Stoer of roze

Ieder kind zijn/haar eigen coach

Beeld Geisje van der Linden

Jongenscoaches gaan met jongens houthakken of mountainbiken, terwijl meisjescoaches met meisjes knutselen en wandelen. Een stereotiepe aanpak van uw faalangstige zoon of dochter? ‘Die patronen zijn er nu eenmaal.’

Een tijdje terug kreeg hij een jongen doorverwezen die in zijn woede-aanvallen voorwerpen vernielde en zijn ouders te lijf ging, vertelt jongenscoach Corné Legemaat. Hij deed met de jongen een reeks oefeningen zodat die met zijn woede-aanvallen zou leren omgaan. Zo moest die zo hard mogelijk een spijker in een houtblok slaan, en dan steeds zachter. Daarna opnieuw, maar dan met een frustrerende situatie in het achterhoofd. “Bij de hardste slag sloeg hij tweemaal zo hard als de keer daarvóór”, vertelt Legemaat. “Zo kon ik hem voorspiegelen wat er in zijn boosheid gebeurt. Ik liet mijn afschuw zien: wat moet het zwaar voor je zijn om die woede hanteren. En wat moet dat na afloop vreselijk voelen.” Een jaar later kon de jongen beter omgaan met zijn woede-aanvallen. “Hij verhief zijn stem nog weleens, maar zijn ouders wisten dat ze dan een time-out moesten nemen. Daarna is hij nooit meer fysiek agressief geweest.”

Legemaat is een representant van een nieuw specialisme in Nederland: de jongens- of meisjescoach. Deze gespecialiseerde kindercoaches hebben vaak een achtergrond in het maatschappelijk werk, de geestelijke gezondheidszorg of het onderwijs. De meesten zijn hun praktijk begonnen uit onvrede over het feit dat ze binnen hun dienstverband onvoldoende tijd konden besteden aan kinderen die ‘iets extra’s’ nodig hebben.

Opgelucht de blokhut binnen

Voordat Legemaat jongenscoach werd, was hij groepsleider in de verslavingszorg. Omdat hij merkte dat hij veel betere gesprekken voerde in de natuur dan in een behandelkamer, sloot hij zich aan bij Outback Explorers, een samenwerkingsverband gespecialiseerd in adventure therapy voor jongens. Zijn cliënten zijn jongens met problemen: ze hebben bijvoorbeeld slechte schoolcijfers, een verstoorde verhouding met ouders en vertonen terugtrekgedrag.

‘Soms droegen we de rugzak even voor elkaar’

Matthias: “Ik was tien toen ik meedeed, ik ging een beetje mee als proefkonijn. Eerst zijn mijn vader en ik zeven kilometer gaan lopen. Ik had steken in mijn been van het wandelen en een rugzak van twintig kilo, waar het gasbrandertje, de pannen en het eten en drinken in zat. We waren nog even de weg kwijt omdat de kaart niet klopte, maar toen hebben we de telefoon erbij gepakt. Je merkte dat je elkaar nodig had. Soms droegen we de rugzak even voor elkaar.

Je voelt een echte band. Je bent steeds samen aan het kijken: hoe moeten we nou lopen, en dan weet de ander het weer. Corné kwam ook nog langs en heeft het laatste stukje naar de kampeerplek meegelopen en met ons gepraat over hoe het was gegaan. ’s Nachts werden mijn vader en ik wakker van een muis in de tent die de borrelnootjes en de hagelslag zat op te eten. De volgende dag kwam Corné weer om ons terug te brengen naar de hut. Ik had verwacht dat we allerlei survivalactiviteiten met een groep zouden doen zoals je eigen hut bouwen, maar dit was ook mooi. Met z’n tweeën leer je elkaar beter kennen.”

Vanuit zijn houten blokhut in een bos in Driebergen gaat Legemaat met hen mountainbiken, houthakken en handboogschieten. Velen worden doorverwezen door scholen of door de ggz-instelling in de buurt, ‘als die het ook niet meer weten’. Op de vraag waarom hij zich met zijn coaching specifiek op jongens richt: “Ik merk dat jongens minder zitvlees hebben, ze zijn sneller geagiteerd. Als jongens bij mij binnenlopen in de blokhut, zeggen ze opgelucht: ‘O, heb ik hier nou wakker van gelegen?’”

Voor grote en kleine meisjes

Een heel andere benadering is te vinden bij Fiederelske, ‘de eerste meisjescoach van Nederland, voor grote en kleine meisjes’. Haar website is roze en ze noemt zichzelf een echt ‘meisjes-meisje’. Ze profileert zich bewust zo, vertelt ze. “Door mijn eigenheid te laten zien, onderstreep ik dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn.” Ze voorziet in een behoefte; inmiddels heeft ze naast haar coachingspraktijk ook 34 vrouwen getraind tot meisjescoach. Fiederelske, alias Elske Kolkman, was jaren maatschappelijk werker en volgde een opleiding tot kindercoach. Ze helpt vanuit haar praktijk in het Gelderse Zieuwent vooral meisjes die worstelen met een negatief zelfbeeld of faalangst. “Het zijn vaak gevoelige meisjes die zich het leed van de wereld aantrekken en die op school over het hoofd worden gezien.”

Haar aanpak: versterken wat goed gaat. Niet focussen op problemen, maar oplossingen. “Ik vraag cliënten: wat is jouw droomtoekomst? En ik geef handvatten: als er traumatische dingen gebeurd zijn, hoe kun je die voorkomen en zorgen dat je ertegen kunt?” Ze gaat met haar cliënten aan de slag met verf, collages of krijt, of de natuur in. Ze geniet van de vrijheid die ze als zelfstandige coach heeft. “Als maatschappelijk werkster zat ik aan de ene kant van het bureau en de cliënt aan de andere. Nu kan ik veel meer op maat werken.”

‘Van Elske leerde ik dat je niet alles goed kunt doen’

Femke: “De eerste keer dat ik bij Elske kwam, was vanwege een beginnende eetstoornis. We maakten moodboards over mijn gevoel en ze vroeg me dagelijks alle leuke dingen in een boekje op te schrijven. Aan het eind van de dag zag ik hoeveel dat was, en daardoor kreeg ik meer zin in het leven. Het fijne was dat de coaching echt over mijn zelfbeeld ging; we hebben het bijna niet over eten gehad. Elske pushte me nooit, zette geen zevengangenmaaltijd voor me neer.

Toen ik vlak voor mijn havo-examen last kreeg van faalangst, ben ik weer naar Elske gegaan. Ik had een bijbaan, was het overzicht kwijt en kon niet focussen. Elske heeft me helpen inzien dat je niet alles goed kunt doen. We hebben veel getekend en zijn naar buiten geweest. Dan ging ik bijvoorbeeld bij een meertje op een bank zitten, en zei Elske: ‘Luister een minuut naar de geluiden om je heen.’ Ze legde haar hand op mijn voorhoofd, en ik weet niet wat voor magische handen zij heeft, maar dat gaf me een gevoel dat ik me niet zo druk hoefde te maken. Als het me nu te veel wordt, kan ik veel beter aangeven wat ik nodig heb.”

Met een meisje van dertien dat moeite had om vriendinnen te maken, sprak ze af dat ze elke maand twee keer het initiatief zou nemen om af te spreken. “We hebben samen geoefend, hoe doe je dat: een appje schrijven? Ik probeer het probleem behapbaar te maken.”

Jongens- en meisjescoaches profileren zich verschillend. Waar jongenscoaches nadruk leggen op moeilijk gedrag en de noodzaak om energie kwijt te kunnen, focussen meisjescoaches op gesprekken over onzekerheid. Is die verdeling niet rolbevestigend?

Gebrek aan vaderfiguren eist zijn tol

Volgens Lauk Woltring, publicist over werken met jongens en redacteur en co-auteur van het onlangs verschenen boek ‘Jongens en hun ontwikkeling in het onderwijs’, is er bij de commerciële werving door coachingspraktijken op jongens of meisjes inderdaad het risico dat individuele problemen tot sekseverschillen versmald worden. “Maar er zijn wel degelijk jongens-meisjesverschillen in aanleg, biologie, ontwikkelingstempo, problemen en voorkeursgedrag. Individuele verschillen tussen kinderen zijn weliswaar groter dan die tussen de seksen, maar er is bij de meeste jongens en meisjes een fundamenteel verschil in voorkeursgedrag. Door verschil in hersenontwikkeling zijn jongens later met de ontwikkeling van taal en dingen plannen dan meisjes, en hebben zij meer experimenteerdrift.”

Daarnaast beïnvloedt de maatschappij – ouders, media, school, de media en commercie – de manier waarop we met die verschillen omgaan. “Voor jongens speelt het feit dat zij tijdens hun vroege ontwikkeling weinig mannen tegenkomen. Zij worden vaker opgevoed door vrouwen en ook in onderwijs, opvang en jeugdzorg werken vooral vrouwen. Daardoor ontbreekt het ze aan een rolmodel.”

Dat gebrek aan vaderfiguren eist zijn tol, zegt Woltring, zowel voor jongens als voor meisjes. “Uit onderzoek blijkt dat de rol van de vader in de opvoeding ontzettend belangrijk is. Als hij van kinds af aan een goede relatie met zijn kinderen heeft, gaan meisjes er meer op uit, terwijl jongens hun taalvermogen beter ontwikkelen en duidelijk minder risicogedrag vertonen.”

Dol op boze jongens

Opgroeiende jongens hebben het niet altijd makkelijk, constateert ook Esther Cornet-Kleijwegt van praktijk Groot & Klei in het Brabantse Werkendam. “Je zult maar een jongen zijn met pas gescheiden ouders, en ineens nauwelijks meer contact met je vader hebben. Of alle dagen stil moeten zitten in de schoolbanken.” Deze basisschoolleerkracht volgde na de opleiding tot kindercoach Kolkmans cursus tot meisjescoach, maar zag vervolgens vooral jongens in haar praktijk verschijnen. Tot haar plezier, want ze is ‘dol’ op boze jongens. “Ze voelen zich vaak heel slecht over hun boosheid. Maar als ik ze vertel dat boos zijn ook een kracht is die ze op een andere manier kunnen leren inzetten, zijn ze enorm opgelucht.” Ze probeert alert te zijn op typische jongens- en meisjespatronen, en open te staan voor het individu. “Laatst heb ik een uur lang met een jongen zitten schilderen met Vivaldi op de achtergrond. Zijn moeder was verbaasd, want hij houdt alleen van hardcore muziek.”

 ‘Soms doe ik boos, maar ben ik eigenlijk verdrietig’

Pjotr: “Ik ga naar Esther omdat ik soms heel goed boos kan worden. Dan maak ik dingen kapot of zeg ik lelijke dingen die mensen pijn doen, of ik ga slaan. Na afloop voel ik me rot en ben ik bang dat het niet meer goed komt. Laatst heb ik in de pipowagen getekend wat ik hier doe en hoe dat helpt. Bijvoorbeeld over dat ik gister thuis heel boos werd, omdat ik geen kuilen in de tuin mocht graven. Toen ben ik gaan tekenen en werd ik vanzelf weer rustig. Ik kan nu ook beter vertellen als ik iets niet leuk vind en ik kan ook sorry zeggen. Soms doe ik boos, maar ben ik eigenlijk verdrietig, bijvoorbeeld als ik niet mee mag spelen met mijn grote broer. Na het tekenen zijn we verder gegaan met mijn krachtstok. Ik heb veel kracht in me, dat is de rode wol. Er zit blauwe wol aan omdat ik ook heel gezellig en vrolijk ben. Er zitten kralen aan, eentje over mama en eentje over papa. En veren, omdat ik van binnen ook heel lief en zacht ben.”

(Pjotr is een pseudoniem, red.)

Cornet-Kleijwegt ontvangt haar cliënten in haar kleurige pipowagen. “Soms werken we een tijdje in stilte, bijvoorbeeld aan tekeningen of andere kunstwerken. Dan komt praten vanzelf.” Er worden hutten van klei en takken gemaakt, om symbolisch in te schuilen. Ook trekt ze met haar cliënten de natuur in. Ze maken krachtstokken: een zelfgevonden stok waaraan de kinderen natuurschatten en briefjes met woorden die kracht geven, bevestigen. “Een jongen die moeite heeft om vrienden te maken, hing iets aan de stok om zichzelf eraan te herinneren dat hij een goeie vriend is.”

Ook een leuke tante kan coachen 

Op de vraag of de rol van coach niet net zo goed vervuld kan worden door een begripvolle leerkracht of leuke tante, zegt Kolkman: “Natuurlijk! Als een kind bij iemand uit de eigen omgeving terecht kan, is dat ook heel mooi. Maar zeker in de Achterhoek, waar je geacht wordt niet met je problemen te koop te lopen, is dat niet altijd te regelen. Ook worstelen kinderen vaak met loyaliteit of schaamte. Bij complexere problemen is het meekijken van een objectieve professional vaak effectiever.”

Vooral bij ziekte, rouw, werk- of relatiestress in een gezin kunnen ouders hun handen vol » hebben aan zichzelf, waardoor ze minder aan hun kinderen toekomen, vult Cornet-Kleijwegt aan. “Dan kan coaching veel goed doen. Wel moet je als coach kritisch blijven kijken naar ouders en hun hulpvraag. Coaching moet geen hype worden – ‘er mankeert iets aan mijn kind, hier heb je hem’. Is er een echt probleem of erváár je dat alleen zo, en hoe komt dat? Als jouw net-naar-school-gaande-kind na schooltijd het liefst in zijn eentje thuis met lego speelt, zou ik dat lekker zo houden.”

Lauk Woltring vindt het prima als anderen inspringen als de directe omgeving van een kind tekortschiet. “Het is oppassen dat coaching alleen voor hoge inkomens is weggelegd, maar zolang er gaten vallen in de jeugdzorg, is dit soort aanvullingen welkom.”

Natuurlijk heb ik geen toverstokje

Of hun cliënten nu jongens of meisjes zijn, de essentie van coaches is dat zij – in tegenstelling tot therapeuten, die naar het verleden kijken – vooruitkijken en handvatten bieden. “Natuurlijk heb ik geen toverstokje waarmee ik alles kan wegtoveren. Dat hoeft ook niet, die gevoelens zijn er nu eenmaal”, zegt Angelique Rhemrev van Meisjeskracht in Oostzaan, eveneens afkomstig uit het basisonderwijs. “Wat ik wel kan is goed naar het meisje kijken en aan de slag gaan met wat ik hoor, zie en voel. Zodat ze hopelijk straks weer lekker in haar vel zit.”

Bij de achtjarige Sophia, die last heeft van negatieve gedachten, heeft ze verhalen opgezocht over goede gevoelens en gedachten. Zoals de vier vragen uit het boek ‘Tijger, tijger is het waar?’ van zelfhulpgoeroe Byron Katie, die laten zien hoe gedachten gevoelens beïnvloeden. “Sophia heeft een stukje hout uitgezocht waarop geschreven staat: Is het echt waar?” vertelt Rhemrev. “Dat helpt haar relativeren als ze last heeft van negatieve gedachten. En ik bespreek met haar moeder hoe ze haar dochter kan ondersteunen.”

‘Ik kan heel goed met Angelique praten’

Sophia: “Aan het begin van dit schooljaar was ik heel onzeker over mezelf. Ik kreeg veel donkere gedachten die niet echt zijn, die je verzint. Bijvoorbeeld: ik ben lelijk, niemand vindt me aardig.

Angelique en ik hebben een zorgenpotje gemaakt. Als ik een gedachte niet meer als zorg wil, schrijf ik het op een briefje en stop het erin. Of ik schrijf het in een speciaal schriftje, dat kan ook. Ik heb een mooie diamant-pen gekregen waarmee ik het kan opschrijven. Of we stappen op matjes van vrolijk tot somber, en dan moet je proberen het vrolijke gevoel vast te houden.

Tot nu toe heeft het me heel erg geholpen, maar ik ben nog niet klaar. Ik hoop dat er nog iets kan gebeuren aan de laatste donkere gedachten, want ik heb er nog een paar. Je kunt heel goed met Angelique praten, ik kan alles kwijt. Ik doe ook anders op school.

Soms zit ik niet zo fijn in mijn vel en vraagt mijn vriendin me iets en dan zeg ik bijvoorbeeld een beetje chagrijnig: ‘Nee, natuurlijk niet.’ Normaal doe ik de hele tijd blij, ook als ik me niet zo voel. Dat durf ik nu meer te laten zien.”

Sophia’s moeder vindt coaching een prettig, licht middel om verandering aan te brengen in een negatieve spiraal. “Sophia was van een vrolijk, zelfverzekerd meisje veranderd in een meisje dat snel opgaf. Ze zei: ‘Het is net alsof het leven een zware steen is, die ik niet kan optillen.’ Ik was bang dat haar sombere gedrag zou verergeren. Naar een psychiater wilde ik niet, dat vond ik te zwaar voor een kind van haar leeftijd. Ze is nu weer vrolijk als vanouds, maar heeft ook handvatten om met tegenslagen om te gaan. De negatieve spiraal is doorbroken.”

Dat de ouders altijd op de een of andere manier betrokken moeten worden, vinden de jongens- en meisjescoaches vanzelfsprekend. Corné Legemaat vraagt gewoonlijk ook de vader om een paar keer mee te doen. Zoals die keer dat hij de jongen met de woede-aanvallen begeleidde met de oefening met de hamer. “Ik vroeg de vader of hij in zo’n situatie naast zijn zoon kon blijven staan: ‘Kun je volledig nabij zijn, terwijl hij zo boos is?’ Daardoor ging het thuis ook beter. De ouders weten dat ze de jongen een time-out moeten geven als het weer gebeurt.”

Wanneer het coachingstraject klaar is? Cornet-Kleijwegt: “Ouders vragen me vaak: wanneer is het over? Ik zeg altijd: dat zou mooi zijn hè, als ik bij Thijs een knopje kon aanwijzen waar je op kan drukken. Zo werkt het natuurlijk niet. Ik vind het al heel mooi als hij steeds beter gaat zien wat hij allemaal al wél goed kan, zodat hij begrijpt hoe dat hem kan helpen bij wat zijn valkuilen zijn en hoe hij zichzelf kan leren weer op te staan.” 

Lees ook:

Moet coach een beschermd beroep worden nu het aantal coaches explosief groeit?

Het aantal coaches voor stress en burn-outklachten is de afgelopen twintig jaar geëxplodeerd van ruim 400 naar bijna 4500. Bedrijfsartsen en psychologen vinden dit een zorgelijke ontwikkeling en waarschuwen voor de wisselende kwaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden