Klein Verslag Wim Boeving

In New York zie je het papier sterven

Vaak was ik ’s nachts even wakker. Om drie uur, om vier uur. De airco blies koude lucht de hotelkamer in, de vitrage bolde ervan op. Ik liep naar het gesloten raam en keek neer op het kruispunt.

De lichten waren aan bij Chelsea Papaya, een burgertent op de hoek, en ook bij de Subway aan de overkant, waar een man met pet en in een zwarte polo eenzaam met zijn armen over elkaar achter de toonbank stond.

Hel geel licht viel er naar buiten.
Een Hopper.
Open 24 hours.

En altijd stroomde er verkeer over de Seventh Avenue, passend natuurlijk in een stad die nooit slaapt.

In de ochtend stond ik vroeg op om schuin aan de overkant van het kruispunt The New York Times te gaan kopen, onder een News and Media-neonlicht. Drie dollar voor een krant. De mensen achter de toonbank waren afkomstig van het Indiase subcontinent.

Nooit lukte het me om geroutineerd die drie dollar te presenteren. Ik deed een greep in mijn broekzak waar ik losse dollars bewaarde en haalde een stapeltje papier te voorschijn van voor mij allemaal eendere biljetten.

Hier wreekte zich misschien ook dat ik de omgang met echt geld verleerd ben; ik frommelde onhandig met het papier, kon geen denominatie van de ander onderscheiden en frutselde dan maar wat biljetten op de toonbank om de Indiërs (ze waren altijd met z’n tweeën) er een selectie uit te laten maken.

Ik verliet de zaak met een schaapachtig lachje en in de loop der dagen viel me op dat ik nooit een ander mens met een krant zag lopen. Niemand die een krant las in de metro.

Toen ik de krant eens bij een andere kiosk kocht, zei de kioskhouder desgevraagd dat hij dagelijks negen exemplaren ontving. Ook bij de Indiërs was dat aantal niet groot.

Prachtig stervend papier

Bij het aantreden van Trump schoten de digitale abonnementen even omhoog. Maar je ziet het papier sterven. Op zondagen weegt een pak NYT een pond. Maar wat een prachtig papier is het toch en wat spijtig dat het in Nederland niet te krijgen is.

Ik sloeg de krant open op mijn bed – het bureau was te klein – in dat fraaie Amerikaanse, wat langgerekte broadsheet-formaat. Een beeldschone foto-en tekstbijlage onder de titel: Life below, the sunless world of immigrants in Queens bracht me bijna in tranen. Over duizenden die leven in kelders.

De vereerde en verguisde New York Times. The failing New York Times. Donald Trump liet het Witte Huis-abonnement opzeggen.

Hoofdkantoor 620 Eight Avenue.
Tijdens mijn verblijf elke dag lange stukken over de afzettingsprocedure en de vooronderzoeken.
Sowieso veel lange stukken; ik vroeg me in deze jachtige stad af wie er de tijd had om ze te lezen.
Er was zoveel in deze stad.

Het oversteken van een kruispunt is een reis met vergezichten. Kijk onderweg naar links of naar rechts, die lange perspectieflijnen van de avenue’s, de hoogoprijzende wanden, het licht daartussen. Wonderlijk hoeveel einder er is in zo’n dichtgebouwde metropool.

Ik wilde nog met Jim en Jane naar Coney Island, naar Williamsburg in Brooklyn, naar het nieuw ingerichte Moma en natuurlijk naar McSorley’s in East Village. (Wordt vervolgd)

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden