De zintuigen vanStephan Vanfleteren

Ik omhels graag, ik knuffel graag, ik dans graag

Beeld Patrick Post

Stephan Vanfleteren (1969) is een internationaal gelauwerd fotograaf­­ uit België. Tijdens de lockdown wandelde hij dagelijks bij zonsondergang in de buurt van zijn huis nabij de West-Vlaamse kust. Het mondde uit in het beeldloze ‘Dagboek van een fotograaf’. Start van een interviewreeks aan de hand van de zintuigen.

ZIEN - We zijn niet meer gewend om echt te kijken

‘Toen ik jonger was, had ik een enorm verlangen om de wereld in te duiken. Ik wilde met mijn camera vastleggen wat er allemaal gebeurde en ging het liefst van continent naar continent. Ik was ervan overtuigd dat ik dat mijn hele leven zou doen. Maar gaandeweg kwam er een soort rust, een besef dat ook simpele dingen, dicht bij huis, heel bijzonder kunnen zijn. Als je maar genoeg tijd neemt om naar ze te kijken.

Neem de dode duif die ik hier in mijn studio heb gefotografeerd. Hoe wonderlijk mooi kan een duif zijn, we staan er niet meer bij stil. Het is misschien een raar dier, een vervelend dier ook dat overal schijt, maar kijk eens naar al die grijstinten. Ik vind het ongelooflijk. Als ik zo’n dier fotografeer, kan ik daar rustig twee dagen mee bezig zijn. Ik leg het beestje neer zoals ik wil, ik open zijn vleugels, draai het hoofdje iets bij en wacht tot het licht verandert. Ondertussen kijk ik heel goed en komt er een soort hyperconcentratie, waardoor ik juist die voeling kan vastleggen waarin alles samenkomt. Dat is magisch. Het overstijgt de realiteit.

Ik geloof heel hard dat je moet openstaan voor zulke momenten. En heel praktisch: je moet afleidende factoren uitschakelen. Als ik op reis ben, bekijk ik bijna nooit mijn mails. De telefoon neem ik alleen op als mijn vrouw Natacha belt. Alleen op die manier kan ik een ­grotere connectie maken met de plek waar ik ben: een landschap, een stad, een straat, een ruimte. Misschien is dat wel een van mijn sterke kanten: ik kan echt een muur rondom mezelf bouwen.

We zijn niet meer gewend om te kijken op een manier waarbij je heel veel tijd neemt en andere prikkels uitsluit. Bij mijn zoon en twee dochters zie ik het ook: de televisie staat aan, ze zitten op hun gsm te tokkelen, allemaal op hetzelfde moment. Er zijn zoveel prikkels.

Fotograaf Stephan VanfleterenBeeld Patrick Post

Tijdens de lockdown hoefde ik die muur even niet meer zelf om me heen te bouwen, de wereld deed dat al bij iedereen – je mocht niet meer naar werk, je mocht niet op restaurant gaan. Ik dacht: laat ik die muur voor mezelf nog hoger maken, zodat ik elk grassprietje, elke zandkorrel en elke druppel eens echt goed ga bekijken. Ik woon in een uithoek van Vlaanderen, vlakbij zee. Elke dag maakte ik bij valavond een wandeling met de hond. Een uur, soms twee uur, soms langer. Ik maakte foto’s en noteerde wat ik zag, voelde en dacht. Uit die notities ontstond het ‘Dagboek van een fotograaf’.”

HOREN - Muziek blijft een mysterie voor me

“Een van mijn oudste herinneringen is niet visueel, maar juist auditief: het geluid van een motor die wegscheurt in de nacht. Ik woonde in Kortrijk, ik was een jaar of vijf jaar. Het was donker, ik lag in bed en plotseling was daar die motor. Een soort dolby stereogevoel. Ik heb me vaak afgevraagd: wie was die man? Waarom reed hij daar? En nu, ruim veertig jaar later, praat ik er opnieuw over. Vreemd.

Na Kortrijk verhuisden we naar de kust, naar Oostduinkerke, waar mijn ouders een tennisclub begonnen. Ook weer zo’n plek met een eigen geluid. Omdat ik aan de kant van de tennisvelden sliep, werd ik als puber vaak wakker van de ballen die tegen de rackets kwamen. Dat getok. Als ik dat nu hoor, denk ik: ja, ik was een kind van de tennisclub.

Bekroond fotograaf

Stephan Vanfleteren (1969, Kortrijk) studeerde fotografie aan de Hogeschool Sint-Lucas in Brussel. Hij werkte tussen 1993 en 2009 als freelance fotojournalist voor onder andere De Morgen en Le Monde.

Bij het grote publiek raakte hij vooral bekend met ‘Belgicum’ (2007) - het gelijknamige boek en de expositie in het FOMU in Antwerpen - en zijn portretten van bekende Vlamingen en Nederlanders. Zijn oeuvre-tentoonstelling ‘Present’ (2019-2020), eveneens in het FOMU, trok een recordaantal van 146.328 bezoekers.

Vanfleteren won diverse prijzen, waaronder meerdere keren de World Press Photo (1996, 1998 en 2013), tweemaal de Henri Nannen Preis (2009, 2019) en de Nederlandse Portret Prijs (2013). Hij woont met zijn vrouw Natacha Hofman in Veurne, waar hij een eigen daglichtstudio heeft. Samen hebben ze een zoon en twee dochters.

Ik ben niet muzikaal onderlegd. Dat merkte ik deze zomer nog. Voor het eerst na de lockdown fotografeerde ik weer in het buitenland, in Toscane, tijdens repetities van het Collegium Vocale Gent. Ik was de eerste paar ­dagen vooral aan het luisteren naar die mysterieuze, meerstemmige muziek van Claudio Monteverdi en Carlo­­ Gesualdo. Wat hoorde ik nou eigenlijk? Na twee dagen waren mijn oren meer getraind, toch bleef ik me een kleurenblinde voelen die naar een schilderij van Rothko kijkt. Muziek zal voor mij altijd een mysterie blijven.

Met de sopraan ging ik diezelfde week naar een oud klooster. Ze zong in haar eentje in die prachtige kerk, ik maakte ondertussen portretfoto’s. Het was zo mooi. Toen we klaar waren, zijn we nog even gaan zitten. We spraken af dat we pas terug naar het hotel zouden gaan als het zonlicht recht door het glas-in-loodraam voor in de kerk zou schijnen. Ik weet niet hoelang we daar in stilte zaten, maar op zo’n moment merk je pas hoeveel je eigenlijk hoort. De duiven. De krekels. Het moment dat de zon loodrecht de kerk binnenscheen was magisch. Plotseling zwegen de duiven. Net als de krekels. ­Absolute stilte.”

PROEVEN - Ik kan niet koken, ik wil het ook niet

“Mijn ouders waren in de zomer altijd bezig want de tennisclub was elke dag open, van april tot oktober. Het gaf mij als kind een enorme vrijheid – ik trok erop uit met vriendjes, naar de duinen, het strand. Als ik maar voor het donker thuis was. Ik at wanneer ik honger had, in de frigo stond een piepschuimen doos met eten van de traiteur klaar. Dat atypische, dat zie ik nu ook terug in mijn eigen gezin. Weekend en week lopen door elkaar. En soms gaan we doordeweeks pas om kwart over negen naar boven om te koken.

Zelf sta ik niet graag in de keuken. Ik kan niet koken, ik wil het ook niet. In opdracht van mijn vrouw haal ik wel elk jaar in april duinasperges, hier vlakbij over de grens, bij een boerderij in Frankrijk. ­Categorie 1, de beste kwaliteit. Ze is er dol op. Ik koop ze, zij maakt ze klaar.”

VOELEN - Humor en onnozelheid zijn ook creativiteit

“Veel mensen denken als ze mijn werk zien dat ik een zwaarwichtige, melancholische, mijmerende man ben. En ja, dat is een deel van mezelf. Een kant van mij heeft een zekere zwaarte over me – ik voel me ook aangetrokken tot muziek waarin ik die gevoelens herken, zoals Nick Cave. Toch stoort het me als ik enkel zo word weggezet, want er schuilt ook een enorm vrolijke man in mij. Een pleziermaker, iemand die graag grapjes maakt en plaagstootjes uitdeelt.

Fotograaf Stephan VanfleterenBeeld Patrick Post

Ik omhels graag, ik knuffel graag en ik dans graag. Ik ben een wilde fan van John Travolta, heerlijk hoe die man beweegt. Zelf ga ik ook weleens op een tafel staan als het leuk is. Of ik lig op de grond, zoals vorig jaar bij het openingsfeest van ‘Present’,  mijn overzichtstentoonstelling in Antwerpen. Op een gegeven moment rolde ik met vrienden over op de dansvloer, doordat we in elkaar haakten en onnozel deden. Natuurlijk hadden­­ we wat gedronken, maar ik was niet lazarus, ik wist perfect wat ik aan het doen was. Ik genoot. Humor en onnozel doen, dat is ook creativiteit. Een van mijn ­dochters kwam laatst thuis en riep: ‘Ik heb eindelijk weer gedanst’. Toen dacht ik: heerlijk, dat heeft zij dus ook.

Aanraking is belangrijk voor me. Ik mis het nu het niet kan vanwege de corona-beperkingen. Ik merk het als ik een portret moet maken. Als ik geconcentreerd bezig ben, praat ik niet echt meer. Ik leid iemand dan liever met de hand dan dat ik constant moet zeggen: ‘Draai je hoofd zus en zo’. Dat kan nu niet. Dat is totaal anders werken.”

RUIKEN - Ondraaglijke stank zie je niet

“Bedorven vlees, ik rook het laatst. Ik was met mijn kinderen. Zij vonden het ook stinken, maar voor hen was het niet meer dan een vieze geur. Voor mij heeft het een lading. Het brengt me terug naar plekken waar ik ben geweest enkel en alleen omdat ik dit werk doe. Zoals Rwanda, 1994. Ik was 24, veel te jong, een opdracht voor De Morgen. Zoveel doden. Mannen, vrouwen, kinderen. Die ondraaglijke stank zie je niet op foto’s.”

INTUÏTIE - Vertrouwen op je intuïtie geeft rust

“Eén van mijn bekendste straatfoto’s heb ik gemaakt op de Basiliek van Koekelberg in Brussel. Een ­oude vrouw poseert voor haar man, die een foto van haar probeert te maken terwijl ze over de stad tuurt. Het ­koppel wordt verrast door een windstoot, de jurk van de vrouw waait op en haar grote witte onderbroek wordt zichtbaar. Een prachtfoto. Ik had het geluk om daar te zijn, op het juiste moment, op de juiste plek, met de ­juiste lens. Alles viel samen. Was het geluk, of toch iets anders?

Het heeft misschien ook met ontvankelijkheid te maken. Zoals bij die dode duif die ik gefotografeerd heb. Ik haal elke ochtend brood bij de bakker. Op een van die ochtenden lag bij terugkeer plotseling die duif voor mijn deur. Net gestorven, nog warm. Een ander zou aan de maffia denken, zo van: wie heeft dat dode dier voor mijn deur gelegd? Ik nam de duif mee naar binnen en begon te fotograferen.

Engelen van de Zee

In het Amsterdamse Scheepvaartmuseum is tot en met 5 april 2021 de expositie ‘Engelen van de Zee’ te zien: een reeks portretten die Vanfleteren maakte van jongens die op het IBIS-scheepvaartsinternaat zitten in het Belgische Bredene, gefotografeerd in een traditioneel matrozenpak. Hun thuissituatie is vaak complex. Het internaat biedt een veilig onderkomen en zicht op een toekomst.

Nog zoiets. Toen mijn schoonmoeder overleed, bleef mijn schoonvader alleen achter in dit grote huis. ‘Ik verkoop het’, zei hij toen we bij hem op bezoek waren. De avond erop zat ik bij de haard te lezen. Op de schouw stond de urn van mijn schoonmoeder – mijn vrouw had een sterke band met haar. Natacha kwam bij me zitten, ik vroeg: ‘Moeten wij het huis niet kopen?’ Juist op dat moment laaide het vuur heel sterk op. Het geeft rust als je durft te vertrouwen op zo’n gevoel.

Die rust is momenteel ver te zoeken. Ik heb mijn ­oeuvretentoonstelling in Antwerpen afgebroken, een nieuwe tentoonstelling opgebouwd in Amsterdam, ik moet door mijn vakantie nog veel e-mails beantwoorden en mijn dochters gaan binnenkort het huis uit. Ik denk dus puur praktisch, daar offer ik deze maand aan op. Maar ik weet, in oktober, dan gaat het poortje dicht. Geen interviews meer, weinig e-mails en pure focus op wat ik doe: fotograferen. Soms voel ik me net een junk die verlangt naar het shot dat hij straks zal krijgen, zodat hij weer even van de wereld is. Niet voor vijf minuten, maar langer: een dag, een week, misschien een maand. Ja, ik ben verslaafd aan kijken.” 

Kijk voor het werk van Vanfleteren op zijn site: stephanvanfleteren.com.

Lees ook: 

Erwin Olaf: van ‘boze puber’ tot hoffotograaf

Erwin Olaf vierde zijn zestigste verjaardag met drie tentoonstellingen. De beroemde studiograaf is een innemende vakman, zeggen mensen die hem kennen, maar hij kan ook ‘enorm uit zijn panty gaan’ en onzeker zijn of zijn werk wel goed genoeg is.   

Chris De Stoop reconstrueerde het gewelddadige einde van zijn oom Daniel: ‘Het dorp hoorde, zag en zweeg’

Wat een terloopse roofmoord vertelt over onze samenleving. Schrijver Chris De Stoop reconstrueert het gewelddadige einde van zijn oom Daniel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden