VoorpublicatieTatoeage

In de huid getekend

Beeld Hollandse Hoogte / Evelyne Jacq

Wie niet gezien wordt, is verloren, in het tijdperk van de swipende mens. Henri Beunders onderzoekt de tatoeagecultuur. Een voorpublicatie.

Tatoeëren is schrijven in huid. Dat gaat al heel lang machinaal, en sinds een tijdje met een soort hightechvulpen. Schrijven op papier, zoals wij dat in de westerse cultuur kennen, ging vele eeuwen ook met een pen. Met een potlood van grafiet, met een ganzenveer die je in inkt doopte en dan over het papier liet gaan. En later met een ballpoint.

Ik schrijf op een toetsenbord, achter een scherm. Een goed deel van mijn leven ben ik bezig geweest met het beschrijven van het openbare, zichtbare leven. En nog langer met de onzichtbare drijvende krachten erachter, de ‘dingen in de diepte’ waarover mensen niet zo makkelijk spreken. Het is silentium populi, het zwijgen van het volk – bijvoorbeeld over de steeds zichtbaarder wordende tatoeages in mijn naaste omgeving en overal waar je gaat. 

De tatoeage is onderdeel van de cultuur van body modification, en daarmee van het hedendaagse denken over het eigen lichaam, de optimalisering ervan en daarmee indirect van de geest, en de presentatie van dit alles aan de buitenwereld. Wat zijn de motieven om tatoeages te laten zetten?

Henri Beunders (1953) is hoogleraar ontwikkelingen in de publie­ke opinie aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef onder meer ‘Publieke tranen. De drijfveren van de emotiecultuur’.

“Op een ochtend werd ik wakker”, schreef de Britse Lord Byron (1788-1824), “en ontdekte ik dat ik beroemd was.” De dichter had net succes met zijn erotische avonturiersdichtwerk ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ (1812). Het was een aanwijzing dat er in de wereld van de kunsten iets nieuws was ontstaan: een anoniem publiek dat een toneelspeler, componist, schrijver of schilder beroemd kon maken zonder dat de kunstenaar er zelf weet van had. Hiermee werd de kunstenaar ook afhankelijk van dat anonieme publiek dat hem claimde voor de eigen dromen en behoeften en soms tot navolging overging, dat alles in de overtuiging dat de kunstenaar zijn innerlijk uitte in zijn kunst.

Het woord fan werd geboren. Vrouwen stuurden Byron plukjes van hun schaamhaar in een envelop. ‘Fan’ komt van fanatic of fancy, een verzamelterm voor liefhebbers van een hobby of sport, vooral het boksen. Byron was de eerste popster.

Wake me up when I’m famous.’ Deze oproep staat op een Amsterdamse muur gekalkt. Het is intussen een internationale trekpleister geworden. Even ervoor gaan staan, gekke pose aannemen, selfie. Leuk, origineel, direct op Instagram. Als je toeristen vraagt of ze Lord Byron kennen, luidt het antwoord: “Byron-wie? Het is Andy Warhol, dat weet toch iedereen?”

De gestage democratisering van de roem ging gelijk op met de gestage individualisering van de mens zelf, hoezeer die ontwikkeling ook zijn terugslag had in conformisme en collectivisme, zoals fascisme en communisme. En nu misschien in het consumentisme. De explosie van het ik begon met de verheerlijking van het individu – dat van nature goed zou zijn – en de verkettering van de maatschappij – die tot gekunsteldheid en onechtheid zou aanzetten.

Van emancipatie naar creatieve expressie

In de twintigste eeuw is de traditionele band tussen kunst en religie (en het hiernamaals) verdwenen. De kunst heeft nu tot doel iets te uiten over het leven hier op aarde. En is volgens critici vooral iets geworden voor design, marketing en entertainment. Het museum is gefuseerd met het warenhuis en de kunst is verworden tot een investering voor de superrijken. Welke doelen de kunst ook moge dienen, ze blijft een uiting van de manier waarop een samenleving zichzelf ziet en over zichzelf praat.

Beeld Hollandse Hoogte / Gamma Presse Images

Zo is het ook met de tatoeage. Stond de vorige eeuw nog in het teken van de emancipatie van het individu, de 21ste eeuw draait om diens creatieve expressie. De tatoeage is een uiting van deze behoefte aan expressie, en uiteraard ook aan aandacht. Democratischer kan de kunst nauwelijks worden. Elk mens heeft immers een lichaam en een tatoeëer­machientje is voor een habbekrats te koop op internet.

Tatoeëerder Henk Schiffmacher vertelt trots dat hij begin jaren tachtig op bezoek was bij Andy Warhol en hem toen vroeg een ontwerp te maken voor een tattoo, maar dat dit er niet van kwam. Bij die ontmoeting zou ook de artbrutkunstenaar Jean-Michel Basquiat (1960-1988) aanwezig zijn geweest, die alles wat-ie op straat meemaakte op deuren en muren spoot, en ook wel op doek. Warhol zag in hem een kompaan en concurrent, steunde hem in zijn graffitikunst en werkte ook later met hem samen op een en hetzelfde doek.

Begin deze eeuw was de navelpiercing populairder dan de tattoo

Warhol maakte medio jaren vijftig een litho ‘Tattooed Woman Holding Rose’, maar deze profeet van de huidige mediamens in de 24/7-mediawereld voorzag niet dat die mediamens het eigen lichaam zo massaal zou versieren. Het behoeft geen betoog dat door de komst van internet (waardoor alle gebruikers konden communiceren) en de mobiele communicatietechnologie (smartphone) de omvang van de tatoeagemode explodeerde. De komst van Facebook en YouTube, Instagram en Snapchat gaf de beslissende stoot tot de geboorte van de homo videns, de kijkende en tevens swipende en scrollende mens.

De tatoeage is de logische opvolger van de streetart van de graffiti. Dat kunstprofeten als Warhol de tatoeage veronachtzaamden, kan liggen aan de paniek die in 1962 ontstond na een relatief geringe uitbraak van hepatitis C in New York, veroorzaakt door tattooshops waar het een onhygiënisch rommeltje was. Die shops werden daarop verboden. Ook profeten worden beïnvloed door hun eigen omgeving. 

Begin deze eeuw was de piercing populairder dan de tatoeage, de navelpiercing om precies te zijn, zichtbaar bij pubermeisjes tussen spijkerbroek en topje. Piercings komen uit de sm-wereld en gelden dus als kinky, ook voor jongens, die dan iets stoerder een piercing in neus of tong lieten prikken. Zoals de Nederlander Alex Gray (1980). Dat was geen succes, zei hij in 2003 in het weekblad Elsevier. Bij het tongzoenen met zijn nieuwe vriendin, die een spleet tussen de tanden had, bleef de piercing telkens steken. Die haalde hij daarom maar weer weg. En hij niet alleen.

“Het gezicht is wie je bent. Je armen zijn vervangbaar.”

De tongpiercing werd geen mode in alle lagen van de bevolking. Piercings mochten hogerop gaan zitten, in de neus en vooral in de oren, waar een tiental ringen naast elkaar nog wel gepraktiseerd wordt. Alex Gray ging over op de tattoo. Na zijn afstuderen in marketing en communicatie liet hij een copyrighttekentje – © – zetten op de binnenkant van zijn pols. “Ik had geld over van de studiefinanciering en dacht: Kom, laat ik een tatoeage zetten. Ik had al een Chinees tekentje op een schouderblad. Ik wilde iets bijzonders, dat me er steeds aan herinnert dat ik creatief en origineel moet zijn, zoals anderen iets aanmoedigends op hun ijskast plakken.”

In de jaren erna zou het niet blijven bij een logootje of iets anders fijns en kleins. Onder de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) werden de kunstzinnige tatoeages talrijker en groter, en steeds vaker naar eigen ontwerp.

Beeld Hollandse Hoogte / Icon Sport S.A.R.L.

De Rotterdammer Hans Fledderus (1981) is een van hen. Hij is de creatieve alles-in-één-zzp’er: tekstschrijver, radiomaker, muzikant en nu ook nog parttimedocent voor wat vaste inkomsten, want hij heeft intussen drie kinderen. Hij laat trots al zijn tatoeages zien op beide armen, een zestal. “Dit is een uil, dit een haan, Picasso dus, omlijst met Jan Toorop. Dit hier is de Danseres van Theo van Doesburg, dat wil zeggen het ene deel van het tweeluik. Hier op de linkerbinnenarm staat een Matisse, ‘De Omhelzing’. En de dichtregel ‘Ik noem je bloemen’ van Jan Hanlo, met de bladmuziek erbij van Tom America, omlijst door art-decomotieven.”

Op zijn gezicht staan geen tatoeages. “Het gezicht is wie je bent. Je armen zijn vervangbaar. Je gezicht is volledig uniek.”

‘Met een Picasso voel ik me verheven, ik ben niet zomaar iemand’

De Hanlo-tekst was de eerste tattoo die hij liet zetten, in 2009. “Een collega van kantoor ging in de lunchpauze naar Tattoo Studio Jan op de Goudsesingel om effe een zwaluw en een anker te laten zetten. Hij zat al helemaal onder. Toen dacht ik: Als de beslissing zo makkelijk te nemen is, dan kan ik het ook wel doen, het was het laatste zetje. Je wilt iets zeggen, dus moet je iets laten zien. Poëzie past bij mij”, zegt Fledderus. “Het is ook een behoefte aan identiteit. Als je dertig wordt, denk je: Wat wil ik? Ik liet nu zien: ik hou van poëzie! En met Picasso en Toorop kun je je toch ook nog een beetje verheven voelen. Ik ben niet zomaar iemand.”

Eind jaren tachtig wilde tattoo-artist Don Ed Hardy dat de tattoo beperkt zou blijven tot rebellen en kunstenaars: ‘If everyone had ’em, who’d want ’em?’ Hardy was te laat. In 1988 schreef essayist Hans Magnus Enzensberger: “In de plaats van de eigenheimers en dorpsidioten, de vreemde vogels en zonderlingen, is de doorsneerebel getreden die onder miljoenen gelijkgezinden helemaal niet meer opvalt.” En toen moest de digitale mediarevolutie nog beginnen.

De ‘doorsneerebel’ die in de totaal verzadigde mediawereld van nu wil opvallen, heeft een zware dobber. Het goedkoopste is dan een extremere vorm van bodyart, of het nu implantaten zijn, facelifts, botox-behandelingen, ooglidcorrecties, piercings of tatoeages.

Hoe groter de welvaart, hoe meer de enkeling van het leven verwacht. Een afname van werkelijk gebrek lijkt gepaard te gaan met een toenemend gevoel van en angst voor gebrek. In de rijke landen, zeggen enquêtes, voelt men zich in het algemeen gelukkiger dan in arme landen. Maar in de rijke landen vinden mindermensen dat het bestaan zin heeft dan in arme landen. Tobben over zichzelf en over de zin van het bestaan blijkt een luxeverschijnsel: we kunnen het ons veroorloven.

Herkenning en erkenning zijn voor velen hetzelfde geworden

De Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister (1953) zegt over die ‘zingevingscrisis’: “Betekenis in het leven vinden is een probleem dat mensen ervaren die niet vertwijfeld zijn, wier overleven gewaarborgd is en die zich veiligheid, comfort en een zekere mate van vermaak kunnen veroorloven.” De tatoeagecultuur is de meest visuele uiting van een cultuur die tekenen wil zien dat het bestaan zin heeft. In de krijgskunde, zeker de digitale, luidt de wet: ‘Wie gezien wordt, is verloren.’ In onze tijd van vrede geldt: ‘Wie niet gezien wordt, is verloren.’

Beeld Hollandse Hoogte / PA Images

Herkenning en erkenning zijn voor velen hetzelfde geworden. Het innerlijk bestaat niet meer als het niet al van heinde en ver te zien is. Het ik heeft de identiteit overwoekerd. Om je identiteit te bewijzen hoefde je vroeger alleen maar te bewijzen dat je de persoon was voor wie je je uitgaf. Het ik is veel meer dan dat. Het is een uniek verhaal, van geboorte en opvoeding, van geloof, beproeving en trauma, van heldendom en overwinning en soms ook van terugkeer naar het verloren geraakte, maar hervonden huis.

Net als elke mode, make-up en versiering is de tatoeage soms een vorm van zelfhulp, zelfmedicatie en zelfbevrijding. Addertje onder het gras is dat al het gesleutel aan het Zelf, zoals het zetten van ‘betekenis’ op het lichaam, verslavend kan werken. Want de woorden ‘getekend’ en ‘geketend’ bestaan uit dezelfde letters. 

Henri Beunders
Optocht der tattoos, jacht op een betekenisvol bestaan
De Geus; 288 blz.; € 20,99
Verschijnt donderdag 30 januari 2020

Lees ook:

Onder ouderen is een bijzondere vorm van tatoeage in zwang geraakt: de blijf-van-mijn-lijftatoeage.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden