Klein Verslag Wim Boevink

Laaiend vuur, rode hemels: ik kijk ernaar met pijn in het hart

Al weken branden ze, de bossen van Australië. En niet alleen de bossen. Ook huizen. En dieren. En mensen. Deze krant bericht erover, ter plaatse via bijdragen van Eva Gabeler in Sydney. Of via de buitenlandredactie en losse foto’s die er spectaculair uitzien.

Laaiend vuur, rode hemels.

Ik kijk ernaar met pijn in het hart. Volg berichten via Twitter, van plaatselijke kranten of radiostations of correspondenten van andere kranten en persbureau’s. Af en toe verschijnen apocalyptisch aandoende kaarten, met ingetekende vuren over vrijwel het hele continent, op dat lege midden na. Dan lijkt het of heel het land is verzengd.

De pijn is de pijn van nabijheid.

Ik draag dit landschap in me.

In maart van het afgelopen jaar heb ik in een huurauto delen van New South Wales en Victoria doorkruist, met mijn broers en zus. Juist die staten waar de branden nu het hevigst woeden. New South Wales, Victoria.

De Blue Mountains ten westen van Sydney. De Snowy Mountains en de kuststreek wat verder naar het zuiden.

Vaak denk ik nu: wat doe ik hier.

Kan ik dichter bij dat land zijn dat zo branden moet? Bij familie in Toongabbie, een westelijk stadsdeel van Sydney, op de route naar de Blue Mountains, de Blue Mountains die hun naam danken aan de blauwe gloed van dichte eucalyptusbossen? Is die gloed er nog, straks?

In maart reden we van Sydney naar Katoomba in de blauwe bergen, zoals toeristen doen. Er is daar een fameus uitzichtspunt en vertrekpunt van wandelingen. Echo Point, met zicht op de rotsformatie van de Three Sisters. Die dag hing er dichte mist in de bergen, er was niets te zien vanaf Echo Point. Maar onlangs zag ik foto’s vanaf datzelfde punt – het was in rook gehuld.

Zeker zo bosrijk is het zuidelijker gelegen nationale park van de Snowy Mountains, met Mount Kosciuszko als Australië’s hoogste berg. We logeerden er in het skidorp Thredbo en reden vandaar in de richting van de oostkust, naar onze bestemming bij Jervis Bay. Onderweg passeerden we andere natuurreservaten zoals dat van Jerrawangala en Parma.

Dit is het gebied dat vandaag vanwege extreme hitte en harde wind is geëvacueerd. Bossen tot aan de kust. Hier verbleven we in Sanctuary Point, een flink dorp aan het lagunemeer van het St Georges Basin, niet ver van Jervis Bay. Rijen van huizen met tuinen.

Niet ver hiervandaan heeft het vuur al laten zien wat het met dorpen doet: de aangrijpende foto van persfotograaf Matthew Abbott bij de hittekaart (het donkere deel geeft temperaturen aan van 40 graden en meer) laat naast een kangoeroe een deel van het laaiende stadje Conjola zien. Het voelde als de apocalyps, schreef hij erbij.

Dierbare herinneringen koester ik aan Jervis Bay, een droom van een baai waar je in het seizoen bultruggen en orka’s kunt observeren. Dat was niet in maart helaas, maar hoe betoverend was het om ineens tussen de bomen een hagelwit strand te zien opduiken en die fonkelend blauwe oceaan.

De eucalyptussen zijn hier hoger dan elders, hun wortels dieper. “It is a calm place where the forest meets the sea”, was op een informatiebord te lezen. Vlakbij ligt Bowen Island, broedplaats van duizenden kleine pinguins.

Mijn hart krimpt nu al bij de gedachte aan een mogelijke verwoesting.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden