‘Keihard werken, enorme risico’s nemen. Om maar niet stil te hoeven staan bij al de vreselijke dingen die zijn gebeurd.’

Tien GebodenArnold Karskens

‘Ik ga het niet afzwakken, ik heb Jezus écht ontmoet’

‘Keihard werken, enorme risico’s nemen. Om maar niet stil te hoeven staan bij al de vreselijke dingen die zijn gebeurd.’Beeld Mark Kohn

Arnold Karskens (Beemster, 1954) is voormalig oorlogsverslaggever, onderzoeksjournalist, schrijver en voorzitter van aspirant omroep Ongehoord Nederland. Vorig jaar verscheen zijn roman ‘Alle pijn van de wereld - de goddelijke gekte van de oorlogsjournalistiek’.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Of God bestaat, weet ik niet, maar ik ben wel één van de weinige mensen die Jezus in het echt heeft mogen ontmoeten. Ik was halverwege de jaren negentig voor Nieuwe Revu in Hebron om daar een verhaal te schrijven over de rellen tussen de kolonisten en de Palestijnen. Na zo’n goedkope nachtvlucht reed ik van Tel Aviv naar Hebron. Toen ik bij de Grot van de Patriarchen ­– waar aartsvader Abraham ligt begraven – aankwam, bleek er een verdacht voertuig in de buurt te staan dat door de militairen zou worden opgeblazen. Ze hadden gecheckt of er geen personen in de omgeving waren, maar ik lag, met de stoelleuning achterover geklapt, uitgeput en onzichtbaar, in mijn huurauto te slapen. De bom ging af, ik vloog letterlijk tegen het dak en... nou ja, wat ik wil zeggen, is dat ik eigenlijk al in een soort roes leefde toen ik Jezus tegenkwam.

“Nee, nee, ik ga het helemaal niet afzwakken: ik heb hem écht ontmoet. Hij zat vlak bij de poort van Kirjat Arba, waar ik overnachtte. Lange haren, lange baard: hij voldeed precies aan het beeld dat ik tijdens mijn licht katholieke opvoeding meekreeg. Op een dag gaf hij me een hand en het was net alsof ik een warme kruik vastpakte. Het eerste wat me opviel was dat hij, anders dan iedereen daar, begrip leek te hebben voor alle partijen. Heel genuanceerd, heel vriendelijk. Hij was erg geïnteresseerd in mijn werk. Ik heb hem het artikel opgestuurd en hij heeft nog gereageerd ook, heel positief, maar ik ben die brief helaas kwijtgeraakt. Doodzonde. Een brief van Jezus, wie heeft zoiets?

“Een paar jaar eerder had ik trouwens in Joegoslavië, waar de Serviërs en de Kroaten elkaar bestookten, ook de Heilige Geest al eens ontmoet. Het was in de stad Travnik. Zijn huis was door een granaat totaal verwoest. Hij zat achter zo’n campingtafeltje waarop z’n allerlaatste bezittingen lagen uitgestald: kopjes, schotels, kinderspeelgoed – wat lach je nou? Ik ben bloedserieus! Het zijn mystieke ervaringen geweest. Ik denk namelijk dat geloof en oorlog veel gemeen hebben. Alleen op het slagveld raken hemel, hel en aarde elkaar. Misschien is oorlog voeren voor veel mensen het zoeken naar het antwoord op de moeder aller vragen: is er leven na de dood?”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Ik wil niemand beledigen, dus ik vloek niet. Ik zal ook nooit iets fouts over moslims roepen. Niet over personen, bedoel ik. Over de politieke islam moet je namelijk wél je mond opendoen omdat die overduidelijk fascistoïde kanten heeft en een groot gevaar voor de Nederlandse samenleving vormt. Je moet je keren tegen de radicale imams, maar politici van GroenLinks, D66 en Partij van de Arbeid hebben niets in de gaten. Die zien de façade niet.

Beeld Mark Kohn

“Ik ken die lui, ik ben vaak genoeg in islamitische landen geweest. Ze lachen vriendelijk, ze geven je een roosje, ze schenken een kopje thee, maar ondertussen denken ze: domme christen, straks neuk ik je vrouw. En je dochter. Radicale moslims mag je hier niet binnen laten, daar moet je keihard in zijn. Dan kun je wel zeggen dat het maar over een héél klein percentage gaat, maar zo zijn de nazi’s ook begonnen: ze beginnen met een paar procent, daarna pakken ze de rest.

“Links Nederland wil het gevaar van het islamitisch fascisme niet zien. De NPO kiest er zelfs voor om een kerstinterview met Laura H, het IS-bruidje, uit te zenden (‘Mensen met M’, 25 december, AV). Als je daders de kans geeft om een zielig verhaal te vertellen, dan snap je de wereld niet. Er zijn journalisten die ervoor pleiten om de door IS vergiftigde vrouwen en hun kinderen terug te halen, terwijl ze nauwelijks oog hebben voor de slachtoffers in al die ándere kampen: voor de duizenden yezidi-kinderen die door IS-strijders zijn verwekt en voor de ontheemden uit het platgebombardeerde Mosul. Zou het niet veel rechtvaardiger – veel christelijker ­– zijn om juist voor die mensen op te komen?”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Vroeger gebeurde er helemaal niets op zondag. Vanaf het moment dat ik op mezelf ging wonen besloot ik ook op die dag te gaan werken zodat ik nooit meer last zou hebben van dat lamlendige wachten-op-maandag-gevoel. Ik heb altijd maximaal willen leven. Het zou mij niet overkomen dat ik op mijn vijfenzestigste, door de vitrage naar buiten starend, zou denken: wat heb ik nou eigenlijk van mijn leven gemaakt?”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder was heel stil. Dat was ook een beetje een familietrekje. Mijn vader zei altijd: ‘Ze kunnen goed zwijgen, die Koninkjes’. Voor een verzetsfamilie was dat een uitstekende eigenschap. Ze lieten nooit iets los. Haar broer, die in de knokploeg zat waar mijn vader leiding aan gaf, werd door de Duitsers gefusilleerd. Mijn vader heeft waarschijnlijk ook een paar verraders omgelegd, maar daar heeft hij zich nooit over uitgesproken. Het was een komen en gaan van verzetsstrijders bij ons thuis. Ze rookten bolknakken, dronken brandewijn met suiker en vertelden elkaar verhalen. Ik zat daar als kind ademloos naar te luisteren, maar zodra het gesprek over een liquidatie ging, werd ik de kamer uitgestuurd.

“Ik ben me pas later gaan realiseren hoeveel zelfvertrouwen het me heeft gegeven om het kind van verzetshelden te zijn. Het gaf me een stimulans om ook zo in het leven te staan, om dapper te zijn en verantwoordelijkheid nooit uit de weg te gaan. Dankzij mijn opvoeding heb ik onmiddellijk in de gaten wie deugt en wie niet. Ik heb een dik dossier van de Politieke Opsporingsdienst van na de oorlog. Als ik daar doorheen blader, herken ik familienamen van politici, maar ook van NOS-medewerkers met wie ik een conflict heb. Het zijn opportunisten, mensen die de kat in het donker knijpen; precies het type NSB’ers tegen wie mijn familie in de Tweede Wereldoorlog heeft gevochten.”

V Gij zult niet doden

“Het staat al in mijn boek, maar oké, ik zal toch proberen je er iets over te vertellen... Op een warme zomeravond, 18 juni 1961, speelden we net als altijd op het erf van onze boerderij. Ik was vijf jaar oud, de vijfde van zes kinderen. Na mij kwam nog een meisje... god, het is zestig jaar geleden en nu zit ik alweer te janken... Ik wist niet... Niemand had gezegd dat ik op mijn zusje moest letten. Ik had ook helemaal niet gezien welke kant ze was opgelopen.

“Ineens hoorde ik iemand roepen: ‘Waar is Anne-Marie?’ Daarna zag ik mijn vader over de sloot springen...

En ik zag ik hoe hij mijn zusje aan haar beentjes uit het water trok. Ze was al dood. Verdronken. Tweeënhalf jaar oud. Nee, het is niet mijn schuld, dat weet ik wel, maar ik voel me toch verantwoordelijk. Had ik maar... Die gedachte heb ik zo vaak gehad: had ik maar dit of dat gedaan. Een paar weken na haar dood heb ik gevraagd of ik aan tafel op de plek van mijn zusje mocht gaan zitten, zodat ik weer de jongste was. Alsof alles daarmee kon worden teruggedraaid.

“De hoofdpersoon in ‘Alle pijn van de wereld’ wordt voortgedreven door de herinnering aan zijn dode zusje. Hij heeft een death wish omdat hij zich al een leven lang schuldig voelt. Zo sterk heb ik het niet – ik ben waarschijnlijk ook oorlogsverslaggever geworden omdat ik met die oorlogsverhalen ben opgegroeid – maar ik heb die rand zeker opgezocht. Keihard werken, enorme risico’s nemen. Om maar niet stil te hoeven staan bij al de vreselijke dingen die zijn gebeurd.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“De ik-figuur in mijn roman zegt op een gegeven moment: ‘Alleen oorlog rechtvaardigt ons gedrag’. Hij gaat met heroïneprostituees naar bed en slaapt met één van de vrouwen die aan het front door militairen worden geronseld. Ik noem mijn boek een autobiografische sleutelroman, maar dat wil niet zeggen dat ik de hoofdpersoon ben. Sterker nog: misschien is die man, Dick Ricks, wel iemand anders, of een combinatie van bestaande personen... Er wordt in mijn boek ook een vrouw gered die een relatie had met de zoon van een dictator en ja, die passage gaat natuurlijk over ex-fotomodel Talitha van Zon die ik in 2011 uit Libië heb weggehaald. Dat deel is dus autobiografisch, maar of ik, net als mijn hoofdpersoon, met haar heb geslapen? Dat geheim zal ik meenemen in mijn graf.”

VII Gij zult niet stelen

“Als ergens, in een of andere brandhaard, een interessante figuur wordt geïnterviewd, kun je besluiten om óók met zo iemand in gesprek te gaan. Dan krijg je min of meer hetzelfde verhaal, maar dan jat je niet. Je jat pas als je gebruikmaakt van het verhaal van een ander en doet alsof je het zelf hebt meegemaakt. Of als je van een door een collega gemaakt rekensommetje over de kosten van een politiemissie in Kunduz gebruikmaakt en daar vervolgens een Tegel in de categorie onderzoeksjournalistiek mee wint.

“Ik was bij de uitreiking aanwezig. Iemand van de jury had me verzekerd dat die collega-oorlogsverslaggever de prijs niet zou winnen, maar hij bleek zich te hebben vergist. Dus toen ik die naam hoorde, sprong ik op en riep, in die volle zaal: ‘Schande!’ en ‘Plagiaat!’. Wat me vooral zo boos maakte was het feit dat ik, als unembedded journalist, zoveel geld en moeite had gestoken in een onderzoek dat een ander zomaar bij me had weggekaapt. Dat zou ik nou nooit doen. Beroepseer, heet zoiets.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Als ik zie dat dingen niet kloppen, dan móet ik er over schrijven. Dat is geen keuze. Het moet. Anders mag ik mezelf geen journalist noemen. Journalistiek moet puur zijn, onafhankelijk van degene die betaalt of beschermt. Daarom ben ik ook zo tegen embedded; je wordt uiteindelijk toch gemanipuleerd. Ik zal je een voorbeeld geven. De oorlogsverslaggeving in Nederlands-Indië, 1945 - 1949, was ook zwaar embedded, men werkte onder de vlag van het leger en bracht dus zeer weinig over het extreme geweld naar buiten. Ze wilden de militairen te vriend houden, de politici paaien en hun eigen carrière veilig stellen. Een mindere slampamperige houding van die journalisten had ervoor kunnen zorgen dat die oorlog eerder afgelopen was geweest en er dus duizenden slachtoffers – Nederlandse en Indonesische – minder gevallen zouden zijn.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“We zijn al meer dan dertig jaar getrouwd. Mijn vrouw is nu met een vriend – of een vriendin, ik heb geen idee – in Zuid-Spanje. Ja, je zou het een open huwelijk kunnen noemen, maar wij hebben het er gewoon niet over. Waarom zou je alles van elkaar moeten weten? Ik ben veel mooie vrouwen tegengekomen in mijn leven. Vrouwen zijn mijn muzen. Vrouwen verrijken mijn leven. Mijn grootste angst is dat ik hem op een dag niet meer overeind krijg. Als ik impotent word, kan ik net zo goed meteen doodgaan. Ik doe er alles aan om dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. Doodgaan, bedoel ik. Ik sport veel, ik eet gezond. Ik voel het ook een beetje als een verplichting naar de mensen toe die ik, along the way, verloren ben. Zolang ik er ben, leven zij, via mij, ook nog een beetje door. Snap je?”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Ik heb altijd het licht gezocht, niet omdat ik mezelf nou zo belangrijk vind, maar ik voel een grote verantwoordelijkheid om het ándere verhaal te vertellen. Ik maak me kwaad over de vertrutting van de NPO, over de Perscombinatie die ervoor heeft gezorgd dat alles van hetzelfde laken een pak is. Vroeger had je een waaier aan meningen, nu hoor je nog maar één geluid. Daarom zijn we met Ongehoord Nederland begonnen. Hoe denk je dat het komt dat we binnen een maand 50.000 betalende leden hadden? Mensen vertrouwen Den Haag niet meer. Ze geloven Hilversum niet meer.

“Goed hoor, dat Jeroen Pauw Frans Timmermans aan de tand voelde over MH17 (‘Pauw’, BNN/VARA, 8 oktober 2014, AV), maar waarom niet één vraag over de 15.000 migranten die in de Middellandse Zee zijn verdronken? Timmermans was als vicevoorzitter van de Europese Commissie van november 2014 tot november 2019 politiek medeverantwoordelijk voor een beleid dat er voor zorgde dat mensen met geld – want veel oorlogsslachtoffers, de weduwen, de wezen en de ouden van dagen, blijven altijd achter – in die gammele bootjes stapten om in Nederland een visum op te halen. Dood door schuld. Daar heb ik in 2017 aangifte van gedaan, maar voor de NPO is het dramatische Europese asielbeleid van Timmermans en consorten kennelijk niet interessant genoeg. Ze volgen liever een BN’er die goede sier wil maken door een paar dagen vuilnis te gaan rapen in een vluchtelingenkamp op Lesbos.

“Het klimaat: hoeveel tijd wordt er door het NOS-Journaal ingeruimd voor al die klimaatdrammers? En hoeveel aandacht is er voor de mensen die hun kanttekeningen willen plaatsen bij het klimaatbeleid? Zo goed als nul. En wat denk je van zo’n Van Engelshoven, de D66-minister van OC&W? Ze weigert, om redenen van privacy, de dossiers van nog levende oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog vrij te geven terwijl haar partij wél een beleid steunt dat het islamitische fascisten mogelijk maakt om naar Nederland terug te keren. Dat maakt, in mijn ogen, D66 tot de NSB van de eenentwintigste eeuw.

“Waarom word ik tegengehouden om mijn onderzoek voort te zetten? Er is geen omroep die aandacht aan dit soort belangrijke zaken wil besteden. Daarom gaan we het zelf maar doen. Dat is overigens de positieve kant van negatieve dingen: ze geven je het gevoel dat je leven nog niet af is. Begrijp je wat ik bedoel? Er is nog zoveel te doen, nog zoveel onrecht te bestrijden, nog zoveel goed te maken, dat ik nu al weet dat ik op mijn gemak de negentig zal halen.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden