Beeld Fadi Nadrous

Opvoedvraag Angst voor insecten

Hoe verlos ik mijn kind van zijn grote angst voor kleine diertjes?

De angst voor insecten neemt bij een 8-jarig jongetje dusdanige vormen aan dat hij liever niet meer buiten eet of speelt.

Samen een ijsje eten op een terras of een dagje naar het pretpark. “Heel gezellig, maar deze zomer werd ons plezier nogal vergald door de aanwezigheid van insecten”, vertelt een moeder. “Onze zoon is nooit dol geweest op kleine beestjes, maar de laatste tijd wordt hij steeds angstiger.” Zijn ouders hebben hem vaak (en tevergeefs) uitgelegd dat hij het beste rustig kan blijven. “We vertellen hem dat insecten nuttig zijn en zelden iets doen. Maar zodra hij een wesp ziet, raakt hij bijna in paniek en vlucht hij naar binnen. Om het een beetje gezellig te houden, zijn we vaker dan ons lief is binnen gaan zitten. Ook spinnen vindt hij doodeng. Heeft bijvoorbeeld een spin een web gemaakt aan het stuur van zijn fiets, dan wil hij eigenlijk niet meer gaan fietsen. Dat moet hij wel van ons, natuurlijk nadat we eerst de spin hebben weggehaald, maar echt van harte gaat het niet.”

Nu het hem meer en meer lijkt te belemmeren, vraagt zijn moeder zich af wat ze kan doen om haar zoon definitief van zijn angst af te helpen. Angst is op zich een nuttige emotie. “Het kan een goede raadgever zijn en voorkomt dat je gevaarlijke situaties opzoekt”, zegt Rachel de Jong, psycholoog en projectleider van de durfpoli in Groningen, waar samen met de universiteit onderzoek wordt gedaan naar hoe kinderen over hun angst kunnen worden heen geholpen. “Elk kind is weleens angstig, elke volwassene trouwens ook. Dat is niet erg, behalve wanneer angst je gaat belemmeren in je dagelijks leven.” Hoewel angst dus nuttig kan zijn, is het vaak ook irrationeel. De Jong: “Een spin gaat je heus niets doen en een wespensteek is vervelend, maar meestal ook niet meer dan dat.”

Confronteren 

“Als angst omslaat in paniek, is het al helemaal niet meer functioneel”, zegt Daniëlle Schollaart, pedagoog en kindercoach bij Apetrotse kinderen. “Het ene kind is sneller angstig dan het andere. Dat is deels aangeboren, maar hoe ouders er mee omgaan heeft ook invloed.” Vermijding zorgt voor opluchting op de korte termijn, maar op de lange termijn kan het de angst juist in stand houden. Je moet jezelf (of je kind) confronteren met de angst om deze te kunnen overwinnen. De Jong: “Om die reden is binnen gaan zitten om maar geen wespen te zien dus geen echte oplossing. Je bevestigt als het ware dat er een reden is om bang te zijn.”

Probeer de angst van je kind niet te bevestigen, maar het andere uiterste is de angst ontkennen. “Als je kind bang is, is dat voor hem op dat moment een reële emotie. Zeggen dat het onzin is of dat je kind normaal moet doen, helpt niet”, zegt Schollaart. “Het is belangrijk dat je het gevoel van je kind erkent, maar ook probeert de noodzaak voor de angst te relativeren: ‘Ik zie dat je bang bent voor spinnen, dat is vervelend. Maar we kunnen gewoon gaan fietsen’.”

Op het moment dat je kind in paniek is, heeft het geen zin met een waslijst aan rationele argumenten je kind te overtuigen dat zijn angst onterecht is. Boos worden helpt ook niet. Het verhoogt de spanning en daardoor kan de angst nog groter worden. Een hoop dingen dus die je beter niet kunt doen. Maar wat dan wel? Schollaart: “Eerste prioriteit is zorgen dat je kind rustig wordt. Dan kun je later een gesprekje voeren: waar ben je precies bang voor, wat denk je dat je kan overkomen?”

Kleine stapjes

Stimuleer je kind om in kleine stapjes juist die dingen te doen die hij eigenlijk eng vindt. Alleen zo kan hij positieve ervaringen opdoen. Je kunt dat als ouder zelf proberen, bijvoorbeeld door een spin goed te bestuderen, boekjes te lezen of een documentaire te kijken over wespen. Maar als het niet lukt om de angst te verminderen, kan het zijn dat er professionele hulp nodig is. Deze exposure-methodiek is ook de behandeling waar de durfpoli mee werkt.

“Je hebt een rampenscenario in je hoofd dat waarschijnlijk nooit uit zal komen. Het is spannend om juist datgene te doen waar je bang voor bent, maar het helpt je uiteindelijk wel”, zegt De Jong. “Wij laten kinderen stapje voor stapje de confrontatie aangaan. Tot ze uiteindelijk bijvoorbeeld in een kamer kunnen zitten met een paar wespen. Ze moeten er vertrouwen in krijgen dat waar ze zo bang voor zijn niet gebeurt. De meeste kinderen zijn na drie sessies van hun angst af. En dan kun je weer lekker een ijsje eten op het terras.”

Elke week behandelt Trouw een opvoedvraag van lezers. Zelf een kwestie indienen? Mail naar opvoedvraag@trouw.nl.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden