null Beeld
Beeld

ColumnDoortje Smithuijsen

Ik bekritiseer de systemen die ik zelf in stand houd, gelukkig ben ik niet de enige

Het schuldgevoel is het sterkst als ik in een Uber zit. Ik heb daarvoor minutenlang gekeken hoe een digitaal autootje zich op mijn telefoonscherm een weg baant naar mijn huis, en me afgevraagd of het niet sneller kan. Vervolgens laat ik me rijden door een ooit autonome taxichauffeur, nu slaaf van een app die hem constant vertelt waar hij naartoe moet om een ritje te maken voor een veel te laag tarief. Hij zet me af op een evenement dat overduidelijk georganiseerd is om ­online te delen in plaats van te ervaren – locatie en genodigden zijn geselecteerd op het aantal likes dat hun schoonheid op Instagram zal ­opleveren. Aan het eind van de avond herhaal ik het Ubertafereel en koop ik mijn schuldgevoel af met de automatisch gegenereerde 2 euro fooi via PayPal.

Mijn schuldgevoel komt voort uit de ­combinatie van mijn professie en mijn levensstijl: ik bestudeer en bekritiseer als journalist de ­manier waarop de mens steeds meer wordt ingelijfd in een knellend, digitaal keurslijf, maar ben zelf constant bezig dat keurslijf ­strakker aan te snoeren. Ik weet hoe slecht ­bestelplatforms hun bezorgers behandelen en betalen, maar verwacht wel uiterlijk 24 uur na trans­actie mijn producten in huis. Ik weet ­precies hoe iedereen zichzelf online knapper maakt, maar kan toch na een half uurtje ­scrollen door Instagram overvallen worden door een vlaag van onzekerheid. Toen ik onlangs met een vriendin naar de uitstekende BBC-serie ‘I May Destroy You’ keek, merkte ik op hoe belachelijk vaak de millennial-karakters daarin op hun ­telefoon kijken. Ik had niet eens door dat ik terwijl ik dat zei zelf aan het whatsappen was.

De perfecte digitale ­aflaat

Elke keer als ik de afgelopen weken een praatje aanknoopte met een Uberchauffeur, hoorde ik hoe hij en zijn collega’s machteloos stonden ­tijdens de lockdown. Officieel kwamen ze wel in aanmerking voor TOZO maar, zoals een chauffeur van een jaar of vijftig het verwoordde: ‘Probeer maar eens drie pubermonden te voeden van duizend euro per maand’. ­Beter was dan maar zeven dagen per week de maximale twaalf uur per etmaal te rijden, voor zo’n 50 ­euro per werkdag. Tijdens het aanhoren van zo’n verhaal had ik mijn duim al op de 2 euro-fooi-knop – de perfecte digitale ­aflaat.

Tijdens mijn laatste Uberrit vroeg de chauffeur naar mijn vakantieplannen. Ik antwoordde dat ik die niet had: de pandemie woedde immers nog rond, en bovendien moest het maar eens klaar zijn met al dat vliegen over de wereld. De chauffeur dacht daar anders over: zodra hij genoeg ritjes bij elkaar had gesprokkeld, ging hij naar Kreta. Daar ging hij drie keer per jaar naartoe, vertelde hij, vooral omdat de tickets zo spotgoedkoop waren.

Het was niet alleen moedeloosheid die me overviel – als zelfs iemand die zo gedupeerd is door globalisering en marktwerking precies die systemen ondersteunt met zijn consumentenkeuzes, waar houdt het dan op? – maar ook een vreemd soort opluchting. Ja, ik ben een hypocriet die constant kritiek uit op systemen die ik zelf in stand houd. Maar ik ben in elk geval niet de enige.

Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist en schrijft om de week over de dilemma’s in de online-samenleving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden