LevenslessenZweden

Illustrator Marit Törnqvist: Ik ben nooit vergeten hoe het voelt om kind te zijn

Beeld Merlijn Doomernik

Ze werd zeker beïnvloed door Pippi-bedenker Astrid Lindgren, die ook weleens bij hen thuis kwam logeren. De Zweeds-Nederlandse auteur/illustrator Marit Törnqvist (56) is nu genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. We spraken haar voor de coronacrisis.

1 Pas op voor groepen

“Mijn vader is Zweeds, mijn moeder Nederlands en toen ik vijf was, verhuisden we vanuit Zweden naar Nederland. Mijn ouders hadden er geen rekening mee gehouden dat we in Nederland zouden gaan wonen, dus ik kende geen Nederlands. Ik weet niet of het kwam doordat ik Zweeds was of doordat ik een beetje anders was, maar ik werd behoorlijk gepest.

De kinderen op mijn lagere school vonden dat ik eruitzag als een aap. Op het schoolplein tekenden ze een vierkant in het zand en vervolgens zeiden ze: ‘Jij bent een aap, dus daar ga je zitten.’ Terwijl iedereen aan het spelen was, zat ik tijdens het speelkwartier in dat hok – ik durfde er niet uit. Op een gegeven moment ontdekten de kinderen dat ik mooi kon tekenen en schrijven, en dat vonden ze interessant.

Het tekenen werd zo een wapen, een kracht: ik maakte mezelf sterk door het tekenen, en het zorgde ervoor dat de kinderen aardiger tegen me deden. Maar ik zag ook dat het niet eerlijk was: de leider van de groep vond mijn tekening mooi en opeens vonden álle kinderen mijn tekening mooi – ik vond dat huichelachtig. Het heeft ervoor gezorgd dat ik absoluut niet tegen groepsgedrag kan, nog steeds niet. Zodra ik in een groep terecht dreig te komen, krijg ik het benauwd. Het is alsof ik dan niet meer vrij ben om te voelen wat goed of slecht is, of te voelen wie ik ben en welke keuzes ik wil maken.”

2 Laat je leeftijd niet bepalen wat je doet

“Ik was tien toen Astrid Lindgren bij ons in Zweden kwam logeren – mijn moeder vertaalde haar werk. En toevallig ontdekte ze het spel dat ik met mijn broer en zus en drie buurkinderen speelde: we sprongen in het hooi vanaf een heel hoge balk in de stal naast ons huis. Astrid kwam opeens die stal binnen en tot onze verbazing speelde ze ons best gevaarlijke spel mee – ze was toen vijfenzestig.

Het verwarde me, maar het maakte me ook blij dat ze gewoon deed waar ze zelf zin in had. Mijn ouders, die toen rond de veertig waren, zouden nooit in dat hooi zijn gesprongen. En het deed me inzien dat je zelf kiest waar je mee doorgaat, en het niet zo is dat je, omdat je een bepaalde leeftijd hebt, iets niet meer mag doen. In feite ben ik als kinderboekenmaker nog steeds elke dag aan het spelen in mijn hoofd: als ik een ingewikkelde treinbaan teken, dan bouw ik zélf die treinbaan, maar dan op papier. Mensen zeggen vaak: wat kun je je goed inleven in kinderen. Nee, ik bén het voor een deel nog. Ik ben gewoon nooit vergeten hoe het voelt om kind te zijn.”

Beeld Merlijn Doomernik

3 De grootse natuur maakt je eigen zorgen klein

“Op mijn zeventiende reisde ik in m’n eentje met de trein naar Lapland, ver ten noorden van de poolcirkel: vanuit Zuid-Zweden een treinreis van vijfentwintig uur. Ik had het gevoel alsof ik thuiskwam in dat totaal lege landschap en ik ontdekte: als ik ooit wiebelig ben in mijn leven, dan moet ik in de natuur zijn – het liefst in m’n eentje, en het liefst in heel woeste natuur.

Later ben ik vaak naar Zweden gegaan als ik me slecht voelde, zoals die keer toen ik midden in de winter een afschuwelijk liefdesverdriet had: in de nacht ben ik in de maneschijn gaan langlaufen en zag ik reeën. Het was zo mooi, en ik voelde dat niemand dit ooit van mij af zou kunnen pakken. Het maakte me sterk: ook al ben ik alles en iedereen kwijt, hier kan ik altijd naar terug. In de natuur zijn, en ook alleen zijn, is bij tijd en wijle goed om mijn hoofd te kunnen ordenen.

In Zweden loop ik vaak naar een meer bij mijn huis om op een steiger te zitten, over het water te turen en te kijken hoe de vogels opvliegen. Het is troostrijk om me dan te realiseren dat ik eigenlijk best klein ben en deel uitmaak van iets veel groters.”

4 Behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden

“In 2015, toen de enorme vluchtelingenstroom Europa binnenkwam, zag ik de foto’s van die grote groepen mensen in de krant. Op het moment dat ik kinderen op die foto’s ontdekte, vroeg ik me af: wat is hier aan de hand? Dit waren kinderen die renden voor hun leven en alles achter zich hadden moeten laten: ze hadden hun steden in ruïnes zien veranderen en hun familieleden vermoord zien worden. Dat deze kinderen – die in feite nooit kind hadden mogen zijn – op een hek om Europa stuitten, vond ik zo onmenselijk en onbegrijpelijk dat ik maar één ding wilde: hen ontmoeten en vertellen dat ze wél welkom waren en dat ik het niet eens was met dat hek.
Daarom heb ik de drempel in mijn hoofd weggehaald, die bestond uit gedachten als: ik ken die mensen niet, ik weet niet wie ze zijn en wat ze denken. Ik ben ben ik naar azc’s gegaan – eerst in Zweden en daarna in Nederland. Ik heb mezelf daar maar gewoon voorgesteld, ben met kinderen gaan tekenen en met hun ouders in gesprek geraakt en ik heb mensen thuis uitgenodigd – precies wat ik zelf in zo’n situatie ook zou wensen. Het is allemaal niet zo indrukwekkend, en zelfs best simpel: probeer je voor te stellen hoe het is om te moeten meemaken wat zij hebben meegemaakt. En behandel mensen vervolgens zoals je zelf behandeld wilt worden als je in hun situatie zou zitten.” 

Beeld Merlijn Doomernik

5 Laat je hart het winnen van je hersenen

“Mijn man heb ik ten huwelijk gevraagd nadat we elkaar nog maar vier weekenden hadden gezien. Voor velen een onverwachte actie, want daarvoor had ik bepaald geen succesvolle liefdes gekend. Ik heb hem puur op intuïtie gevraagd en dit jaar zijn we vijfentwintig jaar getrouwd – echt grote beslissingen kun je niet met je hersens nemen, maar alleen met je hart.

Op het moment dat ik hem ontmoette, was ik totaal niet bezig met dat ik graag een man wilde. Integendeel: ik had door die vervelende liefdesgeschiedenissen vooral zin om alleen te zijn. Maar omdat ik niet bezig was met mogelijk verliefd worden, was ik volledig mezelf.

Zo stond ik op een ochtend in Zweden in een of ander oud nachtjaponnetje en met rubberlaarzen aan in de tuin te zeisen – niet de meest aantrekkelijke outfit. En het grappige was dat mijn man later zei dat toen hij me in mijn nachtjapon zag zeisen, verliefd op me werd. Wat misschien vaak misgaat bij het begin van een liefde is dat je jezelf anders voor wilt doen, juist omdát je iemand heel leuk vindt.

Mijn intuïtie en niet mijn ratio heeft de belangrijkste keerpunten tijdens mijn leven bepaald en ook in mijn werk probeer ik de deur naar het intuïtieve steeds open te houden. Ik kan met mijn hoofd wel bedenken wat ik wil gaan tekenen, maar op het moment dat mijn onderbewuste iets anders wil, wint dat het altijd. Er lijkt dan een rechtstreeks lijntje te lopen van mijn hart naar mijn hand.”

6 Wees niet bang

“In het Zweedse azc, waar ik tekende met kinderen, was een Afghaanse jongen die me hielp met vertalen – hij sprak zeven talen en was vrolijk en slim. Een jaar later kwam ik hem weer tegen en herkende ik hem amper: hij zag eruit als een oude man. Het bleek dat hij uitgeprocedeerd was, maar dat er zo veel fouten in zijn procedure waren gemaakt dat de uitwijzing rechtstreeks tot zijn dood zou leiden. ‘De dood wacht op mij in Kabul’, zei hij. Ik heb een paar uur met hem gesproken en nam toen een drastisch besluit omdat ik niet wilde dat hij dood zou gaan: ik zocht een verstopplek en een nieuwe advocaat voor hem.

Uiteindelijk heb ik hem anderhalf jaar moeten verstoppen op verschillende plekken in Zweden totdat we een revisie van zijn zaak kregen. Zo heb ik van dichtbij het allerzwartste gezien: een mens voor wie er geen plek is op de aarde. En door hem leerde ik veel andere Afghaanse jongens kennen in soortgelijke situaties.

Dat wat ooit spannend was voor mij om te doen, was nu gewoon geworden: de nood die we deelden, bracht ons dicht bij elkaar. Ik vond het confronterend dat mijn eigen dochters van dezelfde leeftijd eigenlijk alles konden doen wat ze wilden en dat er voor deze jongens, om voor mij onverklaarbare redenen, geen plaats was in het ruime, rijke Zweden.

Mijn man zei soms spottend dat ik pas in de gevangenis mocht belanden als onze dochters uit huis waren, maar zo extreem was het allemaal niet. Het is moeilijk uit te leggen wat deze ervaring met me heeft gedaan, maar het belangrijkste is misschien dat ik weinig angst meer heb, want mij wacht geen dood in Kabul.”

7 Hecht niet te veel aan taal

“In 2015 overleed mijn vader: hij bleek een hersentumor te hebben en is vijf weken na de diagnose gestorven. Hij had geen euthanasie- verklaring en daarom besloten we daarover met hem te spreken: hij liet weten pas dood te willen als hij met niemand meer kon communiceren of contact kon maken.

Twee weken voor zijn overlijden kon hij niet meer praten, maar hij kon nog wel horen en al gauw bleek dat in een hand knijpen ook werkte om ‘ja’ te zeggen. Zo maakte hij bijvoorbeeld zonder taal duidelijk dat hij niet alleen wilde zijn in het hospice.

In de laatste week viel ook het handknijpcontact weg, maar elke keer als hij iets niet meer kon, bleek dat de communicatie toch nog via een andere weg kon lopen. Op het allerlaatst was het alsof elke beweging in zijn gezicht of met zijn arm iets vertelde, alsof alles taal was. Ik heb nog nooit zo intens contact gemaakt met een mens als toen alle woorden weg waren.” 

Marit Törnqvist (Uppsala, Zweden, 1964) groeide op in Bussum en Zweden en studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze illustreerde tot nu toe meer dan dertig kinderboeken – zowel Zweedse als Nederlandse. Voor haar werk ontving ze onder meer een Gouden Penseel en twee Zilveren Griffels en haar boeken zijn in diverse landen verschenen. Van de dichtbundel ‘Jij bent de liefste’, met Hans en Monique Hagen, zijn meer dan 260.000 exemplaren verkocht. Naast het illustreren en schrijven van boeken ontwierp ze in Stockholm een driedimensionale reis door het werk van Astrid Lindgren in het verhalenhuis ‘Junibacken’. 

In Zweden en Nederland nam ze het initiatief om prentenboeken, in het Arabisch vertaald, aan pas gearriveerde vluchtelingenkinderen uit te delen. Op 31 maart wordt bekendgemaakt of ze de Astrid Lindgren Memorial Award wint.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden