Klein Verslag Willem Pekelder

Ik kon niet weten dat in Parijs iets vreselijks in de lucht hing

Ik ontmoette hen in de trein van Olonne sur Mer, aan de Atlantische kust, naar Paris-Montparnasse: twee Françaises, zo halverwege de veertig, schat ik. De één in vrolijk roze, de ander in neutraal wit. Omdat we alle drie maar een korte overstap hadden in Parijs waren we alvast met onze koffers naar de uitgang gelopen, zodat we, zodra de trein zou stoppen, direct naar buiten konden rennen.

“Hoeveel tijd heeft u in Parijs?”, vroeg de vrolijke roze vrouw. “Ongeveer een uurtje”, antwoordde ik. “Ik moet van Montparnasse naar Gare du Nord.” “Oh, dat haalt u best”, dacht haar neutraal-witte metgezel. “Wij moeten helemaal naar Gare de Lyon. Dat betekent een extra metro-overstap. En we hebben maar drie kwartier.” Het zou ‘chaud’ worden, vulde de roze vrouw aan, hetgeen ik in de gauwigheid vertaalde met ‘krap aan’.

Ze had een optimistische uitstraling, dus het zou wel goed komen, vermoedde ik. Op dat ogenblik kon ik nog niet weten dat er iets verschrikkelijks ging gebeuren. En dan doel ik niet op een gemiste overstap.

Maar voorlopig stonden we veilig bij de uitgang, turend naar voorbijglijdende rails en hopend op het perron. Toen dat eindelijk in zicht kwam, imiteerden de dames beurtelings alsof ze alvast het knopje ‘deur open’ indrukten. Telkens bleef hun wijsvinger net boven het knopje steken. We moesten er om glimlachen. Een mens kan maar haast hebben. Bij het uitstappen namen we snel afscheid en gingen met gezwinde spoed ieder ons weegs. Zeven minuten vertraging. Nog minder overstaptijd.

Doodsangst in de ogen

Snelwandelend, m’n koffer achter me aan slepend, zochten mijn ogen de weg naar metrostation Montmartre. Nee, niet Montmartre! In de trein was ik bij de kaartcontrole ook al in de war. “Montmartre?”, had de conducteur met ironische blik herhaald, “dat is een berg, beetje te hoog voor de metro.” Montparnasse-Bienvenüe luidde de juiste naam, mijlenver verwijderd van het treinstation. Gelukkig had ik mijn ticket al.

Roltrap op, roltrap af, gang in, gang uit, eindeloze passages, en dan ten slotte Bienvenüe. De metro zou over één minuut vertrekken, meldde het bord. Vlug sloeg ik aan het rekenen. De rit duurde ongeveer vijfentwintig minuten, wat betekende dat we om 14.15 uur op Gare du Nord arriveerden. Dat zou op tijd zijn voor de Thalys naar Rotterdam van 14.25 uur. Hulde.

Maar toen. Terwijl de deuren van de metro al dicht gingen, kwamen twee vrouwen het perron op gerend. “Verrek, het zijn de roze en de witte”, mompelde ik. De eerste probeerde op het allerlaatste moment tussen de sluitende deuren door te glippen, maar kwam niet verder dan haar hand. Die hing, met veel goud versierd, machteloos in onze wagon, terwijl de rest van haar ­lichaam buiten was.

De metro wilde al vertrekken. Er ging een golf van ontzetting door de coupé. Met doodsangst in de ogen poogde de vrouw haar arm met bungelend blingbling-koffertje terug te trekken. Tevergeefs. Er klonk een schreeuw, er verscheen een man. Met krachtige rukken forceerde hij de deur en bevrijdde de roze vrouw. Het was inderdaad krap aan.

Willem Pekelder vervangt deze week Wim Boevink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden