Joris Linssen: '

Tien gebodenJoris Linssen

Joris Linssen houdt er zijn eigen religieuze rituelen op na. ‘Je hoeft niet in God te geloven om een goed mens te zijn’

Joris Linssen: 'Beeld Mark Kohn

Tijdens het programma Boeddha in de polder deed hij mee aan stilte-meditaties en probeerde hij in een ijsbad z’n ademhaling onder controle te krijgen. Heel Zen allemaal, maar ’t liefst trekt Joris Linssen z’n cowboylaarzen aan en stapt hij de wijde wereld in, ‘met onbaatzuchtige liefde en zonder vooroordeel’.

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Ze hebben me nog wel laten dopen, maar zo rond mijn zesde wilden mijn ouders – net als veel van hun generatiegenoten – niets meer met de katholieke kerk te maken hebben. Mijn moeder heeft op een kostschool gezeten met van die valse, strenge nonnen, en ook mijn vader kreeg steeds meer weerzin tegen het verstikkende karakter van het katholicisme.

Ik heb wel altijd een zwak gehouden voor het theater van de roomse kerk, voor de rituelen. Ik maakte in 2004 een documentairereeks over de uitvaartbranche en het viel mij op dat ik de rituelen bij een katholieke uitvaart veel mooier en troostender vond dan de schuld en boete die werden gepredikt bij een gereformeerde uitvaart. Daar kreeg de overledene bijna een trap na. Ik vind het inspirerender om deemoedig te knielen voor een barmhartige moederfiguur dan op je kop te krijgen van een strenge ­vader.

Ik ben niet gelovig, maar ik hou er wel mijn eigen religieuze rituelen op na door af en toe een kruisje te slaan bijvoorbeeld. ­Tijdens de opnames van Boeddha in de polder heb ik een zogenaamde sjamanistische ­tatoeage van een cowboylaars laten zetten. Die laars staat voor onderweg zijn, het is een knipoog naar Mexico – het land waar ik veel van houd –, hij staat voor de muziek die wij maken met de band, voor eigenwijsheid en voor avontuur. Het is een talisman, een geluksbrenger. Dat is een soort bijgeloof, zeker. Het is ook een heel dunne lijn, tussen geloof en bijgeloof.”

Joris Linssen

Joris Linssen (Nijmegen, 1966) bekend van tv-programma’s zoals Taxi en Hello Goodbye, tevens zanger van de band Joris Linssen & Caramba, presenteert vanaf maandag 20 december elke dag om 21.10 uur Joris’ Kerstboom – laatste uitzending op 25 december om 20.30 uur – en van maandag 27 tot en met vrijdag 31 december, elke dag om 19.20 uur, de KRO-NCRV/de Boeddhistische Blik-serie Boeddha in de polder. Alles te zien op NPO 2.

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Tegenwoordig zie je veel Boeddhabeelden in vensterbanken staan. Zeker, ik heb zelf óók zo’n beeld in huis. Het is een liggende Boeddha uit Indonesië. Voor mij is het vooral een souvenir, een herinnering aan een mooie reis. Weet je wat een boeddhist me laatst vertelde? Als het haardhout op is, gooi dan gewoon het beeld van Boeddha maar op het vuur. Daar beledig je hem echt niet mee. Sterker nog: Boeddha zal je warmte ­geven.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“In Nederland houden we veel rekening met de religieuze gevoelens van anderen. Dat is ook mooi, omdat het tolerant is. Maar eigenlijk is het vreemd dat de overheid anno 2021 nog steeds bijzonder onderwijs faciliteert. Het lijkt mij gelijkwaardiger als alle scholen openbaar zouden zijn.

Er schiet me nu iets te binnen: toen ik veertig werd, heeft mijn vrouw aan alle gasten op het feest gevraagd een herinnering op te schrijven aan mij. Een jongen voor wie ik een soort vaderfiguur ben, schreef: ‘Dat je mij eens zei dat je niet in God hoeft te geloven om een goed mens te zijn’. Ik kon het me niet herinneren, maar het ontroerde me enorm dat die opmerking zo’n indruk op hem had gemaakt. Het is misschien een hoogmoedige gedachte, maar ik denk dat de mens in staat is om z’n eigen geweten te volgen en dat we al die dogma’s helemaal niet nodig hebben.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Toen het coronavirus uitbrak, zat ik midden in een tournee. Ik begon als een gek allerlei dingen te doen – liedteksten schrijven, filmpjes opnemen en zo – tot ik in de gaten kreeg dat de wereld écht tot een soort van stilstand was gekomen. Daarna volgde een prettige periode: onze dochters werden ­helemaal gek op hun kamers in Amsterdam en kwamen wat vaker thuis, het werd lekker weer, we zaten hele middagen met z’n allen in de zon op het balkon, dronken een borrel en voerden lange gesprekken. We hadden ineens weer alle tijd voor elkaar en dat ­voelde heel weldadig, eerlijk gezegd. We zijn namelijk allemaal zo: het hele gezin Linssen houdt ervan om hard te werken.

Het is geen angst voor de stilte, geen compensatiegedrag of zo; ik vind het gewoon heerlijk om bezig te zijn. Na die min of meer gedwongen rustperiode kreeg ik het drukker dan ooit: ik maakte opnames voor Boeddha in de polder, werkte aan een nieuwe theatervoorstelling met mijn band en toen kwam er ook nog een extra serie Hello Goodbye tussendoor. Weet je wat trouwens wel heerlijk was? Tijdens de opnames van Boeddha deed ik mee aan stiltemeditaties, nam ijsbaden en leerde op mijn ademhaling te letten. Het was alsof ik even mocht uitrusten op m’n werk.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn ouders vinden het allebei nogal overdreven als ik in Oorlog in mijn hart zing dat mijn vader van de ratio en mijn moeder van de emotie is, maar in grote lijnen klopt het wel. Ik ben echt een mix van die twee.

Ze zijn uit elkaar gegaan toen ik elf of twaalf was en een paar jaar later officieel gescheiden. Die scheiding was voor mij zeker niet problematisch. Ik kan me zelfs herinneren dat ik in het laatste jaar van de basisschool zo’n beetje de laatste leerling met ­getrouwde ouders was. Ze kregen nieuwe partners die zelf ook al kinderen hadden; we vormden als het ware één grote, bonte familie. Ik heb er warme herinneringen aan. Ik wilde ook graag een samengesteld gezin. Door pleegkinderen op te vangen, bereikten we hetzelfde.

Ik heb me weleens afgevraagd in hoeverre het stukgelopen huwelijk van mijn ouders met de tijdgeest te maken heeft gehad. Ze wonen nog altijd drie straten bij elkaar vandaan, gaan samen naar verjaardagen en hebben zelfs de dag gevierd waarop ze 25 jaar getrouwd zouden zijn geweest.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Als kind hield ik veel meer van Zorro, de gemaskerde held die tegen onrecht en corruptie vocht, dan van gewelddadige series en films. Ik las Koning van Katoren van Jan Terlouw of Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman, boeken waarin een gewone jongen – niet per se een heel sterk iemand – allerlei avonturen moest doormaken om te kunnen groeien. Op reis gaan, mensen om je heen verzamelen en gelouterd worden. Eigenlijk is dat precies de romantische ­gedachte die ik al een heel leven met me meedraag. Ik was altijd al die cowboy, maar dan zonder de pistooltjes.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Op mijn negende ben ik een keer met mijn moeder naar een concert van Herman van Veen geweest. Hij zong Liefde van later, de vertaling van dat beroemde liedje van ­Jacques Brel. ‘Als liefde zoveel jaar kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn…’, die tekst raakte me enorm. Later begreep ik pas dat het ook gaat over sleur en eenzaamheid, maar toch, het idee dat je als stel heel lang bij elkaar zou kunnen blijven, en hoe mooi zoiets kan zijn, heeft daar toen postgevat.

Ik moest eerst alleen nog iemand voor dat doeleinde zien te vinden. Ik viel altijd op de wat wulpsere vrouwen, type Angélique (Franse avontuur/kostuum-tv-serie in de jaren zeventig, AV), ze kwamen vaak uit andere milieus dan ik. Totdat ik Rebecca ­tegenkwam, die ook op de universiteit zat, muziekmaakte en politiek geëngageerd was. Haar vader was kunstschilder geweest, zij had als meisje een brief geschreven naar Achterwerk, die serie van de VPRO Gids waarop wij ook geabonneerd waren. We begrepen elkaar, we wisten waar we vandaan kwamen en later bleken we ook nog eens dezelfde ideeën te hebben over het soort ­gezin dat we wilden stichten.

Toen de kinderen jong waren, heb ik ­gedacht: ik moet zien te voorkomen dat er een soort decadente verzadiging gaat op­treden. Leuke vrouw, twee leuke dochters, leuk huis, leuke auto, leuke baan, leuke band – mooi, maar ook best saai, eigenlijk. Dat was het moment waarop mijn vrouw en ik de eerste keer besloten om een pleegkind op te nemen. We hadden al een goede relatie, maar die werd nog beter omdat we ineens weer tot diep in de nacht allerlei opvoedingskwesties moesten bespreken. Er is daarna nog een pleegdochter gekomen, die na zes jaar op kamers ging en vorig jaar besloten we dat er plek was voor een nieuwe puber in huis.

Uiteindelijk maakt dit, het gezin openstellen als een veilige haven, me echt gelukkig. Over een aantal jaren sla ik carrière-­technisch de terugweg in en zal de aandacht van het publiek verslappen. Het is goed om dat nú al te bedenken. Er zal straks, hopelijk nóg veel meer jaren later, als ik bijna dood ben, niemand bij mijn bed staan om me te bedanken voor de tv-programma’s die ik heb gemaakt. Ik hoop dat ik dan word omringd door de mensen van wie ik houd en die van mij houden, door al mijn kinderen, van verschillende afkomst, voor wie ik ­honderd procent vaderlijke liefde voel. Het voelt goed om iemand te helpen en ik vind het tegelijkertijd fijn om steeds weer nieuwe uitdagingen aan te gaan. Zo verrijk je ­elkaars leven.

Wat die droom over liefde van later ­betreft: Rebecca en ik delen steeds meer verleden samen. We laten elkaar vrij om te groeien, om onze eigen dingen te blijven doen. Het is geen tip of zo, hè? Maar voor ons werkt het. Al 32 jaar.”

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

VIII Gij zult niet stelen

“Op mijn zeventiende ben ik, vanuit idealistische motieven, van school afgegaan. Ik was een anarchist, een punker, en ik koesterde een soort misplaatst romantisch verlangen om down the drain te gaan. Ik zou na een half jaar tot bezinning komen maar in die tijd maakte ik vooral veel muziek, deed mee aan kraakacties, dronk nachtenlang bier en voerde gesprekken met allerlei in­teressante mensen, zoals een stelletje – een soort Sid en Nancy van The Sex Pistols – die op een avond, samen met een goede vriend van mij, bij mij kwamen doorzakken.

Ik had eerder die avond als afwasser gewerkt in een bistro. De 30 gulden die ik verdiende stopte ik zoals altijd in een blikje dat ik bewaarde in de boekenkast. Een dag later, toen iedereen was vertrokken, wilde ik mijn geld tellen en zag dat het blikje leeg was. Die Sid en Nancy wisten van niks.

Ik had het er later met iemand over die zei dat mijn goede vriend ineens een paar nieuwe schoenen had, en ik heb het toen op een of andere manier klaargespeeld om te denken dat hij de dief was. Toen ik hem vroeg of hij mijn geld had gepakt, keek hij me aan en zei: ‘Daar ga ik niet eens antwoord op geven. Dat je zoiets aan mij durft te vragen.’ Later kwam uit dat het stelletje de boosdoener was, maar onze vriendschap was voorbij. Na een half jaar kwam ik hem op een feestje tegen en bood ik mijn excuses aan, maar hij wilde er niets van weten. ‘Weet je wat’, zei ik dramatisch, ‘sla me dan maar’. En bam! Kreeg ik me daar een knal voor m’n kop, jongen! Nooit gedacht dat hij het ook echt zou doen. Niet dat het hielp. Onze hechte vriendschap was natuurlijk voorbij nadat ik zo aan hem getwijfeld had. Dat ik bestolen was vond ik heel naar, maar dat ik me zo’n slechte vriend heb getoond, vind ik eigenlijk nog steeds veel erger.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“In mijn televisiewerk is oprechte belangstelling heel belangrijk. Zoiets kun je niet spelen. Je bent oprecht geïnteresseerd of je bent het niet. Ik heb een bloedhekel aan gescripte gesprekken. Dan heeft een redactie al uren en uren met iemand gesproken en instructies gegeven: als de presentator straks dit zegt, zou het heel fijn zijn als u dát zou antwoorden.

We werken op Schiphol voor de opnames van Hello Goodbye met een klein team: ­cameraman, geluidsman, redacteur en ik. Die redacteur loopt als het ware met een thermometer rond, praat met wat mensen maar wil niet álles weten. De belangrijkste vraag is natuurlijk of ze geïnterviewd ­zouden willen worden. Daarna word ik ­gebriefd. Meestal met een enkele zin: daar staat een vrouw te wachten op haar zoon die ze al een jaar niet heeft gezien. Meer weet ik niet. Ik sta helemaal open voor wat er komen gaat.

Laatst sprak ik voor mijn boeddhistische programma twee vrouwen die het soefisme aanhangen en die vertelden waar hun ­levensvisie, in het kort, op neerkomt: de wereld met onbaatzuchtige liefde en zonder vooroordeel tegemoet treden. O, dacht ik, dan ben ik stiekem al een tijdje een soefi want dat is precies mijn houding als ik iemand interview. Van mijn kinderen hoorde ik nog van een ander mooi begrip, iets wat ze op de universiteit hadden meegekregen: Nivea. Niet Invullen Voor Een Ander. Dat zie je bij televisie-interviews ook vaak gebeuren. Soms lijkt het erop dat de geïnterviewde alleen nog maar ‘Ja’ hoeft te zeggen. Geef ruimte, neem de tijd. Luister. Mensen zijn origineler dan veel interviewers denken – of dan ze soms zelf denken.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Als iemand iets heeft wat ik mooi vind, wil ik het niet meteen óók hebben. Die pavlov­reactie ken ik niet. Laat ik het zo zeggen: ik waan me gelukkig, ik koester mijn leventje zoals het nu is. Als ik met de hele familie aan tafel zit, iedereen vrolijk door elkaar hoor kletsen terwijl ik de spaghetti uit­serveer, denk ik: dit is het. Dit is precies wat ik wil.”

Lees ook:

Oh, oh, oh, wat maken Harm Edens en Joris Linssen er in ‘Wandelhart’ een droeve tocht van

Wandelhart heet het KRO-NCRV-programma, maar ze hadden het beter Wandelramp kunnen noemen. Mijn hemel, wat een zee van verdriet stroomde afgelopen week onze huiskamers binnen. Je verwacht een zomers toertje door het mooie Gelderland, maar nee. Wat Harm Edens en Joris Linssen ons voorschotelden was één litanie van kwalen, verdriet, traumaverwerking en zwaarlijvigheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden