Thee

Karin Sitalsing zoekt naar de earl grey van haar eigenzinnige tante

Beeld Getty Images/Zoonar RF

Journalist Karin Sitalsing is al jaren op zoek naar de thee die ze altijd bij haar eigenzinnige tante dronk. Precies die smaak, ze kan ’m nergens vinden. Of gaat haar zoektocht eigenlijk heel ergens anders over?

Ik groeide op in een normaal, gemiddeld gezin in een normaal, gemiddeld Brabants dorp waar zelden iets spectaculairs gebeurde. Het waren de jaren tachtig, trage dagen, lome zomers, die ik grotendeels met mijn broers doorbracht bij basketbalveldjes – zij op het veld, ik in de zandbak ernaast. Of ik las een boek, of speelde buiten met vriendjes en vriendinnetjes die uit net zulke normale en gemiddelde gezinnen kwamen. Wat je zelf niet hebt, is altijd spannender. Als mijn eigen jeugd niet zo gemiddeld was geweest, had tante Hilda misschien wel nooit zo’n indruk op me gemaakt.

Tante Hilda was de oudste zus van mijn moeder, en zij deed precies waar ze zin in had. Ze was alleen, had altijd haar eigen geld verdiend en genoot nu van haar pensioen en van het leven. Ze maakte mooie reizen met vriendinnen, ging naar concerten.

Ik logeerde geregeld bij haar, in het grote Amsterdam. Eerst samen met mijn moeder, en toen ik oud genoeg werd om zelf te reizen, ging ik alleen. En één van de dingen die er dan gebeurde, was het theedrinken.

Earl grey

Bij tante Hilda dronk ik voor het eerst earl grey, en het was de lekkerste thee die ik ooit had geproefd. Ik zie haar nog zo uit de keuken komen met het witte, ronde metalen dienblad, daarop een potje en twee witte porseleinen kopjes. Een schaaltje met chocoladerozijntjes.

Zij ging zitten, in de fauteuil bij het raam. Links van haar het wandmeubel, vol boeken over verre landen, vogels, bloemen, literatuur, poëzie, boeken met spannende titels als ‘Het Tibetaans Dodenboek’. En aan de overkant van de tafel, op de bank, daar zat ik. We dronken thee en praatten.

Bij de eerste solo-logeerpartijen was ik, denk ik, een jaar of vijftien, waar praat je dan over? Vriendinnen, school, dromen. En tante Hilda nam slokjes thee, en ze lúisterde naar me. Ze gaf me haar onverdeelde aandacht en praatte tegen me als tegen een volwassene. Als we samen theedronken en praatten, was ik geen kind of puber, maar dan had ik het gevoel dat een snippertje van haar vrouw-van-de-wereldheid ook op mij afstraalde.

Meer dan huisje-boompje-beestje

Het waren de jaren tussen mijn vijftiende en mijn vierentwintigste, de jaren van vriendjes, eindexamen, het huis uit, studeren. Een eerste baan. Rijlessen. Precies die jaren, kortom, waarin je nadenkt over de vraag: hoe ga ik dat eigenlijk doen, mijn leven inrichten?

En bij tante Hilda zag ik dat het ook anders kon. Dat er meer was dan huisje-boompje-beestje, meer dan het dorp waarin ik opgroeide. Überhaupt, dat er meer was. Zij wist dat als geen ander. Als jonge vrouw, begin twintig, was ze van Suriname naar Nederland gekomen. Het was net na de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin je dat niet deed, als vrouw alleen, zonder man, zonder plan. Maar haar vleugels kriebelden, ze moest uitvliegen. Ze streek neer in Amsterdam, vond een baan, een flatje en haar draai.

Tante Hilda maakte onbedoeld mijn wereld groter. Met het rijke leven dat ze leidde, met haar vriendinnen, haar reislust, haar vrijheid. En met haar thee.

Ze overleed.

Het zal een paar maanden na haar dood – december 2000, ik was net 24, zijn geweest – toen ik voor het eerst aan mijn moeder vroeg waar tante Hilda haar thee toch kocht. En mijn moeder haalde haar schouders op: ze deed altijd gewoon boodschappen bij Albert Heijn, dus het zal Pickwick zijn geweest of het huismerk?

Ik kocht ze beide. Ze waren het niet.

Een kek blikje goedheid

Waar ik vervolgens ook kwam, supermarkt, markt, exclusief theewinkeltje, restaurant, overal snuffelde ik aan de earl grey. Het werd een missie, of misschien meer een manie. Elk weekendje weg, elk dagje uit, even dat ene winkeltje in, sorry, reisgenoten, momentje. De airbnb in Keulen waar lekkere earl grey in het keukenkastje lag? Ik noteerde het merk en wandelde de lokale supermarkt in. Tijdens een weekend Kopenhagen kocht ik in een chic warenhuis een kek blikje vol vacuüm verpakte goedheid vanwege die géur! Nooit heb ik durven omrekenen wat ik nou uiteindelijk precies heb afgerekend.

Beeld Getty Images/Zoonar RF

Als ik in een café of restaurant thee dronk, proefde ik goed en kritisch. Kwam-ie in de buurt, dan ging de verpakking mee naar huis, mijn portemonnee puilde uit. Eén keer belde ik de volgende ochtend naar het restaurant in kwestie, waar is jullie thee van? Online bestelde ik karrenvrachten vol, om vervolgens snuivend als een junk boven de verpakking te hangen.

En elke keer, als ik dan vol verwachting het zakje in water liet bungelen, bleek het dan toch weer niet die ene thee te zijn.

In de zomer van 2016 logeerden mijn geliefde en ik in een tuinhuisje in Maarssen. Het ontbijt werd in de tuin geserveerd: croissantjes, kaasjes, sapje. Een mandje met theezakjes. Ik deed wat ik altijd doe in geval van theezakjes: er met mijn vingers doorheen wandelen, op zoek naar de earl grey.

Gevonden

Hoesje open, zakje eruit. Zakje in kop water. Eén, twee, drie, vier keer dippen. De checklist in mijn hoofd die puntje voor puntje werd afgevinkt. Kleur: check. Geur: check. Maar de smaak? Zou het..? Opgewonden nam ik een eerste slokje. Keek met grote ogen mijn vriend aan.

Ik had de thee van mijn tante gevonden.

O ironie. Het bleek het huismerk van Albert Heijn te zijn, de allereerste thee, kortom, die ik ooit had gekocht omdat het die waarschijnlijk zou zijn, maar niet was, en nu toch? Wij in Maarssen de Albert Heijn in, want stel nou dat de samenstelling daar nét een pietsie anders was dan thuis in Groningen? Hup, wij naar het theeschap. Peuters en ouden van dagen aan de kant duwend, slalommend tussen de winkelkarren door.

Later, huiswaarts met een kofferbak vol. Ik had bij wijze van spreken mijn jas nog aan of ik stond al thee te zetten. Water in kopje, doosje open, hoesje eraf, zakje eruit, zakje in water, Eén, twee, drie, vier keer dippen.

Weer die checklist. Kleur: check. Geur: check. Alleen de smaak nog, maar ik wist het zéker, de mentale notitie was onfeilbaar, na ruim zestien jaar zoeken had ik eindelijk de thee van mijn tante gevonden, na al die jaren, al die honderden euro’s, al die miskopen, al die duizenden theezakjes in al die varianten die ons huis hadden betreden – met citroen, of juist zonder, mét korenbloempjes – aan die tocht kwam nu een einde.

Ik sloot mijn ogen en nam een slok.

Neeeeee!

Het was ’m wéér niet.

Een paar weken later had ik een kennis op bezoek. Ze wilde ons nieuwe huis zien, en in de badkamer bewonderde ze de waskommen. Tsja, verzuchtte ze, mooi hoor, maar ja, het is zo’n gedoe hè, hier in Groningen. ‘‘Met dat water hier.’’

Zacht water

Eh, pardon, vroeg ik? Ze vervolgde, hier in Groningen is het water heel hard, waar zij vandaan kwam is het veel zachter, smaakt het ook heel anders.

‘‘Waar kom je vandaan dan?’’

‘‘Uit Maarssen.’’

Vermoedelijk hoorden ze drie straten verderop de kwartjes vallen. Jarenlang had ik lopen zoeken, bakkenvol geld uitgegeven. Ik had me nooit ook maar één seconde gerealiseerd dat het aan het water kon liggen.

Terwijl ik als een idioot op theejacht ging, was mijn leven gewoon doorgegaan: ik vond de liefde, ging samenwonen, begon voor mezelf als journalist, maakte mooie reizen, verzamelde lieve vrienden en vriendinnen om me heen, ging naar de film en naar concerten, schreef af en toe een boek. Nu ik erop terugkijk, best een beetje tante-Hilda-esk.

Net als zij werd ook ik geen moeder, maar wel tante. Mijn broer kreeg een zoon en een dochter. Zij zijn nu negentien en zestien, precies die sluis tussen kind en volwassenheid waar ik destijds in zat. Ik heb een goede en warme band met beiden. We voeren gesprekken over hun toekomstdromen, ze vertellen me wat hun bezighoudt. Nu ben ík de tante in de fauteuil met de boekenkast.

Mijn theezoektocht gaat intussen gewoon door. Nu is het natuurlijk de sport om de thee te vinden die de smaak het dichtst benadert mét dat harde Groningse water. Ik hoop nog altijd dat ik die ooit vind. En heel stiekem fantaseer ik er weleens over dat mijn neefje en nichtje later aan hun vader vragen: ‘‘Zeg pap, die thee die tante Kaatie altijd had, weet jíj waar ze die kocht?’’

Lees ook:

Zwarte thee is niet meer hip, en dus heeft Unilever een probleem

Unilever denkt na over hoe het verder moet met de theedivisie. Verkoop is een optie, maar geen zekerheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden