InterviewNina Mouton

Hoe blijf je in quarantaine een goede opvoeder, ook al wil je dat kind af en toe achter het behang plakken?

Menigeen worstelt met de vraag: hoe blijf ik de ouder die ik wil zijn, nu mijn lontje korter wordt? De Vlaamse gezinspsycholoog Nina Mouton geeft antwoord.

 Na een onrustige nacht jammert de peuter, omdat ze niet op haar stoel mag staan en kwakt de baby een zoveelste afgekloven broodkorst onder de tafel. Een ochtend als alle andere. Totdat de kruimeldief met een doffe klap op de grond valt en openbarst. Overal liggen kruimels, stofslierten en katteharen. De peuter schrikt en begint te snikken – niet om die ­kruimeldief, maar omdat jij uit je slof schiet. Het is pas half acht in de ochtend en de stemming op de zoveelste dag in quarantaine is ­nu al om zeep.

“De lockdown begint door te wegen”, zegt de Vlaamse psycholoog en gezinstherapeut ­Nina Mouton (34). “Eerst dachten we allemaal: we gaan dit doen. Nu het langer duurt, raakt de zuurstof wat op. Werknemer, leerkracht en huishoudster zijn als ouder, dat kan niet. Bedenk: wat moet er echt vandaag?”

Mouton zit thuis op haar bed; haar kinderen van zes en negen hebben van haar praktijkruimte aan huis een game-kamer gemaakt. Op dit moment zou ze volop onderweg zijn voor lezingen over haar pas verschenen boek ‘Mild ouderschap. Zelfs tijdens de woedeaanval in de supermarkt’. Een instant bestseller – het staat op 1 in de Vlaamse boekentop – ook al mogen ouders dezer dagen helemaal niet met hun kind naar de supermarkt.

Het ouderschap is een permanente zoektocht, meent Mouton, die een veelgevraagd deskundige is in Vlaamse media en columnist is bij de Vlaamse Radio 1. Ze beoordeelt ouders niet op het gedrag van hun kind, maar wil hen begeleiden en inzicht geven in gedrag en emoties. Met die houding raakt ze een snaar bij veel Vlaamse ouders. Houd de langetermijndoelen van je opvoeding voor ogen, adviseert ze, in plaats van vast te houden aan strikte ­regeltjes. Stap af van straffen en belonen en veer mee met je kind.

Sinds de corona-quarantaine wordt ze overstelpt met vragen. Haar lezingen geeft ze nu digitaal en ze doet zelfs een aantal speciale ­coronasessies, want hoe blijf je mild voor je kind en jezelf als de coronastress je geduld op de proef stelt?

Hoe ga je het best om met zo’n kruimel­diefincident?

“Dat hebben we allemaal weleens. Dat ons lontje al kort is en dat je denkt: o man, ook dát nog. Dan mag je gerust een keer schreeuwen. Daarna zeg je sorry tegen je geschrokken kind en je erkent: het was allemaal even te veel.

“Peuters kennen dit ook: we noemen het broken cookie-syndroom. Je kind wil een koekje, het komt in twee stukken uit de verpakking, waarna een driftbui volgt. Er gebeurt iets schijnbaar onbelangrijks, maar voor je kind is het de druppel.

“Dat gebroken koekje of die gevallen kruimeldief is te veel; het is de trigger die opgekropte emoties loslaat. Emoties moeten er af en toe uit, we moeten kunnen ontladen.”

“Als volwassene is het belangrijk om te voelen of je kwaadheid in proportie staat tot wat er is gebeurd. In elk van ons zit een kwaad of verdrietig kind dat dingen tekort is gekomen. Als je met de deuren slaat of als een kleuter staat te roepen tegen jouw kleuter: dat is je kwaaie kind. Dat zorgt vaak voor instant schuldgevoel, de kwaadheid ging met je aan

de haal. Veel ouders hebben als kind geleerd om gevoelens niet toe te laten en voor hun hoogtepunt af te vlakken, om ons sterk te houden. Daardoor zijn we bang geworden voor emoties en kroppen we ze juist op, maar emoties moeten eruit. Dat geldt voor volwassenen en kinderen: die moeten kunnen ontladen. Emoties komen in een piek en gaan weer weg. Een ­goede huilbui duurt vaak niet langer dan tien minuten. Als je emoties toelaat en doorvoelt, zul je minder snel ontploffen.”

Wat moet je je kinderen wel en niet vertellen over het coronavirus?

“Het is vooral belangrijk dat ze bij jou terechtkunnen met hun vragen. Ik kijk met mijn kinderen naar het Vlaamse jeugdjournaal, daarin worden gebeurtenissen heel goed gekaderd. Dat is een mooie aanzet voor een gesprek. Laat de vragen van hen komen, zodat je niet over-informeert.

“Maar wind er geen doekjes om, je mag eerlijk zijn dat we veel dingen niet weten over dit virus en daarom extra voorzichtig moeten zijn. Kinderen voelen jouw stress, dus is het beter om daar woorden op te plakken. Hoe meer dingen ongezegd blijven, hoe meer kinderen hun eigen verhaal ervan maken en dat is altijd erger dan de realiteit.”

Mag je je eigen onzekerheid of angst tonen?

“Je mag laten zien als het even niet goed gaat met jou. Als wij als ouders voorleven dat we ­alles onder controle hebben, leren we onze kinderen dat volwassenen geen emoties hebben en nooit kwaad zijn.

“Ik wil mijn kinderen meegeven dat ik geen robot ben. Ik ben ook bang voor wat er gebeurt in de zorg, voor de impact die deze crisis heeft op de mentale gezondheid van mijn cliënten en volgers. Dat mogen de kinderen zien, want ze zien ook dat ik online lezingen organiseer. Ze zien dat je van betekenis kunt zijn zonder het huis te verlaten.

“Wij staan hier thuis soms vrolijk te dansen in de kamer, maar als even later het nieuws meldt dat er een twaalfjarig meisje is gestorven, dan heeft dat impact. Ze leren: er zijn ups en downs, soms lijkt de berg even heel hoog, maar we komen eroverheen door mee te veren.

“Als je merkt dat emoties met jou aan de haal gaan, is het jouw verantwoordelijkheid als ouder om hulp in te roepen voor jezelf.”

Mensen zitten meer dan ooit op elkaars lip, moeten werken terwijl hun kinderen aandacht vragen, hebben stress over de toekomst, hebben geen moment voor zichzelf. Hoe ­voorkom je dat je lontje te kort wordt?

“Je moet als ouder voorkomen dat je zuurstof opraakt. Vraag je af wat jou zuurstof geeft. Check tijdens de dag: wat heb ik nodig? Vijf minuten op adem komen, kan al genoeg zijn: even meezingen met je lievelingsliedje, even alleen naar buiten.

“En onthoud: je mag jouw behoeften als ­ouder inlossen. Hier geldt wat ook in een vliegtuigcabine geldt: zet eerst uw eigen zuurstofmasker op en dan dat van uw kind. Je bent geen narcist als je graag eens ongestoord in bad zou gaan. Aandacht voor jezelf hoef je niet te verdienen, dat is een basisbehoefte, net als eten, drinken en naar het toilet gaan.”

En als het weer mag, hoe voorkom ik dan dat mijn kind in de supermarkt in het gangpad gaat liggen krijsen om een zak lolly’s?

Mouton lacht. “Veel mensen denken voor ze kinderen krijgen: dat gaat mij niet gebeuren. Maar het gebeurt wel. Jonge kinderen worden vaak overspoeld door hun emoties. Je kunt een behoefte niet weg straffen. Dan is een kind misschien wel stil, maar de behoefte of emotie is niet weg. Je kunt de emotie van je kind onderdrukken door die zak snoep alsnog in te ­laden, maar daarmee voorkom je geen ont­ploffing. Je kind zal thuis om iets anders uit zijn vel springen. En als je boos reageert in de supermarkt, heb je vooral kans dat je kind nog bozer wordt.

“Het is aan ons om naast onze kinderen te gaan staan en hen te begeleiden. Erken de emotie: je mag boos zijn dat je je zin niet krijgt. Wat helpt, is om empathisch te zijn in plaats van te sussen. Houd het verlangen van je kind even vast en zeg: ‘Je wilt het heel graag hè? Je zou eigenlijk alles wel willen meenemen.’ Dan daalt het kind sneller in de emotie en zal het in de toekomst makkelijker worden.”

Kweken we geen narcistische prinsjes en ­prinsesjes die denken dat de wereld om hen draait door kinderen zoveel aandacht en ­erkenning te geven?

“In het hoofd van een peuter draait de wereld om hem, maar hij zal echt leren dat dat niet zo is. Jonge kinderen leren stap voor stap. Eerst ontdekken ze: ik ben iemand. Daarna: er zijn nog andere mensen.

“Als we tegemoetkomen aan de behoeftes van jonge kinderen, leren ze op termijn om zelf met hun behoeftes om te gaan. Nee, dan creëer je geen narcistische egotrippers. Een narcist functioneert vanuit een tekort aan aandacht: die heeft als kind geleerd dat hij niet mag voelen wat hij voelt en probeert daarom als volwassene op een kinderlijke manier zijn behoeften in te lossen. Een narcist is iemand met wie als kind nooit rekening is gehouden en die heeft geleerd om de aandacht dan maar op te eisen.

“Dat betekent niet dat je als ouder geen grenzen stelt. Sommige grenzen – veiligheid, gezondheid – zijn hard. Andere liggen niet ­altijd op dezelfde plek, omdat het vandaag maandag is en geen zondag, en het is ook nog crisis. Kinderen kunnen daar prima mee omgaan als je dat uitlegt.

“Bij ons thuis gaan de kinderen deze weken later naar bed. Laatst wilde mijn dochter van zes om tien uur nog niet slapen. Ik zei dat ik dat begreep, maar dat ik de hele dag bij haar was geweest en nog even alleen met haar vader wilde praten. Zei ze: dat begrijp ik wel. Als mijn zesjarige zich in mij kan verplaatsen, dan ben ik echt geen narcist aan het kweken.”

Nina Mouton
Mild Ouderschap. Zelfs tijdens de woedeaanval in de supermarkt
Borgerhoff & Lamberigts, 192 blz., € 24,99

Lees ook: 

‘Ouders zijn bang voor de gevoelens van hun kinderen’

Praat met je kind, is de voornaamste boodschap van Philippa Perry. Ouders zijn te bang dat ze het niet goed doen, meent de Britse psychotherapeute.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden