null

EssayMonarchie

Ja, ik geloof in het Oranjesprookje

Beeld Santen en Bolleurs

Ondanks haar adellijke titel kreeg Marjolijn van Heemstra het Oranjegevoel als kind niet erg mee. Nu betrapt ze zichzelf op een liefde die ze niet kan verklaren.

Geen geslenter langs kleedjes of hossende buitenfeestjes, geen valse straatconcerten van kinderen uit de buurt. Voor de tweede keer op rij is onze nationale feestdag tot de essentie uitgekleed. Geen vlooienmarkt zal komende week de aandacht afleiden van wat wij nou eigenlijk vieren op 27 april: de Hollandse monarchie. De knaloranje verjaardag van een koning. Misschien is dit een goed moment voor een vraag die maar weinig gesteld wordt: wat vinden we nou eigenlijk van dat hele koningshuis? Laat ik zelf aftrappen. Ik weet het niet.

De opa die wij ‘grootvader’ noemden, was een uitgesproken voorstander van de monarchie. Dat kon bijna niet anders. De adellijke familie waarin hij opgroeide, onderhield van oudsher warme banden met de Oranjes en leverde hen hofdames, kamerheren en adviseurs. In sommige opzichten was mijn grootvader verrassend vooruitstrevend, maar de continuïteit en traditie waar de Oranjes voor stonden, pasten perfect in zijn wereldbeeld. Tegen het einde van zijn leven kreeg hij waterige ogen als hij over de koningin begon, die hij ooit eens half fluisterend ‘symbool van de Hollandse ziel’ noemde.

Het gymnasium voor koninklijke kinderen

Zijn zoon, mijn vader, deed gymnasium op het Incrementum, een dependance van het Baarns Lyceum, speciaal opgericht voor de koninklijke leerlingen en aangevuld met kinderen uit keurige families. De nabijheid van de prinsessen en hun entourage maakte mijn vader bepaald niet koningsgezind. Wie eenmaal was geselecteerd voor het Incrementum, zegt hij, kon nauwelijks meer voor zijn of haar diploma zakken. Hij moest er niets van hebben, deze moderne aristocratie. Dat gevoel werd sterker toen hij ging studeren. Het was eind jaren zestig, de elite was verdacht. Zegelringen werden afgedaan en titels verzwegen. Als kind van zijn tijd was hij anti-autoritair. Hij bleef zijn leven lang sceptisch over de Oranjes. Wat mijn grootvader wilde behouden, zag mijn vader liever afgebroken.

Wij kregen het Oranjegevoel van huis niet erg mee. Wij groeiden op met de verhalen die duizend jaar geregistreerde familiegeschiedenis met zich meebrengt en hadden – hebben – een titel in ons paspoort staan, maar daar bleef het bij. Mijn zussen en ik gingen niet naar een debutantenbal, werden (als enige van onze neven en nichten) geen lid van een studentencorps en hadden geen adellijke vrienden. Dat onze familie de Oranjes ­historisch gezien nabij was, heb ik pas op latere leeftijd begrepen.

null Beeld Santen en Bolleurs
Beeld Santen en Bolleurs

Mijn vaders argumentatie begrijp ik volledig. Het is absurd dat wij moeten betalen voor het onderhoud van mensen die toevallig in de juiste wieg geboren zijn. Absurd dat er zoiets bestaat als een ‘grondwettelijke uit­kering’ van meer dan anderhalf miljoen voor een meisje dat net achttien is en alles al heeft. Het is niet alleen ­absurd, het is schandalig. Maar iets in mij wil die Oranjes toch niet bij het vuil. Althans, niet helemaal.

Glitters en hartjes

Misschien komt het door de kerstkaart die ik ooit van Beatrix ontving, een week nadat ik haar met een tekening vol glitters en harten de beste wensen stuurde. Een glanzend rode kaart kreeg ik, met een grote groene boom erop en op de achterkant de koninklijke boodschap: ‘Wij wensen u ook een fijne kerst’.

Het bericht deed me een week lang zweven. Mijn zus zei, enigszins jaloers, dat je beter een kerstkaart kon krijgen van de minister-president, iemand met échte macht. Dat was ik niet met haar eens. Een bericht van de koningin was me meer waard dan dat van welke politicus dan ook. Een politicus heeft de mensen nodig om verkozen te worden, aan zo’n kerstkaart zou iets van ­eigenbelang kleven. De koningin heeft niemand nodig. Zij kiest zelf. En zij koos mij. Maar dit schoolplein-argument (kies mij! kies mij!) kan toch niet voldoende zijn om de monarchie te koesteren? Ben ik de achtjarige in mij dan nooit ontgroeid?

Voor wie ernaar zoekt, zijn er ook rationele argumenten te vinden voor een monarchie. Studies wijzen uit dat monarchieën vaak stabiel en welvarend zijn. Maar wat zegt dat precies? Het is onmogelijk te bewijzen dat die voorspoed met het koningshuis te maken heeft. Het is misschien eerder zo dat welvarende landen het voorrecht hebben gehad om hun monarchie te behouden. Landen die gekoloniseerd werden, leverden met hun vrijheid en grondstoffen doorgaans ook hun koningen in. Als de vorsten niet letterlijk werden afgezet, dan werden het wel marionetten van een koloniaal regime. Dat de handelsmissies van Willem-Alexander ons economisch gewin opleveren, is misschien wel waar, maar niemand kan bewijzen dat goed uitgevoerde missies zónder koning niet eenzelfde gewin kunnen opleveren. En de diplomatieke relaties dan, die het koningshuis onderhoudt? Goed punt, maar weegt wat diplomatie op tegen de tonnen van onze prinsessen?

Monarchistische ambivalentie

Het punt is, mijn monarchistische ambivalentie heeft met rationale argumenten niets te maken. Het komt ergens anders vandaan, ergens waar de ratio geen invloed heeft.

Terug naar de kerstkaart van de koningin, die in 1989 op de deurmat landde van Dintelstraat nummer 99. Het gevoel dat ik kreeg toen ik die koninklijke boodschap las. Voor even was ik onderdeel van de sprookjeswereld van paleizen en prinsessen.

Wie het koningshuis rationeel benadert, gaat voorbij aan de essentie van het instituut. Het koningshuis is niet rationeel. Het is fictie. Het is een verhaal, een voorstelling, waar we met z’n allen in geloven. En precies dát zorgt voor mijn ambivalentie, want ook ik ben ooit geraakt door dat verhaal.

Als we het koningshuis als fictie benaderen, gaat het niet zozeer om de vraag of het wel of geen bestaansrecht heeft, met fictie hoef je het niet eens te zijn. Niemand legt een boek weg met de opmerking dat het niet mag bestaan.

De personages in dit verhaal zijn niet meer dan bijvangst

Fictie brengt andere vragen met zich mee. Maakt dit verhaal iets bij ons los? Raakt het? Beklijft het? We zouden nu kunnen nadenken over de kleding van Máxima en de tekstbehandeling van Willem-Alexander, maar wat mij betreft zijn de personages in dit verhaal niet meer dan bijvangst. Waar het om draait is het thema: afstand.

De monarchie vraagt om een sociale orde, waarin ­iedereen de plek inneemt die hem of haar toekomt. Zonder afstand tot het volk geen koningshuis, en die afstand schept ruimte voor van alles: afgunst, toewijding, obsessie. Zaken die niet zozeer te maken hebben met de koninklijke familie zélf, maar wel met onze verhouding tot de leden ervan, met het gebied dat open ligt tussen ons en de blauwbloedigen.

Santen en Bolleurs Beeld Van Santen en Bolleurs
Santen en BolleursBeeld Van Santen en Bolleurs

Soms wordt die ruimte gevuld met een verstikkende nieuwsgierigheid, die in een enkel geval – Diana – dodelijk uitpakt. Maar diezelfde ruimte maakt ook de mythevorming mogelijk, waardoor onze koningen en koninginnen met een zweem van mysterie omgeven zijn. Het is push and pull, wie het volk van zich af duwt, trekt het volk naar zich toe. En in het algemeen geldt: hoe groter de afstand, hoe groter de aantrekkingskracht.

Experts in afstand

Dat deze mythevorming mij zo interesseert, komt waarschijnlijk door de familiegeschiedenis die ik mee kreeg langs vaderlijke lijn. Adellijke families waren van oudsher experts in het creëren van de afstand waarin sprookjes geboren worden. Een fijnzinnig spel van codes, woorden en gebaren, die scherpe grenzen trekken tussen wie er wel en niet bij hoort.

Een treffend voorbeeld hiervan is te zien in het vierde seizoen van The Crown, een Netflix-serie over de Windsors. De Engelse premier Margaret Thatcher bezoekt koningin Elizabeth in haar Schotse residentie. Thatcher komt te vroeg en totaal overdressed naar het avondeten en als ze een dag later in een keurig mantelpak klaarstaat voor een uitje met de Windsors, blijkt de hele koninklijke familie wandelschoenen en regenjassen te dragen. Niemand zegt er iets van, maar de boodschap is duidelijk. Thatcher kent de ongeschreven regels niet. Ze is geen osm, ons soort mensen, ze is middenklasse, iemand die chic doen verwart met chic zijn. Iemand die op precies de verkeerde momenten haar best doet om goed voor de dag te komen. Elite hoeft zich niet te bewijzen. Elite stapt met modderige laarzen door een bos, gaat naar ‘de plee’ en slaapt in spartaanse kastelen. Elite stinkt naar hond of paard en kan zich permitteren in versleten kleding rond te lopen. Alles met ‘te’ ervoor is plebs, vertrouwde een verre tante mij ooit toe. Te veel sieraden, te veel make-up, te veel woorden, te veel moeite.

Geen geheim, het grootste verhaal

Een belangrijke regel in het spel van de afstand is: geen geheim is het grootste geheim. Natuurlijk gedraag je je ‘heel gewoon’ in het bijzijn van ‘heel gewone’ mensen, maar daarbij is het van belang te doen alsof je alledaagsheid een rookgordijn is, waarachter zich een enigma bevindt. Het is een kwestie van details. Een lichte ­afwezigheid in je aanwezigheid. Een zweem van condescendentie, licht genoeg om weg te kunnen wuiven, net genoeg om onbewust te worden opgepikt. Zo wordt een doodgewone Willem-Alexander omringd met een aura van vorstendom. Niet iedereen in de familie hoeft mee te doen aan het spel. Als een kritieke massa het verhaal in stand houdt, straalt de geloofwaardigheid op alle ­leden af.

Al met al best vreemd dat ik zo vatbaar ben voor dit verhaal. Ik ken het mechanisme zo goed en dan is er nog mijn vader, die niet al te zeer onder de indruk was van de royals binnen handbereik en een leven lang zijn scepsis met ons deelde. En toch. Ik zou nog altijd blij worden van een koninklijke kerstkaart. Misschien is het mijn voorliefde voor verhalen. Rationeel bekeken is het absurd: het is absurd dat iemand op grond van erfrecht verzekerd is van huizen en hoeden die de meesten van ons niet kunnen betalen. Maar met redelijkheid heeft fictie niets te maken.

En misschien valt er uit de fabel van het koningshuis nog wel een les te trekken. De monarchie confronteert ons met onze irrationaliteit en is het levende bewijs dat wij, die onze volksaard als nuchter en verstandig omschrijven, waarde hechten aan symbolen die niets met gezond verstand te maken hebben. Als de Oranjes ons iets te leren hebben, dan is het dat wij met al onze verlichte vooruitgangsidealen nog altijd onredelijk zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden