Renske Jonkman column artikel SITE Tijdgeest Beeld Loek Buter
Renske Jonkman column artikel SITE TijdgeestBeeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

In zekere zin was ik zelf dus al dor hout

Tot mijn verrassing stonden er ineens níeuwe bomen, op de plek waar afgelopen jaar de 63 populieren zo onbarmhartig waren gekapt. Met hun magere basten stonden de jongelingen schuchter in de koude oostenwind. ‘Iepen’, las ik op het papieren etiket.

Een halve kilometer verderop stond de bomenplanter in een fluorescerend pak onder een even zo fluorescerende blauwe hemel, waar hij samen met zijn maat de houten boompalen in de grond sloeg. Het had die nacht flink gevroren, zodat de omringende weilanden wit zagen van de rijp.

Toen ik passeerde trok de bomenplanter de rubberen banden strak. Hij droeg een grote bril en nam duidelijk de leiding, terwijl zijn maat er wat onbeholpen naast stond en het vak nog moest leren: onzeker hield hij de iep rond haar middel vast, en spreidde vervolgens teder de wortels uit. Ze deden me vaag denken aan het tragische duo landarbeiders uit Steinbecks Of Mice and Men, waarin de zwakzinnige Lennie een grote voorliefde heeft voor ‘zachte en aaibare dingen’, maar daarbij zijn eigen kracht nog weleens vergeet en zo’n lief muisje in zijn bonkige hand verbrijzelt.

Je vergat bijna de populieren die bruut waren onthoofd

“Het is lekker jong spul”, zei die met de bril toen ik voor hem bleef staan. “Maar het heeft wel twee jaar nodig om aan te slaan.” De provincie had alsnog besloten om wat van die jonge ‘boompies’ aan te planten, vertelde hij, en in totaal zouden ze 63 iepen neerzetten, ja inderdaad, exact zoveel als d’r waren gekapt, dat hadden ze allemaal uitgeteld en nagerekend. “Zo ziet het er toch nog een beetje gezellig uit”, zei hij. Hoe dan ook, die hele rij jonge boompjes, dat gaf toch wel een sprankje hoop tijdens deze toch al bange dagen, dacht ik bij mezelf. Je vergát bijna al die oude populieren die, na zestig jaar trouwe dienst, bruut door de provincie en het hoogheemraadschap waren onthoofd.

De omgezaagde lichamen midden op de weg. De bomen waren ‘klaar’, meenden de raadsleden, want bij een storm kon zo’n oude tak nog weleens afbreken, dwárs door de voorruit van een auto. En was dat niet heel gevaarlijk? Nee, het ‘dorre hout’ moest gekapt, precies volgens het adagium van opiniemaker Marianne Zwagerman, want die paar gepensioneerde populieren, tja: “Moet iedereen die in de bloei van zijn leven zit daar alles voor opofferen?”

Toch dacht ik met enige weemoed aan die knoestige basten, en aan het groene bladerdek dat het licht zo mooi filterde, en het zou nog zeker zestig jaar duren voordat de jonge iepen zoiets voor elkaar kregen, en dan liep ik al minstens tegen de honderd, waardoor ik zélf dus al in zekere zin dor hout was.

In de aanhanger lagen nog een stuk of tien bomen te wachten, en vanmiddag kwamen ze een laatste ‘vrachtje’ langsbrengen. De maat legde nog eenmaal de wortels goed, bekeek het liefdevol, en schepte toen met ijzeren hand het gat dicht.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden