Relatie-DNAHet verhaal van Astrid

Ik had altijd het gevoel dat ik anders was, want één ding had ik niet: een vader

Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door in je eigen relatie? De vader van Astrid (65) liet zijn gezin in de steek, dus zocht zij een man ‘die haar nooit zou verlaten’. Het werd een stil huwelijk. Pas daarna kwam het geluk.

De laatste keer dat ik hem zag, was ik zes. Hij fietste de straat uit, in zo’n grijze jas met visgraatmotief. Mijn moeder zei: ‘Papa gaat eventjes weg’. Ik dacht echt dat hij zou terugkomen, maar dat gebeurde niet. Ik heb mijn vader nooit meer gezien.

Op latere leeftijd ben ik wel eens door straten gelopen waar hij op dat moment woonde met zijn nieuwe vriendin. Dan zag ik zijn naam op deurbordjes staan. Ik heb nooit aangebeld, ik durfde niet. Bang dat de deur werd dichtgesmeten. Bang voor een afwijzing.

Ik weet nog dat ik kort na zijn vertrek een keer met mijn broer alleen thuis was, tussen de middag, mijn moeder was nog niet uit haar werk. Ik lag te huilen op de bank en riep: ‘Nu moet jij voor mij zorgen’. Totale paniek. Op dat moment stapte mijn moeder binnen. ‘Ik zal jullie nooit in de steek laten’, beloofde ze. Dat gaf zekerheid, het gevoel dat er tenminste iemand bij ons bleef.

Ze is vijftig jaar lang boos geweest op mijn vader en bleef maar herhalen: ‘Hij zei altijd: Ze zeggen me niks’. Zo van, hij voelde niets bij jullie. En mijn broer begon mijn vader al snel 'de uitknijper’ te noemen, dat werd zijn nieuwe naam. 

We verhuisden na de scheiding naar een volksbuurt, want daar betaalde je maar 35 gulden huur. We kregen tweedehandskleding. In vakanties gingen we naar huisjes van oud-tantes, dat kostte niks. Met de trein, ieder een koffer. Mijn hele jeugd had ik het eigenlijk gevoel: wij zijn anders, want we hadden iets niet: een vader. Ik haatte dat. Mijn missie toen ik een tiener was, werd dan ook: zoek een man die je nooit in de steek zal laten. En die vond ik snel.

Alles bruin, van koffiebus tot broodtrommel

Bij de bank waar ik werkte, ontmoette ik Theo. Na een maand verkering was ik al bezig met de uitzet. Brabantia was helemaal in, de bruine periode, ik kocht alles, van koffiebus en pedaalemmer tot broodtrommel. Zelfs mijn handdoeken moesten bruin of oranje zijn. Op mijn negentiende was ik verloofd, op mijn twintigste getrouwd.

Deze man zal je nooit in de steek laten, had mijn moeder gezegd. Dus dat voelde goed. Maar een vriendin vroeg na een aantal jaar: ‘Lachen jullie wel eens samen? Ik zei ‘ja’, maar in werkelijkheid was het stil bij ons. Heel stil. ‘s Avonds stond de tv aan en als ik Theo vroeg hoe het op zijn werk was, zei hij: ‘Dat is niet belangrijk’.

In de pauzes at ik vaak met een collega, een vrijgezel. We spraken over van alles. Toen we op een dag weer eens krom lagen van het lachen sloeg hij een arm om me heen. Zo hoort het dus, dacht ik op dat moment, dit hoor ik dus te voelen, hier had ik op moeten wachten. Ik raakte in paniek van dat gevoel en zag maar één oplossing: ontslag nemen. Theo wilde juist op dat moment van baan wisselen, dus dat kwam goed uit, we verhuisden. Een totale vlucht.

De jaren verstreken, we hadden inmiddels een dochter geadopteerd, maar Theo bleef stil. En hij zorgde slecht voor zichzelf. Toch was weggaan geen optie, dat idee vond ik vreselijk. Want iedereen was samen en dan zou ik alleen zijn. Dan zou ik opnieuw anders zijn. Dat wilde ik niet.

In het kerkkoor zong Abe, een leuke man, getrouwd, twee kinderen. Hij was bas, ik een alt, dus hij stond vlak achter mij. Soms benijdde ik zijn vrouw en dacht ik: kijk, haar man gaat wel mee naar de kerk en zij kunnen wel kinderen krijgen. Op een dag kwam Abe niet naar koorrepetitie. Ik belde. ‘Ik ga scheiden’, vertelde hij. Zijn vrouw was weggegaan. Ik dacht: hij heeft nu veel verdriet, maar zo’n leuke man is heus niet lang alleen, dus wat moet ik nu?

Ik besloot weg te gaan bij Theo. Ik was 42 en vertrok met dochter en cavia naar een huurwoning op een bedrijventerrein. Twee dagen later kwam Abe helpen met het ophangen van een lamp. Anderhalf jaar later zijn we bij hem gaan wonen.

Slap van het lachen

Abe is een Friese boerenzoon, ik ben een Amsterdamse. Dat lijkt een gekke combinatie, maar het klikt geweldig. Nog altijd denk ik: wat een geluk. Dat realiseer ik me heel vaak, vooral als we weer eens slap liggen van het lachen.

Mijn vader is gestorven toen hij 67 was. Toen mijn moeder opbelde om het te vertellen, heb ik ‘s avonds onder de douche heel lang gehuild. Om alles wat geweest was en wat nooit meer zou gebeuren.

De volgende dag ben ik naar de begraafplaats gereden. Bij het graf van mijn vader stond mijn tante, met wie hij ook geen contact meer had. En toen dacht ik: er staan hier twee hele leuke vrouwen aan je graf, man o man, wat heb jij ontzettend veel gemist.

De namen in deze tekst zijn gefingeerd om privcayredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Heeft u ook een verhaal over de liefde, relaties en ouders? Mail relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden