Column Rob Schouten

Koninklijke gedachten over koninklijke ellende

Ik kom graag in dat andere, warmere deel van ons koninkrijk: Curaçao, waar mijn zuster en zwager aan de oceaan wonen te midden van bougainvillea, kolibri’s en leguanen. Het zijn dus min of meer dynastieke belangen die mij naar dit tropische paradijs brengen. De Schoutens zijn altijd nogal nomadisch ingesteld geweest en deze Caribische tak beweegt zich voortdurend tussen ­Suriname en de ABC-eilanden, nu dus op de C daarvan.

De vlucht ernaartoe duurt lang genoeg om mij ruimschoots met leesvoer uit te rusten, al kun je tegenwoordig onderweg ook tientallen, zo niet honderden films en spelletjes doen in de rug van degene die voor je zit, want het is de bedoeling dat je in zo’n vliegtuig rustig blijft en er niet over gaat denken je buurman te bijten of naar buiten te springen. Ik heb voor onderweg de drie nog niet zo lang geleden verschenen biografieën over onze koningen Willem I, II en III meegenomen, bij elkaar een goede tweeduizend pagina’s, dat moet toch genoeg zijn. 

Tel uw zegeningen

Voor ik er een blik insla, vraag ik mij af hoe die vorsten (van voorst, of first) het in zo’n vliegtuig gevonden zouden hebben, vindingen waar ze niks van hebben meegekregen. Als je je eigen ervaringen vergelijkt met die van van vroegere mensen voel je je al gauw zelf een koning; ook de grootsten van het rijk hobbelden eeuwenlang nog over wegen vol kuilen en deden hun behoeften in veredelde tonnen. Ik bedoel maar: tel uw zegeningen.

Ik begin bij Willem I, wiens bestaan, tot hij daadwerkelijk koning werd, wel iets weg had van een werkeloze. In de wirwar van Napoleontische oorlogen op zoek naar een vorstendommetje, bezit, geld, daarbij niet geholpen door zijn onbekwame vader. Eigenlijk een beetje een loser, tot opeens het Koninkrijk der Nederlanden vacant raakte. Het is altijd fijn om als gewone onderdaan over de niet geringe zorgen van je vorsten te lezen, ik denk eigenlijk dat het hun raison d’être is: ons voor te gaan in allerlei misère. Geen makkelijke man ook, Willem I, bureaucratisch, pietje-precies, en hij ging ook nog een beetje vreemd, zoals indertijd trouwens min of meer gebruikelijk was.

Broedermoord en een gefrustreerde erfprins

Tussendoor kijk ik ook nog op het schermpje voor me naar die andere monarchie in de nieuwe versie van ‘The Lion King’, met echte in plaats van getekende dieren. Ook hier de nodige ellende: broedermoord, een gefrustreerde erfprins; de gebroeders Grimm, Shakespeare en Disney wisten precies wat het volk wil. En dan in gedachten door naar prins ­Andrew, die leugenachtige lapzwans uit het huis Windsor, wel geld maar een gemankeerd geweten. 

Je snapt wel dat de Amerikanen in de negentiende eeuw nog op zoek waren naar een passende koning voor hun rijk, iemand goed voor roddels en achterklap. En die hebben ze nu min of meer: Trump, koning Troef de Eerste en de Laatste. Goed voor de ergste verhalen en iemand van wie je eigenlijk af wilt.

Tien uur later en vijf uur vroeger ben ik er, en stap ik uit het toestel van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, met een kroontje op het vignet. Op naar mijn zus en haar man in hun prinsheerlijke huisje.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden