NaschriftMaïté Duval

In grijze coltrui, handen in de klei, streed kunstenares Maïté Duval (1944-2019) tegen onrechtvaardigheid

Maïté Duval aan het werk in haar atelier.

Beeldhouwster Maïté Duval was in cultureel Zutphen een graag geziene erudiete Franse dame, maar ze bleef ook altijd een arbeiderskind.

Met haar handen in de klei. Grijsblauwe IJsselklei. Geen gemanicuurde handen had Maïté, maar ruwe handen vol groeven en wondjes van het boetseren en het knippen van staaldraad voor de metalen skeletten van haar beelden. Ze was klein van stuk, maar heel sterk. Met de enorme ketting en takel in haar atelier hees ze loodzware gipsen mallen omhoog van wat later bronzen beelden zouden worden. Op de muren van haar atelier en in haar talloze opschrijfboekjes stonden spreuken die haar inspireerden. Zoals ‘Etonne-moi’, ‘Verbaas mij’.

Een noeste werker (in grijze coltrui, handen in de klei) strijdend tegen onrechtvaardigheid. Een erfenis van haar afkomst uit een Normandisch arbeidersgezin. Maar ook een erudiete kunstenares met een charmant zwaar Frans accent en chique kleding. De enige die in het Zutphense Luxor Filmtheater (waar zij wekelijks kwam met haar filmclub) applaudisseerde en ‘Bravo!’ riep wanneer een film haar had bekoord. Een intellectueel met kennis over film, muziek, literatuur en kunst.

Maïté Duval, Maïté (vooraan) in het ouderlijk gezin, ze was de tweede van zeven kinderen

Dat Maïté als meisje al goed kon leren, was haar ouders snel duidelijk. Haar vader werkte aan het Franse spoor, moeder deed verstelwerk en leidde het gezin met zeven kinderen, van wie Maïté de tweede was. Hoewel haar moeder devoot katholiek was, stond ze fel op tegen de pastoor toen bleek dat Maïté niet mocht doorleren. En zo ging hun dochter naar een meisjesinternaat met een lyceum in Rouen. Een plek waar ze zich diep ongelukkig zou voelen. Door de nonnen werd ze beknot in haar vrijheid en eigenheid en daarnaast was ze te midden van haar medeleerlingen een buitenbeentje, geminacht om haar afkomst.

Liefde op het eerste gezicht

Haar leven nam een radicale wending toen ze kunstschilder Thierry Rijkhart de Voogd ontmoette. Maïté had een beurs gekregen voor letterkunde aan de universiteit in Rouen. Op een dag zat ze in een studentencafé in het oude centrum een boek te lezen toen er twee Franse broers binnenkwamen. Beiden probeerden het mooie meisje te versieren, maar Thierry maakte zijn broer snel duidelijk dat zij voor hem was. Het was liefde op het eerste gezicht, van beide kanten. Maïté kwam bij Thierry wonen in zijn met verf bezaaide atelier waar ze tot diep in de nacht discussieerden, lazen, veel rookten en dronken. En waar Thierry haar schilderde terwijl Maïté poseerde. Ze voelde zich bevrijd van de nonnen.

Maïté met haar grote liefde kunstschilder Thierry Rijkhart de Voogd.

Ze trouwden en in Rouen werd in 1968 hun oudste zoon Barend geboren. Kort daarna vertrokken ze naar Nederland, een land dat Thierry al kende omdat zijn ouders er waren opgegroeid voor ze in de jaren dertig emigreerden naar Frankrijk. In Voorst, een dorp vlakbij Zutphen, werden de sociale kunstschilder en de knappe stille Française hartelijk verwelkomd. Na hun zoon kwamen er nog twee dochters, Bien en Mathilde.

Maïté was een creatieve moeder die luisterde naar haar kinderen, ze omhelsde en troostte, die hen in het weekend een glaasje jus d’orange en een speculaasje op bed bracht, maar die ook haar eigen leven bleef houden. De kinderen zagen ‘maman’ niet vaak koken of schoonmaken, eerder zat ze te lezen of poseerde ze in het atelier voor hun vader. Want voor Thierry was Maïté nog steeds zijn muze, hij raakte niet uitgeschilderd, elk deel van haar lichaam legde hij vast. Het stel bleef verliefd en kon niet van elkaar afblijven.

Discussies aan tafel over politiek, half in het Frans, half in het Nederlands

In hun huis Big Sur in Voorst werd aan tafel in half Frans, half Nederlands gediscussieerd over politiek en kunst. Regelmatig demonstreerde het hele gezin tegen maatschappelijk onrecht, de kinderen droegen spandoeken met ‘Kinderen willen ook vrede’, op de auto prijkte een sticker met ‘Stop de neutronenbom’. De auto: een knalgele bus waarmee ze in de vakanties naar Normandië reden naar Maïté’s familie. Onderweg zong het hele gezin luidkeels de stichtelijke Franse liedjes die Maïté op school bij de nonnen had geleerd.

In de jaren dat de kinderen klein waren maakte Maïté als sinterklaassurprise een kleibeeldje van het hoofdje van zoon Barend. ‘Ah, un petit Rodin’, zei Thierry onder de indruk van het werk. Het was overduidelijk dat ze talent had. Ze begon meer te boetseren. Haar beelden, vaak kinderen, waren in het begin nog wat klein en timide, maar wel sprekend. Bij gevestigde beeldhouwers stak ze haar licht op over de technische aspecten van het beeldhouwen. Zo werd ze van muze ook schepper.

Maïte met dochter Mathilde in 1970.

Maïté had nog geen eigen atelier en werkte in de slaapkamer waar nu grote tonnen klei stonden en zij zelf poseerde voor de spiegel voor de naakte vrouwenfiguren die ze steeds vaker maakte. Langzaam werd haar werk bekender. Ze begon te exposeren in musea als het Singer in Laren, in galerieën en beeldentuinen en kreeg regelmatig opdrachten voor sculpturen in de openbare ruimte. Haar beelden kwamen te staan op plekken door heel Nederland, zoals ‘Else’ in Zutphen, ‘Ainsi soit-elle’ (‘Zoals zij is’) in Apeldoorn en ‘Paula in kamerjas’ in Hoog Soeren. In al haar vrouwenbeelden zat een stukje Maïté. Naast beelden maakte ze ook tekeningen en schilderijen.

Inspiratie haalde ze van dichtbij, uit haar eigen leven. Het stel liet een uitbouw maken zodat Maïté een atelier had. Twee kunstenaars, allebei met een sterke persoonlijkheid, beiden af en aan in de spotlights, dat kon flink botsen. Spanningen die tegelijk ook een bron waren van energie en creativiteit. Ze waren elkaars grootste criticus en bewonderaar.

Het was haast een ritueel wanneer een beeld van Maïté af was. Er ging een doek omheen en dan kregen de kinderen het te zien, als een kleine opening.

Sociaal onhandig

Een nieuwe periode brak aan in het leven van Maïté toen twintig jaar geleden Thierry na een periode van ziekte op 54-jarige leeftijd overleed. Het schrijnende gemis van haar soulmate zou altijd bij haar blijven. Toch krabbelde ze na een paar jaar weer op. Ze bouwde een nieuw sociaal netwerk op rondom haar grootste passies. Zo werd ze lid van een ‘gewone’ leesclub, een leesclub van Russische literatuur, een bridgeclub en een filmclub. Haar honger naar cultuur bleef onverzadigbaar. Sociaal was ze graag gezien, al kon ze ook verlegen zijn. En soms was ze in contact met anderen ronduit onhandig. Zo wees ze tijdens een kort ziekenhuisverblijf de dokter kritisch op drie felblauwe schilderijen aan de muur: dat was toch geen kunst? ‘Oh’, zei de arts, ‘die hebben onze verpleegkundigen met heel veel plezier gemaakt tijdens een workshop.’

Maïté Duval, aan het werk in haar atelier.

Maïté kon genieten van haar kinderen en kleinkinderen en koesterde hen met haar warmte, handen en lach. Ze hield van gezelschapsspelletjes als rummikub en schaterde om schuine moppen. Toen haar zoon eens vroeg of ze nooit dacht aan een huisje in Frankrijk antwoordde ze ontkennend. Ze was vergroeid met het vlakke land waar ze was neergestreken. Soms voelde ze zich alleen en melancholisch door het gemis van Thierry, maar haar werk floreerde nu ze uit zijn schaduw was. Haar beelden werden stoerder en zelfbewuster. Vrouwelijkheid was altijd al een thema geweest in haar werk, misschien wel door haar jeugd bij de nonnen waar die vrouwelijkheid verstopt moest worden, maar in haar latere jaren zat er nog meer vrijheid en energie in haar beelden.

Ouder worden vond Maïté niet altijd gemakkelijk. Ze kreeg last van haar ogen en had artrose door de zware fysieke arbeid. Soms maakte ze zich zorgen. Zou ze wel sterk genoeg blijven voor haar werk en zou de inspiratie haar niet in de steek laten? Begin dit jaar was Maïté begonnen met een nieuw beeld dat anders was dan eerdere beelden. De meeste van haar kunstwerken waren niet groter dan menselijke schaal, dit borstbeeld met een gezicht dat omhoog kijkt naar de hemel, was een stuk groter. Het kunstwerk dat zij ‘Inspiratie’ had genoemd, stond bij de bronsgieter en was net in brons gegoten, toen Maïté onverwacht overleed aan een hartstilstand. Het moest alleen nog gekleurd worden.

Maïté Duval werd geboren op 26 maart 1944 in Renazé en overleed op 2 november 2019 in Zutphen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden