De Duitse filosoof Karl Jaspers (1883–1969).

EssayDe schuldvraag

Hoe vind je gezamenlijkheid, na een oorlog die je land heeft verscheurd?

De Duitse filosoof Karl Jaspers (1883–1969).Beeld Universal Images Group via Getty

In Duitsland woonden na 1945 daders naast slachtoffers, onschuldigen naast meelopers, moedigen naast laffen. Jannah Loontjens herlas De schuldvraag uit 1946 waarin filosoof Karl Jaspers antwoord zoekt op de prangende vraag: hoe doe je dat?

Jannah Loontjens

Meteen, bij aanvang van het lezen van De schuldvraag, van de Duitse filosoof Karl Jaspers (1883–1969), trekt een mengeling van ontzag en ontroering door me heen. Het is Jaspers’ openingszin die me aangrijpt: ‘We moeten er in Duitsland op geestelijk vlak met elkaar uitkomen’.

Als ik erbij stilsta dat hij dit in 1945 schreef, de oorlog amper voorbij, het land in puin, dan stel ik me voor hoe hij, gehavend, uitgeput en angstig, de moed bijeenraapte om boven op de brokstukken te klimmen en naar de toekomst te blikken. Om de vraag te stellen: hoe gaan we nu verder? Het is de urgentie van deze openingszin die me zo aangrijpt, het gevoel van noodzaak in de allereerste woorden ‘we moeten’ – zowel in het gebruik van het gedeelde ‘we’ als in het dwingende ‘moeten’ – een noodzaak wankelend op de rand van wanhoop.

In dit essay, dat voor het eerst verscheen in 1946, stelt Jaspers de vraag wat het betekent om Duitser te zijn na de Tweede Wereldoorlog en hoe er omgegaan kan worden met de schuldvraag na twaalf jaar naziregime. Hij schreef het als een inleiding op colleges die hij gaf aan de universiteit van Heidelberg, waarin hij onder meer de processen van Neurenberg zou bespreken.

In Neurenberg werden de kopstukken van het nazi­regime, artsen en juristen berecht. Jaspers gaat in op de kritiek die klonk naar aanleiding van deze processen en de excuses die vele Duitsers voor zichzelf bedachten. Daarnaast gaat hij uitgebreid in op de morele schuldvraag die niet zozeer bewijsbare schuld, maar veeleer het eigen geweten aangaat.

Hoe kunnen we weer een gemeenschap vormen?

Onder al deze kwesties gaat de vraag schuil: hoe kunnen we weer een gemeenschap vormen? Hoe kunnen we nog spreken van een ‘we’ nadat het land zo verwoest, versplinterd en verscheurd is? Wereldwijd werden Duitsers als de schuldigen beschouwd, maar onder de Duitsers zaten zowel slachtoffers, onschuldigen, als bewuste en onbewuste daders, zowel moedige als laffe alsook ­onwetende mensen. Al deze mensen, die elkaar wantrouwden en beschuldigden, moesten weer met elkaar zien samen te leven, een land delen en een volk worden.

Als het enige wat je gemeen hebt ‘een gebrek aan gemeenschappelijkheid’ is, zoals Jaspers het stelt, dan is het een immense taak om een nieuw gemeenschapsgevoel op te bouwen. En tegelijkertijd is de noodzaak ervan juist dan prangender dan ooit. Vanuit dit besef begon Jaspers aan zijn beroemd geworden essay.

Ook passieve steun maakt schuld

Jaspers werd bekend als filosoof, maar hij promoveerde in de psychologie en werkte als psychiater. De kracht van zijn denken schuilt juist in die combinatie van filosofisch en psychologisch inzicht. Hij begint zijn essay door onderscheid te maken tussen vier vormen van schuld: strafrechtelijke, politieke, morele en metafysische schuld. Mensen in een machtspositie, bevelhebbers en kampbewakers waren strafrechtelijk schuldig. Deze vorm van schuld betrof een relatief klein deel van de bevolking. Politiek gezien waren er al heel wat meer mensen schuldig. Ook passief het foute regime steunen, wat niet strafrechtelijk vervolgbaar was, duidde wel degelijk op politieke schuld.

Er waren verschillende vragen die ieder voor zich kon stellen om zowel morele als politieke schuld boven water te krijgen: in hoeverre heb je de verspreiding van nationaalsocialistische rassenleer, het toenemende haatzaaien stilzwijgend aangezien? Heb je gezwegen uit angst, machteloosheid, gebrek aan betrokkenheid, uit gehoorzaamheid of onverschilligheid?

Jannah Loontjens (1974) is schrijfster, dichteres en filosofe. Tot 2019 doceerde ze filosofie aan de UvA, Artez en de Gerrit Rietveld Academie. Ze schrijft voor diverse media, waaronder Filosofie Magazine, en publiceerde boeken en dichtbundels. Haar laatste is Schuldig. Een verkenning van mijn geweten.

De schuldvraag die de eigen ziel betreft

Politieke en morele schuld overlappen nogal eens. Wél is er duidelijk onderscheid tussen concrete schuld, voor daden of het nalaten van daden, en de inwendige schuld, die moreel of zelfs metafysisch is en die je alleen zelf onder ogen kunt komen. In de processen van Neurenberg werd de strafrechtelijke schuld en de politieke aansprakelijkheid behandeld, deze vormen van schuld werden van buitenaf beschouwd en beoordeeld. Belangrijker was volgens Jaspers evenwel de schuldvraag die ieder voor zich van binnenuit kon stellen, de schuldvraag die de eigen ziel betrof. Bij deze morele of metafysische schuldvraag is het je eigen geweten dat spreekt en dat je opdraagt mogelijke zelfmisleiding te onderzoeken.

In vrijwel heel Europa werd Duitsland nog lange tijd als de bron van het pure kwaad gezien. Jaspers was zich bewust van deze intense anti-Duitse sentimenten. ‘Het zijn mensen die zo over ons denken, en dat kan ons niet koud laten’, schreef hij. Hoewel Jaspers al in 1933 moest stoppen met college geven omdat zijn vrouw Joods was, hoewel de twaalf jaren die het Derde Rijk besloegen voor hem een afschrikwekkende, angstige tijd waren, schrijft hij toch ‘ons’. De algehele veroordeling van alle Duitsers ging ook hem aan.

In de val

Duitser zijn na de oorlog betekent volgens Jaspers dat, ongeacht je lijden, je verzet of je afzijdigheid van alle politiek, je jezelf de schuldvraag stelt: ‘Inderdaad zijn wij Duitsers zonder uitzondering verplicht helderheid te verkrijgen inzake de vraag naar onze schuld en daaruit de consequenties te trekken’. Bovenal richt hij zich tot de mensen die zich stilletjes bij de machtsovername hadden neergelegd, de mensen die, inclusief hijzelf misschien, niet (genoeg) in verzet waren gekomen.

Al ging de schuldvraag alle Duitsers aan, Jaspers was er niet op uit te beschuldigen.

Hij waarschuwde voor een algehele veroordeling van alle Duitsers. ‘Een volk als geheel bestaat niet’, schrijft hij. We hebben het allemaal weleens over ‘de Duitsers, de Engelsen, de Noren, de Joden – en ga zo maar door, de Friezen, de Beieren – of: de mannen, de vrouwen, de jeugd, de ouderen’, somt Jaspers op. Het lijkt een menselijke, vaak onschuldige neiging om groepen te willen typeren, maar er schuilt een gevaarlijk machtsmechanisme in, dat de ‘nationaalsocialisten op de meest kwaadaardige manier hebben toegepast’, benadrukt hij. De mensen die na de oorlog in iedere Duitser een schuldige zagen, trapten echter in een vergelijkbare val.

Het allerbelangrijkste in dit helingsproces is het luisteren naar de ander

Het essay heeft als hoofdvraag de mogelijke heling van een volk dat volledig verscheurd is en tegelijkertijd als collectief schuld draagt. Het allerbelangrijkste in dit helingsproces is het luisteren naar de ander, meent Jaspers. ‘Duitsland kan alleen weer tot zichzelf komen als wij Duitsers in de communicatie de weg vinden naar elkaar. Als we leren echt met elkaar te praten.’

Na de capitulatie van het naziregime moest een gesprek voeren opnieuw geleerd worden. Twaalf jaar lang was er geen discussie mogelijk geweest, twaalf jaar lang was er uit angst gezwegen, vaak zelfs in intieme kring.

Zodra er geen gesprek meer mogelijk is, is er sprake van terreur. We zijn er vandaag getuige van hoe dergelijke terreur opnieuw in Europa opereert. Poetins militaire invasie is niet enkel verwoestend voor Oekraïne, het leidt ook tot toenemend repressief machtsvertoon in het eigen land, Russen worden monddood gemaakt, zelfs het woord ‘oorlog’ mag niet uitgesproken worden.

Juist voor burgers die zich machteloos voelen, blijft er een morele verantwoordelijkheid om zich uit te blijven spreken, is Jaspers’ overtuiging. En die overtuiging wordt ook in deze oorlog door moedige Russen gedeeld, die ondanks alles de straat op gaan, die blijven protesteren, zelfs als ze weten gearresteerd te zullen worden.

Het gaat in Jaspers’ essay om de realisatie deel te zijn van een land met een kwaadaardig regime. Het is een filosofische én emotionele oproep om zelfs in de angstigste momenten kritisch na te denken. Vluchten in gedachteloosheid kan afgrijselijke gevolgen hebben. Stilzwijgend meebewegen uit machteloosheid, afstomping of angst kan het voortduren van misdaden faciliteren. In Jaspers’ betoog klinken de woorden van filosoof Hannah Arendt door, met wie hij goed bevriend was: ‘Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed en kwaad’.

Excuses en smoesjes

In oorlogstijd kun je jezelf de vraag stellen of je je wel genoeg uitspreekt, achteraf of je dat wel genoeg op de juiste momenten hebt gedaan. Jaspers schrijft vanuit dit laatste perspectief en roept op tot de moed om de eigen zwakte onder ogen te zien. Er waren in naoorlogs Duitsland tallozen die de schuldvraag liever ontweken, die excuses en smoesjes verzonnen of juist beschuldigend naar anderen wezen. Dit zou niet alleen kwalijk zijn voor het helen van een gemeenschapsgevoel, maar ook voor de eigen ziel, waarschuwde Jaspers. Hoewel zijn essay politiek-historisch is, zit er een psychologische en soms bijna spirituele toon in: een land helen na oorlog, kan alleen als individuen ook bereid zijn tot zielsonderzoek.

Hierbij is er geen plaats voor troost door verzachtende, misleidende voorstellingen, niet voor mildheid door verzwijgen en evenmin voor zelfgenoegzaam zichzelf prijzen of op de borst kloppen om de ander te beledigen. Het belangrijkste is zelfkritisch nadenken en luisteren. Luisteren betekent bij Jaspers niet zomaar de ander laten spreken om dan je eigen mening nog eens te herhalen. Luisteren betekent ‘gezamenlijk nadenken’ en bereid blijven ‘om tot nieuw inzicht te komen’. Juist op de momenten dat je woede voelt, wraaklust, de drang voor jezelf op te komen, je daden te verdedigen, is het lastig om naar de ander te luisteren. Vol begrip schrijft hij: ‘Het is makkelijk op basis van emoties stellige oordelen te vellen; het is moeilijk je iets voor de geest te halen’.

Hij daagt iedereen uit om niet het eigen gelijk te zoeken, maar te proberen een standpunt van een ander in te nemen. Het is deze bereidheid om naar de ander te luisteren en hem of haar trachten te begrijpen, waar we in alle momenten van polarisatie van kunnen leren. We moeten juist datgene opzoeken wat ons tegenspreekt, suggereert Jaspers. ‘Het oppakken van het gemeenschappelijke in het tegenstrijdige is belangrijker dan de overhaaste fixatie van standpunten die elkaar uitsluiten.’

Meningspuien

Vanuit een dergelijk breed gevoelde verantwoordelijkheid kan volgens Jaspers een radicale vrijheid van meningsuiting perspectief bieden op gemeenschappelijkheid. Vrijheid van meningsuiting betekent hier niet het om het hardst roepen van beweringen over de ander. Deze vormen van meningspuien behoren niet tot het gesprek waar Jaspers op aanstuurt, waarin alle deelnemers ten eerste moeten openstaan voor zelfreflectie en bovendien verantwoordelijkheid willen dragen voor de ander. Het is in dit gesprek beslist niet toegestaan om ‘elkaar botweg provocerende, ongefundeerde, lichtzinnig gevelde oordelen naar het hoofd te slingeren’.

Het gaat Jaspers niet enkel om verantwoordelijkheid nemen en de schuldvraag stellen in relatie tot wandaden uit het verleden, maar ook om verantwoordelijkheid nemen voor eerder wegkijken en negeren van schuldvragen. Overdenkingen die ook relevant zijn voor de reflectie op onze Nederlandse koloniale geschiedenis. Om met een gewelddadig verleden in het reine te komen, is het van belang ‘nooit iemand ervan te weerhouden verder te vragen’. Het trachten te begrijpen – een niet-eindigende activiteit – stelt ons in staat om over onze vaste standpunten heen te stappen. Jaspers laat zien dat dit vermogen tot, of zelfs verlangen naar zelfreflectie en het openstaan voor aanpassing van eigen opvattingen voorwaarde is voor het vertrouwen in een betere toekomst.

Dit essay is een bewerking van het nawoord dat Jannah Loontjens schreef voor de recente heruitgave van De schuldvraag van Karl Jaspers.

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

null Beeld

Karl Jaspers
De schuldvraag
Boom; 144 blz. € 20

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden