NaschriftJan Krikken (1944-2022)

Jan, die wandelende encyclopedie, leefde steeds meer in zijn keverbubbel

Jan Krikken in 1978 in Kenia. Beeld Jan Krikken
Jan Krikken in 1978 in Kenia.Beeld Jan Krikken

Jan Krikken gold als dé keverspecialist in Nederland. Hij was een gedreven onderzoeker met een encyclopedische kennis. Hij beschreef ruim driehonderd kevers. Daarnaast verrichtte hij pionierswerk als forensisch entomoloog.

Noor Hellmann

Je hoefde maar voor zijn volle boekenkasten te gaan staan om goed te kunnen zien dat Jan Krikken breed georiënteerd was in de biologie. Hij had belangstelling voor allerhande onderwerpen en diergroepen. Over elke groep bezat hij wel een boek.

Zijn grootste passie echter waren insecten. Als entomoloog had hij zich gespecialiseerd in bladsprietkevers, een keverfamilie met tienduizenden soorten, waaronder de meikever, het vliegend hert en de mestkever. Vooral voor obscure soorten als mieren- en termietengasten (kevers die in mieren- en termietennesten leven) had hij een zwak: die waren voor hem “de krenten in de pap” als hij taxonomisch onderzoek deed.

Jan was conservator van de kevercollectie in het toenmalige Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Hij werkte er vaak samen met collega Hans Huijbregts, waarbij ze een vaste rolverdeling hadden. Jan, die niet uitblonk in fijne motoriek, was meer van de theorie, zijn collega meer van de praktijk.

Op een van zijn vele buitenlandse reizen. Hier in Indonesië in 1975. Beeld
Op een van zijn vele buitenlandse reizen. Hier in Indonesië in 1975.Beeld

Daarnaast begeleidde hij studenten en wetenschappers die zich in kevers verdiepten. Een student die hij als ‘jong kevertalent’ onder zijn hoede nam, kreeg van hem de sleutel van de collecties om vrijelijk rond te kunnen neuzen, geconserveerde insecten mocht hij lenen voor onderzoek. Jan was een enthousiaste leermeester die de student soms urenlang onderhield in zijn grote conservatorenkamer.

Eenmaal in het regenwoud begon het avontuur

Jan was niet alleen een theoreticus maar deed ook graag veldwerk, waarbij hij zijn blik op Afrika en Zuidoost-Azië richtte. De excursies die hij met wisselende groepjes medewerkers van het instituut ondernam, gingen aanvankelijk naar Kenia, later veelal naar Indonesië en Maleisië. Er waren officiële bezoeken, maar eenmaal in het regenwoud begon het avontuur. Er gingen dragers mee, of er werden kampongbewoners ingehuurd om kampementjes te bouwen. Soms sliepen ze in hangmatten tussen de bomen met een zeiltje erover.

null Beeld
Beeld

Maar vooral de expedities in zijn beginjaren hadden veel weg van romantische jongensavonturen. In 1978 was hij samen met een collega-conservator, gespecialiseerd in vlinders, weken op pad in Kenia. In een gehuurde Landrover reden ze over onverharde wegen naar afgelegen gebieden. Ze kampeerden onder meer in een krater van de door woestijn omgeven vulkaan Marsabit. Daar was het wachten op waterbuffels en olifanten die naar het meertje in de krater kwamen. De verse mest namen ze mee naar de tent om mestkevers te lokken. Zodra het donker werd kwamen die er in groten getale op af en veranderde de hoop in een krioelende insectenberg. Gedurende de nacht moesten ze, bij het licht van een kleine tl-buis die op de accu van de auto brandde, hard doorwerken om zoveel mogelijk exemplaren van de minstens tweehonderd verschillende soorten te vangen. De volgende ochtend waren de kevers verdwenen en was de mesthoop nagenoeg opgeruimd.

Tijdens de reis kwam het aan op zelfredzaamheid. Tweemaal hadden de mannen pech onderweg, ver van enige bewoning. Het bracht Jan niet van zijn stuk: hij vertrouwde erop dat zijn reisgezel het probleem zou oplossen. Sowieso was hij niet iemand van grote emoties. Hij was zachtaardig en gelijkmatig, wars van praatjesmakers. Wat dat betreft bleef hij een Groninger, ook al had hij zijn geboortestad allang verruild voor Leiden.

Op zondagsschool stelde hij moeilijke vragen

Hij en zijn jongere broer groeiden op in een eenvoudig gezin. Zijn vader was eerst boerenarbeider en werkte daarna bij het spoor. Jan was een kien ventje dat over dingen nadacht. Op zondagsschool, waar zijn Nederlands Hervormde ouders hem naartoe stuurden, stelde hij moeilijke vragen. Zijn moeder kreeg het verzoek hem voortaan thuis te houden: Jan zorgde maar voor onrust in het klasje.

Jan zorgde volgens de leraren maar voor onrust in de klas op de zondagsschool. Beeld
Jan zorgde volgens de leraren maar voor onrust in de klas op de zondagsschool.Beeld

Zijn moeder stimuleerde zijn interesses, zoals zijn belangstelling voor planten en dieren. Hij werd lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie en maakte excursies rond zijn woonplaats.

Op de Christelijke HBS in Groningen trok hij op met een klasgenoot die zijn interesse in biologie deelde. Via diens vader kwamen ze in contact met entomoloog Piet Kuijten, werkzaam op de universiteit van Groningen. Kuijten, een verwoed verzamelaar van bladsprietkevers, werd een soort mentor voor de jongens. Dat Jan uiteindelijk zijn studie biologie in Groningen afsloot met een doctoraalscriptie over kevers kwam niet uit de lucht vallen.

Op de universiteit ontmoette hij Laura Hogenberk, die medicijnen studeerde en later zijn vrouw werd. Nadat Jan al naar Leiden was verhuisd volgde ze hem. Ze werkte er enige tijd als bedrijfsarts bij de GGD en specialiseerde zich later tot anesthesioloog.

Merkwaardig instituut

Voor zichzelf had Jan zich een toekomst als leraar voorgesteld. Maar na zijn afstuderen in 1968 kreeg hij direct een aanstelling als conservator van de kevers bij het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie waar hij eerder al stage had gelopen. Hij voelde zich er op zijn plaats. Het was een ouderwets en merkwaardig instituut, dat deed denken aan het Meertens Instituut, zoals beschreven door J.J. Voskuil in de romancyclus Het Bureau. De conservatoren bestierden ieder hun eigen koninkrijkje, vertelden elkaar graag sterke verhalen en dronken op vastgestelde tijden koffie.

Jan Krikken in zijn jonge jaren. Beeld
Jan Krikken in zijn jonge jaren.

Voor het wetenschappelijk onderzoek hadden ook zij een omvangrijk kaartsysteem. Jan vond het prachtig, maar merkte dat het niet eenvoudig was er iets in op te zoeken. Er werd gegrapt dat hij een eigen kaartsysteem had om het andere te gebruiken. Toen de eerste computer verscheen zag hij, anders dan de meesten, direct het nut ervan in. Ook toen computers algemeen werden bleef Jan altijd een vraagbaak. Hij was een wandelende encyclopedie, met een extreem goed geheugen. Als hij een half uur door een microscoop een kever had bestudeerd, maakte hij naderhand uit het hoofd een gedetailleerde beschrijving op twee A4-tjes.

Ook voor forensisch onderzoek wist men hem vanaf eind jaren tachtig regelmatig te vinden. Forensische entomologie was op dat moment in Nederland nog onontgonnen terrein. Hij had er zelf geen enkele ervaring mee toen hij voor het eerst werd benaderd door een rechercheur die een buisje vliegenmaden bij zich had. De maden waren aangetroffen op een gevonden lijk. Omdat ze mogelijk als bewijsmateriaal in het politieonderzoek konden fungeren, vroeg de rechercheur wat Jan eruit kon opmaken. Het interpreteren was een hele opgave, maar samen met entomoloog Huijbregts stelde hij de vermoedelijke overlijdensdatum vast en schreef er een rapport over.

Sindsdien werden beiden vaker bij het oplossen van vermissings- en misdaadzaken ingeschakeld. Soms moesten ze hun conclusies in de rechtszaal toelichten. Forensische entomologie werd een mediahype. Jan hield er lezingen over, waarbij hij weleens de neiging had er meer waarde aan toe te kennen dan het had.

Vla-bekers als val voor kevers

Elf jaar was hij voorzitter van de Nederlandse Entomologische Vereniging, een vereniging voor professionals en amateurs waar hij al sinds zijn studietijd lid van was. Eigenlijk was hij continu met zijn vak bezig. Ook thuis. En tijdens vakanties met Laura en zijn zoon en dochter. Dan groef hij rond het vakantiehuis vla-bekers in die met mest of rotte vis als val voor kevers dienden. Thuis bestudeerde hij ze onder de microscoop die altijd op tafel klaarstond.

Aan vrijetijdsbesteding had hij geen behoefte. De enkele keer dat hij met Laura ging fietsen kwamen ze niet ver: om de haverklap stapte hij af omdat hij een haas of een grutto in het weiland had gezien. Naarmate hij ouder werd, leefde hij steeds meer in een keverbubbel. Als er bezoek was, zat hij op zijn praatstoel. Het liefst wijdde hij uit over kevers. De laatste jaren op het monomane af, het ontging hem dat de ander tegenover hem langzaam afhaakte.

Op zijn werk rolde hij in 1990 door omstandigheden in een bestuursfunctie. Toen het van oorsprong wetenschappelijk instituut na ingrijpende veranderingen verderging als museum Naturalis, werd hij adjunct-directeur. Van onderzoek doen kwam het niet meer, tot hij in 2005 uit onvrede met een reorganisatie met vervroegd pensioen ging. Hij was er niet rouwig om. Voortaan kon hij zich als gastmedewerker weer richten op onderzoek: daar lag zijn hart. Eindelijk had hij tijd om te schrijven over zijn in de loop der decennia verzamelde materiaal.

Zijn laatste publicatie verscheen in 2018. Het schrijven had hem moeite gekost. Ook onderzoek doen viel hem zwaar, omdat hij last kreeg van geheugenproblemen. Hoewel hij altijd heel handig geweest was met computers, ging ook dat hem steeds slechter af. Toenemende dementie verzwakte hem. Na een herseninfarct werd hij deze zomer in een verpleeghuis opgenomen. Een tweede herseninfarct werd hem ten slotte fataal.

Tot de erfenis die hij de wetenschap naliet, behoren naast vele tientallen publicaties de beschrijvingen van ruim driehonderd nieuwe kevers.

Jan Krikken werd geboren op 7 augustus 1944 in Groningen en overleed op 2 september 2022 in Leiden.

Lees ook:

Sport en schrijven konden Gerrit Jan boven de somberte uittillen

Sportjournalist Gerrit Jan van Heemst werd geplaagd door depressies, maar knokte zich met ambitie en humor door het leven. Altijd onrustig en zoekend, maar in zijn element als hij schreef over voetbal of zelf fanatiek aan het sporten was.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden