Klein VerslagWim Boevink

Is dit het testament van Bob Dylan?

De lente zwelt dit weekend aan met groot orkest en het land spijkert ramen en deuren dicht. Naar buiten, naar buiten schreeuwt het in ons. Nee! Blijf binnen, blijf binnen is het gebod.

Ik strooi wat brood in de tuin, en de merels komen en de mezen en de mussen. Nog is het fris en bewolkt, maar de wind nog maar een zucht, de laatste ademtocht van een depressie.

In de Volkskrant schrijft Gijsbert Kamer over een net uitgebrachte, nieuwe song van Bob Dylan, een song met een lengte van zeventien minuten. ‘Murder Most Foul’ heet het nummer – het handelt over de moord op Kennedy, in Dallas 1963.

Dylan zelf liet weten dat de song al een tijd geleden is opgenomen, maar het is wel voor het eerst sinds 2012 dat hij iets nieuws laat horen. En voor het eerst maar één song.

Zeer ongewoon is het. Ik lees bij Kamer de suggestie dat het misschien wel om een afscheid zou kunnen gaan – Dylan is bijna 79.

Een soort testament.

Terugblik op de Amerikaanse muziekgeschiedenis

Want weliswaar staat die moord centraal, maar eromheen bouwt Dylan ook een terugblik op de Amerikaanse muziekgeschiedenis, op zijn eigen muzikale helden.

In Kamers stuk zit enige exegese, zoals je van een muziekrecensent mag verwachten, een recensent die niet al te verrast is over die muzieklijst en die weet dat de moord op Kennedy ‘een beladen plek’ in Dylans biografie inneemt omdat hij er destijds iets onhandigs over zei, namelijk dat hij zich wel herkende in Lee Harvey Oswald, de schutter.

Het nummer bevat regels die verwijzen naar het einde der tijden en Kamer schrijft: “Voelt Bob Dylan zijn eigen einde naderen?”

Ook lees ik dat er melodisch in die 17 minuten geen ontwikkeling zit, maar dat Dylans ingetogen voordracht daardoor iets hypnotiserends krijgt.

Ah.

Die omineuze dag in Dallas

Ik kijk naar de merels, de mussen en de mezen. En roep met enkele tippen het nummer van Dylan op. Het stroomt via een geluidsbox aan de muur het vertrek binnen.

Piano, viool, bas, percussie – heel zacht. Minutenlang zingt hij over die omineuze dag in Dallas. De stem meandert, de muziek weeft, het arrangement betovert, de piano pingelt, de viool zweeft.

Ik versta niet alles wat hij zingt.

Ik kijk naar buiten en zie niets meer. Ik hoor zinnen als ‘ik zit op de achterbank en naast me mijn vrouw– mijn hoofd in haar schoot’ – we zitten nog midden in het drama.

Maar ook zijn er verwijzingen naar de muziek uit die dagen en uit de dagen die komen, hij bezingt ze, de Beatles, Woodstock, Tommy, Little Susie, Dizzy Miss Lizzy, Patsy Cline.

De moord, de muziek, het tijdperk van de Antichrist.

En dan ergens, ver in het nummer al, roept hij Wolfman Jack aan, de befaamde radio dj en zingt zijn lijst met verzoeknummers.

Play dit, play dat. Ik luister, de wereld om me heen is verdwenen, het klinkt als een gebed, en een groot verdriet welt op, om alles wat stil ligt, wat voorbij is, om Bob, om mij.

Grote, grote schoonheid.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden