zonder bruine kroegen, dat is niet alleen een verlies voor haar stamgasten. 

Hoe beschrijf je de kabbelende troost van een bruin café om tien uur ’s ochtends? Een stamgast komt altijd op tijd: de verstilde ochtenduren zijn kostbaar en het is zaak er zo weinig mogelijk van te vermorsen. Als ik op mijn vaste woensdag de bar nog op moet starten heeft Hans meestal de strijd om de verse krant al gewonnen, is Peter halverwege de kruiswoordpuzzel en drinkt Jet de eerste zwarte koffie van de dag.

Veel weet ik niet van ze, mijn stamgasten. Ik weet wie walgt van jazzmuziek, wie zijn koekje nooit opeet, en bij wie ik terecht kan met een vraag over mijn vloer. Zij weten hoe mijn hond heet. Dat is allemaal precies goed. In februari gniffelden we samen nog wat verbijsterd om krantenfoto’s van duikmasker-dragende bewoners van Wuhan. Negen maanden later went het langzaam onze koffie thuis te zetten, en is het onzeker of ons café de zomer haalt.

Een stamkroeg is een pleisterplaats op loopafstand. Je kunt er naartoe wanneer je wilt, voelt je er gezien, en treft er vaak een aangename mix van vrienden, vage bekenden en vreemden. In zijn boek The Great Good Place (1989) noemt stadssocioloog Ray Oldenburg cafés dan ook een schoolvoorbeeld van een ‘derde ruimte’: een aanvulling op je huis (eerste ruimte) en werk (tweede ruimte) waar je vanzelfsprekend je plek kunt innemen en andere mensen ontmoet. Oldenburg benoemt een aantal essentiële eigenschappen van dit soort plaatsen: iedereen is er welkom, ze zijn gratis of voor weinig geld toegankelijk, en je komt er makkelijk in contact met mensen.

De vezels van een stad

Wat brengt mensen naar een buurtcafé? Volgens Setha Low, hoogleraar antropologie en omgevingspsychologie en voorzitter van de Public Space Research Group in New York, is dat vooral de intimiteit die zo’n plek ons kan bieden. Via een Zoom-verbinding, veilig vanuit huis, licht ze dat nader toe: “Een café verbindt; we voelen ons er veilig en prettig en zien er dagelijks mensen die geen vriend van ons zijn, maar die we wel even begroeten en een paar minuten spreken. Dat soort ontmoetingen vormen de vezels van een stad.”

Caro van der Meulen is een van de stamgasten in het café waar ik werk. Toen ze vijftien jaar geleden zzp’er werd, heeft ze één ding met zichzelf afgesproken: elke werkdag begint met een kop koffie in het café om de hoek. “Al sta ik stijf van de stress, de bar is een plek waar even alles mag. Het is een verlenging van mijn huiskamer, waar ik gezien word maar niet beoordeeld. De barman weet hoe ik mijn verkeerd drink, de gasten letten op elkaar als dat nodig is, maar gaan ook hun eigen gang. Het is een cruciaal half uur, dat voorkomt dat mijn werk- en privéleven volledig in elkaar overvloeien.”

Voor mensen die de stad ooit hebben opgezocht vanwege de anonimiteit die ze waarborgt, is het geen aanbeveling, maar een ultiem stamcafé biedt stadsbewoners volgens Oldenburg de aangename aspecten van het dorpsleven: interesse in elkaar, aandacht voor de buurt, en een gesprek. Dat levert meer op dan alleen dorpse gezelligheid. Want hoewel ze een minder divers publiek aantrekken dan volledig openbare ruimtes, vormen kroegen een natuurlijk podium voor een open conversatie. Hoogleraar Low: “Je gaat in een café makkelijk een gesprek aan, want je treft er vaak mensen die gelijkgestemd zijn. Je hoeft elkaars overtuigingen niet altijd te delen, maar iets heeft jullie naar dezelfde plek gebracht.”

Stamgast Frits Krikke kent de kracht van bargesprekken. Al jaren komt hij elke woensdag en zaterdag met een wisselend gezelschap naar ‘mijn’ café. “Ik dacht: als ik elke week op een vast moment ga, dan leer ik vanzelf mensen kennen, en die komen als ze mij tenminste graag zien dan ook wel terug. We hadden vaak forse discussies over het leven en de maatschappij, onze tafel leek wel een debatclub.” Inmiddels is iedereen wat ouder, en komt zijn groep vooral samen om elkaar gewoon te zien. Ook het personeel is belangrijk: “Ze kennen onze naam, en vaak is er al een plekje voor ons gereserveerd als we binnenstappen.”

Niet iedereen hangt graag aan een bar. Toch zijn cafés ook van waarde voor inwoners die er geen stap binnen zetten. Want volgens Saskia Ruijsink, senior-expert Stadsontwikkeling en -planning aan het Institute for Housing and Urban Development van de Erasmus Universiteit, is de aanwezigheid van pleisterplaatsen belangrijk voor de leefbaarheid van een stad.

Bakens van de menselijke maat

“Veel moderne hoogbouw heeft blinde plinten, daar loop je langs zonder naar binnen te kijken. Het is voor sommige mensen misschien best fijn een stuk te wandelen zonder het gevoel te hebben in de huiskamer van iemand anders rond te stappen, maar wat je op ooghoogte ziet is bepalend voor hoe je de stad beleeft. Kroegen, met plantjes in hun ramen en tafels buiten, geven een heel ander gevoel als je op straat loopt.” De zichtbaarheid en herkenbaarheid van cafés draagt bij aan hun waarde – in uitdijende steden zijn het bakens van de menselijke maat.

Veel bruine cafés hadden het ook voor de coronacrisis al niet makkelijk. Volgens branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) hebben met name dorpskroegen last van een vergrijzend publiek – jongeren blijven liever thuis om een serie te kijken. Ook in de stad is het soms hard werken. Toch ziet KHN dat plekken die zich duidelijk weten te onderscheiden van hun hippere concurrentie wel succesvol kunnen zijn. Dat gold tot nu toe ook voor mijn café.

Maar die onderscheidende kracht is moeilijk te reproduceren met afhaalkoffie. Mijn kroeg is sinds 1967 de huiskamer van talloze studenten, journalisten en buurtbewoners, en een begrip in Amsterdam. Ook ik begin de dag er graag als ik niet werk. Tijdens de eerste verplichte sluiting deed de zaak nog een poging tot to-go-service, maar op een paar loyale gasten na bleef het stil in onze straat. Het verraste niet: de plek heeft het nooit moeten hebben van de voortreffelijkheid van zijn koffie, maar van de gesprekken aan de bar, het doorleefde gebrom van mijn baas en de eindeloze stapel kranten.

Beeld ANP

Deze tweede lockdown blijft hij dan ook dicht. Dat is lastig uit te leggen aan mijn hond, die al begint te trekken als we in de buurt zijn. Op onze vaste route van mijn huis naar het café verscheen in april het eerste verkoopbord, bij een ander café. Inmiddels staan er meer horeca- en winkelpanden leeg, en begint ook mijn kroeg te wankelen.

Wat is er van de stadse bakens straks nog over? Vooralsnog beperken de faillissementen in de horeca zich tot hooguit enkele tientallen per maand. Maar volgens KHN is bijna de helft van de bedrijven al wel technisch failliet, wat betekent dat ze hun rekeningen niet kunnen betalen. Het lot van deze horecazaken ligt de komende maanden in de handen van schuldeisers en de overheid.

Bovendien wordt de sector niet overal even zwaar getroffen. Begin november publiceerde vakblad Misset Horeca een lijst met concepten die volgens experts de meeste kans maken de coronacrisis goed door te komen: ruim opgezette plekken die niet bang zijn hun prijzen flink te verhogen, tijdelijke pop-ups en restaurants die op hoog niveau thuis kunnen bezorgen. Maar bruine kroegen als mijn café zetten afgelopen kwartaal bijna 60 procent minder om dan in het vorige jaar. Mijn baas verdiende deze zomer met moeite de helft van vorig jaar, en de winter staat nog voor de deur.

Natuurlijk laten de wetten van de markt zich niet eeuwig tegenwerken. In een crisis kan niet iedere onderneming levensvatbaar zijn, en misschien verbleken de zorgen om een paar stoffige buurtcafés ook wel bij de ontwrichting die de wereld de komende maanden nog zal blijven overspoelen.

Anker van sociale contacten

Toch moeten we de waarde van dit soort plaatsen voor de stad niet onderschatten. Low: “Misschien dat de overheid hun commerciële belang nog wel inziet, maar ze vergeet de maatschappelijke betekenis. Cafés zijn private en commerciële plekken, maar ze vormen een anker van sociale contacten.

Ook Ruijsink stelt dat een gezonde stad functioneert op meerdere niveaus. “Een mens heeft behoefte aan verschillende lagen – het geborgene van zijn huis, de buurt eromheen die al wat opener is, en de mogelijkheid om in een tram de anonimiteit in te stappen. Veel mensen die hun hele leven lang al in de stad wonen hebben denk ik behoefte aan het persoonlijke in het grote.”

Volgens Low kunnen we van deze pandemie niet herstellen zonder onze cafés, zoals we dat ook niet kunnen zonder onze bibliotheken of sportscholen: “Dit soort plaatsen vormt de basis van onze gemeenschap. Cafés zijn onderdeel van de verbinding tussen de publieke en private sfeer. We zouden juist nu moeten nadenken over de rol die beide plekken samen kunnen spelen.”

Wat verliest een stad die haar pleisterplaatsen kwijtraakt? Het aantal mensen dat de afgelopen vijftig jaar hun dag is doorgekomen omdat ze zich in mijn café geborgen en gezien voelden is nauwelijks te tellen.

Maar hoe belangrijk deze plek voor hen en mij ook is, bij een faillissement dreigt meer dan klein leed.

Ik maak me niet alleen zorgen om de gasten die ik nu niet kan bereiken, maar ook om de veerkracht van mijn buurt: hoe ziet de straat waarin mijn kroeg een vertrouwd monument is er aankomende zomer uit? En welke grote investeerder vestigt hier straks de zoveelste saladebar of koffiegigant?

Hoe conserveren we de kabbelende troost van een bruin café om tien uur ’s ochtends? Die vraag zou meer mensen aan moeten gaan dan alleen de stamgasten.

Want als we onze huizen na deze periode van eenzaamheid straks met goed fatsoen kunnen verlaten, hebben we bij uitstek plekken nodig waar we weer verbinding kunnen vinden. 

Geerte Verduijn is econome, en parttime barvrouw en stamgast bij Café de Prins in Amsterdam.

Mist u uw stamkroeg of een ­andere vaste stek? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Het ‘alcoholisch contactmoment’ maakt nu al school

In gewone mensentaal zijn dat uurtjes dat je samen een biertje drinkt in de kroeg. Zoiets alledaags aanduiden met een  ambtelijke term zorgt voor wat ze in het theater een Verfremdungseffekt noemen. Dat effect gebruikt Rutte vaker: met opvallende taal vestigt hij extra aandacht op zijn boodschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden