null Beeld

EssayNicolien Mizee

Ik was arbeidsongeschikt geboren, dacht ik. Maar toen ik niets meer hoefde, vond ik mijn weg

Als je op school het klaslokaal al niet kon vinden, hoe kun je dan meedraaien in een negen-tot-vijf-baan? Nicolien Mizee dacht dat ze arbeidsongeschikt geboren was. Tot ze volledig werd afgekeurd en de rust had van ‘niets meer hoeven’. Toen kwamen er succesvolle romans uit haar pen.

Tekst Nicolien Mizee en illustraties Mart Veldhuis

Eindelijk heb ik Netflix en kan ik kijken naar de The Crown. Het is meeslepend drama. Alleen de afleveringen over prinses Margaret vind ik niet zo boeiend. Ik geloof dat dat komt doordat zij, in tegenstelling tot haar zuster de koningin, geen duidelijke levenstaak heeft.

Frodo en zijn ring, Tiuri en zijn brief

Bij drama werkt een taak, een opdracht die vervuld moet worden, altijd erg goed: Frodo die de ring in de vulkaan moet gooien, Tiuri die de brief aan de koning moet brengen, koningin Elizabeth die zelfs haar huwelijk ondergeschikt moet maken aan het dragen van de Kroon. Al deze mensen zijn dienstbaar: zij vervullen een taak die ze krijgen opgedragen. Ze zouden die taak ook kunnen weigeren, maar dan zouden ze in conflict komen met hun geweten.

De door een seksschandaal in opspraak geraakte minister John Profumo ging na zijn aftreden afwassen in een opvanghuis, als boetedoening. Hij dweilde de vloer. En als een inwoner zijn emmer omvertrapte, begon hij zwijgend opnieuw, weet ik door The Crown. Een heilige.

null Beeld

Nicolien Mizee (56) is schrijver en schrijfdocent. Ze ­debuteerde in 2000 met Voor God en de Sociale Dienst. Haar tweede roman Toen kwam moeder met een mes werd genomineerd voor de ­Libris Literatuurprijs. In 2020 kreeg ze de Henriette Roland Holst-prijs voor haar faxboeken, waar­onder De kennis­making; onlangs verscheen het vierde deel, Hoog en laag springen. Haar detective Moord op de moestuin (2019) werd een bestseller.

Ik ken iemand die in een geheel verduisterde kamer een ei bewaakt waarin, naar hij meent, alle ongeluk van de wereld zich opgesloten. Dag in dag uit redt hij de wereld. Zo nu en dan wordt hij in een inrichting opgenomen.

Maar bij het overgrote deel van de mensheid is werk niet zozeer taak als plicht. Je moet nu eenmaal je geld verdienen. De levensvervulling van velen ligt vaak elders: bij hun gezin, hun elektrische trein, hun volkstuin, de voetbalvereniging.

Zoals ooit-dikke mensen zich nooit slank zullen voelen

Er is er nog een laatste categorie: degenen die niet kunnen werken: de arbeidsongeschikten. Met deze groep voel ik me meer verbonden dan met de werkenden, omdat ik er zo lang deel van heb uitgemaakt. Zoals dikke mensen, eenmaal sterk vermagerd, zich nooit meer echt slank kunnen voelen, leef ik met een denkbeeldig Kaïnsteken op het voorhoofd: ‘Volledig Ongeschikt’.

null Beeld

Het klopt al jaren niet meer. Al twintig jaar schrijf ik boeken. Twee jaar geleden schreef ik een bestseller. Binnen enkele maanden verdiende ik het equivalent van acht jaar WAO. Met trots en vreugde betaalde ik aan de Belastingdienst een bedrag waar een andere arbeidsongeschikte drie jaar van kon leven.

En toch blijf ik het gevoel houden niet echt te werken. Mensen die elke dag van negen tot vijf naar hun werk gaan, dát zijn de echte steunpilaren van de maatschappij. Ik zit thuis lekker te doen waar ik zin in heb, dat telt niet.

Ik liep rond met een levensgroot geheim

Zoals sommige mensen al jong weten dat ze in het verkeerde lichaam geboren zijn, wist ik dat ik een geboren arbeidsongeschikte was. Al jong liep ik rond met een levensgroot geheim. Elk gesprek over pakketkeuze, studierichting of een jaartje au pair, maakte me dodelijk verlegen. Hoe kon ik uitleggen dat niets van al deze dingen ging gebeuren? Hoe leg je ‘niets’ uit?

Ik had geen richting. Ook letterlijk: ik kon (en kan) de weg niet vinden. Ik leef in een labyrint. Na een halve eeuw in Haarlem gewoond te hebben, heb ik grote moeite het station te vinden. Soms fiets ik mijn eigen huis voorbij.

null Beeld

Mijn eerste middelbare school lag aan de rand van de stad. Ik fietste elke dag met een vriendinnetje mee en toen zij besloot naar een andere school te gaan, was ik gedwongen met haar mee te gaan. Ook in school kon ik de weg niet vinden. Alle deuren, trappen en gangen leken precies op elkaar. Het voortdurend wisselen van lokalen riep grote paniek in me op. Als ik naar de wc was geweest, wist ik niet meer of ik links of rechts moest, trap op of trap af.

Voortdurende stress leidt tot domheid, zodat mijn cijfers kelderden. De verwarring, de schaamte, de zekerheid dat niemand me begreep en mijn probleem de lachlust zou opwekken, leidde er toe dat ik op mijn zestiende van school ging. Hoe het verder moest, wist ik niet.

Ergens onder een brug wachten op de dood

Ooit moest ik ergens aan het werk, maar hoe zou ik er komen? En stel dat ik het zou vinden, dan zou ik vast niet begrijpen wat ik moest doen. Iedereen zou kwaad en ongeduldig worden en ik zou zo bang worden dat ik vluchtte. Dan zou ik ergens onder een brug moeten gaan zitten wachten op de dood. Dat leek me nog niet eens het ergste. Als ze me maar met rust lieten.

null Beeld

Inderdaad liepen pogingen tot opleiding en baantjes op een fiasco uit. Ik kreeg een bijstandsuitkering. Twee keer per jaar werd ik door de arbeidsconsulent (elke keer een andere) opgeroepen voor een gesprek. Nadat ik twintig minuten paniekerig had zitten zwijgen, werd ik geërgerd weggestuurd. Op mijn dertigste werd ik volledig afgekeurd.

De opluchting was groot. En, precies zoals ik altijd al gedacht had: vanuit de rust van het niets meer hoeven, vond ik langzaam mijn eigen weg. Op mijn 35ste publiceerde ik mijn eerste boek. Er volgden er meer. Tweemaal per week gaf ik les in verhalen schrijven. Dichter bij ‘echt werk’ ben ik nooit meer gekomen. En nu, op mijn op mijn 56ste, kan ik onmogelijk nog volhouden arbeidsongeschikt te zijn.

Dit is mijn verhaal. Zegt het iets over die andere duizenden arbeidsongeschikten? Het lijkt zo particulier. Maar misschien is het verhaal van de enkeling herkenbaarder dan statistieken.

null Beeld

De meest geduldige oppas voor mijn nichtjes

Nog twee voorbeelden dan: een vriendin heeft een universitaire studie gedaan, maar overstappen van de ene trein op de andere is voor haar een Herculestaak. Bij gesprekken op het Arbeidsbureau werd ze door haar intelligentie en opleiding stelselmatig overschat. Telkens opnieuw faalde ze in haar werk, tot ze wegzonk in psychose en depressie en volledig werd afgekeurd.

Een vriend, eveneens afgekeurd, wandelt elke week urenlang onvermoeibaar met een dementerende, gehandicapte mevrouw in een rolstoel door het park. Hij was vroeger de meest geduldige oppas voor mijn nichtjes die ze ooit gehad hebben. Maar als je vroeg: ‘Wil je Brinta voor ze maken?’ verstarde hij. Hij wist niet wat Brinta was en durfde het niet te vragen.

Precies dit fenomeen van overschatting en mislukking, las ik beschreven in een stuk van Maurice Timmermans in deze krant. Het ging over mensen die psychiatrische klachten ontwikkelen omdat ze stelselmatig te hoog worden ingeschat. Ze falen voortdurend, roepen irritatie op en ervaren een diepe machteloosheid. Ze vechten of vluchten en worden meetbaar dommer.

Een paria past slechts nederig zwijgen

Ook dat laatste heb ik ervaren. Nog altijd blokkeer ik als iemand me iets begint uit te leggen. Hoe ik ook mijn best doe, ik slaag er niet in te luisteren. Dit moet een afweermechanisme van lang geleden zijn, dat ik niet meer kan uitschakelen.

null Beeld

Ik heb me altijd verre gehouden van uitspraken over politiek en maatschappij. Een paria past slechts nederig zwijgen. Maar nu ik hier een podium heb om iets over dit onderwerp te zeggen, wil ik er toch wel iets over opmerken. De uitspraak: ‘Wij kijken niet naar wat je niet kan, maar naar wat je wél kan’, klinkt heel mooi, maar was voor mij angstaanjagend. Ik had veel liever éérst bevestiging gekregen van wat ik niet kon. Dat zou me enorm hebben gerustgesteld. We hoeven niet allemaal, zoals bij de Olympische Spelen, hoger, sneller en verder.

De hel: bridgen en fuiven met rijke nietsnutten

Tegenwoordig ben ik een gezegende omdat taak en werk bij mij samenvallen, net zoals bij koningin Elizabeth in The Crown. Er is een verschil: ik heb mijn taak zelf gekozen (hoewel ik het niet zo ervaar) maar zij zou haar taak nimmer zelf gekozen hebben. Ze heeft hem aanvaard uit plichtsgevoel, nadat haar oom, koning Edward VIII, zijn kroon had afgelegd om te kunnen trouwen met zijn geliefde, Wallace Simpson.

Hij verzaakte aan zijn taak, en betaalde daar een hoge prijs voor: tot zijn dood leidde hij een societyleven met bridgen en fuiven in het gezelschap van andere rijke nietsnutten. Als ik Dantes Hel zou herschrijven, zou een jetset-leven tot de laagste ommegang behoren.

null Beeld

Ook prinses Margaret zoekt het geluk vergeefs bij mannen, drank en sigaretten. Het is een heilloze weg. Zonder juk op de schouders, drijven we af. John Profumo, die één misstap maakte en werk en goede naam verloor, had ook een societyleven kunnen gaan leiden, want hij was rijk geboren. Maar hij verkoos nederig werk in een opvanghuis. “Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet schaam”, zei hij tegen een vriend. “Maar ik heb ook geleerd dat niets zo erg is als het lijkt.”

Hij vond zielsrust, en werd uiteindelijk geridderd om zijn vrijwilligerswerk.

Laat ons dweilen, vrienden.

Lees ook:

Ook in je tentje je werkmail gecheckt? Werkverslaving ligt op de loer

Toch nog even de afgelopen weken stiekem de werkmail gecheckt in je tentje of hotelkamer? Pas maar op. Je kunt verslaafd zijn aan roken, drinken, seks of gokken. En aan werk, weet Wilmar Schaufeli.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden