Po Polsku (op z'n Pools)Jaap Robben

Klusser Marek komt onaangekondigd werken en hij hoeft niet te worden betaald

Ich arbeiten?” Marek stond hijgend aan onze voordeur. Zijn hand nog bij de bel. “Gut?” Onze oprit was leeg, ik had ook geen busje gehoord.

“Ehm…”, bracht ik uit. Ik had mijn ochtendjas nog aan. “Heute ist Sonntag.”

Marek glimlacht kleintjes. “Du nicht...” Hij wreef zijn duim en wijsvinger tegen elkaar. “Keine Geld bezahlen.”

Natürlich bezahle ich dir.” Ik probeerde een reden te bedenken waarom het niet uitkwam. Toen onze blikken elkaar raakten, keek hij verlegen weg.

Gut”, zei ik en gebaarde dat ik me even ging omkleden. In het voorbijgaan klopte hij met zijn grote hand op mijn bovenrug als een soort bedankje.

Zwijgend puzzelden we die ­ochtend met oude kloostertegels die we op de kop hadden getikt om onze hal te restaureren. Boven ons klonk het gescharrel van kindervoeten. Daarna het bulderen van een bak duplo die werd omgekieperd.

Hast du Kinder?”, vroeg ik. Marek­­ knikte, glimlachte. Sinds ons gesprekje aan de voordeur hadden we niet meer gepraat. ­Alleen de goedkeurende klankjes wanneer een van ons de ­juiste tegel had gevonden voor de puzzel van onze vloer. En ‘Dzzzzt’ wanneer Marek bedoelde dat er met de slijptol een randje vanaf geslepen moest worden.

Ik ging thee zetten in onze ­keuken. Toen ik terugkwam in de hal, was het daar leeg. Aan zijn zware adem kon ik horen dat Marek in het gereedschapshok zat voor onze pauze. Daar had hij van cementzakken twee torentjes gemaakt om op te zitten. Met een gniffel gebaarde hij naar onze picknickplek. De geur van zijn oude trui hing zwaar om hem heen, ik realiseerde me dat ik hun verschillende zweet­geuren al uit elkaar kon houden. Marek nam een dampende mok van me aan.

Gestern…”, zei hij ineens. Maar verder kwam zijn zin niet. Op het dienblad had ik ook een doosje paracetamol gelegd.

Alsof het suikerklontjes waren, ­drukte hij er vier uit de strip. “Gestern. Mein Sohn fünf Jahr.” Zo’n lange Duitse zin had ik hem nog zelden horen uitspreken.

Fünf Jahr?” Ik had niet verwacht dat hij nog zulke jonge kinderen had, ik schatte hem zeker­­ ouder dan vijftig, misschien wel zestig. “Gratuliere”, stamelde ik. Ik bedacht me hoe vreselijk ik het zou vinden om de verjaardag van ons zoontje te moeten missen. “Hast du schon alle Geschenke?

Een klein glimlachje, hij schudde zijn hoofd. In zijn thee zocht hij naar woorden.

Gestern mein Sohn fünf Jahre tot.”

Tot!?”, schrok ik.

Grosse Katastophe. Mit Auto.

Ik haalde adem om iets te zeggen. Maar tussen de paar woorden die we allebei begrepen, vond ik niets. Niets waarmee ik kon zeggen hoe vreselijk ik dat voor hem vond.

Fünf Jahr. Gestern”, mijmerde hij nog eens voor zichzelf. We tuurden een tijdje naar onze voeten.

“Wat verschrikkelijk voor je”, zei ik. “Vreselijk.”

Marek keek me aan en antwoordde iets in het Pools. Ik denk dat we op dat moment ­allebei begrepen wat de ander bedoelde.

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden