null

EssayGevoelsleeftijd

Huh, bijna 50? Maar zo oud voel ik me nog helemaal niet

Beeld Mark Kohn

Wie is die grijze man? Een onverhoedse confrontatie met zijn spiegelbeeld brengt Antal Crielaard op de vraag waarom hij bijna vijftig is, maar zich veel jonger voelt. Hij blijkt bij lange na niet de enige.

Antal Crielaard

Het café is een lange pijpenla, ergens verstopt in hip Amsterdam. We hebben er afgesproken met een vriend – zo een die precies weet waar je moet zijn. Als we er eindelijk zijn, is de vriend al gevlogen en storten wij – mijn vriendin en ik – ons in het feestgedruis.

De bar heeft neonverlichting. De barmannen zijn handig. Met flessen, met gasten en met elkaar. Het publiek is een frisse, studentikoze mix van mensen. Strakke kleding, gescheurde spijkerbroeken, jongens in jasje-dasje en jonge vrouwen in gala. Eén meisje laat zich ontvallen dat het jurkje dat ze aanheeft nou niet per se geschikt is voor een uitgaansgelegenheid als deze. Met haar hand bedekt ze haar boezem. ‘Want anders vallen ze er zo uit.’ Mijn vriendin moet er hard om lachen.

Het zijn begin-twintigers, daarbinnen. Een jongen spreekt over mijn woonplaats Haarlem als Baarlem, daar ga je alleen heen als er kinderen moeten komen. Dus hij blijft nog een poosje in de hoofdstad, hem niet gezien. Het bruist in de bar, opgezwollen verwachtingen, verhalen over nieuwe banen, huizen, beginnende levens. Mannen en vrouwen met dure merkkleding, lonkend naar de toekomst.

Ik heb het er prima naar mijn zin. Paar biertjes op, dat wel. Maar het is er leuk, gezellig en ik voel me er op mijn gemak. Aardige mensen, leuke gesprekken.

En dan moet ik plassen.

Alsof ik naar mijn vader kijk

Trap op – en aan het einde van die trap een enorme spiegelwand. En daar zie ik ’m staan. Alsof ik naar mijn vader kijk. Grijs haar. Piepklein buikje – wel een goed bloesje... Ik schrik. Want de man naar wie ik kijk, detoneert in het geheel van de club. Geen hippe twintiger, maar een man van middelbare leeftijd die me brutaal aankijkt. Ja, jongen: dit ben jij!

En ik had het – zo zonder spiegel – prima naar mijn zin, was me er geenszins van bewust dat ik er toch behoorlijk anders uitzie dan de rest van het café. Ik voel me niet de man die me vanuit de spiegel enigszins spottend aankijkt.

Bam!

null Beeld Mark kohn
Beeld Mark kohn

Terug aan de bar zie ik ineens een jongen naar me wijzen. Geen idee waarom hij wijst natuurlijk, maar in mijn hoofd begint de maalstroom: ‘Die ouwe, die hoort hier niet!’ Ik prijs me gelukkig dat ik er samen met mijn vriendin ben: het maakt mijn aanwezigheid een beetje minder ongemakkelijk. Plots voelt het of ik een reden nodig heb om hier te zijn.

Ik spreek er later over met vrienden en collega’s van mijn leeftijd – eind veertigers. En mijn verhaal wordt herkend. Het is meerdere vrienden en vriendinnen overkomen, dat ze ineens zonder dat ze het verwachtten worden geconfronteerd met hun leeftijd. En het grappige, tussen mannen en vrouwen is eigenlijk geen verschil in die beleving. Een collega zegt: “Ik keek laatst een filmpje van mezelf, dat door studenten was gemaakt. Ik schrok me kapot. Het leek wel mijn vader die daar zat!” Huh, dat was precies mijn reactie, toen in die spiegel keek.

Ik vraag me af: hoe komt dat toch, dat mijn hoofd zich zo anders voelt dan mijn spiegelbeeld?

Ik bleef gewoon 28

Want mannen van vijftig, die horen in mijn hoofd toch al bij de oude mensen. En nee, daar reken ik mezelf op geen enkele manier toe. Ondanks mijn grijze kop, die zich al manifesteerde nog voor ik dertig was. Eigenlijk is leeftijd nooit een issue voor me geweest. Het was er.

Maar ik bleef gewoon 28 – op die leeftijd stopte ik gevoelsmatig met ouder worden. En nu ineens, nu mijn spiegelbeeld me met mezelf confronteert, slaat de ouderdom me lachend om de oren. Wat is er aan de hand? Waarom voel ik me niet gewoon 49?

null Beeld Mark kohn
Beeld Mark kohn

Antal Crielaard (1973) is journalist. Hij werkte sinds 2008 voor Trouw. Vanaf 1 juli is hij redactiecoördinator van NH Nieuws, de regionale radio- en tv-omroep van Noord-Holland.

Ik besluit mijn vader te bellen, want hij weet vast hoe ik in deze plotse impasse terecht ben gekomen. Mijn vader is inmiddels 77 jaar, en zover ik me kan herinneren is hij niet een man van rare uitspattingen of activiteiten die niet bij zijn leeftijd pasten. Maar misschien heb ik dat verkeerd: ik heb er nooit met hem over gesproken.

Zijn antwoorden helpen me niet veel verder. Mijn vader heeft nooit zoveel gevoel gehad bij zijn leeftijd. Geboren in 1945 was hij een kind van de wederopbouw. Hij ging werken op zijn veertiende, trouwde op zijn 26ste en had voor zijn dertigste drie kinderen. “Ik leefde volgens de verwachtingen uit die tijd. Trouwen, kinderen krijgen, kinderen uit huis, kleinkinderen en dan daarop oppassen. En ja, eigenlijk hebben we ons precies aan dat pad gehouden. Ik heb me echt nooit afgevraagd of mijn leeftijd wel paste bij mijn gevoel. Ik heb er gewoon nooit bij stil­gestaan.”

Het was kortom niet de tijd van de zelfontplooiing. Zeker niet in de protestantse kringen waaruit zowel mijn vader als mijn moeder komen. Op de vraag of er dan ook verwachtingen kleven aan de leeftijd die hij nu heeft is het antwoord broodnuchter. “Gezond blijven en proberen zo lang mogelijk samen met je moeder te blijven. Je bent gewoon wie je bent en verder heb ik er niet zo veel gevoelens bij.”

Voor mijn vader geldt het kennelijk niet, voor anderen wel: mijn zoektocht levert al vrij snel het bewijs dat héél veel mensen zich royaal jonger voelen dan ze daadwerkelijk zijn. In 2004 deden de Amerikaanse hoogleraar David Rubin (Duke University) en zijn Deense collega Dorthe Berntsen (Universiteit van Aarhus) onderzoek naar ‘gevoelsleeftijd’. Ze ondervroegen een representatieve groep Denen hoe ze hun leeftijd ervaren. Het blijkt dat ‘we’ ons bijna altijd jonger voelen dan we zijn. Volgens de onderzoekers voelen vijftigers zich gemiddeld zelfs twintig procent jonger dan ze zijn. En iemand van zeventig voelt zich dus vaak pas net de vijftig gepasseerd.

Hoogleraar psychologie Gerben Westerhof doet aan de universiteit van Twente onderzoek naar gevoelsleeftijd. Hij herkent het beeld dat mijn vader schetst. “De wat ­oudere generatie heeft meer volgens de verwachtingen geleefd dan de generaties die daarna kwamen. Vanaf de protestgeneratie, die in de jaren zestig en zeventig volwassen werd, zijn mensen meer vrijheid gaan voelen. Zij braken met patronen en zijn zich gaan vasthouden aan jeugdigheid. Dat zie je nu nog steeds: mensen houden zich graag vast aan het beeld dat ze van zichzelf hebben. En dat is dan weer iets waardoor ze zich jonger gaan ­voelen.”

Kalenderleeftijd is een abstract begrip, zeker als je wat ouder wordt

Westerhof zegt dat de ‘gevoelde leeftijd’ vaak wel situatie-afhankelijk is. “Er zijn eigenlijk geen echte ijkpunten in een mensenleven. Ja, je leeftijd. Maar kalenderleeftijd is een abstract begrip, zeker als je wat ouder wordt. Met pensioen gaan is wél een ijkpunt, dat drukt je enorm met de neus op de feiten. Het is grappig: in de Verenigde Staten is geen verplichte pensioenleeftijd. Daar voelen mensen zich gemiddeld ook jonger.”

Ik spreek erover met mijn vriend Frans Vlek (66). Over een paar maanden stopt hij met werken, als psycholoog geeft hij tegenwoordig vooral trainingen en is hij coach. “Het duurde wel een tijdje voordat ik zomaar durfde uit te spreken dat ik met pensioen ga”, zegt hij. Als (amateur)theatermaker laat hij zich graag inspireren door leeftijd, en de specifieke onderwerpen die bij leeftijden horen. “Ik speel improvisatietheater. Vaak wordt daarbij qua thematiek gekozen voor voor de hand liggende onderwerpen. Ik vind het juist leuk om te experimenteren met onderwerpen als kleinkinderen, ziekte of verval.”

Hij moet lachen als ik hem bel om over zijn leeftijd te praten. Hij geeft toe dat het wel een thema is in zijn leven. En ja, ook hij voelt zich vaak (veel) jonger dan hij is. “Maar het is wel wisselend. Ik kom nu op een leeftijd dat kwaaltjes opspelen. Niks ernstigs hoor, maar daarover kan ik me wel somber voelen en dan voel ik me ineens héél oud. Maar in andere situaties voel ik me juist weer veel jonger. Soms vijftig, maar ook wel eens twintig of dertig. Nu ik met pensioen ga, denk ik ook na over de tijd die gaat komen. Ik moet werken aan een alternatief, zonder werk. Dat is weleens confronterend ja.”

We filosoferen verder, maar komen er niet uit. Ik vraag het hoogleraar Westerhof. Hij legt uit: “Hoe je je voelt is een combinatie van drie factoren: je biologische leeftijd, je sociale leeftijd en je psychologische leeftijd. Biologisch komt een hogere leeftijd vaak met klachten, daaraan merk je dat je ouder wordt. Sociaal gezien is de levensloop veel meer van belang. Wanneer ga je naar school, wanneer uit huis, wanneer krijg je kinderen of ga je trouwen? En psychologisch gaat het erom hoe flexibel je bent en of je nog kunt veranderen. Die zaken bepalen samen de gevoelsleeftijd.”

Mildheid en compassie

Frans: “Eigenlijk is het gek. Ik vind gewoon niet dat ik bij mijn leeftijdsgenoten hoor. Als ik mannen van tussen de zestig en zeventig zie, van die mensen die klaar zijn met alles, dan voel ik me totaal anders. Dan ben ik toch meer op mijn gemak bij veertigers of vijftigers. Dat vond ik trouwens zelf ook een interessante leeftijd: dat er ineens mildheid en compassie in je leven komt, ook voor jezelf. Dat relativerende vond ik wel fijn. Niet meer de stress van het moeten, van nog een opdracht, nog een prestatie en nog meer geld verdienen. Maar meer het leven vanuit relativering.”

Westerhof vult aan: “Soms hebben mensen een ‘senior-moment’. Zo’n moment dat je even niet op een naam kunt komen. Dat zijn tekenen waaraan je ouderdom kunt afmeten bij jezelf. Verder kijk je niet zoveel naar jezelf. Soms gebeurt dat wel: zoals jij in de spiegel keek, of als je jezelf terug ziet op foto’s of in een filmpje. Dat zijn momenten dat je met het beeld van jezelf wordt geconfronteerd. Maar dat is niet bepalend, zolang je alles kan doen, is er niet zoveel aanleiding om niet aan de door jezelf gevoelde leeftijd vast te houden.”

Gelukkig sluit de professor af met goed nieuws. Je jong voelen, zo legt hij uit, heeft een positief effect op hoe oud je wordt. Westerhof: “Het lijkt erop dat mensen die zich jong voelen meer dingen doen om fit te blijven, sporten, uitgaan. Dat soort dingen. En ja, dat heeft effect.”

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Twee weken nadat ik mijn vader heb gesproken over zijn leeftijd zie ik hem op een feestje van mijn dochter. Ze heeft zojuist gehoord dat ze is geslaagd. Hij vertelt dat hij zich overvallen voelde door mijn telefoontje. Hij vindt het niet gemakkelijk om zomaar over dit soort gevoelens te praten. Samen met mijn moeder heeft hij er nog veel over gesproken. Toen hij een paar maanden geleden last kreeg van zijn hart voelde hij zich oud. Maar nu het – met een handjevol medicatie – véél beter gaat, bloeit hij op. Hij fietst en wandelt weer. En, belangrijk: hij rijdt weer zijn vertrouwde rondje in de buurtbus. Eigenlijk kan alles weer.

Hij gaat op zijn praatstoel zitten: “Als chauffeur van de buurtbus moest ik eigenlijk op mijn 75ste stoppen. Maar al jaren geleden heb ik gezegd dat dat onzin is. Mannen van 75 zijn veel vitaler dan vroeger. Die regel is uiteindelijk veranderd. Gelukkig, want nu mag ik nog een paar jaar door.” En dan, na enig doorvragen: “Ja, als je het zo stelt. Eigenlijk voel ik me nog ergens in de zestig.” Hij dus ook!

Vechten

Terug naar het pijpenlaatje in donker Amsterdam. De avond in het café eindigt met een absurdistische scène, waarin een jongen van een jaar of twintig bij het naar buiten gaan tegen me op botst. Het is dezelfde jongen die aan de bar naar me had gewezen. Met zijn gescheurde spijkerbroek en veelkleurige leren jasje voldoet hij precies aan de gemiddelde kledingstijl van de bezoekers van het café.

Vanwege de botsing wil de jongen vechten. Na wat sussende woorden van mijn vriendin druipt hij af, maar niet voor hij zich buiten op straat nog één keer omdraait: “Vuile grijze teringmongool!”, roept hij. En dat hij iets met mijn moeder wil doen. Ik merk dat er uiteindelijk vooral relativering in me opflakkert, al werd ik ook even getriggerd door zijn obstinate gedrag. Op de weg terug moeten we vooral om hem lachen. Zoveel testosteron nog.

Ik moet denken aan de jonge collega die me lachend aanhoorde toen ik haar vertelde over mijn plan om iets te schrijven over mijn gevoelsleeftijd. Ze vertelt dat honden geen enkel benul hebben van hun grootte en dat teckels en andere laagbenige viervoeters er daarom geen enkele moeite mee hebben om veel grotere soortgenoten aan te vallen als ze iets niet zint. “Misschien hebben oudere mensen dat ook wel”, zegt ze besmuikt. “Dat jullie gewoon denken dat je een grote hond bent, terwijl je eigenlijk een kleintje bent geworden.”

Ik moet grinniken om de vergelijking, en om haar rode hoofd. Dat ook. Maar misschien is het wel zo, dat ik die kleine hond ben die zonder aanziens des leeftijds blaft naar iedereen die me (nog) horen wil. En dat de grote honden (ja, die jonge collega bijvoorbeeld) er hoofdschuddend bij staan te kijken.

Gelukkig is er op dat soort momenten altijd tekstdichter Maarten van Roozendaal, die voor de broodnodige compassie zorgt. Voor wie het zo wil horen tenminste. In gedachte steek ik vast mijn vinger op.

‘En nu de wingerd zich wellustig

En het onkruid onbezonnen

En ik mezelf aftel

Van volwassen naar bejaard

Wordt het groener dan het groen was

Nu ik grijzer dan ik grijs ben

Ach ik ben goddank dus nog een keer

Een jonge lente waard’

(uit het lied Mooi van Maarten van Roozendaal)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden