Jeroen van Merwijk.

InterviewJeroen van Merwijk

Jeroen van Merwijk had kanker niet willen missen

Jeroen van Merwijk.Beeld Merlijn Doomernik

Cabaretier, tekstschrijver en beeldend kunstenaar Jeroen van Merwijk is terminaal ziek en gelukkiger dan ooit. In ‘Kanker voor beginners’ legt hij uit hoe dat komt.

Lichamelijk gaat het niet zo geweldig, zegt cabaretier Jeroen van Merwijk. Hij heeft een zeurende pijn, “daar krijg je op een gegeven moment wel de tering over in. Maar dat is niet tsjongejongejonge wat erg. En geestelijk gaat het heel goed.”

Het is een opmerkelijke verklaring van iemand die ernstig ziek is: Van Merwijk heeft uitgezaaide darmkanker en is niet meer te genezen. Dat vindt hij voor zijn omgeving heel erg: zijn geliefde vrouw Jeanette, zijn moeder, familie en vrienden. Maar voor zichzelf? “Ik had tot nu toe de kanker niet willen missen.”

Deze relativerende toon typeert ook zijn boek ‘Kanker voor beginners’ dat vandaag verschijnt. Daarin beschrijft Van Merwijk wat hij meemaakte vanaf het moment dat hij een lichte pijn onder zijn borstbeen voelde, eind 2019. Hij ging naar de huisarts, werd doorverwezen naar het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis, kreeg onder andere een CT-scan en een coloscopie en na de sombere diagnose ook een chemokuur.

Ook schrijft hij over zijn gevoelens en dilemma’s: Hoe moet hij het zijn omgeving vertellen? Wat doet hij met de tijd die hem nog rest? Het is een ontroerend, openhartig én geestig boekje, want Van Merwijk (65) benadert zijn ziekte met humor. “Ik heb de kankergerechtigde leeftijd al een poosje bereikt”, schrijft hij. En: “Daar had ik erg naar uitgekeken: de leverpunctie. Sommige dingen moet je een keer meemaken in je leven.”

‘Je kunt gewoon heel veel doen’

Hij ziet nu eenmaal altijd het komische van de situatie, vertelt Van Merwijk per videoverbinding vanuit zijn huis in Frankrijk: “Met die kanker kun je gewoon heel veel doen. Mijn lichaam reageerde heftig op die troep van de chemokuur. Na zo’n infuus kwam ik uit de auto als een oud mannetje van 83. Dat werkt op mijn lachspieren, dan zie ik mezelf lopen: daar gaat Van Merwijk hoor, de gevierde cabaretier. Wat kan die nog, nou, heel weinig op het moment. Daarna strompel ik naar boven, naar bed en dan denk ik: daar liggen we dan. Dan moet ik lachen.”

Inmiddels zijn de behandelingen gestaakt en heeft Van Merwijk zich teruggetrokken in Frankrijk om te doen wat hij het allerliefste doet: schilderen. Van origine is hij beeldend kunstenaar, zijn hart ligt tussen de verfpotten en kwasten. “Ik ga zo meteen weer naar mijn atelier, daar heb ik zoveel plezier. Na een uur of vijf, zes ben ik moe, dan lees ik nog wat en ga ik slapen. Het is heel overzichtelijk en prettig. Ik kan het iedereen aanraden.”

Veel mensen strijden tegen kanker. U niet, u beweegt met de ziekte mee.

“Ik omarm ‘m. Ik heb terminale kanker, vechten heeft geen zin, dat is net zoiets als vechten tegen je blauwe ogen. Ik zie kanker als een gedeelte van mezelf, als een soort vriend, misschien zelfs wel een goeie vriend. Goeie vrienden hebben ook hun slechte eigenschappen.

“Je kunt veel beter kijken wat die kanker je op kan leveren. Zoals in mijn geval nu al acht maanden rust aan mijn kop: ik kan lekker schilderen in plaats van het hele land te moeten doorkruisen. Als ik niet ziek was geweest, had ik de afgelopen maanden voor dertig man moeten spelen en daar geen cent mee verdiend. “De zaak is nu helder: ik heb er de energie niet meer voor. En dat is ergens ook fijn, want optreden gaat tegen mijn wezen in. Ik ben een beeldend kunstenaar. Eigenlijk is dat verbale niet zozeer mijn fort.”

Cabaret maken, liedjes schrijven, u kunt het vreselijk goed en doet het al uw hele leven, maar u wordt er niet gelukkig van?

“Dat is precies goed geformuleerd. Ik ben ontzettend goed in het samenvatten van een maatschappelijke situatie in een puntig liedje. Dat kan vrijwel niemand zo goed als ik. En als je zo’n liedje geschreven hebt, moet je ook naar de mensen toe om het voor ze te gaan zingen, om ze aan het lachen te maken en hopelijk tot inzicht te brengen. Dat voel ik als een soort plicht, dat is wat mij sociaal maakt.

“Maar het voelde zwaar, ja. Ook omdat je steeds weer al die contacten moet aangaan, met het publiek, de techniek, de schouwburgdirecteur. Cabaret is een contactsport en levensgevaarlijk. Hoezo? Nou, toeschouwers zijn net wilde dieren: ze voelen het haarfijn aan als je onzeker of geraakt bent. En wij zijn soloartiesten, we worden nauwelijks begeleid.”

Voor een aflevering van zijn serie 'Volle Zalen' interviewde Cornald Maas Jeroen van Merwijk in en bij zijn huis in Frankrijk.

Uw eerste reactie op uw doodvonnis was: “Hèhè, ben ik eindelijk van al dat gezeik af.” U voelde geen boosheid of verdriet maar opluchting, alsof er een last van uw schouder viel. Hoe komt dat?

“Nou ja, ik heb nooit zo lollig in het leven gestaan, niet met zo heel veel plezier. Dat verwijt ik mezelf wel, dat had ik beter kunnen doen. Ik heb het leven altijd gezien als een grote moeizame expeditie: je probeert je hoofd boven water te houden, je schildert, maakt liedjes, doet je stinkende best, zonder dat er nou veel aandacht voor is. Daar ben ik nu vanaf, dat is de opluchting.”

Voor de mensen die veel van u houden, lijkt me dat een harde boodschap. Zij voelen die opluchting natuurlijk niet.

“Nee, het is ook wel confronterend, mijn moeder vond het heel schrijnend om te horen. Maar ja, het is mijn probleem, ik kan het anderen niet verwijten, het zit in mij. Wat dat betreft herken ik veel in Van Gogh, wiens brieven ik nu lees, al was hij wel een graadje erger dan ik.

“Dat overgevoelige, lichtgeraakte, moeizame heb ik ook. Gelukkig heb ik die overgevoeligheid altijd kunnen omzetten in kunst, zodat anderen er hopelijk nog iets aan hebben. Vanuit die intentie heb ik ook dit boekje geschreven.”

Er is al een grote kankerbibliotheek, wat voegt u toe?

“Voor mij was het ziekteproces vol raadselachtigheid, het ziekenhuis een oerwoud, waar moet ik nu weer heen? Pas langzamerhand begin je die kanker te begrijpen. Het is ook een praktisch boekje, ik wil mensen vertellen: dit gebeurt er ongeveer, je hoeft niet bang te zijn.

“Dat doe ik met humor en dat zie je niet zo vaak. En ik vertel vooral ook welke mooie dingen er gebeuren als je kanker hebt. Het is allemaal niet zo erg als het lijkt, je hebt tijd om afscheid te nemen, om rustig je bestaan te overdenken, je kunt nog ingrijpen. Ja, je gaat dood ja, maar dat wist je van tevoren. Had je maar niet geboren moeten worden.”

Welke mooie dingen heeft kanker u gebracht?

“Ik heb me een partij complimenten gekregen de afgelopen acht maanden, dat is gewoon krankzinnig. Zoveel kaarten, bloemstukken en persoonlijke brieven van mensen die uitleggen wat mijn liedjes voor ze betekend hebben, hoe ze ervan genoten hebben. Zo schreef een vrouw me over haar man die inmiddels is gestorven. Op zijn sterfbed kon hij niets meer verdragen, hij was boos en verdrietig, maar als hij een liedje van mij hoorde moest hij weer lachen.

“Al die aandacht heeft me enorm geraakt. Ik dacht dat ik in een kleine niche zat te werken, voor een paar duizend man. Maar mijn werk blijkt veel breder gedragen te zijn en dat is fantastisch om mee te maken. Als je plotseling doodgaat, hoor je dat soort dingen nooit.”

Uit 'Volle Zalen' van Cornald Maas.

U bent niet bang voor de dood, wist u dat van tevoren?

“Ja, ik dacht het te weten, maar de diagnose in het ziekenhuis was de lakmoestest. Je kunt met je hersens allerlei dingen vinden en met je gevoel erachteraan rennen of ertegen in gaan. Maar in mijn geval kwamen die twee wonderbaarlijk overeen. Ik zie leven en dood als twee uiteinden van één ding, net zoals voeten bij je hoofd horen, die kun je niet los van elkaar zien. De dood hoort net zo bij mij als mijn grijze haren en mijn blauwe ogen. Ik ben er niet bang voor.

“Dat heeft misschien met leeftijd te maken; ik vraag me af of ik op mijn vijftigste ook zo rustig was gebleven. Nu ben ik 65 en denk ik: ach ja, je sterft, het hoort erbij. Mozart was 37, Schubert was 31.”

In uw boek beschrijft u de uitkomst van een lang nachtelijk gesprek met uw vrouw:  u besloot om met voldoening op uw leven terug te kijken. Hoe besluit je zoiets?

“Dat is een wilsbesluit. Je kunt natuurlijk kijken naar alle dingen die niet goed zijn gegaan en in zelfmedelijden terechtkomen. Maar in de meeste gevallen is dat niet reëel. Tenzij je je leven zo hebt verknald dat je kunt zeggen: dit was nou echt helemaal niks. Maar de meeste mensen in Nederland hebben gewoon hun leven geleid, met ups en downs, ze hebben geprobeerd hun kinderen goed op te voeden. Dan kun je de zaak op een rijtje zetten en zeggen: ik ga tevreden op mijn leven terugkijken, de rest is onzin.”

U typeert uzelf ook wel als een moeilijke man. En als cabaretier stond u de laatste jaren vaker voor lege dan voor volle zalen. Moest u nog vechten tegen bitterheid?

“Dat wilsbesluit nam ik al vroeg in het proces, toen ik nog niet aan iedereen verteld had dat ik ziek was. Daarna kreeg ik al die kaartjes en complimenten en die hebben de situatie voor mij enorm veranderd. Het is heel fijn, de behoefte aan erkenning is inmiddels gecoverd.”

U telt uw zegeningen?

“Nou zeg, dat kan iedereen in Nederland doen, de meesten zijn in vrede opgegroeid, we leven in een sociaal-democratie. Dan vind ik het een beetje raar om je eigen ellende boven de oorlog in Syrië te plaatsen, of boven de bootvluchtelingen, de mensen die aan flarden worden geschoten in Afghanistan, het gebrek aan vrijheden in China en Turkije. Dan ben je toch niet goed bij je hoofd als je gaat zitten mekkeren dat je niet met vakantie kunt van de winter, vanwege de coronacrisis? Of dat je niet constant om iemands nek kunt hangen? Dan ben je toch ziek? Ja, dat wereldleed, daar kan ik echt troost uit putten, ja. Het relativeert enorm.”

Blijft u in Frankrijk?

“Ja, ik wil geen behandeling waarvan het minst ongemakkelijke is dat mijn haar uitvalt en ik uitslag krijg op mijn gezicht. Ik leef liever nog een paar maanden hier met plezier dan dat ik in Nederland een paar jaar op mijn handen zit en alleen maar met mijn ziekte bezig ben, daar heb ik absoluut geen trek in.

“Ik vind het helemaal niet erg om dood te gaan, dat doe ik net zo lief hier. Ik zit nog met een paar praktische dingen, vrienden en familie die ik nog wil zien. Maar als ik ze hierheen haal ben ik ook verplicht om die week erna dood te gaan. Het is een beetje beladen, weet je wel.”

Jeroen van Merwijk, ‘Kanker voor beginners. Een handleiding kanker volgens de methode Van Merwijk’. Uitgeverij Thomas Rap, 160 pagina’s, 19,99 euro.

Wilt u reageren? Mail dan naar kankervoorbeginners@thomasrap.nl.

Schilder en cabaretier

Jeroen van Merwijk (1955) studeerde als schilder cum laude af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn beeldend werk was sindsdien te zien op zo’n veertig exposities, maar hij werd vooral bekend als cabaretier. Zeker duizend geestige, maatschappijkritische liedjes, een flinke stapel boeken en cd’s en zestien soloprogramma’s maakte hij, waaronder ‘Dat kunnen alleen de hele groten’ (2005) en ‘Er zijn nog kaarten’ (2013-2014). Voor zijn laatste voorstelling, ‘Was volgend jaar maar vast voorbij’ (2019) schreef hij dagelijks een liedje; ze zijn gebundeld in een gelijknamig boek (verschenen bij Uitgeverij Brooklyn).

Lees ook:

Tv-column Renate van der Bas: We worden geregeerd door ‘we willen niet dood’-paniek en Jeroen van Merwijk telt zijn zegeningen

Jeroen van Merwijk doet het klimaatneutraal

Oudejaarsconference - Het woord van het jaar, was dat nekveldocent, treinduwer, klimaatdrammer of boreaal? Op het laatste kun je in elk geval lekker rijmen, bewijst cabaretier Jeroen van Merwijk.

Jeroen van Merwijk schrijft elke dag een actueel lied, een heel jaar lang

Het jaar is nog jong, maar cabaretier Jeroen van Merwijk (63) heeft het al erg druk met zijn oudejaarsconference. Hij schrijft daarvoor een jaar lang elke dag een actueel lied. Brexit rijmt op May die ‘in de drek zit’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden