De kraai

‘Ik had een kinderwens; hij had al kleinkinderen’

Een vrouw van voor in de dertig in een ruimzittende spijkerbroek doet de deur open. Haar haar is opgestoken, maar een groot deel is losgeraakt. In de woonkamer staat een box. Ik hoor of zie nergens een kindje. Ze is alleen thuis. 

Bij de eettafel waaraan we plaatsnemen, hangt een grote foto aan de muur van een oudere man met een jongetje. Ze biedt me koffie aan. “Wat is er gebeurd?” vraag ik. “Het is mijn man.” Ze wijst naar de foto. “Hij is overleden.” Ze kleurt rood. “We schelen 37 jaar”, zegt ze. “Dan hebben jullie gewonnen; mijn man en ik scheelden 22 jaar”, zeg ik. Ze ontspant. “Ik heb een vervelende jeugd gehad. Ik ben vrachtwagenchauffeur geworden om weg te zijn van huis. Hij was planner bij het vervoersbedrijf en was gescheiden. We zijn verliefd geworden.” Ik knik. Ze vervolgt: “Wij vonden het eerst ook niet kunnen. Hij heeft kinderen die ouder zijn dan ik ben.” Ze neemt een slok van haar koffie. “‘Ik ben gelukkig met jou, dus we gaan ervoor’, zei hij na een jaar. Maar mensen hebben veel vooroordelen... Ik ben weleens nageroepen: ‘Als je nou eens echt een goede beurt moet hebben, roep je me maar.’”

Ze slaat haar ogen neer en is even stil. Dan: “Toch zijn we getrouwd en ik had een kinderwens. Hij had al kleinkinderen, maar door onze relatie mocht hij die niet meer zien. Ons kindje is net een jaar.” Een paar maanden geleden werd haar man ziek: een agressieve vorm van kanker. “Ik probeerde hem thuis te verplegen, maar dat ging niet meer.” Ze begint hartverscheurend te huilen. Ik pak haar hand vast. “Ik ben zo verdrietig en zo bang voor de uitvaart”, snikt ze. “Ik ga je helpen”, spreek ik haar bemoedigend toe. “Niemand wilde komen vandaag.” “Hou de eer aan jezelf en stuur iedereen een rouwkaart.” Ze knikt. “We waren zo gelukkig. Het leeftijdsverschil deed er helemaal niet toe.”

Vier dagen later loopt ze met haar kindje in de wandelwagen de aula binnen. Demonstratief vullen de kinderen en kleinkinderen van de man breeduit de eerst rij. Er is geen plek meer voor haar. Ik loop naar het gezelschap, geef iedereen een hand en condoleer hen. “Maken jullie even een plaatsje vrij?” vraag ik daarna. Schoorvoetend schikken ze in. Op een rijdende baar wordt de man na het afscheid naar het graf gebracht. Met haar kindje loopt ze achter de kist aan, gevolgd door de rest van de familie. Op de kist een hart van bloemen dat zij heeft gemaakt. Bij het graf spreek ik een paar laatste woorden en zeg dat zijn vrouw graag met haar kindje het langste bij het graf wil blijven. Alle genodigden lopen één voor één langs. Zijn kinderen en kleinkinderen doen vijf stappen achteruit en blijven daar demonstratief staan. Provocerend kijken ze de vrouw aan. Vertwijfeld kijkt ze naar mij. “Kom”, zeg ik. “Laten we afscheid nemen.” Ze knikt, haalt haar kindje uit de buggy en neem hem op haar arm. “Zeg maar: dag papa.” Het jongetje zwaait. Zij huilt. Ik pak de buggy, sla mijn arm om haar heen en begeleid haar naar het pad. “Niet achteromkijken”, fluister ik. De kinderen lopen direct naar het graf. Vanaf een iPad wordt een toespraak voorgelezen.

Mickelle Haest tekent elke week de ervaringen op van een uitvaartverzorger of die van een verloskundige. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden