Beeld Jörgen Caris

ColumnErik Jan Harmens

Klem in het vliegtuig

Vliegen is belastend voor het milieu, maar ook voor mij, want ik ben best lang en kan in zo’n sardineblikje nergens mijn benen kwijt. Mijn knieën zitten klem tegen het stoeltje voor me en als de persoon die daar zit zijn stoel naar achteren wil doen, lukt dat niet, ook niet als hij veertig, vijftig keer wild achteruit blijft bonken. Zelf doe ik mijn stoel nooit naar achteren, omdat ik bang ben dat degene achter me er last van zou kunnen hebben. Natuurlijk zou ik kunnen vragen of dat zo is, maar zo zijn er wel meer dingen die ik zou kunnen doen, maar niet doe.

Laatst dacht ik slim te zijn en reserveerde ik tegen betaling van een bescheiden meerprijs een stoel op de eerste rij. Hoera, want ik had aanzienlijk meer beenruimte en niemand voor me, alleen had ik niet bedacht dat ik nu bij de wc’s zat. Ik hield precies bij hoe lang iedereen in het kleinste kamertje verbleef, waarom weet ik niet. Er zijn wel meer dingen die ik beter zou kunnen laten, maar toch doe.

Om veiligheidsredenen moest de deur naar de cockpit vrij blijven, dus stonden mensen in het gangpad op hun beurt te wachten met de volle blazen pontificaal mijn kant op gericht. Mijn buurman meende dat hij alleenrecht had op het gebruik van het leuninkje tussen ons en misschien had hij dat ook wel, was hij belangrijker dan ik. Serviel kromp ik ineen, net zo lang tot onze armen elkaar niet meer raakten.

Klappen voor de piloot? Prima. Maar dan ook voor de bakker.

Na de landing kreeg de piloot applaus, wat ik prima vind, mits we voortaan ook voor de bakker klappen als hij een brood heeft gebakken en voor de mensen van de gemeentereiniging als ze de straat hebben schoongeveegd. Een nanoseconde nadat het riemen-vast-teken was gedoofd, stond iedereen op om de handbagage uit het vak te halen. Vervolgens moesten we wachten tot we naar buiten konden schuifelen en wachten voor de paspoortcontrole en wachten langs de bagagecarrousel, dus waarom hadden we zo’n haast gemaakt?

De man die naast me in het vliegtuig zo breed had gezeten, bukte voorover om zijn koffer van de band te pakken en toen zag ik zijn naad. Daar moest ik even van herstellen, dus bestelde ik bij de Starbucks een gewone koffie. “Je bedoelt een Americano?” vroeg het meisje achter de counter. Ik was zo moe dat ik alleen nog maar ja kon knikken.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden