InterviewJouke van Dijk

Jouke van Dijk: ‘Doe ‘ns een weekendje Dokkum’

Beeld Martijn Gijsbertsen

Van de hordes toeristen die naar de eilanden trekken, profiteren de Friese en Groningse kusten veel te weinig. Volgens Jouke van Dijk, zelf uit Holwerd, kan dat anders. ‘Maar dan moet er wel iets te beleven zijn.’

“Het is Werelderfgoed, het Waddengebied en dat kun je heel mooi vanaf de vaste wal bekijken”, zegt Jouke van Dijk. Hij is pal aan de kust geboren, in Holwerd, de vertrekplaats voor de boot naar Ameland. “Als kinderen ­zagen wij die stroom toeristen wel gaan, maar zelf kwamen we ­zelden op de eilanden.”

Hoogleraar Jouke van Dijk (1956) is arbeidsmarktspecialist aan de Rijksuniversiteit Groningen, voorzitter van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland en ­directeur van de Waddenacademie in Leeuwarden. De academie onderzoekt de Waddenregio en z’n – ook economische – toekomst.

In het net verschenen ‘Een klein land met verre uithoeken’ toont geograaf Floor Milikowski hoe de overheid vanaf de jaren tachtig economische zwakkelingen de rug toegekeerd heeft, onder het motto don’t back the losers, pick the winners. Met ingrijpende gevolgen. Terwijl de Nederlandse bevolking de komende vijftien jaar stug doorgroeit, krimpt het noorden van Friesland en Groningen, meldde het CBS eind vorig jaar. De cijfers zijn dramatisch: het platteland ontvolkt daar met maar liefst 5 tot 10 procent.

Jouke van Dijk is minder pessimistisch. De kust, zegt hij, kan de provincies er weer bovenop helpen. Daarvoor moet er nog wel veel water door de Waddenzee stromen. Want de noordkust van Friesland en Groningen mag dan Waddenkust zijn, veel toeristen stoppen er niet, voor ze scheepgaan op weg naar de eilanden. Ze zien niet eens hoe mooi het er is, zegt Van Dijk.

Beeld Martijn Gijsbertsen

Hebben de bewoners er zelf wel oog voor?

“Nu wel. Ik ben opgegroeid met de rug naar het Wad, de zee was gevaarlijk, het goede leven lag op het land. Maar het aantal banen in de melkveehouderij en de akkerbouw is ­geslonken. Jongeren vertrokken, het land vergrijsde en het geboortecijfer was laag. Dat laatste is nog steeds zo, maar de jongste cijfers die ik heb gezien, tonen dat we het dieptepunt gehad hebben, er is geen emigratieoverschot meer. Veel van mijn medewerkers in Groningen wonen buiten de stad, veel goedkoper, en met de elektrische fiets prima ­bereikbaar. Dat bevordert de leefbaarheid daar. Er strijken ook wat randstedelingen neer, die hebben werk dat je overal kunt doen – theater, grafici, ict’ers. Na een jaar of wat heeft dat effect. Ik zie nu bij Holwerd al minder huizen te koop staan.”

Holwerd aan zee

Een Arnhems ontwerpbureau be­dacht ‘Holwerd aan Zee’. Het verpauperde Noord-Friese geboortedorp van Jouke van Dijk moet een dijkdoorbraak krijgen, zodat het voor recreanten aantrekkelijk wordt. Net als de levendige Duitse kustdorpen aan de Waddenzee. Het miljoenenproject wordt omarmd door de bevolking, zegt Van Dijk. Het zeewater stroomt nog niet langs het dorp, maar de eerste effecten zijn er al: “Ik zie minder huizen te koop staan”.

De landbouw kwijnt, dan is toerisme toch een uitkomst?

“Met de werkgelegenheid in het traditionele boerenbedrijf gaat het inderdaad niet goed, maar er is nog wel toekomst voor het kweken van bijvoorbeeld pootaardappelen die te­gen verzilting kunnen. Nu al merken boeren dat het water in de dijksloten door de stijgende zeespiegel zouter wordt. Internationaal is voor zoutbestendige gewassen een grote markt. Verder kun je denken aan kleinschalige landbouw waar de hele verwerking in de regio plaatsvindt. Dat levert ook wel wat banen op.”

Maar de echte motor moet toch het toerisme worden. Sluit ook goed aan bij het opleidingsniveau, dat er vrij laag ligt.

“Ja, voor mbo’ers is er prima werkgelegenheid. En het ­begint wat te komen. Ook in de havenplaatsen waar de ­veerboten vertrekken naar de eilanden. In Harlingen heb je reuring, doordat de veerkade in het hart van de stad ligt. Maar in Holwerd heb je geen steiger, de pier ligt 2 kilometer buiten het dorp. Dat was de wijsheid van toen: leg een rondweg aan, wat heb je aan al dat verkeer voor Ameland? Nu denken we: laat ze maar even langskomen hier.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

Het toerisme is sinds de jaren zestig een enorme bron van welvaart voor de eilanden. Aan de overzijde van de Waddenzee weten ze daar nauwelijks van te profiteren. In haar boek ‘Schaduwkust’ (2018) noemt Ineke Noordhoff de Groningse noordkust een ‘zorgenkind’: “Over dit landschap hangt een waas van afhoudendheid. Aan de andere kant van de Dollard ligt zo’n zelfde Waddenkust. Ook daar waait vaak een onge­remde zeewind, maar de kleine Duitse vissershavens zijn magneten voor toeristen die van het Werelderfgoed willen genieten. Er zijn hotels gekomen, gemeenten maken plaats voor strandkorven en leggen buitendijkse campings aan met als het even kan een getijdenzwembad. Aan de Groningse kust kun je bijna overal een kanon afschieten.”

Herkent u dat desolate beeld?

“Ja. En de Duitsers doen dat beter – maar hun eilanden zijn kleiner, ze konden lang de Oostzee-eilanden niet gebruiken vanwege de deling van het land, en je kon aan de kust op kosten van de ziektekostenverzekering gaan kuren. Daar hebben ze op het vasteland handig gebruik van gemaakt. Wel zie ik een historisch verschil tussen Groningen en Friesland. Polderde een Groningse boer een kwelder in, dan werd dat z’n eigen grond. De dorpjes kwamen zo verder van de kust af te liggen. In Friesland heb je meer kustplaatsjes.”

Volgens een toerismerapport uit 2008 is identiteit de grote troefkaart van deze regio, met ‘authentieke dorpjes, knusheid, lieflijkheid en kleinschaligheid’. Daar grossiert de Fries-Groningse kust in. Toch trekken die vakantiegangers twaalf jaar later daar nog steeds voor naar de eilanden.

“Dat zouden ze beter eens kunnen combineren met een ­bezoek aan de kust. De vakanties zijn korter geworden, geen drie weken Ameland in een tent, maar een midweek. Waar­om niet een weekeindje Dokkum?”

Beeld Martijn Gijsbertsen

En, waarom niet?

“Da’s een kwestie van voorzieningen. Als je op de fiets door het weidse land rijdt, heb je met die elektrische aandrijving weinig last meer van de wind. Maar neem wel je eigen brood mee. En voorkom vooral een lekke band, want fietsen­makers zijn dungezaaid. De provincie en de gemeente ­zullen ondernemers daarbij moeten helpen: dat je je als ­fietsenmaker presenteert, dat er niet één maar een paar ­restaurants per gemeente zijn, dat het dorpscafé open is.”

Dat snapt zo’n caféhouder nu toch ook wel?

“Ja, maar die staat onder druk, de omzet is laag. Daar kan de gemeente wat aan doen: duidelijk maken dat de leefbaarheid groter wordt als er meer toeristen komen. En dat er meer toeristen komen als er meer voorzieningen zijn.

“Niet alleen horeca speelt daarin een rol, ook kunst. Kent u het initiatief Sense of Place, die landschapskunst aan de Friese kust? Dan zie je al van ver een enorme, mooie vrouw op de dijk staan of een aardappelboer in het land. Maar als je vervolgens nog eens 20 kilometer moet fietsen eer je weer eens wat fraais tegenkomt, dan haak je af. Er moet wat te beleven zijn.”

Per jaar bezoeken een slordige anderhalf miljoen gasten de Waddeneilanden. Daar klinkt de kritiek dat het wel wat minder mag, dat wil zeggen: laten we massatoerisme inruilen voor kwaliteitstoerisme. Geen schnitzels, maar lokale producten. Een marketingbureau heeft voor de kwaliteitstoerist zelfs een personage bedacht: ze heet Nora, is ­freelancejournaliste en een tikje vrijgevochten. Volgens het Fries Sociaal Planbureau ligt die nieuwe, vrij welgestelde toerist goed bij de bewoners.

Waar mikt u op?

“Nou, van de Nederlanders onder de lijn Amsterdam-­Enschede kent bijna niemand deze regio. Daar is een wereld te winnen. Kijk, we zitten niet te wachten op Giethoorn-achtige taferelen, maar dertig-, veertigduizend van die ­Nora’s die hier in het seizoen van hun vakantie komen ­genieten en de Wadden vanaf de Friese of Groningse dijk komen bekijken, dat lijkt me mooi.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden