po PolskuJaap Robben

Jaap Robben gaat op bezoek bij zijn Poolse klussers. ‘Vorsicht!’

‘Jaapoo?’

‘Iwan?’

Hör mal.’ Er ligt nog een slijptol bij ons die ze morgen ergens anders nodig hebben.

‘Zal ik hem langsbrengen?’

Jetzt?

Wo wohnst du?’ Iwan had tot nu toe steeds ontwijkend geantwoord op die vraag.

Kennst du die Alte Schmiede?

‘Wonen jullie dáár?’

‘Bel me als je voor de deur staat.’

Dat is een gebouw waar ik al jaren langsreed voordat ik doorkreeg dat er mensen woonden. De meeste ramen zijn kapot en dichtgeplakt met vuilniszakken. De geparkeerde auto’s hebben zelden wielen. Twee winters geleden is er nog een zijvleugel uitgebrand. De dakbalken steken nog altijd als zwarte ribben in de lucht.

Ik zie zijn busje nergens, maar hoor Iwans beltoon wel rinkelen in het gebouw. Het rode deurtje gaat open. ‘Kommst du rein?

Gerne’, zeg ik en overhandig hem zijn slijptol.

Vorsicht’, waarschuwt Iwan. Er mist een traptree. ‘Vorsicht.’ Een blote elektriciteitskabel zonder kroonsteentje. ‘Vorsicht.’ Ik stoot bijna een vol bierblik om. De lucht in de kamer is grijs van de sigarettenrook en het sputterende vlees op het gasfornuis. Iedereen proost in mijn richting met hun bierblik. Er wordt ingeschikt op een van de versleten banken. Patryk gebaart dat ik moet gaan zitten. Alle buiken zijn bloot en glanzen door de warmte van de zoemende elektrische kacheltjes. Verder heeft iedereen zijn werkkleding nog aan. Het ruikt zwaar naar zweet. Op het televisiescherm zo groot als een pingpongtafel is een bokswedstrijd bezig. ‘Jaapoo?’ Iwan reikt me een biertje aan, terwijl hij de lappen vlees omkeert in de pan.

Ik kijk langs een deur van een slaapkamer. ‘Meine…’ , zegt Marek en wijst naar een van de bedden met weggetrapte lakens. In het andere bed slaapt Iwan. Tussen de hoofdeindes staat een overvolle asbak. Omdat zij vrienden zijn, mag hij bij de baas.

Beeld Hanne van der Woude

Marek laat me een andere kamer zien. Daar staan drie tonnen met waspoeder voor thuis en een meisjesfiets omwikkeld met folie. ‘Patryks Zimmer?’ vraag ik. Marek schudt zijn hoofd. ‘Tomasz.’ Patryk slaapt op een van de banken. Nu pas valt me op dat ze met z’n allen op zijn dekbed zitten.

Und Wojtek?

Die heeft een hokje voor zichzelf gebouwd van gipsplaten. Zijn bed is strak opgemaakt, op zijn nachtkastje ligt een boek. Voor het toilet moeten ze naar een houten bouwseltje op de binnenplaats.

Iwan duwt me mijn tweede blik bier in de hand. Op het aanrecht wankelt een toren van borden met wit geworden gehakt en bestek ertussen. Condens staat op de vuilniszakken die voor de keukenramen zijn geplakt, de stalen kozijnen zijn begroeid met een harige schimmel. Ik wist niet eens dat dat kon. Vrijpostig open ik een deur. ‘Nein’, roept Marek en trekt me weg. ‘Vorsicht.’ Achter die deur gaapt het afgebrande gedeelte van het gebouw.

Ineens staat Wojtek naast me. Hij gebaart glunderend dat ik naar het kruidenrek moet kijken. Daar staat een glas water met het stekje van onze Indische kers. Er beginnen al worteltjes aan te komen.

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden