Beeld Trouw

SchrijverscolumnFranca Treur

Hoe het leven voor het schrijverschap bruiste

Nu het schrijversleven zo eentonig is geworden, denk ik terug aan betere tijden. Hoe mijn literaire leven meer bruiste toen ik nog geen letter had geschreven.

Het is dertien jaar geleden. Ik kwam vanuit Leiden naar Amsterdam en ken­de daar niemand. Op één schrijfster na, maar die was de stad uit om aan haar tweede roman te gaan werken. Ik mocht drie weken op haar poezen passen in haar appartement. Kennen is misschien ook wel een groot woord, ik had haar één keer ontmoet in café de Koe. En ik was haar boek aan het lezen.

Zij stuurde op mijn tweede dag in de hoofdstad een vriend op me af. Ook een schrijver. Hij kwam haar appartement binnen en deed meteen het ingewikkelde ding met het slot van de voordeur. Dat was een handigheidje dat je moest weten, en ik begreep dat hij niet alleen maar een collega was. Hij bleek in haar boek voor te komen als één van haar internetdates. Zijn debuutroman had ik ook al zien staan in haar boekenkast.

Hij nam me mee naar café De Engelbewaarder. Toen we daar aankwamen scheurde het kruis van zijn gloednieu­we spijkerbroek en hij moest eerst naar huis om zich te verkleden. Hij duwde mij vast naar binnen. Een razendknap­pe vriendin van hem stond achter de bar, ook iemand met veel kennis van de schrijverswereld, en van schrijvers zelf.

Ik kreeg de indruk dat ze plattelanders achterlijk vond

De volgende middag gingen we alle drie naar café Festina Lente, waar een schrijfster zat te werken. Je kon daar op audiëntie komen, vooral dichters deden dat. Ze was in me geïnteresseerd omdat ik dingen van het platteland wist, daar ging haar nieuwe boek over. Ik kreeg de indruk dat ze plattelanders maar achterlijk vond, maar besteedde er geen aandacht aan. Ook haar debuut had ik al in de kast zien staan. Ik kreeg het nog druk.

De schrijfster van de poezen stuurde me vanaf haar vakantieadres een berichtje: de laatste vrijdag van de maand is er een jongeschrijversborrel in café de Pels. Daar moet jij ook heen.

Gehoorzaam fietste ik naar de Pels, die inderdaad tjokvol jonge schrijvers was. Een van hen was ook steward geweest, en model, later zag ik hem op reclamezuilen in de stad. Hij en zijn vriendin zochten nog een oppas voor hun kat. Zo hopte ik van het ene oppasadres naar het andere. Mijn Amster­dam­se verblijf werd zodanig verlengd dat ik weer een laatste vrijdag van de maand meemaakte en tussen schrijvers stond die al hadden gepubliceerd, terwijl ik al wel een romancontract had (dankzij een schrijfwedstrijd), maar nog niet eens een eerste hoofdstuk.

Iedereen was aardig, want ik was nog geen bedreiging

Ik herinner me dat Thomas Rosenboom daar ook was. En Arjen Lubach, Renske de Greef, Jan van Mersbergen en Cindy Hoetmer die nu zoveel succes heeft met haar nieuwe boek. Er was een heel mooie, dunne schrijfster in Parijse kleren en met een prachtige Parij­se coupe. Ze was inderdaad uit Parijs overgekomen.

Iedereen deed aardig tegen me, want ik had nog niets geschreven en was voor niemand een bedreiging. Een Pelsbezoeker had een schilderij van me gemaakt, wat men creepy voor me vond, ik zag het probleem niet. Wel kreeg ik een ongemakkelijk gevoel van het prematuur rondhangen in de literaire wereld. Ik besloot eerst die roman maar eens te schrijven.

Toen die een succes werd, en ik eindelijk met rechte schouders bier had kunnen drinken, ging ik toch niet terug naar de Pels. Ik had er mooie herinneringen liggen, die ging ik niet kapotmaken.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden