FamiliealbumJoy en Davin

Joys broer Davin heeft Down: ‘Ik dacht er niet aan dat hij anders was’

Joy en Davin op de glijbaan in een Monkey Town-speelparadijs.  Beeld
Joy en Davin op de glijbaan in een Monkey Town-speelparadijs.

Davin (22), de broer van Joy Bijster (20), heeft het Syndroom van Down. Ze zaten op dezelfde basisschool; soms wist de leraar zich niet goed raad met hem en werd Joy om hulp gevraagd.

“De glijbaan was voor ons een van de attracties in Monkey Town, maar ik vond het wel spannend. Ik schoof Davin, hij was hier denk ik zes en ik vier, naar voren – dat deed ik altijd wanneer ik iets niet durfde maar het wel graag wilde. Hij was trots omdat hij de grote broer was die wel durfde.

We gingen vaak naar deze speelhal want we konden er van alles samen doen. Davin is een doener, thuis maakten we ons eigen klimparadijs met stoelen, kussens en tafels. Zwemmen vond hij ook heerlijk, in vakanties hebben we samen eindeloos gedoken. We voetbalden of dansten ook op muziek.”

“Nog steeds gaan we allebei helemaal los als we in de auto K3 opzetten. Maar meestal speelden we in ons eentje. Hij ging wel bij mij in de buurt zitten en kopieerde wat ik aan het doen was, al deed hij het dan toch net anders: ik legde kleurenblokjes, hij bouwde ermee.

Jaloers

Ik kan me niet een moment herinneren dat ik opeens besefte dat hij het Syndroom van Down heeft. Davin was voor mij altijd gewoon Davin, ik stond er niet bij stil dat hij anders was. Hij sprak niet heel duidelijk maar ik kon hem goed verstaan en vertaalde wat hij zei. Dingen kostten bij hem veel tijd, zoals aankleden, en dan kon ik jaloers zijn omdat ik het idee had dat er meer aandacht naar hem ging dan naar mij. Hij kreeg IQ-testjes: voor mij zag het eruit alsof hij spelletjes deed en dat wilde ik ook. Mijn ouders hebben hun aandacht altijd tussen ons verdeeld, maar met name onze oppas had in het begin de handen vol aan hem. Hij spiegelt gedrag, en als iemand weinig ervaring met hem heeft test hij uit hoe ver hij kan gaan, daar is hij heel geraffineerd in.

Davin is zachtaardig maar ook eigenwijs en koppig, dat maakt zijn gedrag soms onvoorspelbaar. Als hij ergens geen zin in heeft kan iets een hele heisa worden. Op school vonden ze het weleens lastig met hem. We gingen naar dezelfde basisschool, hij zat een klas hoger dan ik en had een eigen programma. Een enkele keer werd ik uit de les geroepen door een leerkracht: “Davin zit buiten op de container, we krijgen hem er niet af, wil jij even helpen?” Ik ging dan naast hem zitten om een praatje te maken over iets dat hem interesseerde, Pokémon bijvoorbeeld. Met zo’n trucje kon je hem ontdooien en daarna ging hij gewillig mee. Dat het de leraren soms niet lukte lag niet aan hen: ik kende Davin zo goed dat ik hem het beter begreep.”

“Begin middelbare school begon ik me onzeker te voelen over de mening van anderen: vonden ze hem niet raar? Hij kón ook irritant zijn: als ik een vriendin mee naar huis nam, wilde hij met ons meedoen en ging hij zich uitsloven, vooral als ze blond was, dan zei hij dat hij met haar wilde trouwen. Ik vroeg me weleens af hoe het zou zijn als hij geen Down had. Het leek me cool om een broer te hebben met wie je op een gelijkwaardige manier dingen kunt delen of ruziemaken. Ik zag hoe het bij anderen kon zijn: twee zusjes die als vriendinnen met elkaar omgingen maar ook samen bekvechtten. Daar had ik ook behoefte aan.”

Makkelijk doelwit

“Davin is nu tweeëntwintig, hij heeft de hormonen van een volwassene maar je moet hem benaderen als een kind van zes, zeven jaar, dat is balanceren op een dunne lijn. Vorig jaar was ik zijn begeleider toen hij klusjes deed op een basisschool. Ik zag dat hij een makkelijk doelwit is voor pesterige kinderen, dat deed me pijn. Hij is open, niet oordelend, ik gun hem dat hij zelf ook zo wordt behandeld. Hij schaamt zich nergens voor, hij is zoals hij is. Zelf worstel ik met vragen als: wat vinden anderen van mij, hoe voldoe ik aan verwachtingen? Davin heeft daar helemaal geen last van. Hij kan genieten van kleine dingen, eigenlijk houdt hij zich bezig met de kern van het leven, dat vind ik mooi.

Sinds ik niet meer thuis woon en hij begeleid woont, zie ik hem veel minder. Vroeger was hij er altijd, nu mis ik hem als hij er niet is. Maar als we elkaar weer zien, is het goed. We hebben een band van weinig woorden, een soort zijnsband. Gevoelsmatig heb ik hem in leeftijd allang ingehaald: hij is mijn kleine broertje geworden. Voor hem is dat niet zo, vandaag nog zei hij trots: ik ben jouw grote broer.”

Deze rubriek wisselt wekelijks af met de rubriek ‘relatie-DNA’. Wilt u ook worden geïnterviewd naar aanleiding van een bijzondere foto? Mail: fotoalbum@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden