null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

EssayNatuurbeheer

Hoe de natuur door regelzucht haar ziel verloor (en wij die weer kunnen teruggeven)

Een dier dat zijn leefomgeving ziet veranderen past zich aan. Maar de mens, schrijft Sander Turnhout, die denkt: laat de leefomgeving zich maar aanpassen. Droogte en overstromingen, honger en sterfte zijn het gevolg, want de natuur laat zich niet managen. Wat gebeurt er als we dat onder ogen zien?

Sander Turnhout

Mijn favoriete ­organisme is de groene zeenaaktslak, die groene zeesla eet zonder hem te doden. Het wier groeit door in het lichaam van de slak, waarna ze samen door het leven gaan als een dier dat aan fotosynthese doet. Het is een beest dat fundamentele vraagtekens plaatst bij ons vermogen om de natuur in onze structuren te vatten. Dat is mooi, want het laat zien dat we als mensen nog heel wat te leren hebben van hoe het leven werkt.

Iedereen die wel eens in het bos wandelt of met een bootje het meer op gaat herkent het: het prettige gevoel dat dit geen winkel­centrum of luchthaven is. Mensen zijn geboren om in de natuur te zijn en we ontdekken nog maar net hoe dat werkt. In boslucht zitten kleine deeltjes – phytonciden – die volgens recent onderzoek goed zijn voor ons immuunsysteem. En de zich herhalende patronen in wolken en boomkronen, fractalen genoemd, werken stressverlagend in ons brein.

Losgeraakt van onze leefomgeving

Zoiets als een ziel is een moeilijk en ongrijpbaar begrip waar veel wetenschappers zich ongemakkelijk bij voelen. Maar juist in dat ongemak zit onze vergissing: dat we de natuur zouden moeten grijpen, alsof het een object is. Dat perspectief plaatst ons buiten de natuur.

En die vergissing zit diep. Ze begint bij de agrarische revolutie, die wordt gelegitimeerd in het scheppingsverhaal met de mens als heerser of, in vriendelijkere termen, als rentmeester en plaatsvervanger van God op aarde. Dat verhaal gaat over orde; er is één god boven alle andere, mens staat boven dier, man boven vrouw. Die orde wordt bestendigd in de vooruitgang: volgens verlichtingsfilosoof Descartes zijn de dieren dingen. En hoewel het geloof in de maakbaarheid van de samenleving inmiddels een gevoelige knauw heeft gekregen, zijn we niet opgehouden met maken.

Zo zijn we compleet losgeraakt van onze natuurlijke leefomgeving. Dat is geen klein bier. De biodiversiteitscrisis, klimaatopwarming en de vele dierziekten, zoals Covid-19 en de vogelgriep, laten zien dat we een catastrofe van ongekende proporties aan het organiseren zijn. Het gaat letterlijk ons voorstellingsvermogen te boven en daarom is een ander perspectief hard nodig.

Sander Turnhout (1974) is strategisch adviseur van SoortenNL en Radboud Healthy Landscape en is gepromoveerd op natuurmonitoring. Hij is schrijver van Basisboek Veldbiologie, een gids die helpt om planten en dieren te herkennen en de samenhang in het landschap te zien.

De wereld als organisme, niet als machine

Op zondag 22 mei is de Dag van de Biodiversiteit. Een mooi ­moment om over dat nieuwe perspectief na te denken.

We moeten de wereld niet als een machine willen besturen, we moeten de wereld opnieuw leren begrijpen: als een organisme. Dat vereist dat we onze plaats erin opnieuw overwegen, we kunnen het ons niet langer veroorloven om onszelf als maat der dingen te zien. Het is een vorm van onvolwassenheid. Alleen peuters denken dat ze het centrum van het universum zijn.

In de natuur passen soorten zich aan voortdurend veranderende omstandigheden aan. Mensen zijn zo bedreven geraakt in het omgekeerde, we gaan er zo van uit dat we de natuur naar onze hand kunnen zetten, dat we ons moeten afvragen of we onszelf nog wel ontwikkelen. Met dashboards vol data proberen we onze leefomgeving vorm te geven door ‘aan knoppen te draaien’. Lees ­beleidsnotities over natuur en landbouw, en je raakt als vanzelf verzeild in dit jargon en de bijbehorende besturingslogica.

Geen wereld zonder auto en priklimonade

Neem de provincie Gelderland. Die investeert 162 miljoen in herstel van de schade die stikstof heeft veroorzaakt. Herstel van systemen – stoppen met vergiftigen – noemt de provincie complex en omdat het tijd kost, is onderzoek nodig. Maar geld voor het beheer is al beschikbaar. Dus: ze past liever de natuur aan het menselijk gedrag aan dan het menselijk gedrag aan de natuur.

Het systeem van handel, economie en regelgeving dat we zelf hebben bedacht, zien we als een harder kader dan de fysieke leefomgeving waarin we geëvolueerd zijn en waar we van afhankelijk zijn. Dat is intellectuele armoede: we kunnen ons geen wereld meer voorstellen zonder auto, priklimonade of plastic rommel.

In Nederland komen ongeveer 43.000 soorten voor; spannende soorten, zoals wolven en zeearenden, lieflijke soorten zoals dagvlinders en drieteenstrand­lopertjes, nuttige soorten zoals strooiselafbrekende paddenstoelen, en obscure soorten zoals de schele engerd of de lugubere glijer. Omdat je die niet allemaal kunt beschermen, zijn er in de jaren negentig soorten en habitats gekozen die indicatief zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving. Die indicatoren werken als een thermometer waarop je ­afleest hoe gezond de natuur is.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

In Nederland zijn die indicatoren zo goed als allemaal rood; op landelijke schaal geldt slechts 21 procent van onze habitats als gezond. Lokaal zien we natuurgebieden compleet instorten: de afgelopen 25 jaar is op verschillende plekken grofweg 75 procent van de insecten verdwenen.

Dat komt omdat we natuur niet waarderen om haar positieve kwaliteiten, zoals gezondheid, inspiratie en rust, maar zien als ‘dat wat moet van Europa’. Dat is op veel manieren pervers. In plaats van als een gezonde, inspirerende basisvoorwaarde voor het leven, zet onze overheid de natuur neer als een vervelende, bureaucratische, dure verplichting. Ze stuurt niet op een gezonde leefomgeving, maar beperkt zich tot alléén de indicatoren, niks meer en niks minder.

Maar met alleen maar indicatorsoorten heb je geen gezonde leefomgeving. Bovendien doen we onszelf ermee tekort. Natuur geeft ons betekenisvolle ervaringen en het landschap waarin we opgroeien, geeft ons identiteit. Dit perspectief ontbreekt volledig in ons natuurbeleid.

Hoezo gaat het slecht? Ik zag gisteren nog een haas

In 2019 zette de Raad van State een streep door de ­manier waarop Nederland zijn natuur tegen stikstof zei te beschermen. De commissie-Remkes werd aan het werk gezet om een weg te vinden uit de stikstofcrisis die volgde. Haar conclusie: niet alles kan overal.

Het was een behoorlijk goed doortimmerd advies, maar de titel had moeten zijn: alles moet overal anders. Het gaat al lang niet meer om een beetje minder vervuiling, het platteland wordt geteisterd door plagen van Bijbelse proporties. Behalve stikstof zijn er grote problemen met waterkwaliteit, droogte en pesticiden, en behalve de vogels verdwijnen ook de streektalen en de identiteit van het landschap.

De stikstofcrisis is, net als de klimaatcrisis, allereerst een beschavingscrisis die veroorzaakt wordt door de illusie dat we conflicterende waarden en moeilijke politieke keuzes kunnen verstoppen achter een rekenmodel. Als je verdienmodel niet zonder vervuiling kan, is het geen verdien-, maar een roofmodel.

Een van de paradoxen van bureaucratisering en individualisering is dat we vergeten zijn dat de natuur leeft, waardoor we vergeten dat we zelf leven, dat we ergens vandaan komen, geworteld zijn en keuzes kunnen maken. Als je alleen kunt denken in termen van hier, nu, ik, dan zie je het grotere geheel niet. Hoezo gaat het slecht? Ik zag gisteren nog een haas.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Liever een oehoe of een goedkope gehaktbal?

Dat is nog wel de grootste crisis, want in een zielloos landschap zijn niet alleen de soorten verdwenen, maar sterft ook de ervaring uit. Het is een fenomeen dat bekendstaat als extinction of experience. Wie bij toeval een oehoe in het bos ontmoet, vergeet dat zijn leven lang niet meer. Wil je iets meemaken van betekenis of wil je wekelijks een goedkope gehaktbal?

Elke plant of dier heeft een antwoord gevonden op de vraag: hoe te overleven? Elke soort is een manifestatie van creatieve intelligentie. Sommige werken samen: zo zijn korstmossen geen soorten, maar een consortium van een alg, een schimmel en specifieke bacteriën. Andere zoeken strijd, zoals galwespen die de DNA-code van een plant kraken, het besturingssysteem overnemen en zorgen dat de plant extra veel voedsel naar de gal van de wesp stuurt.

De vraag is al lang niet meer of dieren ook intelligent kunnen zijn, maar of wij wel slim genoeg zijn om de intelligentie van planten, schimmels en dieren te begrijpen. Onderzoek laat zien dat er meerkeuzevragen zijn die mieren, termieten en vogels veel beter kunnen beantwoorden dan mensen. Zoals wanneer die eerste twee de beste optie moeten selecteren uit tal van routes door een doolhof. En de communicatie tussen schimmels, planten en bacteriën onder de grond gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven.

En als we dat ooit leren begrijpen, zijn we dan slim genoeg om goed samen te leven met planten, schimmels en onszelf?

De transitie is al begonnen

Hier biedt het perspectief van ‘alles moet overal anders’ uitkomst. Veel boeren merken terecht op dat je niet ‘groen kunt doen als je rood staat’. Niet alleen de vervuiling moet eruit, ook het verdienmodel moet op zijn kop. Het krioelt in de landbouw van de innovatieve projecten en het is tekenend dat geen enkele daarvan komt uit de gelederen van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO).

In de natuurbescherming zie je iets vergelijkbaars: de vernieuwende ideeën komen niet van Natuurmonumenten, maar van kleine clubs als Stichting Ark, die een nieuw beeld over wildernis en natuurontwikkeling introduceerde, of van Mobilisation for the Environment, dat succesvol opkomt voor de rechten van de natuur.

Zo ziet verandering eruit: gebaande paden worden verlaten en bestaande structuren verkruimelen. Veel boeren experimenteren met vernieuwende vormen van teelt, waarbij ze geen kunstmest en pesticiden gebruiken. Voedselbossen en regeneratieve landbouw heffen het verschil tussen landbouw en natuur op: ze gaan over landbouwinclusieve natuur en niet meer over natuurinclusieve landbouw.

Laat u niet misleiden door de oude krachten, de transitie is al lang begonnen. Herenboeren en het Land van Ons maken de klant mede-eigenaar van de grond, en met Caring Farmers is een geloofwaardig alternatief ontstaan voor de LTO.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Ook in het openbaar bestuur zijn er interessante ontwikkelingen. Omdat de belangen van niet-mensen in een democratie niet goed zijn vertegenwoordigd, worden er, op verschillende plekken op de wereld, rechten verleend aan rivieren, meren en bossen.

Dat klinkt gekker dan het is. Iets abstracts als een bedrijf is al heel lang een rechtspersoon. In Nederland zou het logisch zijn om van de Waddenzee, de Noordzee en onze rivieren rechtspersonen te maken, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. En dan niet het eigen­belang van de rentmeester/bestuurder, maar het belang van de mens als onderdeel van de leefomgeving.

Geef natuur- en landschap medezeggenschap

Een samenleving is meer dan een optelsom van individuele belangen. Als we planten, dieren en toekomstige generaties een stem willen geven, moeten we andere gesprekken voeren. Een goede vorm zijn burgerraden, waarin een representatieve afspiegeling van inwoners meebeslist over de plannen voor de streek. In Duitsland zijn er goede ervaringen mee.

De statuten van zo’n burgerraad bepalen dat respect voor de democratische rechtsstaat, voor wetenschappelijk vastgestelde feiten en onderling respect uitgangspunten zijn. Dat is het makkelijke deel. Twitter gaat op slot, de twijfelbrigade blijft thuis, de belangen van anonieme aandeelhouders tellen even niet, en de techniek wordt op zijn plaats gezet: volgend, niet leidend.

Daarna wordt het moeilijker, maar wel aantrekkelijker. Het allerboeiendste zou zijn om natuur- en landschap medezeggenschap te geven en zo de inclusieve dialoog te voeren met planten, dieren en schimmels. Dan moeten we niet allerlei dingen voor de natuur doen, maar juist ruimte laten aan onze mede-aardlingen.

Lees ook:

Van haas tot zonnedauw: deze planten en dieren zitten door de stikstofuitstoot in de gevarenzone

De grote overdaad aan stikstof bedreigt soorten in hun voortbestaan. En het zijn niet alleen beschermde, kwetsbare planten en dieren die het moeilijk hebben. Vier voorbeelden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden