null

EssayVakantieheimwee

Ja, er zijn ergere dingen, maar toch had ik liefdesverdriet over mijn gemiste vakantie

Beeld Patrick Post

Schrijver Cindy Hoetmer is gewend aan ­tegenslag, maar heeft moeite haar vakantieheimwee te onderdrukken – met slechte Spaanse Netflixseries. Waarom is die ­vakantie toch zo belangrijk?

‘Waar gingen jullie vroeger op vakantie?’, vroeg ik mijn ouders toen ik klein was eens. Mijn vader ging helemaal nergens naartoe, mijn moeder mocht weleens logeren bij haar oudere zus in Rhenen, waar het niet per se beter was dan in Amsterdam maar wel anders. Ik vond dat verschrikkelijk zielig voor mijn ouders, maar voor hen maakte het niets uit want niemand in hun omgeving ging op vakantie. Dat je met een vaste baan recht hebt op een aantal betaalde vakantiedagen per jaar staat pas in de wet sinds 1966. Mensen met geld gingen wel op vakantie, maar mijn ouders komen allebei uit arme gezinnen. Natuurlijk zijn er nog steeds grote verschillen. Niet iedereen kan op vakantie. Een van mijn vriendinnen zit in het onderwijs, zij vertelde eens hoe ze in de klas had gevraagd wat kinderen in de vakantie (van twee weken) hadden gedaan. Een kind was eerst gaan skiën in Zwitserland en vloog daarna nog naar Thailand, het andere kind was één keer naar het zwembad geweest.

Toen mijn broer en ik kinderen waren, kampeerden we elk jaar in het buitenland (meestal Italië), eerst in een door mijn moeder zelf tot kampeerbus verbouwde Ford Transit en later met zo’n aanhangwagen waar je een tent uit kunt klappen. Mijn vader zat in het onderwijs dus we konden lekker lang weg. Die vakanties waren zo fijn dat ik op de terugweg, bij passeren van de Nederlandse grens, altijd moest huilen omdat Nederland zo lelijk was, en saai. Ik houd nog steeds erg veel van vakantie.

Wandelen, jeu-de-boulen, kaarten en vooral veel pimpelen

Dit jaar had ik, zoals elk jaar, in oktober naar Spanje willen gaan. In het naseizoen is het daar niet zo heet als in de zomer, maar wel lekker zonnig, de zee is warm, en het is rustiger dan tijdens schoolvakanties. Mijn ouders hebben een huis in een urbanisatie, een wijk die uit de grond is gestampt voor Engelsen, Duitsers en Nederlanders, waar ze overwinteren. Ze trekken er op met een groep Nederlandse leeftijdgenoten waarmee ze wandelen, jeu-de-boulen, kaarten en vooral veel pimpelen. Een Estrella-biertje kost er maar een euro (wel een klein glaasje). Ze leven de pensionadolifestyle, en ik mag er ondanks mijn jeugdigheid (middelbare leeftijd geldt daar als jeugd) één keer per jaar aan meedoen.

Helaas gold voor Spanje in die periode code oranje. “Joh, kom gewoon langs”, zei mijn moeder, die al sinds half september met mijn vader in Spanje verbleef (en daar de hele winter zou blijven). Mijn ouders (76 en 81 jaar oud) deden vrij nonchalant over de gevaren van het virus. Als ik ze daarop aansprak zeiden ze zoiets als “nou, als we doodgaan aan Covid, dan worden we ten minste niet dement”. Hoewel daar geen speld tussen te krijgen was, stemde het me ook niet vrolijk. Thans zijn ze gelukkig gevaccineerd en weer thuis.

Ik bekeek wat mijn reisverzekering zou doen als ik in het ziekenhuis zou belanden met Covid in een land met code oranje; deze bleek niet uit te keren. De ziektekostenverzekering wel, maar het zou kunnen dat de kosten hoger uitvallen dan in Nederland. Dan moet je het verschil zelf bijleggen en daar heb ik geen geld voor. Toch overwoog ik het nog een tijdje, wanhopig het internet afzoekend naar mogelijkheden. Terwijl de kroegen hier weer dicht waren, stuurde mijn moeder me foto’s waarop ze met vrienden op een terras aan zee vrolijk naar me proostte. Ik zag groen van jaloezie.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Portugal was nog wel geel, maar daar wilde inmiddels iedereen heen dus de prijzen schoten omhoog. En bovendien zaten daar mijn ouders niet, en ben ik geen groot liefhebber van de Portugese cuisine (met zijn honderd verschillende bereidingen van gedroogde kabeljauw).

Tegen mijn zin besloot ik dan maar thuis te blijven. In de zomer, toen ik keihard zat te werken in warme kantoren, waren veel kennissen nog naar Frankrijk gereden, en terwijl ik nog twijfelde in de nazomer zat een vriend prinsheerlijk in Athene. Het kon nog net, maar door mijn getreuzel miste ik het moment.

Goudgeel strijklicht

Als ik een voorbeschouwing had kunnen geven op de lockdown, had ik gezegd dat ik vermoedelijk mijn stamcafé het meest zou missen en vakantie een beetje. Maar het bleek andersom te zijn. Terwijl ik mijn kroegvrienden nog één voor één op stoepjes kon treffen, weliswaar met een kartonnen beker vol koffie in plaats van een stevig glas koud bier, kon ik niets met mijn liefde voor de warme heldere Middellandse zee, vette tapas en het goudgele strijklicht. Ja, ik weet dat ik dramatisch doe en dat er ergere dingen zijn die je kunnen overkomen tijdens een pandemie, maar ik had liefdesverdriet over mijn gemiste vakantie.

Het is mij niet helemaal duidelijk waarom ik zoveel houd van vakantie. Vroeger was het duidelijk, tussen mijn zestiende en pak ’m beet dertigste, toen was het opwindend. Ik was een rijzige blonde jongedame, met sappige vriendinnen en hele Franse dorpen liepen uit om met ons te feesten. Overdag aten we stokbrood met niks en dronken we water, om ’s avonds geld over te hebben voor nachtclubs, waar we dansten op Franse zomerhits en waar we ons graag een drankje lieten aanbieden. We stapten op scooters, in auto’s zonder dak en op boten (doe ons dit niet na, kinderen, het is slechts toeval dat we nog leven) en lieten onze haren wapperen in de wind. Per vakantie maakten we minstens tien nieuwe vrienden, die we even snel weer vergaten. We keerden uitgehongerd en donkerbruin terug, en huilden in de trein om onze vakantieliefdes.

De Rijdende Rechter

Tegenwoordig vraag ik me weleens af waarom ik al die moeite doe (kattenoppas zoeken, de horror van vliegvelden en vliegtuigen trotseren) voor twee weken boeken lezen in de zon. Om in Spanje met mijn ouders via de satelliet naar De Rijdende Rechter te kijken, en mee te doen met de bingo of een pint te drinken in een Engelse pub in Spanje. Toch blijf ik het doen en niet alleen omdat het een gewoonte is. Het is prettig. Voor deze crisis ging ik ook nog weleens op stedentrip met vriendinnen, om wat te flaneren en cocktails te drinken maar dan werd ik meestal overmand door vliegschaamte. Dat ga ik niet meer doen, denk ik, alleen nog als het met de trein kan.

Dit jaar ging ik dus helemaal nergens heen. Nu kan ik goed met tegenslag omgaan (mijn leven is een aaneenschakeling van mislukkingen) en dat betekent dat ik niet kwaad word op zaken waar niemand direct schuld aan heeft. Net als aan het weer en andere natuurrampen, is de politiek niet schuldig aan het ontstaan van een virus. Dus meldde ik me niet op het Museumplein met een gele paraplu om ‘koffie te drinken’, met boze virusontkenners en bezorgde yogamoeders.

Met enig genoegen zag ik hoe koning Willem-Alexander en zijn vrouw halsoverkop terugkeerden van hun ongelukkig geplande vakantiereis. Ook van andere bekende Nederlanders kregen we de middelvinger, soms letterlijk zoals Lil’ Kleine en Estelle Cruijff deden vanuit een zwembad in Dubai. Het vliegverkeer ging gewoon door, behalve af en toe naar bepaalde extra besmettelijke landen, en er gingen nog steeds mensen gewoon op vakantie.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

“Ja, we zaten al maanden binnen. We moesten er echt even uit”, verklaarden Nederlanders op Curaçao toen daar nog geen negatief reisadvies gold voor het eiland zelf, maar niet-essentiële reizen toch werden afgeraden. En vanaf Zwitserse ski-pistes: “Dit is voor ons een essentiële reis, we waren er zo aan toe”. Ja, je zal het wel benauwd krijgen in je vrijstaande vijfkamerwoning met je partner en kinderen.

Zonder al dat gereis was de pandemie nooit zo uit de hand gelopen, maar we blijven lekker gaan. Kom niet aan de vakantie van Nederlanders, zij is heilig. Ben je weleens ergens geweest waar het niet krioelde van de Nederlandse toeristen? Ik niet. Wij bezetten de wereld op een manier die fysiek niet mogelijk zou moeten zijn voor zo’n klein volkje. Er zijn overal Nederlanders en we zijn gemakkelijk te herkennen aan onze lengte, tongval en klittenbandsandalen, hoewel de Duitser – die ook buitengewoon graag op vakantie gaat – er natuurlijk ook zo uitziet.

Obsessie met wintersport

De Nederlander rust niet voordat hij over Route 66 heeft gereden, de Kilimanjaro heeft beklommen en innerlijke rust heeft gevonden in een yoga-resort op Bali. Onze obsessie met wintersport is ook apart, gezien ons gebrek aan eigen bergen en heuvels. De Nederlander wil altijd ergens anders zijn dan in Nederland. Maar waarom houden we zoveel van op vakantie gaan? Het eerste waar je aan denkt is natuurlijk het (slechte) weer. Vrije tijd is toch wat minder vrij als je die vanwege aanhoudende plensbuien binnenshuis moet doorbrengen. Maar het weer verklaart niet waarom er ook Nederlanders naar Ierland gaan, of naar de Noorse fjorden. Wat kan meespelen is dat ons land klein is en tamelijk eenvormig. Ik begeef me op glad ijs, en zal dus vooral voor mezelf spreken. Ik houd veel mijn land maar het is niet erg mysterieus of poëtisch. Er zijn geen geheime plekjes te ontdekken, alles is ontgonnen en in kaart gebracht. Iedere geweldige eetgelegenheid is al beschreven. Dit land is plat, nat en bestaat bijna helemaal uit stad. Ik heb, en met mij misschien nog meer Nederlanders, last van oikofobie; een woord populair gemaakt door de bij mij persoonlijk niet zo populaire Thierry Baudet (die zelf ook helemaal niet van kleffe broodjes houdt en wel van cappuccino en lavendel) maar dit woord omschrijft wel het gevoel waar ik het over heb: onbehagen voor het blijven in een veilige, bestaande omgeving.

Ik was zelf nog nooit op een waddeneiland en at nog nooit een mossel aan een Zeeuws strand. Nu hebben vorige zomer natuurlijk een heleboel mensen Nederland ‘ontdekt’. Het bleek zowaar een puik vakantieland met mooie natuur en aardige mensen. Er is strand, er zijn leuke dorpjes en campings met fris sanitair. En weet je wat, je hoeft er niet voor in een vliegtuig.

Op de bank te kniezen

Deze ontdekkingsreis in eigen land was voor mij helaas niet weggelegd, want ik heb geen rijbewijs en het openbaar vervoer was nadrukkelijk niet bedoeld voor recreatie. Bovendien zijn de zomermaanden voor mij de drukste maanden en in oktober is het niet goed toeven in een tentje op een Nederlandse camping. Dus zit ik gewoon al anderhalf jaar thuis op de bank te kniezen.

De wereld heeft vakantie gehad van onze vakantie. Het water in de Venetiaanse grachten is helder, de besneeuwde toppen van de Himalaya waren weer zichtbaar vanuit Punjab en het centrum van Amsterdam bleek best mooi te zijn zonder toeristen. Dit zou een tijd van – een woord wat ik liever niet gebruik – bezinning kunnen zijn. We zouden ervoor kunnen kiezen om voortaan slechts één keer per jaar naar het buitenland te vliegen, of alleen nog maar te genieten van de eigen omgeving. Maar dat zal niet gebeuren want we hebben wat in te ­halen.

En ik? Ik koop af en toe een pakje Estrella-bier bij de supermarkt en kijk zuchtend slechte Spaanse series op Netflix. En als het in oktober mogelijk is, dan ga ik.

Cindy Hoetmer

Cindy Hoetmer (1967) is schrijver en grafisch vormgever. Ze schreef columns voor o.a. Nieuwe Revu en BlvD en drie romans. Haar laatste, Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar (2020), beschrijft op droogkomische wijze het alledaagse leven van een midlifer. “Mijn leven hangt maar een beetje van toeval en geen opties hebben aan elkaar”, zei ze bij verschijning.

Over welke soort vakantie voelt u ­liefdesverdriet? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Filosoof Ruud Welten: ‘Vakantie is een collectieve neurose, en dat bedoel ik vrij letterlijk’

Het is niet zo interessant aan mensen te vragen waar ze naartoe gaan op vakantie, vindt filosoof Ruud Welten. Je krijgt een veel interessanter gesprek als je vraagt waarom ze zo nodig weg willen.

Altijd goed op zijn tijd, een beetje vakantierelativering

Wim Daniëls schreef een geschiedenis van onze vrije tijd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden