NaschriftJosé Cutileiro 1959 - 2020

In de muziekscene van Groningen zal het nog lang over José Cutileiro (1959-2020) gaan

José Cutileiro met vriendin Anne en hun zoon Aymon in Zeeland 2016.

Maandenlang kon hij in dezelfde trui rondlopen. Zijn focus en nauwkeurigheid bewaarde de geboren Portugees voor dingen die hij écht belangrijk vond. Zijn liefde voor muziek, taal, verhalen en schrijven bepaalde zijn leven.

Het is niet ‘Gosé’, maar ‘Zjozè’. Niet de harde takketakketakklanken uit het Spaans, maar zacht zangerig Portugees. Maar ja, welke Nederlander zegt dat nou goed? En dus zei José Cutileiro tegen iedereen: “Zeg maar José hoor”. Goed uitgesproken of niet, velen kennen zijn naam in de stad Groningen, waar hij bleef hangen na zijn studie en zijn hele werkzame leven doorbracht. Van een van de bands waarin hij speelde. Van zijn programma op OOG, de lokale radiozender. Als schrijver van liedjes of verhalen. Of misschien als medeoprichter van dwarsstraat.com, een onlineplatform voor waargebeurde verhalen, zijn laatste project.

José werd in 1959 in Lissabon geboren. Hij was nog klein toen zijn ouders scheidden en zijn moeder hertrouwde met Fernando Lopes da Silva. Het jonge gezin ontvluchtte het fascistische regime en streek, na een paar jaar in Londen, in Bilthoven neer. José was 5 jaar.

In plaats van zichzelf te wagen aan de Hollandse gutturalen, ging de kleine José in eerste instantie zijn klasgenoten Portugese woordjes leren.

Een linksig nest

José’s stiefvader was wetenschapper, zijn biologische vader diplomaat, in de jaren negentig betrokken bij de vredesonderhandelingen in voormalig Joegoslavië. Zijn moeder Carlota sprak in 1988 de Verenigde Naties toe namens de WILPF, een internationale vrouwenvereniging voor vrede en vrijheid. José ging naar de Werkplaats Kindergemeenschap, de school waar leerlingen ‘werkers’ en docenten ‘medewerkers’ waren. Op die school, vertelde José, leerde hij wat omkoping was. Hij zou blijven zitten wegens een onvoldoende voor Duits. De leraar stelde voor er een voldoende van te maken, maar dan moest José hem wel beloven geen Duits te zullen kiezen.

José Cutileiro, ongeveer 6 jaar.

Een linksig nest dus, vertelt de Groningse muzikant Bert Hadders, die José leerde kennen in het Groningen van 1980, waar ze beiden studeerden. Op José’s studentenkamer draaiden ze nachtenlang platen, voerden ze verhitte discussies over muziek, te midden van rijen beugelflessen en stapels pizzadozen. Wat voor de een het hoogtepunt van de elpee was, vond de ander verschrikkelijk. José studeerde toen filosofie, later zou hij ook nog aan Engels beginnen, maar hij maakte geen van beide af.

Dat ene loopje

José leerde zijn studievriend analytisch luisteren. Wees hem op dat ene loopje, die bijzondere overgang. José maakte een studie naar ­intro’s en verzamelde alle akkoorden op gitaar die met één vinger te spelen zijn, dat soort dingen.

Misschien maakte dat analytische hem wel tot zo’n getalenteerd liedjesschrijver. Hij was bedachtzaam, bedeesd, had een hekel aan ruzie. Een vrolijke man, maar zelden uitbundig, niet iemand die met zijn mening vooraan stond, veel liever bleef hij een beetje op de achtergrond. Hij wist dat hij niet goed kon zingen, en schreef vooral opdat andere, betere zangers, zijn liedjes zouden vertolken. Wat ook gebeurde: Hadders nam ‘Cutileiro’s’ op in zijn eigen repertoire.

José was gevoelig voor detail, stond bekend als de man van de concepten. De look-and-feel van de bands waarin hij speelde bepaalde en bewaakte hij. Neem de fanfarepakken van Cochon Bleu, de folk- en americanaband waarin hij vanaf midden jaren negentig zestien jaar speelde. Tijdens een verblijf op een Waddeneiland vonden de bandleden op de zolder van de herberg een doos met verkleedkleren. Neem maar mee, zei de eigenaar, en vanaf toen traden ze op in authentieke fanfare-­pakken. Veel later zou de band die nog eens op maat laten namaken, maar dan in felrood.

Beeld Sieto Kiewiet

José trad al als soloartiest op onder de naam Slow Joe, en hoe toepasselijk die naam was, bleek tijdens optredens met Cochon Bleu, waar de rustige José opviel tussen zijn springerige bandgenoten. In het najaar van 1999 resideerde de band een maand in Portugal, net zoals José’s grote idolen de Beatles een tijd in Hamburg hadden verbleven. Ze woonden in Albufeira boven een soort witwaskroeg, overdag schreven ze en ’s avonds traden ze op. Ze trokken amper publiek, maar de maffiose kroegbaas was onverbiddelijk en liet ze evengoed elke avond van acht tot twee op het podium staan. Cochon Bleu maakte meters en dat was te merken: toen ze terug kwamen in Groningen, waren ze beter dan ooit.

José speelde ook in andere bands, zoals Brothel Brothers & the Maradona’s en Ziffels, hij draaide plaatjes in verschillende kroegen van de stad. Was betrokken bij de Song Club, een maandelijkse avond waar talentvolle singer-songwriters nieuw werk ten gehore brachten voor vakgenoten – en bij de Prozaclub, iets soortgelijks voor schrijvers.

Een Melkertbaan

Toen de sociale dienst het mooi geweest vond, kreeg hij begin jaren negentig een Melkertbaan bij stadsomroep OOG. Dat was even slikken, zeker toen hij voor de ochtendshow ging werken: elke morgen om zes uur beginnen, het tijdstip waarop hij tot die tijd zo’n beetje zijn bed in rolde. Maar hij vond het leuk, ­volgde er allerlei cursussen en groeide in het radiomaken, kon er zijn ei en zijn liefde voor muziek, taal, verhalen en schrijven in kwijt. Die liefde bleef zijn leven bepalen, ook toen hij voor zichzelf begon als tekstschrijver: hij bleef schrijven over theater en muziek.

Die passie deelde hij met de andere liefde die in zijn leven kwam. Midden jaren negentig ontmoette hij Anne Heemstra in de Benzinebar. Ze ging mee naar optredens, ze bezochten samen concerten en maakten mooie reizen, zoals naar de Verenigde Staten. Daar klopten ze aan bij Henri LeMaitre, de cajunzanger aan wie José ooit in muziekcafé Huize Maas tips had gevraagd. Diens antwoord – ‘Just go home and feed the chickens’ – had Cochon Bleu als titel gebruikt voor de eerstvolgende CD, en die kwamen José en Anne hem nu overhandigen. De very special friends from Holland moesten blijven logeren, mee naar een optreden in een keet in the middle of nowhere en het bal openen.

Eigen vrijheid

Samenwonen wilden ze allebei niet, daarvoor hechtten ze te veel aan hun eigen vrijheid en ruimte, en dus bleven ze latten. Dat beviel uitstekend, ook toen in 2004 zoon Aymon werd geboren. Op zondagavonden namen ze bij een uitgebreide maaltijd de weekplanning door. Soms kookte hij, soms zij, altijd zonder pakjes en zakjes. José’s specialiteit was ‘Hollandse macaroni op zijn Frans’, afgekort tot HMOZF, met dat recept won hij nog eens een kookwedstrijd. Toen Aymon er was en regelmaat belangrijker werd, vonden ze ‘de late lunch’ uit. Zo kon de jongen goed eten én op tijd naar bed.

Beeld familiearchief

Zo gestructureerd en doordacht als José schreef, zo chaotisch kon hij zijn met andere dingen. Droeg hij op het podium, in de Slow-Joe-tijd, steevast een pet die hij speciaal had ­laten maken, met een klep van 50 centimeter waarin een geheim vakje zat voor kleingeld en andere benodigdheden, privé liep hij soms maandenlang in dezelfde trui, en afwassen deed hij alleen als hij een pan nodig had.

Zijn focus en nauwkeurigheid bewaarde hij voor dingen die hij écht interessant en belangrijk vond. Zijn muziek. Zijn verzameling Kuifje-albums. Legoën met zijn gezin. Aan Anne’s muur prijkt, naast ingelijste plattegronden van Lissabon en Groningen, het resultaat van deze familiehobby: een Eiffeltoren, een Golden ­Gate Bridge. Een gele Fiat 500.

Sinds Aymons geboorte gingen ze zeker eens per jaar naar de familie in Portugal. Toen de jongen 10 was, reisden ze gedrieën naar New York, en ze namen zich voor om dat elke vijf jaar te doen.

Aymon erfde zijn vaders muzikaliteit. Hij drumt, en al snel zaten vader en zoon samen plaatjes te draaien, wezen ze elkáár op dat ene loopje en dat bijzondere riffje. Discussieerden ze samen. In tegenstelling tot Aymon had José niks met Queen, maar dat zijn zoon naar the Beatles en naar Johnny Cash luisterde – José ging er prat op dat hij zowel initialen als geboortedag met Cash deelde – maakte hem dan weer apetrots. Ze hadden beiden weinig met Elton John, maar bezochten toch de film over diens leven, werden nieuwsgierig, lazen de ­autobiografie, verdiepten zich in de muziek. Leerden hem waarderen.

Dat was José ten voeten uit: belangstellend en nieuwsgierig, en dan elk feitje en weetje uit- en opzoeken. Hij onthield het ook ­allemaal, wie hem heeft gekend, roemt zijn ­fabuleuze geheugen. Hij ging naar popquizzen, Anne naar pubquizzen, en ze zouden een keer met z’n drieën gaan: hij, Anne en Aymon, de afspraak stond al. Maar op de bewuste avond zaten ze op de spoedeisende hulp.

Ervoor gaan

Bij toeval werden begin 2019 puntjes ontdekt op zijn longen. José weigerde de ziekte zijn ­leven te laten bepalen. Probeerde ervoor te gaan, hoop te houden. Maakte er grappen over. Het hielp hem, maar ook Anne en Aymon, ermee om te gaan.

Op Facebook was José openhartig over zijn ziekte. Ook toen het, na positieve berichten, alsnog foute boel bleek. Hij was schoon verklaard, maar de kanker bleek uitgezaaid in zijn hersenen. José was kansloos.

José Cutileiro werd geboren op 26 februari 1959 in Lissabon en overleed op 22 juni 2020 in Groningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden