Column Rodaan Al Galidi

Ik hoop dat Gerrit zijn snurken in deze column hoort, zodat ik hem weer eens de hand kan schudden

Ik zat eens op de stoep toen Sanne uit een ander studentenhuis vroeg of ik op vakantie ging. Ik vertelde haar dat ik geen geld had voor vakantie en bovendien geen paspoort. Niet veel later kwam ze terug en zei dat er plek was voor mij in de auto. Ze ging met twee andere meiden kamperen in de Ardennen. Ik kon gratis mee. Sanne regelde een tentje en een slaapzak en nog geen uur later zaten we in een overvolle oude rode Peugeot.

Na een paar uur rijden kwamen we aan op de mooiste kampeerplek die ik in mijn leven had gezien. Het was ook de eerste. De camping lag in het bos, aan de oever van een beekje. Op het veldje aan de beek stond één tent. Wat hoger op een heuvel iets dieper het bos in, stonden meer tenten. Het was verwarrend. Bij de receptie hadden ze gezegd dat we onze tenten mochten opzetten waar we wilden, maar waarom stond op die mooie plek aan de beek die ene tent daar alleen? De man die de tent uit kwam groette ons en zei dat we mochten staan waar we wilden.

“Hier ook?”
“Jazeker.”

Meteen zetten we onze tentjes op. Na een mooie avond in het gezelschap van onze tijdelijke buurman Gerrit ging ieder naar zijn eigen tent. Maar het duurde niet lang of ik hoorde een geluid sterker dan de zwaarste vermoeidheid. Gerrit bleek te snurken. Zo’n snurken dat je oren binnenkomt en je het gevoel geeft dat iemand snurkt in je hoofd.

Moeizaam kroop ik de tent uit en zag dat de drie meiden de haringen van hun tenten zachtjes uitgetrokken hadden en bezig waren ze met hun halve slaapkoppen te verschuiven. Ook ik begon mijn tentje af te breken. Het ondraaglijke snurken stopte, maar voor de zekerheid verzetten we onze tenten tot waar we dachten het snurken niet meer te kunnen horen. Zo goed en zo kwaad als het ging, zetten we uitgeput onze tenten weer neer, waar we Gerrit en de beek niet meer konden horen.

Deze zomer ontmoette ik na een paar jaar die drie meiden weer. We waren allen dat prachtige beekje vergeten, en dat mooie zachte gekabbel. We waren de muziek in de auto vergeten, de Ardennen zelf, de bergtochten, die heerlijke vakantiedagen. De hele tijd spraken we het alleen maar over het snurken van Gerrit. Het laagste punt van het kamperen bleek later het hoogtepunt. We vroegen ons af waar Gerrit nu is. Deelt hij zijn snurken met iemand, zoals hij het even met ons deelde? Ik hoop dat hij zijn snurken in deze column hoort, zodat ik ook hem weer eens de hand kan schudden.

De Iraaks-Nederlandse schrijver, dichter en zelfverklaard ‘Asielzoeker des Vaderlands’ Rodaan Al Galidi is onze Zomertijd-columnist. Volgend jaar is de voorstelling ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ te zien, gebaseerd op zijn gelijknamige boek. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden