Koers houden Trea van Vliet

Ik weet niet of mijn vader ongelukkig is, maar ik zou hem een ander leven gunnen

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden door boten te bouwen?

Telefoon van een begeleidster van mijn vader: of ik wel weet dat mijn vader rond loopt te vertellen dat hij bij mij intrekt. Hij heeft de wasservice al opgezegd en wil vandaag regelen dat zijn krantenabonnement en sportzender ook mee verhuizen.

Oef.

Ik bereid me voor en fiets dezelfde avond nog even langs om hem te ­vertellen dat dit niet gaat gebeuren. Mijn vader zit in zijn kamer te werken achter zijn bureautje.

“Ha, meisje”, zegt hij opgewekt als ik binnenkom. Ik wacht tot hijzelf over zijn verhuizing begint en ja, al snel vertelt hij me dat hij hier aan het afronden is.

“Aan het afronden?”, hou ik me van de domme.

“Ja. Me dunkt dat jij en ik het nu ­samen moeten gaan redden”, antwoordt hij.

“Hoe bedoel je, pap?”

“Ik bedoel dat we nu samen gaan wonen.”

Ik zeg dat dat natuurlijk niet gaat, dat hij in de woongroep woont en blijft wonen. Ik zeg ook maar vast dat ik niet de zorg kan leveren die hij nodig heeft. Mijn vader ziet dat anders.

“Ik durf te stellen dat ik vrijwel geen zorg nodig heb”, zegt hij.

“Maar pap, ik ben vaak weg en als jij valt of medicijnen nodig hebt, hoe moet dat dan?”

“Ach, dat loopt wel los”, antwoordt mijn vader.

Ik hou vol. “En de trap, hoe moet jij die ’s nachts op en af?”

“Ik meen dat dat geen probleem zal zijn.”

Ja hoor, denk ik bij mezelf. Vorige week nog heeft hij een nacht op de vloer doorgebracht toen hij na wc-bezoek verdwaalde in zijn eigen kamer en was gevallen. Maar ik merk dat het me moeilijk valt om mijn ­vader te begrenzen. Fermer dan ik me voel, zeg ik tegen hem dat dit echt niet kan, dat het gevaarlijk zal zijn en dat ik bovendien ook een leven heb.

Mijn vader is even stil. Kijkt naar zijn bureau, dat vol ligt met vellen papier met aantekeningen van zijn botenprojecten. Zegt dan, net zo monter als altijd: “Dan draai ik de boel wel even terug.”

Op de fiets naar huis denk ik na. Ik heb geleerd dat kinderen hun ouders gelukkig willen zien en daar alles voor doen, met een verraderlijke ­loyaliteit. Verraderlijk, omdat mensen, en dus ook ouders, zichzelf gelukkig moeten maken. En als ouders dat niet kunnen, is het aan het (dan volwassen) kind om dat te erkennen, en te laten.

Ik weet niet of mijn vader ongelukkig is, maar ik zou hem wel graag een ander leven gunnen. En iets in mij zou hem zo bij mij in huis willen ­nemen. Maar dit is het leven van mijn vader, en dat moet ik laten.

En soms vind ik dat moeilijk.

Journalist en schrijfster Trea van Vliet schrijft op deze plek over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden