null Beeld

ColumnRosita Steenbeek

Kardemom, gember, pistache en rozenwater in Ristorante Kabul

In een morsige buurt bij stazione Tiburtina staat op een rood bord: Ristorante Kabul. Het schemert al. Buiten onder een tentdak zit een jongeman met getrimde baard. ­Nauwelijks hoorbaar beantwoordt hij mijn groet.

In een lichte ruimte staan rood gedekte tafeltjes, op de grond liggen tapijten en de muren zijn behangen met foto’s van vrouwen in veelkleurige Afghaanse kledij en van mannen die aanstormen te paard. Na enige tijd duikt vanuit de keuken een man op, ook een dertiger. Ik vraag om de meest authentieke Afghaanse gerechten. Even later serveert hij zwijgend dieprode linzensoep, die ruikt naar munt en koriander.

De man die buiten zat komt binnen, strak voor zich uit kijkend. Zouden ze het gek vinden, een vrouw alleen? Even later verschijnt een derde leeftijdgenoot met fietshelm, net zo ernstig en evenmin groetend. Of zijn ze aangeslagen door de tragedie in hun land?

Kardemom, gember, pistache en rozenwater

Zwijgend brengt de eigenaar de kichiri, een soort risotto, en vervolgens het toetje geurend naar kardemom, gember, pistache en rozenwater.

“Bestaat dit restaurant al lang?”

“Anderhalf jaar.”

Daarvoor woonde hij in Londen waar zijn ouders naartoe emigreerden.

“So you speak English?” zeg ik.

Een lach van opluchting.

De buitenlanders hebben alleen maar ellende gebracht

In Engeland werkte hij als vliegtuigbouwkundig ingenieur. “De Engelsen wilden dat ik voor hen ging werken in Afghanistan. No way! De buitenlanders hebben alleen maar ellende gebracht.” Daarom maakte hij deze carrièreswitch.

“Ze komt uit Nederland”, zegt hij tegen de anderen die me nu ook aankijken. Als de eigenaar in de keuken verdwijnt zegt de man met de baard in het Engels: “Hij is somber, heeft alles geïnvesteerd maar het ging fout door corona. We houden hem elke avond gezelschap.”

“Bovendien spreken Italianen geen Engels”, zegt de man met de fietshelm, “en ze willen alleen pasta en wijn.”

Ze vinden het wel knap dat Italië in twee weken tijd met zevenentachtig vluchten bijna vijfduizend Afghanen hierheen heeft gebracht.

Een fysiotherapeut die armen en benen maakt

De man met de baard vertelt over een Italiaanse fysiotherapeut, Alberto Cairo, die in Kaboel armen en benen maakt, soms ook voor de Taliban. “En hij organiseert sport voor gehandicapten. Mijn zusje raakte een been kwijt door een explosie. Met haar volleybalteam deed ze mee aan een internationaal toernooi in Italië. Nu zit ze in de put omdat sport voor vrouwen is verboden. Iedereen geeft de schuld aan de Taliban, maar de buitenlanders hadden dit kunnen voorkomen. Ze hebben zich nooit echt in Afghanistan verdiept.”

Ik zeg dat ik gauw terugkom maar eerst naar mijn moeder ga in Nederland.

“Natuurlijk! Ouders zijn het ooft van de hemel. Drink je thee met ons?”

We verhuizen naar het tafeltje buiten waar ik eerder zo stug door hem werd gegroet.

“Elke dag bel ik mijn moeder in Kaboel”, zegt hij.

“So your mother is sweet”, concludeer ik.

“Mijn moeder is zoeter dan honing.”

We drinken thee met saffraan uit Afghanistan, de beste van de wereld.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden