EssayIdentiteit

Hou eens op met dat hokjesdenken

null Beeld Hansje van Halem
Beeld Hansje van Halem

Het is moeilijk een coherent zelfbeeld te vormen als je overal een beetje bij hoort, schrijft Haroon Ali – half-Nederlands, half-Pakistaans, ex-moslim én homo. En het verhitte identiteitsdebat maakt het zo beladen.

Rocher Koendjbiharie (29) krijgt vaak het gevoel dat hij tekortschiet, zoals veel mensen met een gemengde afkomst. De activist en hoofdredacteur van lhtbi-jongerenplatform Expreszo vecht voor inclusiviteit en tegen ongelijkheid. Hij heeft een Hindoestaanse vader en een witte Nederlandse moeder, en hij valt op mannen, dus zijn strijd is persoonlijk. “Toch heb ik het idee dat ik niet welkom ben in bepaalde omgevingen. Ik zie mezelf als een homoseksuele man, maar dat lijkt niet ‘queer’ genoeg. En als gemixt persoon ben ik volgens sommigen niet écht van kleur.” Dat ongenoegen uitte hij een keer in een tweet, waar hij kritiek op kreeg. “Ook vanuit de ‘woke’ hoek.”

Koendjbiharie valt tussen wal en schip. “Ik noem mezelf bewust niet Hindoestaans, maar van kleur. Dat is omdat een deel van die gemeenschap het Hindoestaanse bloed puur wil houden en ik het gevoel heb dat ze neerkijken op mensen zoals ik.” Maar door zijn lichtere huidskleur heeft hij ook bepaalde­­ privileges. “Toen ik als tiener met mijn vader op vakantie was in India, waar zijn voorouders vandaan komen, deden mensen alsof ik een filmster was.” Daardoor heeft Koendjbiharie volgens rigide hokjesdenkers minder recht van spreken. “Links vecht elkaar de tent uit over wie er wel of niet in het plaatje past. Onder­tussen is extreemrechts juist verenigd en lachen ze ons uit.”

Biculturelen

Het identiteitsdebat woedt steeds heviger, op allerlei fronten. Biculturele mensen staan daar middenin, vaak ongewild. Hoe groot is die groep eigenlijk? Volgens het CBS zijn er 4,3 miljoen Nederlanders met een migratieachtergrond. Als je kijkt naar mensen die hier zijn geboren (de tweede generatie), met één of twee niet-westerse ouders, kom je uit op 1 miljoen biculturele Nederlanders. Nu vinden sommigen het achterhaald of zelfs ­problematisch om een onderscheid te maken tussen westerse en niet-westerse culturen, omdat daar een waardeoordeel in zit verscholen. Maar een identiteits­crisis lijkt vaker plaats te vinden wanneer westerse en niet-westerse identiteiten met elkaar botsen.

Als kind van een Pakistaanse vader en Nederlandse moeder voelde ik me ook lange tijd geen van beide. Ik schreef een boek over opgroeien tussen die twee culturen, dat ik met opzet Half noemde, en hoe moeilijk het is om een coherent zelfbeeld te vormen als je overal maar een beetje bij hoort. In de ogen van mijn vader waren mijn zusje en ik niet islamitisch genoeg. Zijn familie vond ons ook niet Pakistaans genoeg, omdat we op vakanties­­ nauwelijks Urdu spraken­­. Terug in Nederland bleven vreemden maar vragen waar ik vandaan kom – nee, waar ik écht vandaan kom? Ik deed hard mijn best om te assimileren, als een buitenlander in mijn geboorteland, maar het was nooit genoeg.

Kosmopolieten

Daarom reisde ik twee maanden door Pakistan, om de gaten in mijn identiteit op te vullen. Zelfs na achttien jaar afwezigheid werd ik warm onthaald door mijn familie. Maar ik werd pas trotser op mijn wortels toen ik mensen ontmoette met wie ik wat meer raakvlakken had: vrijgevochten vrouwen, heimelijke atheïsten, homo- en transgenderactivisten. Ik leerde mijn vaderland op een andere manier kennen, zonder dogma’s of oogkleppen. Mijn identiteit was op het einde van de reis (en mijn boek) niet op magische wijze compleet geworden. Maar ik omarm nu wel alle invloeden en fragmenten die ik met me meedraag, als half-Nederlandse, half-Pakistaanse, homoseksuele ex-moslim.

Ik kreeg de afgelopen maanden veel reacties van lezers die ook worstelen met hun identiteit. Ze hebben vaak een andere etnische, culturele of religieuze achtergrond, maar voelen wat ik ook voel, dat je je vaak ontheemd voelt in je thuisland. Biculturele mensen laveren tussen verschillende werelden, ze zijn de ultieme kosmopolieten. Toch herken ik wat Rocher Koendjbiharie zegt. Ik word soms een ‘bounty’ genoemd: bruin van buiten, wit van binnen. Omdat ik te veel witte vrienden heb, omdat ik het te goed heb, omdat ik niet écht word gediscrimineerd. Ik sta ook open voor iedere denkwijze, maar dan ben je in links-activistische kringen weer niet radicaal genoeg.

“Onze identiteiten zijn niet ons bezit. Ze ontstaan in ontmoetingen”, schrijft cultureel antropoloog Sinan Çankaya in zijn boek Mijn ontelbare identiteiten. Aan de hand van zijn eigen jeugd als Turkse Nederlander beschrijft­­ Çankaya treffend hoe iedere context een andere identiteit benadrukt. In iedere nieuwe situatie wordt bepaald of je erbij hoort of niet. “Onze identiteiten krijgen meestal vorm na een botsing. Een botsing met een persoon, of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt.” Er is een constante wisselwerking tussen jou en de buitenwereld. “We worden niet alleen gedefinieerd, we definiëren ook onszelf.”

Doorgeslagen identiteitsdebat

Mensen met meervoudige identiteiten zijn in theorie ‘creatieve levenskunstenaars’, schrijft Çankaya. Ik zou ook graag speelser met identiteiten omgaan, als fiches die je inzet op een pokertafel. Maar het verhitte identiteitsdebat maakt alles zo beladen. Je wordt in hokjes geduwd – van rechts tot links – en daar moet je je naar gedragen. Je bent homo, dus je vindt dit. Je bent een afvallige, dus je vindt dat. Ik zou meer moeten geven om bepaalde thema’s, als dubbele minderheid, maar wil dat niet alleen voor de bühne doen. Ik vind vaak van alles, maar nog vaker vind ik niks. Ik ben de doorgeslagen identiteitspolitiek en labeldrift wel zat. Soms fantaseer ik over een invasie van aliens, zodat al onze onderlinge verschillen op het gebied van afkomst, gender en geaardheid in één klap wegvallen.

“Ik begrijp de vermoeidheid omtrent identiteits­politiek”, schreef Clarice Gargard in een column voor NRC. “Maar ik denk dat niemand zo moe is als degenen wier identiteit politiek gemaakt wordt, die daar het liefst vrij van willen zijn. We moeten het erover hebben om het er niet meer over te hoeven hebben.” Hokjes zijn helaas nog nodig om gemarginaliseerde groepen te beschermen, tot we allen écht gelijk zijn. Daarom interviewde ik verbinders Natacha Harlequin, Rob Jetten en Sunny Bergman, over hun strijd tegen racisme, homofobie en seksisme – en hoe zij zelf worden gelabeld in het identiteitsdebat. Ik haalde twee lessen uit die gesprekken: blijf jezelf in anderen verplaatsen, en vergeef elkaar de kleine fouten. Het enige middel tegen de groeiende polarisatie is empathie.

Haroon Ali (Alkmaar, 1983) is freelance journalist en columnist voor het Noordhollands Dagblad. Hij schrijft over cultuur, diversiteit en andere maatschappelijke thema’s. Ali behaalde masters in de sociale psychologie en journalistiek. Vorig jaar publiceerde hij zijn eerste boek, Half.

Lees ook:

Altijd weer die labels!

Natacha Harlequin, Rob Jetten en Sunny Bergman over de etiketten die ze steeds krijgen opgeplakt in het verhitte identiteitsdebat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden