Sasha Marianna Salzmann. Beeld ANP / Laif
Sasha Marianna Salzmann.Beeld ANP / Laif

EssayOekraïne

‘Homo sovieticus’ Sasha Marianna Salzmann ontrafelt de Oekraïense geschiedenis

‘Mijn voorouders stammen uit Oekraïne’, schrijft de in Berlijn woonachtige, Joods-Russische schrijver Sasha Marianna Salzmann, zoekend naar een innerlijke landkaart. Maar Salzmann zou zichzelf eerder ‘homo sovieticus’ noemen, gevormd door de verdwenen Sovjet-Unie, die in Oekraïne zoveel ellende aanrichtte.

Sasha Marianna Salzmann

Geheimen, zo heet een Oekraïens spel, waarbij kinderen een gat in de grond graven, er wat ze maar aan bonte spullen kunnen vinden ingooien – bloeiende bloemen, glanzende stenen, felgekleurde haar-­elastiekjes, glimmende poppenkleertjes – dan leggen ze een glasplaat over de kuil, bedekken deze met aarde en rennen weg. Pas als ze zich onbespied wanen, keren ze terug, maken de plaat weer vrij en bekijken hun geheime schatten door het glas. Een van de markantste stemmen van hedendaags Oekraïne, Oksana Zabusjko, noemde haar in 2009 verschenen roman naar dit spel: Museum van de vergeten geheimen.

Zabusjko voert het spel terug op de tijd dat de bolsjewieken de macht in Oekraïne overnamen en de mensen zich gedwongen zagen hun iconen te begraven, of hun juwelen, gewoon alles wat kostbaar voor ze was. Toen Zabusjko een paar jaar later gevraagd werd of het überhaupt zinvol was de lang verborgen Oekraïense ­geheimen op te graven, antwoordde ze dat dat de wezenlijke vraag in de Oekraïense samenleving is sinds de onafhankelijkheid van het land. Tenslotte leefden ­minstens twee generaties met het zwijgen.

Terreurcampagne als privéongeval

De aard van een geheim is dat je in het ongewisse blijft over wie er verder nog van weet en waarover precies. Ook of je zelf het hele verhaal kent en of dat ook de waarheid is, blijft verborgen. Als het daarbij, zoals in het geval van Oekraïne, om een historische gebeurtenis gaat, om een genocide, dan is dat geheim deel van een collectieve ervaring, die als lava onder een korst van zwijgen stroomt.

Waarbij het vandaag de dag fout zou zijn om over Holodomor als over een geheim te spreken, want ondertussen wordt over de poging tot volkerenmoord in de ­geschiedenislessen onderwezen, en gidsen vertellen aan groepen toeristen over de systematische moord op de Oekraïense bevolking in de jaren 1932 en 1933. Om­streden is slechts het aantal slachtoffers; het waren er in ­ieder geval meerdere miljoenen. Maar het blootleggen van deze misdaden wordt nu pas door de derde generatie na de massamoord beleefd. Twee generaties moesten ermee leven dat de herinnering aan de terreur onder een laag aarde begraven lag.

Ik stuitte zelf slechts bij toeval op de Holodomor. Niemand in mijn familie, waarvan de wortels in Rusland en Oekraïne liggen, wist er iets over te vertellen. Ook op school heb ik er niets over gehoord, niet in mijn eerste schooljaren in Moskou en ook later niet, op het gymnasium in Duitsland. Pas toen ik, allang volwassen, vriendinnen van mijn moeder vroeg naar hun vroegere leven in het oosten van Oekraïne, kwam steeds weer de ‘Grote Honger’ ter sprake. “De honger toen, weet je, mijn ­ouders hebben de Grote Honger nog meegemaakt.”

Nee dat wist ik niet. Wat voor Grote Honger? Ik vroeg, kreeg vage antwoorden die niet naar een verzwegen historische gebeurtenis klonken. Niemand had het over een volkerenmoord. In hun verhalen klonk de terreurcampagne als een privéongeval.

Staren in een kuil

Een van de vrouwen vertelde hoe haar vader twee keer bijna gestorven was: eerst als kind in de hongeroorlog van Stalin, toen al het graan en vee en alles wat de boeren produceerden naar Moskou werd vervoerd, tot de tot skeletten vermagerde lijken de straten vulden.

En een tweede keer, hij was al oud, toen de Russische ­separatisten in 2014 het Donetsbekken overvielen en er plots grenzen werden opgetrokken waar ze voorheen niet waren. De vader van mijn gesprekspartner leefde in een streek die noch door Oekraïne noch door Rusland van levensmiddelen werd voorzien, omdat niet besloten was aan wie de regio zou worden toegewezen. “Twee keer hadden ze hem bijna uitgehongerd. Op hetzelfde stuk aarde, begrijp je?” Nee, ik begreep het niet. Ik had geen idee. Maar ik schoof de losgewoelde aarde voorzichtig terzijde en staarde door troebel glas in een kuil.

Toen ik mijn gesprekken met deze vrouwen begon, had ik nog geen romanproject voor ogen. Het ging mij in de interviews ook niet om de oorlog van de vorige en van de nieuwe eeuw. Het ging me niet om het oude of het nieuwe Oekraïense nationaliteitsgevoel, want al mijn gesprekspartners behoorden tot de generatie van mijn moeder. Ze waren in de jaren zestig en zeventig in de Sovjet-Unie geboren, hadden voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hun beslissende levenservaringen opgedaan, en hun belangrijkste beslissing in het onafhankelijk geworden Oekraïne was geweest om het land te verlaten. We spraken Russisch met elkaar. Over de dagelijkse politiek wilde niemand praten (waar ik blij om was). Ze zagen zichzelf als eenvoudige mensen, los van welk beroep ze uitoefenden (de meeste waren arts). Ze hadden helemaal niets te vertellen, verzekerden ze mij als uit een mond. Wat zich hier verzamelde was audiomateriaal voor de duur van meerdere dagen.

Talige monsterlijkheden

Hoe langer onze gesprekken duurden, des te meer leken ze op straatopbrekingen in Oekraïne: steek je daar een spade in de grond, stoot je allereerst op het dijbeenbot van een verhongerde uit de jaren dertig, meteen daarna komt de ingeslagen schedel van een Wehrmacht-soldaat tevoorschijn. Het diepst verankerd in het Europese ­geheugen is vermoedelijk de massamoord van Babi Jar, waar de Wehrmacht in een tijdsbestek van 48 uur meer dan 33.000 Joodse mensen vermoordde. Het dal in Kiev is tegenwoordig een monument waar de Duitse minister van buitenlandse zaken bloemen komt neerleggen.

Als schrijver ben ik meer geïnteresseerd in talige monsterlijkheden dan in metaforen, hoe virtuoos ook opgebouwd. Die talige monsterlijkheden zijn als de aanwas van nieuw bot na een slecht geheelde breuk. In mijn interviews spitste ik mijn oren bij onbehoorlijke grappen, zeldzame allegorieën en eigenaardige nieuwe woordsamenstellingen.

Nieuwe botaanwas

De homo sovieticus is zo’n begrip, de aanduiding van een mens, zo gevormd door de realiteit van de Sovjet-­Unie dat hij zich nog steeds gedraagt naar de wetten van een wereld die allang is vergaan. ‘Het eigenlijke doel van de totalitaire ideologie is niet de hervorming van de uiterlijke voorwaarden van het menselijk bestaan en ook niet de revolutionaire nieuwe ordening van de maatschappelijke ordening, maar de transformatie van de menselijke natuur zelf’, beschrijft Hannah Arendt het.

Als homo sovieticus zou je ook de vrouwen kunnen typeren die ik voor mijn roman sprak. En ik vermoed dat het ook voor mijzelf de juiste typering is. Ik ben in de Sovjet-Unie geboren en opgegroeid. Toen men mij, na de migratie van mijn familie naar Duitsland, Russin begon te noemen, moest ik dit meteen dubbel weerspreken: ten eerste had ik niets gemeen met de Russische cultuur behalve de taal. We zijn tenslotte geëmigreerd omdat we geen Russen waren. Ten tweede: als ik al tot een volk ­behoor, dan tot het volk der Joden.

In mijn geboorteakte staat: geboren in Volgograd (voormalig Stalingrad), staatsburgerschap: Russisch, nationaliteit: Joods. De nationaliteit was in de Sovjet-documenten altijd bij paragraaf 5 ondergebracht, vandaar dat de grap dat iemand aan paragraaf 5 lijdt, betekent dat zij of hij Joods is. Voor religieuze overtuiging was in de ‘Sowok’-oorkonden overigens geen regel. Sowok is een ander voorbeeld van nieuwe botaanwas dat ik in de gesprekken steeds opnieuw tegenkwam.

Sasha Marianna Salzmann werd in 1985 in Wolgograd geboren, kwam in 1995 met familie naar Duitsland en woont tegenwoordig in Berlijn. Salzmann schrijft voor theater en schrijft essays en romans. De eerste successen kwamen vanaf 2013 met stukken in het Maxim Gorki-theater in Berlijn. In 2017 verscheen de roman Ausser sich, die op de shortlist van de Deutscher Buchpreis belandde. Vorig jaar verscheen de roman Im Menschen muss alles herrlich sein, die in september in vertaling uitkomt bij Meridiaan Uitgevers.

Sasha Marianna Salzmann identificeert zich als non-binair en past daarom de genderneutrale schrijfwijze op zichzelf toe.

Het land ‘aan de rand’

In de taalwetenschap is er onenigheid over de herkomst van dit woord. Is het een afkorting voor Sowjetische Okkupation (Sovjetbezetting). Of laat het zich van Sowjet afleiden? Vaststaat dat Sowok in het Russisch blik betekent, van stoffer en blik. Het blik dus waarop je het afval veegt. De homo sovieticus typeert met dit woord het land waar hij vandaan komt. Mijn voorouders en ik stammen dus af van het blik waarop de drek van de geschiedenis werd geveegd. Wat doet dat met een mens, vroeg ik mij af, te bedenken dat hij slechts een stuk ­ellende op een blik is? Ontstaat daaruit een gevoel overbodig te zijn en kijkt men daarom verlangend naar het Westen? Waar begint het Westen eigenlijk? Al in Kiev, in Lviv of pas in Warschau?

Oekraïne betekent in het Russisch ‘aan de rand’. Wat hoort iemand die Russisch spreekt, als hij Oekraïne hoort: die streek aan de rand? Aan de rand van het eigene? De Russische schrijver Jerofev schreef onlangs dat in de ‘tweede werkelijkheid’ van Poetin Oekraïne geen zelfstandige staat is. Naar de mening van de Russische president wordt deze regio ‘aan de rand’ bestuurd door de VS, heeft het een marionettenregering die ook nog eens met nazi’s samenwerkt. De bevolking van Oekraïne bestaat uit Russen en dus uit ‘broeders’, die men voor de historische vijand in het Westen beschermen moet. Als Poetin nu oorlog voert, gelooft hij vermoedelijk oorlog te voeren tegen de Verenigde Staten.

‘Ik wil u allen hartelijk bedanken voor de door niets gerechtvaardigde belangstelling voor mijn land (...) want het is juist deze belangstelling waarmee we tot nu toe niet bepaald verwend zijn; in eenvoudige woorden betekent dat: wij zijn langzaamaan ten gronde gegaan omdat we verdomme door niemand werden waargenomen’, schreef Oksana Zabusjko in 2006 in haar eerste roman. In het daaropvolgende anderhalve decennium voltrokken zich de Maidan-revolutie, de annexatie van de Krim en de oorlog in de Donbas, maar ik had er nog altijd maar een heel abstracte voorstelling van, waar de gebeurtenissen plaatsvonden en wat zich daar precies afspeelde.

Emotionele kaart

Ik had zelfs solidariteitsavonden in theaters georganiseerd, maar mijn emotionele binding begon pas tijdens mijn gesprekken met de vrouwen, de vriendinnen van mijn moeder. Toen ze hun levens – ver verwijderd van elke actuele politiek – voor mij uitspreidden, vulde zich een tot nu toe grauw gemêleerde plek op de kaart met geuren, ervaringen, beelden. Vooral met vragen. Mij ging Oekraïne iets aan, niet omdat mijn voorouders uit Odessa en Tsjernivtsi komen, maar omdat er mensen voor me zaten die daarover vertelden.

De grenzen van mijn emoties zijn de grenzen van mijn wereld. Voor de meesten van ons in het Westen houdt de emotionele landkaart krap achter de Uckermark op, bij de Poolse grens. Men schudt bezorgd het hoofd over de verkiezingsuitslagen in Oost-Duitsland en de mensenrechtensituatie in EU-lidstaat Polen en dan begint Rusland al, tenminste volgens onze emotionele kennis. Pas sinds december van afgelopen jaar is Oekraïne door een bredere laag van de bevolking ontdekt.

‘Who gives a f*** about Ukraine?’

Zoals zo vaak was het een catastrofe die dit veroorzaakte: oorlog. Vladimir Poetin liet zoals bekend eerst 130.000 soldaten naar de grens met Oost-Oekraïne optrekken (als je de marine en de luchtmacht hierbij optelt zijn het er 150.000), daarna voorzag hij Wit-Rusland van pantservoertuigen en artillerie en liet, in het volle zicht van Navo-satellieten, militaire oefeningen uitvoeren voordat hij het bevel gaf tot de klaarblijkelijk lang van tevoren geplande aanval. En plots is daar een antwoord op de vraag van voormalig minister van buitenlandse ­zaken van Amerika Mike Pompeo, die in 2020 in verband met de Trump-Zelenski-affaire tegen journaliste Mary Louise Kelly schreeuwde of ze nou werkelijk serieus geloofde dat iemand ‘gives a f*** about Ukraine’.

Niemand kon het land op een kaart aanwijzen. Pompeo’s onbedoelde demonstratie van ongeëvenaarde onwetendheid werd net wereldkundig toen ik de vriendinnen van mijn moeder interviewde. En ik vroeg mij af: who gives a f*** about Ukraine in my family? Niemand bij ons had ooit gezegd: wij komen uit Oekraïne. Iedereen sprak Russisch en Jiddisch, ­Oekraïens bestond voor ons niet als taal.

Verdronken in een emmer

Mij schoot te binnen dat ik enkele jaren daarvoor had geprobeerd geld aan een theater in Zaporizja over te maken en dat de vrouw bij het bankloket, die me hielp bij het invullen van de formulieren (dit was nog voor er telefoon-apps waren om geld over te maken) mij zomaar uit het niets vroeg: “Oekraïne, waar in Rusland ligt dat?” Ik moest de Amerikaanse minister van buitenlandse ­zaken in het geheim gelijk geven.

Terug naar de verglaasde kuilen, terug naar de geheimen onder alle lagen aarde. Ik hoorde niet alleen over Holodomor. Een ander verhaal dat in de gesprekken met de vrouwen steeds terugkeerde, ging over de verschrikkingen in de geboorteklinieken: mishandelingen tijdens de weeën, klappen, verbale vernederingen van de ergste soort. Een van de vrouwen vertelde hoe ze gedwongen werd te voet naar een andere verloskamer te gaan, terwijl het hoofdje van de baby al zichtbaar was. Een andere vrouw had bloeduitstortingen over haar hele lichaam toen ze na de bevalling thuiskwam. Weer een ander ­herinnerde zich hoe een pasgeborene voor de ogen van de schreeuwende moeder in het bed naast haar in een emmer met water werd verdronken, omdat men vond dat het prematuurtje niet levensvatbaar was.

Opgeofferd omwille van de mensheid

Het is moeilijk voor mij om het systeem achter deze ­gruweldaden te zien, maar het zijn geen incidenten. Klaarblijkelijk is het motief vrouwenhaat, maar ook de wens om iets wat weerloos is en bescherming nodig heeft te vernietigen. De vernedering van iemand op zijn kwetsbaarst.

Op Russische nieuwszenders hoor ik steeds opnieuw hoe mannen mogelijke verliezen van mensenlevens in de oorlog met dezelfde zin becommentariëren: geeft niks, de wijven baren wel nieuwe. In totalitaire structuren wordt een mens opgeofferd omwille van de mensheid. En hoe groter de mensenmassa, des te onontbeerlijker is de enkeling.

Geheimen onder het glas

Sowok, de SU, de Sovjet-Unie, hoe men mijn land van herkomst ook mag noemen, was een samenvoeging van monsterlijke afmetingen. De verglaasde kuilen liggen onder aarde die zich over elf tijdzones uitstrekt. Waar je de ‘geheimen’ kunt vinden weten de nabestaanden van degenen die ze begraven hebben nauwelijks nog. Op de tast kom ik dichterbij, eerder intuïtief dan dat ik een plan volg. Ik struikel over de hoopjes losgewoelde aarde, stel onbeholpen vragen: “Mama, wie van ons zat er in een goelag?”

Onmogelijk voor mij om het gezicht van mijn moeder te beschrijven, die deze zin voor het eerst hoorde toen ze eind vijftig was. In het Russisch. En van haar kind, dat ondertussen al midden dertig is. Ik kreeg geen antwoord. Geen van de vrouwen met wie ik sprak, kon op dit soort vragen iets antwoorden. Vermoedelijk staren ze, net als ik, door vuilgeworden glas en proberen te ­begrijpen welke geheimen zich daaronder verbergen. En wie daar ooit van wist. De geschiedenisboeken worden in Rusland sinds twintig jaar regelmatig herschreven.

“Mama weet je zeker dat bij ons niemand Oekraïens sprak?” Mijn emotionele wereldkaart vult zich met ­vragen. Mogelijkerwijs is dat alles wat mij ter beschikking staat.

Dit essay verscheen eerder in de Neue Zürcher Zeitung, Vertaling: Andrea Bosman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden