Klein Verslag Wim Boevink

In New York ben je vreemde onder vreemden - en daarom voel je je er snel thuis

Er is een fraaie passage in E. B. White’s in 1948 geschreven essay ‘Here is New York’, waarin hij de stress en ergernis beschrijft van een buschauffeur in Manhattan.

Alledaagse ergernissen. Die hem aan de rand van de waanzin kunnen brengen: ‘het stoplicht dat altijd net te vroeg van kleur verandert, de passagier die op de gesloten deur bonkt, de vrachtwagen die de enige doorgang blokkeert, de munt die op de vloer valt, de vraag die op het verkeerde moment wordt gesteld.’

Zo vol en zo gespannen

Aan White en zijn beroemd geworden essay, wijdde ik gisteren al het Klein Verslag. Nooit was er zoveel ongemak in de stad, schrijft hij, nooit was het er zo vol en zo gespannen.

Wie via de West Side Highway de stad naderde, kwam in een maalstroom terecht. Ook het geld stroomde binnen; je kon amper nog een plaats in een restaurant krijgen, zakenmensen stonden in de rij, zoals werklozen ooit voor soepkeukens in de rij stonden. Het lunchuur in Manhattan werd met een half uur vervroegd om zo een betere kans op een tafel te krijgen.

In de bussen over Fifth Avenue kun je alleen nog maar staan. Gedurende bepaalde uren vind je nergens een lege taxi of je moet er met anderen over ruziën.

Alle mogelijke nationaliteiten

Aldus White, in 1948. New York, het volle New York, telde toen met zijn vijf stadsdelen of boroughs acht miljoen inwoners, onder wie twee miljoen Joden van alle mogelijke nationaliteiten, zevenhonderdduizend ‘Negroes’ van wie er vijfhonderdduizend in Harlem leefden, 230.000 Puerto Ricanen, een half miljoen Ieren, een half miljoen Duitsers, negenhonderdduizend Russen, honderdvijftigduizend Engelsen, vierhonderdduizend Polen, en grote aantallen Finnen, Tsjechen, Zweden, Noren, Denen, Letten, Grieken en Belgen om nog maar niet te spreken over de Italianen en de Chinezen. En zelfs Nederlanders, schrijft White, en die zitten er al van heel lang geleden.

Ik geef hier de opsomming van White weer, inclusief de ‘Negroes’ die hij niet indeelt in nationaliteiten; ze leven in Harlem, een stad op zichzelf. Ze mogen wel gebruikmaken van metro en bus, maar krijgen vaak geen gelijke behandeling in hotels of restaurants en ook huiseigenaren en verhuurders mogen zwarten uitsluiten.

Maar verder kan zo’n stad met zoveel immigranten uit verschillende werelddelen zich geen racisme veroorloven zonder een kruitvat te worden, dus heerst er tolerantie als in een onschendbaar bestand.

Nogmaals: 1948.

Een vreemde onder vreemden

Het bevolkingsaantal is anno 2019 amper gestegen: in New York City wonen nu naar schatting 8,5 miljoen mensen, maar de samenstelling is wel veranderd. Een kwart van hen is nu zwart, iets meer dan 40 procent wit, 15 procent is Aziatisch en 15 procent Latino. Iets meer dan de helft van de inwoners gebruikt Engels als voertaal, een kwart spreekt Spaans. Meer dan een derde is niet in Amerika geboren.

Ik ben in New York als u dit leest, en gisteren schreef ik dat ik me een vreemde onder vreemden zou voelen, maar je kunt ook zeggen dat je je daarom in deze stad snel thuis voelt; het lijkt wel of de graag gestelde vraag naar waar je vandaan komt, een zeer verbindende is. Oneindig veel draden van over de wereld weven hier hun net.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden