EssayHuidhonger

Ik snak naar nieuwe mensen, nieuwe verhalen, nieuwe sensaties

Beeld Getty Images/EyeEm

Journalist Haroon Ali houdt van veel mensen om zich heen en gaat graag op in de zoemende drukte van de stad. Thuisisolatie valt hem zwaar. ‘Het is vervreemdend om 24/7 met één iemand samen te zijn.’

Ik wil stoeien in een ruige kroeg en dansen tussen knappe vreemden op een donkere dansvloer. Van nature ben ik een aanrakerig persoon en geef mijn vrienden ook altijd een stevige knuffel en een zoen. Misschien komt dat door mijn Pakistaanse temperament. Maar ik voel me gewoon beter als ik omringd ben door veel mensen en ga graag op in de zoemende drukte van de stad.

Nu dat allemaal verboden is, voelt het alsof ik vervaag. Ik zit 23 uur per dag thuis, afgesneden van het sociale leven. Tijdens mijn enige wandeling van de dag lopen mensen in een grote boog om mij heen. Bij de supermarkt staat een plastic plaat tussen mij en de caissière. Als ik per toeval bekenden tegenkom, kan ik ze gedag zeggen, maar niet in de buurt komen. Door social distancing voel ik me een melaatse. Ik heb een vriend, maar mis de alledaagse aanrakingen van vrienden én vreemden.

Huidhonger

Tango, tangor, ergo sum. ‘Ik raak, ik word aangeraakt, dus ik ben’, is een uitspraak van de Duitse filosoof Wilhelm Schmid (1953), die veel publiceert over liefde, geluk en levenskunst. Een treffende variant op cogito, ergo sum, ik denk, dus ik ben. Het citaat van Schmid wordt ook graag aangehaald door haptotherapeuten en masseurs. Huidhonger, de hunkering naar fysiek contact. Een baby voelt die honger al vanaf de geboorte, liggend op de warme huid van de moeder.

Mijn eigen hunkering klinkt wat gretig, dat weet ik. Ik tel ook mijn zegeningen. Mijn partner, vrienden en familie zijn vooralsnog gezond. Ik heb een ruim huis waar het fijn toeven is. Ik moet bovendien mijn eerste boek afmaken, dus het komt me stiekem goed uit dat al die ruis is weggevallen. Maar deze kille nieuwe realiteit, die nog lang kan duren, legt wel de verschillen in karakters en behoeften bloot. Introverten kunnen beter omgaan met isolement, vermoed ik, terwijl extraverte types zoals ik prikkels missen. Ik snak naar nieuwe mensen, nieuwe verhalen, nieuwe sensaties.

Leegte

Ja, we kunnen videobellen en het is fijn om anderen te zien lachen, om hun mimiek te zien en niet alleen hun stem te horen. Ik heb online geborreld met vrienden, terwijl we wijn dronken en babbelden over triviale zaken, in plaats van het zware coronanieuws. Maar toen ik ophing, kwam de huidhonger dubbel zo hard terug. Het is alsof je McDonald’s eet terwijl je uit eten wilde gaan. Het stilt even de trek, maar achteraf voel je je vies. Datzelfde geldt voor al die memes, al die doorgestuurde filmpjes. Sociale media vullen de leegte niet op, ze benadrukken ’m juist.

Aanraken is een oerbehoefte. De huid is ons grootste orgaan, met een oppervlakte van 1,5 tot 2 vierkante meter en ruim 5 miljoen gevoelscellen. Je huid communiceert met de buitenwereld, voelt de warmte van de zon, maar ook een zoen. We maken het knuffelhormoon oxytocine aan, dat een rol speelt bij de binding tussen ouder en kind, maar die ook de lijm is in vriendschappen en relaties. Als die behoefte langdurig niet wordt vervuld, kan dat leiden tot psychische problemen, wat ook duidelijk werd in de documentaire ‘Huidhonger’, die net voor deze crisis werd uitgezonden.

Dat ik samenwoon met mijn vriend is mijn redding. We kunnen elkaar opvrolijken en knuffelen, en staan niet maanden droog, zoals anderen. Maar het is ook vervreemdend om 24/7 met één iemand samen te zijn. Mijn vriend is nu de enige persoon die ik fysiek kan zien en aanraken, dus het voelt alsof onze cellen versmelten in één organisme. ‘Er is geen grens van jou naar mij’, zingen Yentl en de Boer. ‘Ik weet niet meer wie wat nou zei. Ik ben geen ik meer, wij zijn een morph.’ Op straat zie ik ook andere samengesmolten stelletjes. Ze hebben elkaar, maar zijn onzichtbaar voor de rest.

Fysieke troost

Mijn single vrienden voelen pas echt huidhonger. “Het moeilijkste is niet het gebrek aan seks”, zegt Janna (36). “Ik zit al een paar maanden op een seksvrij dieet en dat gaat prima. Een aanval van hitsigheid kun je meestal zelf wel oplossen.” Maar in deze onzekere tijden mist zij troost, fysieke troost. “Juist nu wil ik bij m’n moeder op schoot. En de liefde en verbinding die ik voel met mijn vrienden tijdens videogesprekken maakt dat ik nog meer zin krijg om ze te knuffelen. Meer dan ooit voel ik de behoefte om m’n hoofd op een borstkas te leggen, het liefst met een beetje borsthaar.”

Ik vraag me af waar dit allemaal heengaat. Soms ben ik bang dat we te veel gewend raken aan thuisisolatie en videobellen. Kunnen we nog wel terug naar het normale sociale leven, als we over een tijd weer met elkaar in de kroeg staan? Worden mensen boos als ik een arm om hen heen sla, omdat ze zichzelf smetvrees hebben aangeleerd?

Ik hoop dat de primaire huidhonger na deze steriele impasse weer opborrelt en straks met passie wordt gestild. Als deze ellende voorbij is, ben ik die blije hippie op het festival die een kartonnen bordje ophoudt met de tekst: ‘Free hugs!’

Haroon Ali

Haroon Ali (1983) is freelance journalist en werkt aan een boek over zijn Pakistaanse roots, getiteld ‘Half’, dat in september verschijnt bij De Bezige Bij.

Lees ook: 

Te moe om te veranderen

Het gezin van Sofie Govaert uit Breda raakte besmet met het coronavirus. Ze houdt voor Trouw een dagboek bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden