Tien GebodenJerry Afriyie

Jerry Afriyie: Moeten er doden vallen om van Sinterklaas een feest voor alle kinderen te maken?

Jerry Afriyie: ‘Laten we vooropstellen dat de Tien Geboden nooit voor de witte dominante groep hebben gegolden. Nederland heeft ongestraft jarenlang zwarte mensen beroofd.’Beeld ANP

Jerry King Luther Afriyie (Bechem, Ghana, 1981) is dichter en mensenrechtenactivist. Hij is mede-oprichter van de stichting Nederland Wordt Beter die op 1 juli 2011 de campagne Zwarte Piet is Racisme lanceerde. Afriyie is ook een van de voormannen van het collectief Kick Out Zwarte Piet.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Op zondag kreeg je in de kerk een nummertje dat je ’s maandags op school moest laten zien. Wie niet kon bewijzen naar de kerk te zijn geweest, kreeg slaag. Meestal moest je dan zelf een stok gaan halen. Voor alles wat je verkeerd had gedaan moest je God om vergiffenis vragen. En voor alle goede dingen moest je dankbaar zijn. Dat vond ik op jonge leeftijd al een bizarre gedachte, een oneerlijke machtsverhouding. Ik was tot mijn veertiende een stil persoon; er gebeurde van alles in mijn hoofd, dus als ik er vragen over ging stellen – aan de pastor, aan andere kerkgangers of familie – liet ik me ook niet makkelijk meer afschepen. ‘Waarom stel je zulke vragen, kind?’ Ik was een heks, de duivel was in me gevaren, ik zou in de hel belanden. De hel, dat was mijn eerste horror movie. ­Ik was ook écht bang dat ik daar terecht zou komen. Het zou nog jaren duren voordat ik durfde uit te spreken dat ik niet meer kon geloven in die geschapen God; in het verhaal dat door mensen was bedacht. Er is geen entiteit die we moeten aanbidden. We worden niet als schaakstukken heen- en weer geschoven; we kunnen wel degelijk sturing geven, richting kiezen. Dat is wat ik doe: ik probeer, met al mijn beperkingen, een zo goed mogelijk leven te leiden.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Als ik jou, verdiend of onverdiend, op je hoofd sla en jij begint te vloeken, zal niemand zeggen: ‘Hé, dat mag niet! Hou je in!’ Nee. Het gaat dus om de context. Als je woorden in de juiste context gebruikt, hoef je er niet één af te schaffen. Een vloek is een uiting van een emotie. Dat is iets anders dan de veel­besproken vrijheid van meningsuiting. Je mening geven is een gecalculeerde actie, daar gaat een zekere overweging aan vooraf. Het probleem is dat we in onze samenleving lijken af te stevenen op een situatie waarin er geen verantwoordelijkheid meer wordt genomen voor de dingen die gezegd worden. Mensen roepen op Twitter dat alle negers vergast moeten worden. ‘Dat is gewoon mijn mening.’ En als ze daar op worden aangesproken: ‘Je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen in dit land!’ Overigens zijn dat vaak de mensen die hun mond juist niet kunnen houden. Maar wie A zegt, kan B verwachten. Als je door rood rijdt – ‘ik mag doen en laten wat ik wil’ – is de kans groot dat je een ongeluk veroorzaakt.

“Johan Derksen ziet een succesvolle, talentvolle zwarte persoon op het scherm verschijnen (‘Veronica Inside’, 15 juni, over het optreden van Akwasi tijdens de anti-racismedemonstratie in Amsterdam, AV), vergelijkt hem met Zwarte Piet en zegt vervolgens dat het een grap is. Is toch maar een grapje? Waarom lach je niet? Omdat het institutioneel racisme is, omdat het met een grap begint en met een witte puntmuts eindigt. Zwarte Piet is een racistische karikatuur, een zwarte knecht uit de tijd van de slavernij. Als we een racismevrije samenleving willen zijn, moeten we de mensen die zich schuldig maken aan racistisch gedrag bestraffen. ­Johan Derksen – de man die overal schijt aan heeft en niet eens zijn excuses wilde aanbieden – had ontslagen moeten worden, al was het maar omdat de volgende persoon die zo’n ‘grap’ wil maken zich misschien nog een keer bedenkt. Iemand zei laatst tegen me: ‘Maar denk je dan echt dat het racisme verdwijnt als Zwarte Piet wordt afgeschaft?’ Nee, natuurlijk niet, maar het is ook niet zo dat er na het plaatsen van stoplichten nooit meer ongelukken zijn gebeurd. Er moet een norm gesteld worden. Die is er nu nog niet. We zijn onbeschermd. Je kunt met zwarte mensen doen en laten wat je wil.”

Jerry King Luther Afriyie.Beeld Mark Kohn

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Als we doodgaan, krijgen we genoeg tijd om uit te rusten.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder was nog tiener toen ze zwanger werd. Mijn vader amper tiener af. Toen ik drie was, vertrok mijn vader naar Nederland. Ik kan niet zeggen dat ik hem in die tijd gemist heb, want ik wist niet eens wie hij was. Ik was wel supernieuwsgierig naar hem, was ervan overtuigd dat hij daar in abrokyire – Twi (Ghanese taal, AV) voor ‘in de buitenlanden’ – zijn best aan het doen was voor het gezin. Ik vond alles cool, zo lang we maar bij elkaar zouden blijven, maar toen mijn vader rond mijn tiende naar Ghana kwam, hoorde ik dat mijn ouders uit elkaar gingen en dat ik bij mijn vader in Nederland moest gaan wonen. Ik was boos, kon het niet geloven. Wie gaat er nou mijn moeder verlaten? De mooiste, intelligentste vrouw ter wereld? We spraken er nooit over. Gaandeweg heb ik mijn eigen mening gevormd. Ik begon in te zien welke ­dynamiek er tussen mensen kan bestaan en dat het niet altijd zo vanzelfsprekend is dat een man de klootzak is in zo’n verhaal. Dat ik zelf niet meer met de moeder van mijn twee kinderen samen ben, heeft daar zeker toe bijgedragen. Het leven is complex; ik heb zelf ook veel dingen moeten uitvogelen. Hoe completer het beeld van mijn vader en moeder werd, hoe meer liefde ik voor hen kon voelen. Ik vind nog steeds dat ze niet hadden moeten scheiden, maar die scheiding maakt het me niet onmogelijk om van hen te houden. Ik heb mijn ouders heel hoog zitten. Ze hebben veel zelfrespect. Het zijn geen types die erbij willen horen, die gezien willen worden. Ze zijn intelligent en bescheiden. Ik zie mijn vader regelmatig. Mijn moeder bijna nooit. Ze woont nog altijd in Ghana. Ja man, natuurlijk mis ik haar. Ik mis haar kapot.”

V Gij zult niet doden

“Vanaf het begin, voor het lanceren van de Zwarte Piet is Racisme-campagne op 1 juli 2011, heb ik gezegd dat dit levens zou kunnen kosten. De emancipatie van zwarte mensen gaat de hele wereld zeer doen. De witte mensen – met name overheden en instituten – hebben heel lang kunnen profiteren van de zwarte pijn en nu de realisatie komt dat je daar niet meer mee weg kunt komen, raken de gemoederen verhit... Dat geldt dus ook voor ons land: een deel van de Nederlandse familie, het deel dat zo lang genoegen nam met het minimum, eist nu een evenredig en volwaardig deel. Dat daar over gedebatteerd moet worden is op zich natuurlijk al bizar. En kijk dan eens naar de honderden comments die ik krijg als ik iets over die zwarte strijd op Twitter zet. Ze zien mij en anderen die institutioneel racisme willen uitbannen als het kwaad dat uitgeroeid moet worden... Soms zeggen ze dat ik het over mezelf afroep, maar ik kan je dit zeggen: het martelaarschap kan me gestolen worden. Daar zit ik echt niet op te wachten. Een tijdje geleden zat ik in de voortuin van een medevrijwilliger. Een man herkende me en stak zijn hand op. Ik groette terug. Hij zei gelezen te hebben dat mijn gezin door iemand van ‘Pegida-Noord’ met de dood werd bedreigd en hoe verschrikkelijk hij dat vond. Geef niet op, zei hij. En: ‘They can kill the dreamer, but not the dream’. Moet het echt zo ver komen? Dat er dodelijke slachtoffers vallen omdat ik, en velen met mij, van het Sinterklaasfeest een feest voor alle kinderen wil maken?”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“In februari 2018 schreef ik een brief die in NRC werd geplaatst onder de kop ‘Ik strijd tegen mijn homofobie’. Heel suggestief, want ik beschrijf daarin een proces dat ik al grotendeels heb afgerond. Ja, ik ben homofoob geweest, geïndoctrineerd door de katholieke kerk. Homo’s waren zondaars. Ik had geen idee wat ermee werd bedoeld, maar ja, als de pastor het zegt... Tot ik om me heen ging kijken, me dingen begon af te vragen. Wat doen die mensen dan verkeerd? Is de liefde niet voor iedereen? Ik richt me in die liefdesbrief tot alle mensen die homofoob zijn of die, ergens diep van binnen, nog restjes homofobie in zich meedragen. Niet veroordelend, maar bevragend: ben je bereid om te kijken naar de constructie die ertoe heeft geleid dat je je nu zo opstelt naar de lhbti-community? Ga daar mee aan de slag. Die vraag stel ik ook aan mezelf: is er nog iets van die indoctrinatie over, hoe klein ook? Blijf alert, educate yourself. Zo sta ik in het leven: vraag het minste van anderen en het meeste van jezelf. Alleen zo kom je vooruit.”

VII Gij zult niet stelen

“Laten we vooropstellen dat de Tien Geboden nooit voor de witte dominante groep hebben gegolden. Nederland heeft ongestraft jarenlang zwarte mensen beroofd. En nog steeds gelden bepaalde wetten alleen voor anderen, bijvoorbeeld voor vluchtelingen en zwarte nieuwkomers. Als je je daar niet aan houdt, word je het land uitgezet. Hoe zei premier Rutte het ook alweer? ‘Dan pleur je maar op.’ Ander voorbeeld: in Den Haag is een tribunaal waar zwarte machthebbers worden berecht. Hoe zit het dan met de misdaden van witte Westerse leiders, zoals George Bush of Donald Trump? En als we het hebben over het koloniale verleden – hoezo ‘verleden’ eigenlijk? Zo lang Nederland nog bepaalt wat er op de Caribische eilanden moet gebeuren, zitten we er nog middenin – dan kun je je afvragen hoe het met de nazorg is gesteld. Ik ben een Nederlander met een migratieachtergrond, maar hoe zit het met de na­komelingen van tot slaaf gemaakten? Hoe denk je dat het komt dat zwarte mensen zoals Typhoon (‘Zomergasten’, VPRO, 19 juli, AV) moeten huilen op nationale televisie? Omdat het gaat over een trauma dat nooit geuit mocht worden. Je bent als zwarte persoon minder waard dan een witte persoon. Dat is van generatie op generatie zo doorgegeven. De witte mens moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is zoals met een erfenis. 

Stel, je ouders hebben een mooi, goedlopend hotel. Dan gaan ze dood. De staat vraagt dan aan je: neem je die erfenis ja of nee? Je zegt ja, maar dan blijkt pas dat er een schuld van een half miljard bij hoort. Dat kon je niet weten, nee, maar het is jóuw erfenis, die komt met rechten en plichten, dus zul je moeten gaan betalen. Nederlanders kunnen niet zeggen: ja, sorry, we zijn hier ook maar ingerold en ondertussen wel blijven profiteren van dure grachtenpanden en allerlei andere pracht en praal, of blijven pronken met predikaten als ‘een van de welvarendste landen ter wereld’. Er is een schuld, bij de nakomelingen, en die moet worden ingelost. Het systeem moet gecorrigeerd worden, er moeten oprechte excuses komen – in plaats van die juridisch handige ‘spijtbetuigingen’ – van de politiek en het koningshuis en er moet een nazorgpakket komen voor de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten. Er zijn ook mensen binnen de zwarte gemeenschap die menen dat een herstelbetaling de achterstelling kan overbruggen. Ik geloof dat bewustwording via het onderwijs het allerbelangrijkst is. Een zwart leven is net zoveel waard als een wit leven. Een zwart kind moet net zo veel kansen krijgen om het beste uit zichzelf te halen als een wit kind. We moeten het verleden een plek geven – het verleden gaat ons nooit verlaten – zodat we elkaar opnieuw kunnen ontmoeten. Alsof het voor de eerste keer is.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Mijn moeder belde me een dag nadat ik bij een demonstratie in Eindhoven met eieren en bierblikken was bekogeld, voor vieze vuile kankerneger en voor aap was uitgemaakt. Ze vroeg: ‘Hoe gaat het, zoon?’ En ik zei: ‘Het gaat goed. Maak je geen zorgen, mamma. Alles gaat goed.’”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Toen ik nog samen was met de moeder van mijn kinderen, gebeurde het wel eens dat ik flirterig texte met een vrouw. Voordat het ergens toe kon leiden, kapte ik het af. Pure nieuwsgierigheid, maar toen zij me betrapte voelde ik me toch slecht. Ik was jong. Wij waren jong. We wisten ook niet goed hoe mijn bijdrage aan de zwarte emancipatie in Nederland met het gezinsleven gecombineerd moest worden. Dat wil zeggen: voor mij stond de beweging op de eerste plaats. Voor haar stond het gezin op één. Daar is de relatie uiteindelijk op stukgelopen. Zij vroeg zich af waarom ik die keuze maakte, en ik zeg nog altijd dat het geen keuze is. Wat moet ik dan doen? Achterover leunen en een tweederangsburgerschap voor onze kinderen accepteren? Het is een grote opoffering, zeker, maar dat is de enige manier. Tot de vrijheid is bereikt: wie voor zijn vrijheid strijdt, stopt niet als het moeilijk wordt. Als ik me ga ­limiteren, kan ik er net zo goed niet aan beginnen. Mijn kinderen zijn super­belangrijk, ze zijn alles voor me, ik doe dit ook voor hun, voor hún toekomst. Eerst komt de zwarte emancipatie, dan komen mijn kinderen en daarna ben ik pas aan de beurt.

“Ik heb mijn huidige vriendin pas later in de strijd ontmoet; ze begrijpt iets beter waarom ik bepaalde keuzes maak. En ik heb ook mijn lessen uit mijn vorige relatie geleerd. Niet meer flirten met andere vrouwen, bijvoorbeeld.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Wanneer ik succesvolle zwarte personen – boksers, wetenschappers, dichters – zie of hoor, ben ik positief jaloers. Een beetje zoals een voetballer naar Messi of Maradona kijkt. Vol bewondering. Ooit wil ik de dichtbundel, waar ik in 2010 aan ben begonnen, afmaken, boeken lezen, een reis door Afrika maken. Meer tijd doorbrengen met mijn familie. Dat zal sowieso allemaal pas na 2025 gebeuren. Dan hebben we, met de stichting Nederland Wordt Beter, onze doelen bereikt: dan is Zwarte Piet afgeschaft, is er meer aandacht voor slavernij en het koloniale verleden in het onderwijs en is vastgelegd dat we jaarlijks met z’n allen, in het hele land, de afschaffing van de slavernij herdenken. Ja, dat gaat echt lukken. Er zijn nare dingen naar boven gekomen in de afgelopen jaren, er is ons veel lelijks aangedaan, maar tussendoor zag ik ook veel moois gebeuren. Allemaal dingen die je hoopvol kunnen stemmen. En mijn geluk is dat ik weinig nodig heb om hoopvol te zijn. Dat is misschien wel de dichter in mij: ik kan niet naar één kant van het verhaal kijken zonder ook de andere kant te zien.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden