Tien gebodenKiki Schippers

Kiki Schippers: ‘Comedy is samen met het publiek kijken tot hoe ver je kan gaan’

Kiki Schippers: ‘Voor mij is het helemaal niet zo vanzelfsprekend dat mensen bij elkaar blijven’. Beeld Mark Kohn
Kiki Schippers: ‘Voor mij is het helemaal niet zo vanzelfsprekend dat mensen bij elkaar blijven’.Beeld Mark Kohn

Kiki Schippers (Nijmegen, 1988) is cabaretière, liedjesschrijfster en columniste. Ze is regelmatig te horen op radio en tv – vorig jaar debuteerde ze bij de talkshow De Vooravond – met actuele liedjes. Ze toert met haar voorstelling Meer door heel Nederland.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Peter Sloterdijk (Duitse cultuurfilosoof, AV) heeft ooit geschreven dat Jezus waarschijnlijk het kind van een of andere militair op doortocht is geweest en dat hij, balend dat-ie met zo’n suffe stiefvader zat opgescheept, gewoon een verhaal over God heeft verzonnen, een beetje zoals het kind uit die ene tv-reclame dat eerst moet aanhoren hoe de ene vader bankdirecteur is en de andere chirurg en dan zegt: ‘Mijn vader werkt bij de McDonald’s!’ Zo moet het gegaan zijn: Jezus, als super-charmante waanzinnige die op deze manier allemaal andere bastaardzonen achter zich aan heeft gekregen. Dat vind ik wel een leuke, bevrijdende gedachte. Ik ben niet gelovig, nee, maar ik wil net zo goed bevrijd worden. Wat ik interessant vind aan het vaderloze bestaan, aan het afzweren van alles wat je als kind door anderen is opgelegd, is dat je niet langer iets doet of kiest om bij anderen in de smaak te vallen, maar dat je een eigen mens bent, met een eigen zoektocht. Ik zit vol twijfels, ben vaak onzeker of het fundament wel sterk genoeg is en de angst die dat teweegbrengt kan soms door verbinding worden weggehaald. Als ik op het podium sta – of zélf deel uitmaak van het publiek – voel ik een soort gezamenlijkheid. We kijken dezelfde kant op, we vinden iets met z’n allen, we hebben hetzelfde idee over de werkelijkheid, over wat oké of grappig is. Door ergens deel van uit te maken, ben ik, voor even, aan mijn zoekende, rondtollende zelf ontsnapt.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Het beeldje van Annie M.G. Schmidt, dat ik in 2017 heb gekregen (voor Er spoelen mensen aan, het beste oorspronkelijke Nederlandse theaterlied van het seizoen, AV) is inmiddels onthoofd. Ik was zó blij, zó trots: ik nam Annie overal mee naartoe. ‘Even vasthouden?’ Ze ging door zoveel handen dat het kopje los kwam te zitten van de sokkel en uiteindelijk is afgebroken. Ook wel weer mooi symbolisch, eigenlijk, want je moet natuurlijk geen afgoden dienen. Sterker nog: ik probeer in mijn voorstellingen juist zo veel mogelijk te óntheiligen! GroenLinksers in de zaal die denken dat ze superieure wezens zijn omdat ze allemaal in elektrische auto’s rijden. O ja? En weet je ook hoe vervuilend het is om zo’n ding te maken? Alles wat sterk en stevig lijkt: bom er op. En dan kijken wat er nog van over is. Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het aan mensen die zich maar blijven vasthouden aan hun eigen gelijk.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Als ik provoceer, doe ik dat niet om iemand te kwetsen. Ik probeer dingen juist minder ernstig te maken, er een beetje lucht in te blazen. Zo vond ik het gewoon leuk om, op bezoek bij de Dominicanen, te vertellen over de vriendin van paus Johannes Paulus II, de Pools-Amerikaanse filosofe Anna-Teresa Tymieniecka die volgens de overlevering zijn penvriendin was, maar met wie hij wel samen in een duinhuisje ging zitten. ‘Geen idee’, zeg ik dan, ‘of ze daar ook hard van bil gingen, maar een intieme liefde was het zeker!’ En het grappigst vind ik nog het idee dat deze vrouw als filosofe alles in twijfel moest trekken, en dat ze er dus ook rekening mee hield dat God niet bestaat, maar goed, als je verkering hebt met de paus dan zit je wel met een dilemma: of je vriendje is knettergek, of je gelooft wel in God maar ja, dan mag je natuurlijk niet daten met zijn vertegenwoordiger op aarde, de paus… ­Comedy is samen met het publiek kijken tot hoe ver je kan gaan. En dan zijn tijd en plaats ook nog van belang. Dit verhaal interesseert het ontkerstende publiek van Toomler helemaal niet meer, maar in de ­Dominicaanse kerk kon er nog om gelachen worden.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Onzin. Overdreven gedoe, zo’n rustdag. Ik ben wel begonnen met een bullet journal, een dagboek voor allerlei to-dolijstjes, agendapunten, ideeën en gedachten, waardoor ik iets meer structuur kan aanbrengen in mijn rommelige leven. Zo’n dagboek geeft vooral voldoening – dat ik iets voor elkaar heb gekregen – en die voldoening zorgt uiteindelijk weer voor een beetje rust in mijn hoofd.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader was een intellectueel, iemand die geneeskunde en nog een paar andere studies had afgerond, kort achter elkaar drie kinderen kreeg – twee in zijn eerste huwelijk en één, ik dus, met mijn moeder – werk en privé niet goed kon organiseren, buschauffeur werd om vervolgens de rest van zijn leven boos te blijven op de mensen om hem heen, omdat zijn toekomst gefnuikt was, omdat hij slimmer was dan al z’n passagiers bij elkaar… later is hij nog wel omgeschoold om les te kunnen geven, maar het maakte hem niet minder bitter. Hij bleef verontwaardigd, een grote betweter. Opgesloten in zijn eigen gelijk.

“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik drie maanden oud was. Ik bleef bij mijn moeder wonen. Zij kreeg twee kinderen bij een andere man – mijn halfbroer en mijn halfzus – en later nog drie stiefzonen bij haar nieuwe man… ja, sorry, ik maak er meestal even een tekeningetje bij, maar je begrijpt het al: een bont gezelschap. Mijn moeder is in dit verhaal de sterke partij. Een superonafhankelijke, creatieve, grappige, inspirerende vrouw. Een rolmodel. Ik denk dat mijn vader jaloers was op de tijd die wij met onze moeder doorbrachten. Hij voelde zich tekortgedaan, vond dat hij recht had op ons terwijl hij nooit echt naar ons luisterde. Ik kreeg in mijn pubertijd weer eens ruzie met hem; die keer ging het over mijn vakantiedagen, iets onnozels. Mijn vader zei dat hij me nooit meer wilde zien. Dat is gelukt. Een jaar na die vreselijke scène is hij zomaar ineens dood neergevallen. Hij was 56 jaar.

“Ik ben afgewezen door mijn vader en het is nooit meer goed gekomen. Dat zie je waarschijnlijk terug in de manier waarop ik nog altijd in het leven sta: voortdurend op zoek naar veiligheid, twijfelend, onzeker, ze kunnen je zomaar wegsturen ook al heb je nog zo integer gehandeld. Het verlangen naar een vaderloos bestaan uit het eerste gebod… ja, is het zo duidelijk? Ik vind het best confronterend om te zien hoe bepaalde lijnen door je leven lopen, maar je hebt gelijk: het heeft allemaal met elkaar te maken. Ik ben er huiverig voor om toe te staan dat nog eens iemand, voor wie ik mijn best doe – alsje, alsje, alsjeblieft: vind mij lief – zomaar over mijn lot, mijn geluk kan gaan beschikken. Het is een soort amplitude die langzaam uit trilt, ik word steeds zekerder van mezelf, maar dit zijn kennelijk de dingen waar ik nog steeds het heftigst op reageer.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Heb je die serie van Human, Klassen, gezien? Ik zat iedere keer weer te huilen. Hoe er over dat ene meisje, Anyssa, gezegd werd dat haar klasgenootjes haar zo irritant vonden omdat ze altijd alles beter wist: dat gold voor mij ook. Hoogbegaafd, klas overgeslagen, andere opdrachtjes, vaak voorgetrokken door de leraar die ik zo graag wilde pleasen en dan wijk je dus af, ben je anders dan anderen, de uitgelezen persoon om door jaloerse klasgenootjes gepest te worden.

“Er werd iemand op mijn rug gezet en dan moest ik als een dolle stier rond gaan rennen, of ze vroegen of ik zin had in kauwgum – iets wat ik blij verrast accepteerde – om vervolgens, nadat ik hem in mijn mond had gestopt, te roepen: ‘Haha, door de poep gehaald!’ Spreekkoren in de klas. Opgewacht en in elkaar geslagen… Ik denk dat ik tijdens het televisiekijken vooral aansloeg op de machteloosheid. Ik heb me zo machteloos gevoeld… Ik heb er thuis weinig over gezegd, voelde me wel steeds driftiger worden. Uiteindelijk heb ik een klasgenootje, dat niet eens de grootste pestkop was, bij z’n strot gegrepen. Oversprong-gedrag, heet zoiets. Ik denk dat het grootste deel van mijn agressie naar binnen is geslagen. Niet dat ik mezelf ben gaan snijden of zo, en ik heb ook nooit zelfmoordplannen gehad, maar ik heb me wel voorgenomen dat ik zoiets niet meer zou laten gebeuren. Niemand gaat mij zeggen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik niet mee mag doen. Ik ga gewoon heel hard bewijzen dat jullie eigenlijk allemaal van me houden; dat het een dwaling was… o god, ik vind het eigenlijk zo eng, dit. Al die nare, verdrietige, onderhuidse dingen… Wat een kut-interview. Ja, sorry hoor, zie dat maar als een compliment: ik heb me niet eerder zo veilig gevoeld om dit soort pijnlijke dingen in het openbaar te delen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Nu denk ik: hoezo zou je tijdens een relatie niet gewoon verliefd kunnen worden op andere mensen? Ik word namelijk héél vaak verliefd. Maar ik weet ook dat ik straks, als ik met iemand ben, weer zal kiezen voor: wij, met z’n tweetjes, en geen gedonder met overspel en zo. Ik ben er sowieso erg op beducht dat de boel niet gaat indutten. Dus: tijdig checken of alles nog oké is. Dat vindt niet iedereen leuk. ‘Je voelt toch wel dat het goed zit?’ Misschien. Ja. Kan. En tóch… Het zal ongetwijfeld met het huwelijk van mijn ouders te maken hebben. Voor mij is het helemaal niet zo vanzelfsprekend dat mensen bij elkaar blijven.

“Niet dat het per se een ramp hoeft te zijn als een relatie wordt beëindigd trouwens; ik heb leuke exen en de meesten willen nog contact met me houden dus… tja, wat kan ik je nog meer vertellen? Ik doe het goed bij schoonmoeders, ik ben knap, aangenaam gezelschap, ik ben dol op filosofische gesprekken, vind het leuk om over politiek te discussiëren – vooral ook als je een andere mening bent toegedaan – o, en ik hou niet zo van die sportschooltypes, niet dat gespierde mannen hiermee meteen afvallen, maar als je zo’n afgetraind lichaam hebt, vermoed ik toch dat je vaker in de gym zit dan in de boekenkast. Ik val eigenlijk vooral op degelijke, saaie… of nee, niet saai natuurlijk, maar rustig, ja, van die rustige, gestructureerde, protestantse mannen… zoiets. Misschien mijn telefoonnummer er nog bij? Wat denk je?”

VIII Gij zult niet stelen

“Een jaar of vijf geleden was ik, midden in de vluchtelingencrisis, op vakantie in Griekenland. Terwijl ik daar – rijk, dik en lui – op het strand van Samos een paar cocktails zat te drinken, spoelden een eindje verderop de mensen aan. Die confrontatie heeft me in beweging gebracht: eenmaal thuis heb ik dat lied geschreven over de mensen die we het liefst weer terug de zee in zouden willen sturen. We proberen onszelf in het rijke Westen voor al die ellende af te schermen, hek eromheen, doen alsof het niet bestaat. We denken dat het genoeg is om af en toe die spotgoedkope, door arme kinderhandjes gebreide trui toch maar niet te kopen of voortaan alleen maar groene stroom te gebruiken. Of, zoals het in Mattheüs 26, vers 11 staat: ‘Want de armen hebt gij altijd met u, maar mij hebt gij niet altijd’. Dat vond ik zó’n leuk citaat! Ik denk dat ik er een tegeltje van ga laten maken… maar goed, ik bedoel dus dat je het nooit helemaal kunt oplossen – armen hebt gij altijd – en dat een zeker egoïstisch gedrag onvermijdelijk is, maar kom daar dan in ieder geval voor uit, want dát vind ik misschien nog erger dan niets doen: er een show van maken dat je zo goed bezig bent terwijl je in feite alleen maar aan jezelf loopt te denken.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Wij kennen elkaar niet. En ik weet ook niet wie de mensen zijn die straks dit interview gaan lezen. Ik denk dat ik daarom soms ook een beetje om de waarheid heen dans of me minder stellig uitspreek over dingen; ik ben bang voor het oordeel, wil vooral aardig gevonden worden. Het begint wel iets te verschuiven hoor – dat mag ook wel, mede dankzij therapie – maar vooralsnog is het podium nog steeds de plek waar ik écht eerlijk en integer ben.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Iemand heeft ooit eens gezegd dat jaloezie zoiets is als het drinken van gif en hopen dat de ander sterft. Ik ken ze wel hoor, die donkere momenten waarop ik vind dat het allemaal niet erg opschiet en andere mensen veel succesvoller zijn. Ik ben op een of andere manier altijd het achtjarige buitenbeentje gebleven. Wat drijft me nu? Daar probeer ik in mijn nieuwe voorstelling, Meer, achter te komen. Ik wil óók een banjo – terwijl ik helemaal niet weet hoe ik op zo’n ding moet spelen – ik wil óók roze, ik wil óók glitters! Vroeger wilde ik óók Adidas-schoenen en een Eastpak-rugzak, alles om er maar bij te horen. Nou, en toen kwam corona langs en werd het ineens een heel actueel onderwerp waar ik met genoegen nog wat langer over na kan denken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden