Klein VerslagWim Boevink

In een van de oudste steden

In de ochtend liep ik naar de rivier. Een dag eerder was de tweede februaristorm gepasseerd, met veel regen. Nieuwe regen was aangekondigd, en hagel en natte sneeuw, maar nu scheen even de zon en was de hemel schoongeveegd.

Ik liep via de oude markt de straat in die loodrecht uitkwam op de rivier en naarmate ik het water naderde, begon de wind harder te waaien. Hij bulderde in harde stoten over het brede rivierbed, ketste langs de witte gevels aan de kade en sloeg hier en daar een zijstraat in. Het hart van de oude binnenstad bereikte hij niet.

De rivier was opgezwollen, het wateroppervlak rimpelde onder de wind, de uiterwaarden aan de overkant waren ondergelopen. Hij glinsterde blauwig in het zonlicht, heel anders dan eerder onder een dichte wolkenlucht, toen hij traag, zwaar en bruingeel voorbij modderde.

De beschutting

Lang kon ik er niet naar kijken, de wind was te hard en te guur, dus haastte ik mij terug in de beschutting van de stad. Die beschutting is oeroud, zo schoot door me heen toen ik een bord passeerde dat wees op een vroegere stadspoort bij de ingang van de markt, een poort die in de achttiende eeuw met resten van vestingwerken – zoals de oude stadsmuur – was afgebroken.

Deze stad, Zutphen, is een van de oudste van het land. De grote rivier, de IJssel, moest zich nog met haar loop bij die eerste bewoning voegen, want Zutphen was in oorsprong gebouwd op een duin of landtong van een kleinere rivier, de Berkel, die zich nu als een bescheiden stroom bij de IJssel voegt.

Een ringwalburg heette dat destijds, omstreeks 900 na Christus. Zuidven werd Zutphen, een bestuurlijk centrum van een graafschap. De stad groeide snel uit tot een rijk handelscentrum, lid van de Hanze, en ik keek recht voor me uit op de Wijnhuistoren, een van de manifestaties van die rijkdom, al is de toren uit de zeventiende eeuw, en kon je na de Spaanse bezettingsjaren spreken van ‘nieuwe’ rijkdom.

Middeleeuwse robuustheid

Rijk is de stad nog steeds, op een heel eigen manier. Er is in al zijn middeleeuwse robuustheid ook een zekere verfijning. Ik stond voor de etalage van een uitvaartonderneming op antroposofische grondslag, met uitzicht op een ruwhoutenkist van eiken. De kist was, zei een folder, ‘duurzaam, regionaal, sociaal’. Op het deksel een gedicht:

‘Die het maakt, wil het niet

Die het draagt, houdt het niet

Die het koopt, gebruikt het niet

Die het gebruikt, weet het niet.’

In het pand ernaast was een dierenzaak gevestigd onder de naam ‘De Groene Hond’. De zaak had uitsluitend biologische voeding voor het huisdier in het assortiment. ‘Winterbanden voor je hond?’, vroeg een ingelijst bordje in de etalage en adverteerde voor Paw Wax, ‘een potenwax die beschermt en verzorgt bij sneeuw, ijs en pekel’ – kortom bij al die weersomstandigheden die we deze winter misten.

Ik staarde even naar een roestvrij stalen voederbak, gevat in een fraai afgewerkt houten frame en stak de straat over naar een duurzame kledingboetiek en een beddenwinkel die Ecolinde heette, ‘voor een natuurlijke nachtrust’. De bedden hier waren van wild-eikenhout of kern-beukenhout en de kussens van biologisch katoen.

Deze stad overleefde Spaanse belegeraars, oorlogen en bombardementen, en maakte zich op om ook een klimaatcrisis te doorstaan.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden