Beeld Sjoerd van Leeuwen

De ooievaar Mickelle Haest

Je wilt echt geen ruzie met een barende vrouw, want die heeft altijd gelijk

Schaterlachend komt ze binnen. Een donkere man – type basketballer – die volgt, past bij haar looks. Hipster tot in detail. “Ik ben zwanger en we gaan ervoor”, zegt ze. Hij lacht. “De bedoeling was het niet. We houden van de stad en van een feestje. Maar ach.” Ze lachen samen.

En zo is het elke keer, bij elk bezoek wordt gelachen. “Ik ben benieuwd tot welke centimeter jij blijft lachen”, zeg ik tijdens een van de laatste controles. En lach.

In de met tl-buizen verlichte ziekenhuisgang staat ze lachend heen en weer te wippen. Ze is negen maanden zwanger, de eerste weeën zijn begonnen. Omdat de baby minder beweegt, heb ik in het ziekenhuis een hartfilmpje geregeld. Alles blijkt in orde te zijn.

Omdat de bevalling al wat gevorderd is, besluiten we in het ziekenhuis te blijven. “Ik blijf ook hier tot het einde lachen”, zegt ze stoer tegen mij, terwijl ze een stevige wee wegwerkt. Haar man knipoogt relaxed. “Ik wil wel pijnstilling”, zegt ze tegen mij. “Dat hebben we afgesproken.”

“Wat voor een pijnscore heb je? Geef eens een cijfer.” “Sommige weeën zijn echt wel een 8 of een 9.” Ze heeft nog niet zo heel veel ontsluiting. Het echte werk moet nog beginnen. “Weet je wat? Je gaat onder de douche en als het daarna niet opschiet, kijken we verder.” “Oké, gaan we dat proberen”, lacht ze. Onder de douche worden de weeën zichtbaar pittiger. Het lachen wordt minder.

150 keer drukken

Ze strompelt vanuit de doucheruimte zachtjes vloekend naar het ziekenhuisbed. Ze krijgt een infuus en een pompje met pijnstilling. “Dat kun je zelf doseren”, leg ik uit. “Hier is een handknop, als die groen is, kun je drukken en krijg je een dosis. Je kunt 150 keer drukken, maar dus alleen als het groen is. Het verzacht de scherpte en de pieken van de pijn.”

“Oké”, zegt ze. Meteen drukt ze als een gek op het knopje. Haar man probeert haar te sussen en haalt, in een poging haar rustig te maken, onhandig een te nat washandje over haar voorhoofd. Druppels koud water lopen over haar gezicht. “Weg”, schreeuwt ze.

“Je hoeft niet zo te snauwen”, zegt hij gepikeerd. Met zijn armen over elkaar gaat hij in de hoek van de kamer staan. Boos staart hij voor zich uit. Haar moeder en schoonmoeder komen de verloskamer binnen. Direct gaan ze als volleerde en goed op elkaar ingespeeld coaches met de vrouw aan het werk. “Goed zo.”

De man blijft in de hoek staan. Zijn gezicht staat nog steeds op onweer. Ik ga naast hem staan. “Zwangere vrouwen zijn niet altijd heel erg reëel”, zeg ik. “Je wilt echt geen ruzie met een barende vrouw. Want die heeft altijd gelijk.” Hij kijkt me aan.

“Geloof me, ze bedoelt er niks negatiefs mee. Lange zinnen zijn voor haar niet meer mogelijk en tact ook niet. Je moet haar gewoon bijstaan. Kom op, naar voren.” “Oké dan.” “Gewoon zeggen dat ze het heel goed doet.” Schoorvoetend loopt hij naar voren en pakt haar hand. “Je doet het goed”, zegt hij.

Een paar dagen later vraag ik glimlachend aan hem of hij nog boos is. De vrouw kijkt me vragend aan. “Je was nogal onaardig”, zegt de man tegen zijn vrouw. “Ik?” zegt ze. “Ja, tijdens de bevalling.” “O, daar weet ik niets meer van.”

Mickelle Haest tekent elke week de ervaringen op van een uitvaartverzorger of van een verloskundige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden