Beeld Trouw

Wat is daar nou erg aan? Zorgen

‘Is mevrouw boos? Geen tijd; geef haar maar een kalmeringsmiddel’

Als dochter die regelmatig haar moeder in het verpleeghuis bezoekt, vraag ik me vaak af waarom het werk daar zelden gekwalificeerd wordt als bevredigend, interessant en uitdagend. “Ik heb zóóóveel bewondering voor die mensen”, hoor je vaak, als je vertelt over een staaltje inventiviteit van het personeel. En het kan aan mij liggen, maar dat klinkt toch een beetje alsof je zulk werk zelf nooit zou ambiëren: zo zwaar, zo naar. Terwijl er toch veel zinlozer werk bestaat, en vooral ook werk dat minder eist van je sociale intelligentie. Hoe knap is het niet om een oude dame aan tafel te houden die aankondigt dat ze ‘nu naar huis gaat’? Terwijl dat dus niet kan.

Maar ziet de buitenwacht dat ook, wat een speciale kunst zoiets is? Je krijgt de indruk dat de terechte verpleeghuiskritiek van Hugo Borst en Carin Gaemers enerzijds héél effectief is geweest (er kwam een sloot geld bij) en anderzijds contraproductief. Want die nieuwe banen die er kwamen dankzij hun manifest, wil niemand hebben: zo naar, zo’n verpleeghuis. Daarom hangen er nu op bushaltes in het hele land posters met de tekst ‘ik zorg’.

Maar hoewel vrijwel ­iedereen beseft hoe belangrijk dit werk is, heb ik toch vaak de indruk dat de kwaliteiten die het werk vergt niet echt op waarde geschat worden, wat vaker het geval is bij werk op mbo-niveau. Mensen aanvoelen vraagt een andere, geen mindere vorm van intelligentie dan, pakweg, het werken op een mensenvrij laboratorium. Je moet bedenken: wat wil die meneer precies? Wat probeert mevrouw te vertellen? Het vraagt een aanpak die je met een academische term ‘hermeneutiek’ zou kunnen noemen, de kunst van het interpreteren. 

Denken als een schroefboormachine

Anders dan bijvoorbeeld de laborant, die zich als een emotieloos meetinstrument moet opstellen om succes te boeken, helpt het bij het interpreteren juist als je je hele levenservaring meeneemt – net zoals je romans vaak pas begrijpt als je zelf wat langer hebt geleefd. Overigens bestaat ook hierbij zoiets als vroegrijp toptalent. Zo hoorde ik afgelopen zomer een piepjonge invalster het volgende zeggen over een knorrige oude dame: “Maar die mevrouw is vroeger professor geweest. Dat is voor haar best moeilijk, om hier nu te zitten.” Het omgekeerde komt helaas ook voor: een zeer verdrietige oude dame die te horen krijgt dat ze ‘zich aanstelt’.

Dat kan onmacht zijn, zo’n reactie, maar het laat ook zien hoeveel vermogen tot begrijpen dit vak eigenlijk vraagt – en dat is toch ook wat we intelligentie noemen.

Het typische ‘denkgereedschap’ van de hermeneutiek heeft filosoof Paul Wouters ooit vergeleken met de schroefboormachine. Dit apparaat functioneert pas als je schroeven, boorsnelheid en druk aanpast aan het onderhavige materiaal: beton, hout, gipsplaat. Zo werkt het ook in de zorg: wat bij de éne mevrouw werkt, werkt bij de ander niet. Dan is ook te begrijpen hoeveel frustratie tijdsdruk en regeltjes in de zorg teweegbrengen: ze doorkruisen de precieze afstemming die het werk bevredigend, interessant en uitdagend zou kunnen maken. “Is mevrouw boos? Geen tijd. Geef haar maar een kalmeringsmiddel.” Zo’n methode beledigt je intelligentie.

Wat is daar nou erg aan? Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden