EssayKantoorleven

Hoe ik mijn kantoorleven leerde omarmen

Beeld Hollandse Hoogte / Jordi Huisman

Het grijze bestaan op kantoor leverde al veel briljante tv-satire en literatuur op. Olaf Stomp berekende dat hij in zijn leven al vijftigduizend uur onder tl-licht en systeemplafonds doorbracht. Toch huppelt hij in het nieuwe jaar weer naar zijn vaste stek. Hij heeft het kantoorleven omarmd.

Eerlijk is eerlijk: een gevoel van jaloezie bekroop me tot voor kort als ik zzp’ers sprak over het werkend bestaan. Over hún werkend bestaan. Dan benijdde ik hen als ze weer eens de loftrompet staken over hun autonome werkleven. Als ze vertelden over hoe hun keel dichtkneep als ze voor een opdracht langer dan een dag verkeerden in zo’n benepen kantooromgeving. En hoe ze opgelucht ademhaalden als ze weer buiten stonden, een teug frisse lucht in hun longen opzogen, op weg naar een volgende interessante opdracht. Leve de vrijheid. Op zulke momenten zag ik mezelf dan met gebogen schouders in mijn eigen dagelijkse biotoop staan – klem tussen systeemplafond, tl-licht, kopieerhok en vergaderzaaltjes met flip-overs.

Ja, ik was altijd bevattelijk voor de verhalen van die zelfstandige cowboys en -girls. Waarin een horizon lonkte die vrij was van marathonvergaderingen en gekissebis over kantoorbagatellen. Die vrije jongens en meisjes bezongen niets minder dan het paradijs. Het maakte dat ik me tot een kamp van losers voelde behoren: het leger der kantoorloonslaven.

Gek die ontvankelijkheid, want ik behoor nota bene al decennialang tot dit leger. Een rekensom leerde dat ik in mijn werkende leven al meer dan vijftigduizend uren doorbracht in een kantoor. In wisselende decors en met wisselende collega’s.

Toren C

Wat ook maakte dat ik gebukt ging onder een lichte gêne was de briljante satire waarmee wij van het kantoor van tijd tot tijd om de oren worden geslagen. Qua tv: in de jaren negentig ‘Jiskefet’ (‘drie, twee, één: lúúúúnch!’), later ‘The Office’ en nu ‘Toren C’. Een kleine greep uit wat boeken:

J.J. Voskuil met het iconische ‘Het Bureau’, Jacq. Veldman met het vermakelijke ‘Kantoorleven’ en natuurlijk Japke-d. Bouma, die zich in haar NRC-columns een meesterlijke cultureel antropoloog van het kantoorleven toont.

Ik weet het: in satire huist de overdrijving. Maar toch, zo’n schurend liftgesprek uit Toren C of zo’n scherpe Bouma-observatie van een workshop die overloopt van het ongemak vanwege de post-itcultuur en onbegrijpelijk jargon, ze komen akelig dicht bij de dagelijkse werkelijkheid.

Ich bin ein kantoormensch

Maar ik heb het tij weten te keren: ik ben de schoonheid gaan inzien van het kantoorleven. Ik zeg nu met trots: Ich bin ein kantoormensch. In de kern van mijn ommezwaai huist vooral de mentale omslag. Ik ben gaan inzien dat ik me niet moet verzetten tegen het ongemak waarmee het kantoorleven vaak gepaard gaat. Dat vergroot juist de weerzin. Nee, ik sla het nu geamuseerd gade. Ik stribbel niet meer tegen bij zinloze bureaucratische orders door de boven mij gestelden. Ik kijk het met een welwillende Bhagwan-glimlach aan. Soms zijn dingen gewoon zoals ze zijn. Nog beter: ik ervaar de schittering van het zinloze.

Daarnaast ben ik de schoonheid gaan inzien van al datgene waar ik jarenlang verlost van wilde zijn: sleur. Als je het woord sleur omdenkt naar het veel rooskleuriger klinkende cyclus, dan verdwijnen weerstand en allergieën als sneeuw voor de zon.

Kantoorwerk is judo: wees soepel, beweeg mee, veer terug, kom overeind. Overwin. Ergernissen over jargon zijn verleden tijd. Ik ben ze als moderne poëzie gaan beschouwen, zoals deze welzijns-haiku:

‘Outreachend te werk
transparant en verbindend
het gesprek aangaan.’

Last van de maandagochtendblues? Hik je aan tegen het beklimmen van die enorme Alpenreus die werkweek heet? Bedenk dan: de week is rond, dit gaat voorbij en de ‘vrij-mi-bo’ komt – u weet natuurlijk allang dat dit de vrijdagmiddagborrel is. Telkens en opnieuw. Of kun je je slecht concentreren op je e-mails omdat collega’s verderop net te hard verslag doen van hun smeuïge weekendbelevenissen? (‘In het café hield hij niet op over zijn moedercomplex en de seks daarna was ook niet om over naar huis te schrijven’). Relax. Realiseer je dat je dit zou gaan missen als het niet meer bestond.

Ritueel

Ik ben gaan inzien hoeveel schoonheid schuilt in het ritueel. Misschien ben ik er nu vatbaarder voor omdat bij een aantal vrienden en familieleden het pensioenwoord is gevallen. Zij bereiden zich voor op stoppen met werken en dit maakt dat ik me er extra bewust van word. Ik zie scherper voor me hoeveel dagelijkse ankerpunten er voor mij zouden wegvallen die ik nu voor lief neem, maar die ik straks ineens ontzettend zal missen.

De dagelijkse wandeltocht over de brug in de stad naar mijn werk in de drukke ochtendspits: ja, ik ben gezegend, ik lóóp naar kantoor. Telkens dezelfde gezichten van mensen die in tegenovergestelde richting lopen, onder wie die blinde vrouw met haar stok, straf langs de reling. Het routinematige schuine loopje over de trap bij de ingang van het kantoor, het groeten van de receptioniste, het openmaken van mijn locker, het opstarten van mijn laptop en de gang naar de koffieautomaat nadat ik ben ingelogd in het systeem.

Aan het einde van de dag dezelfde handelingen in omgekeerde richting als de rust over het kantoor is neergedaald. Als windstilte na een storm. Mooi is dat. Waarom had ik daar eerder geen oog voor? Want laten we wel wezen, ik weet inmiddels dondersgoed hoe het me zou vergaan als ik mijn kantoorbaan vaarwel zou zeggen: ik zou als zelfstandige verkommeren op mijn zolderkamer. Weg kantoorklokregelmaat. De dag zou zich als een road to nowhere voor me uitstrekken. En opgaan aan plaatjes draaien, herhalingen van ‘Studio Voetbal’ kijken, Netflix bingewatchen of nog maar een keer naar de glascontainer gaan. Mijn telefoonangst zou weer opspelen. Verdomd onhandig als financieel magere tijden ineens vragen om koude acquisitie.

Juist dat knellende keurslijf van alledag vrijwaart me van een existentiële crisis.

Deze bespiegelingen maken dat ik nu met mededogen kijk naar mijn sappelende en buffelende zzp’ende medemens. Opdrachtgevers met onmogelijke eisen waardoor ze tot diep in de nacht achter hun laptop gekluisterd zitten. Of wakker liggen van de stress vanwege uitblijvende opdrachten. Gedoe met opdrachtgevers die het niet zo nauw nemen met op tijd betalen. En wat te denken van al die bananenschillen op de weg waardoor inkomsten op nul komen te staan: mantelzorg vanwege een dementerende moeder, een burn-out, ander lichamelijk onheil dat het werken onmogelijk maakt. Een loonstrookloos leven brengt tal van kopzorgen met zich mee.

Daarom loop ik – bevoorrecht kantoormensch – weer zwevend terug naar mijn flexwerkplek onder het systeemplafond, nadat ik een zzp’er net uitgeleide heb gedaan.

‘Toren C’: zondag om 21.40 uur bij de VPRO op NPO 3.

Lees ook: 

Kantoorslaaf Emma is geen karikatuur, maar een afschrikwekkend voorbeeld

Het kantoorleven sloopt je lichaam als je niet oppast. Pop Emma moet dat probleem een gezicht geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden