Interview Martin Gaus

Ik ben heel wat minder leuk zonder camera in de buurt

Beeld Martijn Gijsbertsen

Ouder worden, hoe doe je dat? Martin Gaus heeft meer behoefte aan rust, maar zegt nooit nee als hij gebeld wordt door radio of tv. Deel drie van een interviewserie van Cisca Dresselhuys (1943) met generatiegenoten die in het middelpunt van de belangstelling stonden, maar het nu kalmer aan doen.

‘Wie ben ik nog als ik niet meer op de televisie ben en de mensen zich afvragen: Martin Gaus? Oh die, dat is zo lang geleden. Of nog erger: die ken ik niet’, schreef hij dertien jaar geleden in een column. Heeft hij, nu hij al jaren geen tv-programma meer heeft en zijn bedrijven verkocht zijn, een antwoord op deze vraag?

Martin Gaus (74): “Dat weet je pas als echt niemand je meer kent, maar als ik op een Amsterdams terras zit, herkennen heel veel mensen me nog. En als er een affaire is in dierenwelzijnland, zoals in de Oostvaardersplassen, bellen radio en televisie me nog altijd voor commentaar, want redacties zijn erg gemakzuchtig en ik sta nog in hun kaartenbakjes.”

Vind je dat vervelend?

“Helemaal niet. Integendeel. Ik was altijd het mannetje dat alles kon en alles wist, dat gaat nog steeds door, tot de dag van vandaag. Als mensen me bellen, zeg ik nooit nee. Misschien had ik jaren geleden een complete streep onder m’n carrière moeten zetten, maar ik ben verslaafd aan erkenning en applaus, ik heb het opgegeven daar los van te komen, het is gewoon dope. Ik ben er erg afhankelijk van. Zet een camera op me en ik word leuk, daarbuiten ben ik heel wat minder leuk.”

Toch had je de laatste jaren wel wat anders aan je hoofd dan applaus.

“Door mijn eigenwijsheid was mijn gezondheid de laatste jaren flink achteruitgegaan. Bij een keuring voor een verre buitenlandse reis, 25 jaar geleden, werd ontdekt dat mijn bloeddruk te hoog was. Die arts belde stiekem mijn vrouw om dat te vertellen.

“Maar in plaats van naar de huisarts te gaan en er iets aan te laten doen, deed ik net of het er niet was, kop in de wind, verstand op nul, ik negeerde het. Dan mag je niet klagen als je nierfunctie verslechtert, want dat gebeurt bij onbehandelde hoge bloeddruk. Op een gegeven ogenblik belandde ik toch bij de dokter, toen was m’n nierfunctie al afgenomen tot 30 procent en die daalde nog verder, tot ik op 17 procent zat. Dan hangt de dialyse boven je hoofd. Dat ging bij mij nog sneller, omdat ik vorig jaar acuut aan een lekkende dunne darm moest worden geopereerd. Toen heb ik op het randje van leven en dood gebalanceerd.

Martin Gaus (Amsterdam, 1944) is een voormalig Nederlands honkbal-international. Nadat hij directeur van een staalhandel was geweest, begon hij in 1974 een dierenhotel in Lelystad. Daarna startte hij een hondenschool. De publiciteit daaromheen bracht hem landelijke bekendheid, die hem een tv-programma over dieren bezorgde. Van 1981 tot 2002 presenteerde hij ‘Dierenmanieren’ bij de Tros en daarnaast het hondenspelprogramma ‘Natte neuzen.’ 

Hij schreef veertien boeken o.a. over honden en katten en was uitgever van de tijdschriften Hondenmanieren en Kattenmanieren. Tweemaal trad hij op als lijstduwer van de Partij van de Dieren. Hij is getrouwd met Helly Uitterdijk, heeft een zoon en een dochter, drie kleinkinderen, poes Tinkebell en hond Vlinder.

“Inmiddels had mijn dochter op Facebook al geschreven dat haar vader een nier nodig had. M’n familie bleek niet in aanmerking te komen om er een af te staan, de redding moest van een ander komen.

“Er meldden zich veertien donoren, wat vast wel iets te maken had met het feit dat ik een bekende Nederlander ben. De eerste die belde, was trouwens een jeugdvriendje van de lagere school, die wilde zo een nier afstaan, maar helaas bleek hij geen match met mij te hebben. Van de lijst van veertien werden de eerste vier afgekeurd, schatten van mensen allemaal, die bijvoorbeeld zeiden: ‘Je hebt ooit mijn hond gered, nu wil ik jou helpen’.

“Bij de vijfde was het bingo. Dat was een vrouw die les bij me had gehad om extra moeilijke honden te trainen. Annet heet ze, vijftig jaar. Ooit veranderde haar leven totaal doordat een haar onbekende vrouw haar mogelijkheden zag en hielp haar dromen waar te maken. Door die ervaring wilde zij ook het verschil maken voor iemand en bood mij haar nier aan.

“Gelukkig bleken wij een heel goede match. Ik zat toen al vier maanden aan de dialyse, kon bijna niks meer, was voortdurend doodmoe.

“Op 23 oktober 2018 kreeg ik haar nier, het werd de dag van mijn hergeboorte. De nier heb ik Annetteke genoemd. Af en toe stuur ik Annet een whatsappje: ‘Ik loop in de hemel op het ogenblik, het is mooi weer, ik voel me goed, m’n haar groeit weer, dankzij jeweetwel’. We overdrijven ons contact niet, dat wil zij niet, ze wil geen godje worden, maar door haar heb ik m’n leven terug.

“Ik voel me steeds beter, m’n haar wordt dikker en donkerder, m’n wenkbrauwen groeien terug. M’n vrouw zegt wel eens: geef mij ook zo’n nier.”

En dan kom ik je interviewen over ouder worden en een stapje terug doen. Jij bent meer bezig met stapjes vooruit.

“Zeker, maar ik ben tegelijk ook bezig met afscheid nemen. M’n eigen bedrijf heb ik al op mijn vijftigste, toen mijn zoon en dochter het overnamen, achter me gelaten. Vanaf m’n twintigste had ik keihard gewerkt. Vakantie zat er nooit in, want als iedereen lekker op reis ging, zaten er juist tweehonderd honden en honderd katten in ons dierenhotel, dus dat was aanpoten.

“Dat wilde ik niet langer meer. Maar ja, ook zonder het bedrijf ging de drukte door, met m’n tv-programma, ik schreef boeken en columns voor onze eigen blad, gaf lezingen, dus ik had bepaald nog geen pensionado-leven.

“De zaak is pas onlangs helemaal overgenomen door een grote diervoerderfabrikant, die tegelijk het merk Martin Gaus heeft gekocht, zodat die naam blijft bestaan. Ik woon nog steeds vlakbij het bedrijf, dus kan ik er nog geregeld een loopje heen maken, wat ik graag doe. Door m’n zwakke gezondheid heb ik gedwongen heel wat stappen terug gedaan en ben met m’n neus op de sterfelijkheid gedrukt. Omdat er in mijn familie- en vriendenkring regelmatig mensen overlijden gebeurt dat sowieso vaker.

Beeld Martijn Gijsbertsen

“Mijn enige broer, die negen jaar ouder was, is er niet meer. Ik heb er spijt van dat wij nooit een echte relatie hebben gehad, gelukkig heb ik dat op het laatst nog wel goed kunnen maken, maar we hebben toch heel veel jaren gemist. Zonde.

“Over spijt gesproken: ik heb wat zakelijke mislukkingen gehad, niet alles wat ik opzette werd een succes, zoals ons eigen diervoedermerk. Spijtig, maar niet echt vreselijk, dat soort dingen incasseerde ik, het was slikken en weer doorgaan.

“Echte spijt heeft bij mij vooral te maken met mensen en relaties. Ik doe daarom mijn uiterste best om me niet terug te trekken als zich in m’n vriendenkring een sterfgeval voordoet. Dat vind ik belangrijk, tot het einde trouw blijven aan mensen die gaan sterven, naast hen blijven staan. Ik zie daar als een berg tegenop, maar doe het wel. Je zit naast zo’n vriend vooral te luisteren, nooit met eigen ervaringen aankomen op zo’n moment, dat heb ik geleerd. Het zwaarst is misschien wel de gedachte, straks ben ik aan de beurt. Ik zit in allerlei vriendenclubjes en toen het vorig jaar slecht met mij ging, waren mijn vrienden ook bezig met afscheid nemen van mij. Vreemde gedachte.

Cisca Dresselhuys (Leeuwarden, 1943) werkte van haar 18de tot haar 38ste als journalist bij Trouw. Daarna was ze, tot haar ­pensioen in 2008, hoofdredacteur van Opzij, waarin zij onder meer de interviewserie ‘Langs de Feministische Meetlat’ verzorgde. Ze schreef een aantal boeken, waaronder ‘Drukker dan ooit’, over doorwerken na je 65ste. Nu schrijft ze interviews voor Nouveau en columns voor opinieblad ­Argus, dat gemaakt wordt door gepensioneerde journalisten.

“Ik herinner me het sterfbed van mijn goede vriend en Tros-presentator Freek Simons. Na mijn geweeklaag fluisterde hij zacht: ‘Nog een paar stapjes, ik ben zo moe’, waarna hij vredig insliep, met zijn hondje naast zich. Dat was heel troostvol.

“Ik heb nog steeds de neiging om de dood weg te filosoferen. Ik ben een ongelovig mens, opgegroeid in een atheïstisch gezin en alle kennis die ik in m’n leven heb verzameld – en ik heb heel veel gelezen en gestudeerd – sterkt mij in de overtuiging dat er geen God en geen hiernamaals bestaan. Mijn ervaringen op de intensive care hebben me het gevoel bezorgd dat doodgaan reuze meevalt. Ik was toen zo lamlendig dat ik alleen maar wilde slapen, ik maakte me nergens zorgen meer over. Eigenlijk ga je elke nacht, als je slaapt, een beetje dood.”

Afscheid nemen is sowieso een opdracht voor ouder wordende mensen, afscheid van je werk, van status, van dierbaren, noem maar op.

“Dat klopt. Ik moet altijd denken aan wat een honderdjarige vrouw in een verzorgingshuis me vertelde: ze maakte haar omgeving bewust steeds kleiner, zodat ze gemakkelijk afscheid kon nemen als het zover was. Dat herken ik wel, ik merk dat mijn brede interesse minder wordt en dat ik de neiging heb terug te vallen op al gelezen boeken en gevormde meningen. Dat ik vaker Netflix kijk dan een boek lees.

“Ik wil vooral rust en ik vind een dag waarop ik ‘s middags naar de kapper moet, al een drukke dag. Ik wil wel reisjes maken met onze camper, maar stel dat toch steeds weer uit. Opvallend is dat ik emotioneler ben geworden. Ik kan niet meer naar tv-programma’s, zoals ‘The Voice’ kijken, waar iemand zich in het zweet staat te zingen en dan wordt weggestuurd. Dan zit ik met tranen in m’n ogen, niet normaal.

“Gelukkig heb ik af en toe nog verplichtingen buitenshuis, zoals een lezing houden voor onze filosofieclub hier in Lelystad. Ga ik toch weer boeken lezen en studeren en krijg ik zin om op te treden. Dan ben ik weer zo fanatiek dat die ene lezing een serie van drie wordt, omdat ik zoveel tekst heb.

“Afscheid moeten nemen van geliefden, weg van m’n vrouw Helly, weg van de kinderen en kleinkinderen, weg van die lieve hond en kat, weg van m’n mooie boeken. Niets en niemand kun je meenemen. Een vreselijk idee.

“Als ik eraan denk hoe Helly alleen zou achterblijven, voelt dat rot en eenzaam, maar tegelijk denk ik, ze redt het wel, ze is heel weerbaar en heel resoluut over leven en dood. Zij heeft al lang een euthanasieverklaring, ik niet. Die heeft ze bij onze dochter gedeponeerd, niet bij mij. Ze vertrouwt mij er niet mee.”

Helly en jij zijn al meer dan veertig ­jaar samen. Hadden jullie niet ooit een ­diepe crisis, omdat jij een ander had ?

“Helaas wel, terwijl ik toch de man was die altijd riep dat vreemdgaan en dus liegen en bedriegen, heel stom is, omdat je huwelijk daarna nooit meer hetzelfde is. En dat klopt, onze relatie is erdoor veranderd. Ik ben niet meer de prins op het witte paard. Het mooie, zover je iets mooi kunt noemen in deze context, is dat we het overleefd hebben. Dankzij therapie, hard werken en veel tranen, maar het is gelukt.

“We hebben het toch maar samen geflikt, zeggen we nog wel eens trots tegen elkaar. De kunst is, vooral voor mij, om nu niet net te doen of het er nooit geweest is. Dat zou ik het liefst doen, het helemaal vergeten, zand erover en er nooit meer over praten. Maar zo zit Helly niet in elkaar, die accepteert niet dat ik me in gesprekken hierover heiliger dan de paus voordoe. Dat maakt haar woest, want dan wordt het in haar ogen opnieuw een geheim en een geheim gaat altijd vreten en wroeten, wordt uiteindelijk een gezwel.

“Dus soms moet ik toch weer met de billen bloot. Eigen schuld, dikke bult.”

Als je zou kunnen kiezen, hoe oud zou je dan het liefst zijn?

“Veertig. Dat vind ik een prachtige ­leeftijd. En met die nieuwe nier voel ik me veertig. Dus ik mag niet klagen.”

Lees ook:

‘Vroeger wilde ik snel resultaat, nu wil ik juist de diepte in’

In de eerste aflevering van deze serie interviewde Ciska Dresselhuys Hans Galjaard. Als hoogleraar genetica was hij niet uit de media weg te slaan. Die bekendheid mist hij niet.

‘Ik wil niks overdoen, ik ben gewoon 75 en dat is goed’

Karla Peijs komt als voorzitter van het dorpshuis nu duizenden euro tekort, als minister waren dat miljarden – maar verder lijkt het erg op elkaar. Deel twee van de interviewserie van Cisca Dresselhuys.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden